Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

woensdag 27 september 2017

YVES SAINT LAURENT: DE MAN DIE DE VROUW HEEFT VERANDERD

YSL: deze drie letters zijn een waar begrip in de modewereld vanaf de jaren 60. Het zijn de initialen van een genie uit de Franse Haute Couture. Zijn naam? Yves Saint Laurent, de man die met zijn vernieuwende blik en rebelse houding het beeld van de vrouw en de mode voorgoed veranderd heeft. Geen wonder dat Pierre Bergé, de echtgenoot en tevens zakelijke partner van wijlen ontwerper een tijd geleden onthulde dat het Franse modehuis musea opent in zowel Parijs als Marrakech. In beide musea worden onder meer 5.000 kledingstukken, 15.000 accessoires en tienduizenden schetsen van de iconische couturier tentoongesteld. De opening in Parijs vindt plaats op 3 oktober 2017 en die in Marrakech op 19 oktober 2017. Helaas zal Pierre Bergé, de rechterhand van de in Frankrijk zo geliefde modeontwerper, de opening niet meemaken. Hij is vrijdag 8 september 2017 overleden aan de spierziekte myopathie, thuis in Saint-Remy-de-Provence in Zuid-Frankrijk.

Yves Saint Laurent 1936 – 2008

Het Parijse museum is gevestigd op een historische plaats, namelijk het voormalige modehuis van Yves Saint Laurent, gelegen aan de avenue Marceau 5, in het chique 16 arrondissement. De locatie waar bijna 30 jaar (1974 – 2002) haute couture is gemaakt. Later werd het de residentie van de Fondation Pierre Bergé – Yves Saint Laurent. Sinds 2004 maakt deze stichting zich hard voor het oevre van Saint Laurent en vanaf 3 oktober biedt het plaats aan het Musée Yves Saint Laurent. Vijf miljoen koste de verbouwing die de bezoeker de ervaring moet meegeven van een coutureklant die ontvangen wordt in het modehuis, aldus Olivier Flaviano, de 35 jarige directeur van het museum. Alles wordt geopenbaard. Allereerst de salons die uitsluitend geopend waren voor de top haute couture klanten. Maar het is vooral de werkkamer van Saint Laurent die de harten van de bezoekers sneller zal doen kloppen. “Dit is waar het allemaal is bedacht”, zegt Aurelie Samuel curator en directeur der collecties van de stichting. Het overdadige tapijt, het eenvoudige bureau, zijn grote spiegel en de drie grote ramen gericht op het zuiden. Nathalie Crinière en decorateur Jacques Grange hebben een topprestatie geleverd om alles zo natuur getrouw weer te geven. Yves Saint Laurent is de enige couturier van zijn generatie die sinds de oprichting van zijn modehuis in 1961 al zijn werk heeft gearchiveerd. Van de originele schetsen naar de prototypes, handleidingskaarten en zelfs de notitieboekjes van de verkopers.

Saint Laurent in zijn werkkamer aan de avenue Marceau 5 - Photo Guy Marineau - Musée YSL

Nog voor de opening heeft het museum een officiële erkenning gekregen als Musée de France. Musée de France is een officiële status voor musea in Frankrijk, in 2002 in de wet vastgelegd onder de naam museumwet. Toekenning vindt plaats door de Minister van Cultuur, na overleg met de ‘Haut Conseil des Musées de France.’ De collecties van Musée de France behoren tot het publieke domein van Frankrijk en zijn als zodanig onvervreemdbaar. Dit heeft als gevolg dat elke beslissing om stukken te verkopen alleen kan worden genomen na advies van een wetenschappelijke commissie zoals vastgelegd in de museumwet. Zo blijft het oevre van deze iconische modeontwerper behouden conform de wensen van Pierre Bergé.

Yves Saint Laurent in zijn jonge jaren. Volgens velen bevrijdde hij de mode, door korte metten te maken met de bestaande conventies

Je kunt gerust zeggen dat de in 2008 overleden 'YSL' zonder Bergé nooit zo groot en invloedrijk was geworden. De twee kregen in 1958 een relatie en richtten drie jaar later een eigen onderneming op, nadat Saint Laurent was weggestuurd bij Dior. Bergé was de man die de geniale ontwerper tijdens ernstige depressies op de been hield én die op het lucratieve idee kwam om naast haute couture ook prêt-à-porter, parfum, tassen en andere accessoires te gaan verkopen. De twee deelden huizen in Deauville en Marrakesh, verzamelden een enorme kunstcollectie en werkten samen tot Saint Laurent er in 2002 mee ophield.

Bejubeld en bewonderd

Yves Saint Laurent werd in 1936 geboren in Algerije, dat toentertijd nog tot de Franse koloniën behoorde, als zoon van Charles Saint-Laurent en Lucienne Mathieu. Naar eigen zeggen was hij als kind verlegen en eenzaam. Al op jonge leeftijd leeftijd raakte de jongen gefascineerd door kleding. Toen hij in 1953 in Parijs besloot zijn geluk te beproeven, droeg hij al een imposante portfolio met tekeningen en ontwerpen met zich mee. Hier volgde hij een opleiding aan de Chambre Syndicale de la Couture.

De man die met zijn vernieuwende blik en rebelse houding het beeld van de vrouw en de mode voorgoed veranderd heeft

De tiener kreeg voet aan de grond bij het blad Vogue, dat zijn schetsen maar al te graag publiceerde. Tijdens een modewedstrijd won Saint Laurent drie van de vier categorieën – de vierde ging naar Karl Lagerfeld. Via Vogue kwam Saint Laurent ook in contact met Christian Dior, die hem onder zijn hoede nam. Hij was toen 17 jaar ,,Hij leerde mij de basisbeginselen van het ontwerpen”, vertelde Saint Laurent later. In oktober 1957 kreeg Saint Laurent de leiding over het bedrijf toen Christian Dior, tijdens een vakantie aan een hartaanval stierf. Hij werd daarmee de jongste couturier ooit. Op 30 januari 1958 presenteerde hij zijn eerste collectie: Ligne Trapéze. Een Franse krant schreef: “Saint Laurent redt Frankrijk!” De Trapezelijn toonde direct hoe vakbekwaam de jonge couturier was en over hoeveel kunsthistorische kennis hij beschikte, want de trapezevorm was vanaf de 18e eeuw niet meer in de mode voorgekomen.

Yves Saint Laurent in 1981 - Photo Guy Marineau, Musée YSL

In 1960 werd de jonge ontwerper opgeroepen om in het Franse leger te dienen tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. Na twintig dagen werd hij opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis voor een zenuwinzinking. Daar onderging hij een behandeling inclusief elektroshocktherapie. Hoewel Saint Laurent slechts korte tijd van huis was, kwam hij er bij zijn terugkomst bij Dior achter dat zijn positie was ingenomen door Marc Bohan. Na weer een zenuwinzinking als gevolg van de oorlog verloor Yves de leiding over het modehuis Dior.

Zijn levenspartner Pierre Bergé - Photo Musée YSL

Samen met zijn partner Pierre Bergé begon hij daarom zijn eigen modehuis onder de merknaam YSL. Vanaf dat moment zette hij een overduidelijk stempel op de mode. De eerste collectie van 29 januari 1962 werd een doorslaand succes. Hij was ook de eerste couturier die een ‘zwarte’ mannequin de catwalk liet sieren. Omdat Bergé Saint Laurent van de zakelijke beslommeringen bevrijdde, kon de couturier zich geheel aan de revolutionaire ontwerpen van de jaren zestig wijden. Zijn lijnen onderscheidden zich vooral door de felle kleuren, elegantie en durf. Volgens velen bevrijdde hij de mode, door korte metten te maken met de bestaande conventies. "De mooiste kleren die een vrouw kan dragen zijn de armen van de man van wie ze houdt", stelde de ontwerper ooit. "Maar voor degene die dat geluk niet heeft gevonden, ben ik er."  Saint Laurent oogstte grote furore met onder meer de smoking voor vrouwen, het safari-jasje, de doorzichtige blouse, het broekpak en de pantalon. Net als Coco Chanel liet hij zich inspireren door de mannenmode. Eén van de bekendste dragers van mode van Saint Laurent was de Franse actrice en muze Catherine Deneuve.

Hartsvriendin en muze Catherine Deneuve - Photo Musée YSL

Saint Laurent liet zich ook beïnvloeden door kunst. Zo konden Matisse, Picasso, Mondriaan en zijn vriend Andy Warhol hun werk terugvinden in dat van Yves Saint Laurent. De legendarische reputatie van Saint Laurent was niet alleen gebaseerd op zijn vakmanschap en zijn gevoel voor ontwerpen die de tijd ver vooruit waren, maar ook op de enorme artistieke interesses, die hem sinds de jaren ‘50 veel opdrachten voor de film, theater en de opera opleverden.

De twee musea; Parijs (links) en Marrakech (rechts)

Het succes vrat echter mentaal aan de chronisch nerveuze ontwerper. Regelmatig streed hij tegen depressies en overdadig gebruik van drank en drugs. Meerdere malen werd de ontwerper behandeld in een psychiatrische kliniek.
In 1999 splitsten Saint Laurent en Bergé het bedrijf. De tak die dure confectie en parfums produceerde werd verkocht aan het Italiaanse bedrijf Gucci. Bergé en Saint Laurent behielden zelf de haute-couture-afdeling. In 2001 ontving Saint Laurent de hoogste Franse onderscheiding voor burgers en werd hij Commandant van het Legioen van Eer. In januari 2002 werd, mede als gevolg van Laurents leeftijd, drugsmisbruik, depressies, alcoholisme, en problemen met Tom Ford van Gucci, besloten het couturehuis van YSL te sluiten. Hij was toen 65 jaar. Gedurende laatste zes jaar van zijn leven trok hij zich terug in zijn huis in Marrakesh, Marokko. Hij had zijn moment in de historie gehad, erkende Saint Laurent zelf bij zijn pensionering. "Ik ben zo naïef om te geloven dat mijn ontwerpen de tand des tijds kunnen doorstaan. Zij zullen zeker hun plaats in de huidige wereld behouden." Yves Saint Laurent overleed 1 juni 2008 op 71-jarige leeftijd aan een hersentumor in Parijs.

Het succes vrat mentaal aan de chronisch nerveuze ontwerper

De uitvaartdienst vond plaats in de Église Saint Roch, een kerk in het 1e arrondissement onder grote publieke belangstelling en  in de aanwezigheid van talrijke persoonlijkheden uit de mode, media en politiek, met inbegrip van Catherine Deneuve en Laetitia Casta, de muzen van de ontwerper, de president van de Republiek Nicolas Sarkozy en zijn vrouw Carla Bruni en voormalige first ladies Bernadette Chirac en Farah Pahlavi (de weduwe van de Sjah van Iran). Verder waren aanwezig mode-ontwerpers Karl Lagerfeld, Jean-Paul Gaultier, John Galliano en Valentino, en topmensen uit de zakenwereld: Bernard Arnault en François Pinault.
Deneuve las verteerd door verdriet een gedicht voor van de Amerikaanse dichter Walt Whitman. Na haar sprak Pierre Bergé. Met soms een gebroken stem en op de rand van tranen, sprak Bergé over zijn eerste ontmoeting met YSL en zei dat hij verbaasd was over de vooruitgang die in hij in 50 jaar heeft geboekt. Hij eindigde met de woorden; “Ik weet dat ik nooit zal vergeten wat ik aan je verschuldigd ben, en dat we ooit onder de Marokkaanse palmen weer samen zullen zijn.” De dienst eindigde met Jacques Brel. “Les vieux amants”
De as van Saint Laurent rust in de Jardin Majorelle in Marrakech onder een simpele plaquette met het opschrift: Yves Saint Laurent - Franse couturier.

De urn met de as van Saint Laurent rust in de Jardin Majorelle in Marrakech onder een simpele plaquette met het opschrift: Yves Saint Laurent - Franse couturier

In februari 2009 werd de omvangrijke kunstcollectie van de overleden modekoning te koop gezet. De veiling geleid door het beroemde veilinghuis Christies in het Parijse Grand Palais duurde drie dagen. De gratis expositie van de collectie trok in het weekend er voor ruim 30.000 bezoekers. Nooit eerder werd voor een privéverzameling zoveel betaald. Werken van Matisse (36 miljoen) en Brancusi (29 miljoen) gingen voor hogere bedragen van de hand dan ooit voor deze kunstenaars was neergeteld. Veilinghuis Christie’s verwachtte vooraf dat de hele collectie 200- à 300 miljoen zou opleveren. De financiële crisis op kunstveilingen leek geen vat te hebben. Alleen een Picasso leed eronder; ‘Instruments de musique sur un guéridon’ was het beoogde topstuk. Het hoogste bod, 21 miljoen euro, lag onder het gestelde minimum van 25 miljoen, zodat het doek werd teruggehaald. Bergé was daar niet rouwig om. "Ik ben heel blij dat ik dit schilderij kan houden." De drie Mondriaans uit de collectie vonden voor 21-, 14- en 7 miljoen euro wel een nieuwe eigenaar, net als schilderijen van Léger, De Chirico, Gris, Ensor en Duchamp. De beslissing om de collectie te veilen kwam van Bergé zelf. De opbrengst van meer dan 300 miljoen die komt volledig ten goede aan een nieuwe stichting die zich inzet voor medisch onderzoek naar aids en de strijd tegen de ziekte.

De gratis expositie in het van de collectie in het Grand Palais trok in het weekend voor de veiling ruim 30.000 bezoekers

Elk jaar publiceert het Amerikaanse opinieblad TIME een lijst met de honderd 'all-time fashion icons' sinds 1923 - toen het blad werd opgericht. In vijf categorieën valt een plek te veroveren: ontwerpers, muzes, modellen, fotografen en editors & stylisten. Opvallend is de aanwezigheid van de hoeveelheid namen van reeds overleden 'iconen', waaronder die van Yves Saint Laurent. Aan bod komen unieke couturiers die baanbrekend werk hebben verricht. Het zijn dè namen die ons collectieve idee over mode hebben bepaald. Creatieve talenten die niet onderdoen voor schilders, beeldhouwers of musici, en daar soms ook mee samenwerken.

Yves Saint Laurent 1936 – 2008


5 avenue Marceau, 16e arrondissement, metrostation Alma-Marceau

Opening vanaf 3 oktober 2017

donderdag 21 september 2017

HET BESTE FRANSE- EN ITALIAANSE RESTAURANT VAN NEDERLAND 2017

Dit keer waren de weergoden ons minder goed gezind. En dat is jammer als je persoonlijk bent uitgenodigd door de glossy ‘Leven in Frankrijk’ dat, volgens de eis van het paleis, altijd is gevuld met de mooiste Franse locaties onder strak blauwe luchten. Wekelijks publiceert het magazine mijn Parijsblog op hun website en onze gezamenlijke band met de Franse hoofdstad was dan ook de reden dat ik was uitgenodigd.

Ook dit jaar vond de prijsuitreiking plaats op maandagavond 18 september in het Hilton hotel te Amsterdam

Het was alweer de zevende keer dat onder grote belangstelling van restaurateurs, pers, bekende Nederlanders  en genodigden, twee bijzondere restaurant-awards werden uitgereikt, eigenlijk vier stuks; De juryprijs en publieksprijs voor het beste Franse en het beste Italiaanse restaurant in Nederland. Dit weer op initiatief van het Italië Magazine, van dezelfde uitgever. In de loop der jaren is de waardering voor deze prijzen steeds verder gegroeid en is de toekenning inmiddels een belangrijk jaarlijks evenement voor zowel Italiaanse als Franse restaurateurs. De prijzen worden ook ondersteund door de ambassadeurs van Italië en Frankrijk die elk jaar weer bereid zijn om de felbegeerde juryprijs uit te reiken. Dit jaar vond de prijsuitreiking plaats op maandagavond 18 september in het Hilton hotel te Amsterdam. Het domein van Alessio Colavecchio de voormalig rechterhand van Roberto Payer (Lid van de jury) die inmiddels de dagelijkse leiding heeft over het prestigieuze Waldorf Astoria Amsterdam.

De Franse ambassadeur in Nederland, Philippe Lalliot in gesprek met Cathelijne van Vliet en journalist met een koksbuis Alain Caron

De twee professionele jury’s hadden een keuze uit tien genomineerde restaurants en namen er kritisch de proef op de som. De jury voor het Italië Magazine Restaurant van het Jaar bestond uit juryvoorzitter Roberto Payer (voorzitter van de Italiaanse Kamer van Koophandel en de Ospitalità Italiana, General Manager Waldorf Astoria Amsterdam), Pieter J. Bogaers (culinair journalist, epicurist en beheerder van de niet-commerciële website Bijzondere Restaurants.nl), Nicoletta Tavella (kookschooleigenaar en kookboekenschrijfster) en Paul van Eijndhoven (hoofdredacteur Italië Magazine). 

Juryvoorzitter voor het Italië Magazine Restaurant van het Jaar; Roberto Payer, was duidelijk in zijn element

De volgende Italiaanse restaurants waren genomineerd:

•           Acquavite, Naarden-Vesting
•           Adriano, Heveadorp
•           BaccoPerbacco, Den Haag
•           Carpe Diem, Rotterdam
•           Ciro… Passami L’olio, Amsterdam
•           Eatmosfera, Amsterdam
•           Momenti, Brielle
•           PepeNero, Amsterdam
•           Sapori e Ricordi, Enschede
•           Toscanini, Amsterdam

De winnaars: Italiaans restaurant Eatmosfera met juryvoorzitter Roberto Payer

Restaurant Eatmosfera in Amsterdam werd verkozen tot Italië Magazine Restaurant van het Jaar 2017. Juryvoorzitter Roberto Payer overhandigde de prijs aan de eigenaren van het restaurant. “Goede producten – vaak Slowfood – en heerlijke, originele gerechten. Het eten is simpel en toch nooit standaard en altijd heel kundig bereid. De ‘touch’ van de kok is licht, elegant en nonchalant, precies wat we graag willen zien. En de bediening beweegt zich soepel tussen al die bestellingen. Top.”

De nieuwe hoofdredacteur van de glossy 'Leven in Frankrijk'; Cathelijne van Vliet 

De jury van de prijs voor het Fijnste Franse Restaurant van Nederland bestond uit juryvoorzitter Tom Kellerhuis, (culinair) journalist met een koksbuis; Alain Caron, cuisinier van Franse origine, tv-kok en auteur van culinaire boeken; Jo Simons en Cathelijne van Vliet, voormalig en huidig hoofdredacteur van Leven in Frankrijk. 

De Franse ambassadeur in Nederland, Philippe Lalliot wacht rustig af

De volgende Franse restaurants waren genomineerd:

•           Arles, Amsterdam
•           Auberge Jean & Marie, Amsterdam
•           Bistrot Neuf, Amsterdam
•           Bouchon d'en Face, Maastricht               
•           Brasserie le Nord, Bilthoven
•           Le Bibelot, Utrecht
•           L'Invité, Amsterdam
•           Pastis, Den Haag
•           Ron Gastrobar Paris, Amsterdam
•           Zuijderhoudt, Laren

Bistro Neuf kreeg de prijs voor het Fijnste Franse Restaurant uit handen van Philippe Lalliot, Cathelijne van Vliet en juryvoorzitter Tom Kellerhuis

De prijs voor Het Fijnste Franse Restaurant van Nederland 2017 ging naar Bistrot Neuf in Amsterdam. De Franse ambassadeur in Nederland, Philippe Lalliot, reikte de prijs uit aan Rex Neve van winnaar Bistrot Neuf. Zoals voorzitter Tom Kellerhuis uit het juryrapport citeerde: “De voortdurend vernieuwde kaart is iedere keer verrassend. En nog altijd is het dè plek waar je je (internationale) gasten graag mee naar toe neemt: het is hip, bruisend, eigentijds en je kunt er, iedere keer weer, op rekenen dat het eten ver boven het gemiddelde uitsteekt.”

De Italiaanse winnaars van de publieksprijs het Italiaanse Sapori e Ricordi in Enschede met Italie Magazine hoofdredacteur Paul van Eijndhoven 

Ook werden er publieksprijzen uitgereikt, aan het Italiaanse Sapori e Ricordi in Enschede en aan Auberge Jean & Marie in Amsterdam, waarvoor lezers van Italië Magazine respectievelijk Leven in Frankrijk met overweldigende meerderheid kozen.

De juryprijs bestaat uit een plaquette en een uitgebreide reportage in de komende edities van Italië Magazine en Leven in Frankrijk. Deze tijdschriften riepen de awards in 2011 in het leven.

De winnaars van de publieksprijs het Beste Franse Restaurant in Nederland: Auberge Jean & Marie uitgereikt door Alain Caron

Het werd nog laat die avond en de gasten werden verwend met allerlei lekkernijen uit de Franse en Italiaanse keuken, dit alles weer met zorg bereid door de witte brigade van het Hilton hotel.  Complimenten voor de chef en zijn staf. 

De 'witte brigade' van het Hilton

Terloops sprak ik nog met schrijver en TV-maker (De Stoel, Villa Felderhof) Rik Felderhof, die binnenkort zijn volgende boek presenteert bij Scheltema Amsterdam. “Het wordt een reisgids voor levensgenieters, een belevenis van twee vrienden met mooie herinneringen aan Frankrijk”,  aldus Felderhof.

Rik Felderhof  en Hans Melissen 'wijngek' 

Jaarlijks geniet ik van zijn columns tijdens de ‘Tour de France’. Natuurlijk heb ik het over Bourgondiër ‘pur sang’, fijnproever, levensgenieter, componist en muzikant Tonny Eyk die wij kennen van vele gidsen over Frankrijk, waaronder ‘smullen & genieten in Frankrijk. Ook hij genoot van de mooie mix van Franse en Italiaanse gerechten die ons werden toebedeeld na de prijsuitreikingen.

Bourgondiër ‘pur sang’, fijnproever, levensgenieter, componist en muzikant Tonny Eyk

Al met al werd het een mooie avond in Amsterdam-zuid waar ik ook nog persoonlijk kennis maakte met de opvolgster van Mariëtte van der Sande als hoofdredacteur van Leven in Frankrijk; Cathelijne van Vliet (nee geen familie). Na veertien jaar in Nice gewoond te hebben is zij terug in Nederland voor een nieuwe uitdaging; om alle aanbidders van de Franse cultuur, de zon- en zeezoekers, degenen die verlangen naar ‘la campagne’, slaperige dorpspleinen en Parijse droomplekken maandelijks tevreden te stellen. De gezichten van Frankrijk zoals zij dat zelf noemt. Ik hoop op een fijne samenwerking en wens haar veel succes. Last but not least dank aan mijn steun en toeverlaat op de redactie; Daniëlle Wiersema; Marketing Manager Leven in Frankrijk.

Al met al een mooie avond in Amsterdam-zuid

Nederland is weer vier traditionele restaurants rijker, proficiat.
·        Bistrot Neuf, Haarlemmerstraat 9, Amsterdam
·        Auberge Jean & Marie, Albert Cuypstraat 56-80, Amsterdam
·        Eatmosfera, Korte Reguliers dwarsstraat 8, Amsterdam 
·        Sapori e Ricordi, Haverstraatpassage 21, Enschede

donderdag 14 september 2017

MONTMARTRE GEZIEN DOOR EEN GEK

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, die dorpsgek dat ben ik!
Het gebeurde zo maar op een vroege ochtend toen ik de klim maakte vanuit de wijk Opéra naar deze op en top Parijse ‘butte’. Welke weg u ook neemt het is en blijft pittig. Met de rue des Martyrs neemt de helling een aanloop en op de flank van de Église Notre-Dame-de-Lorette komen er plots een aantal vragen bij mij op: Hoeveel trappen telt Montmartre eigenlijk? En hoeveel treden beklim ik dan? Zijn er dat dan meer dan die van de Eiffeltoren vanaf de begane grond tot aan de top? Ben je dan gek of niet? Tijd om op onderzoek uit te gaan.

De vraag die mij deze blog bezig- houdt: Hoeveel trappen telt Montmartre eigenlijk? En hoeveel treden beklim ik dan?


Het is nog vroeg en wanneer ik 's morgens om een uur of zeven langs de steile grijze straatjes van Montmartre slenter, heerst er nog een dorpse sfeer. De huisjes lijken nog te slapen en hier en daar staan wat Montmartreanen, als rasechte dorpelingen, over alles en nog wat te kletsen. Al meer dan twee eeuwen is Montmartre een curiosum en de bron van door en door Parijse mythes. De nostalgie leeft hier voort met een typisch dorpse taaiheid. Een vrije commune die zich met al haar geheime schatten heeft verschanst binnen haar natuurlijke grenzen. 

Martre herinnert aan de Mercurius- tempel die in de Romeinse tijd op de heuvels stond, anderzijds herinnert het ons ook aan het woord martyrs (martelaren) en specifiek aan de heilige Dionysius. Dionysius, de eerste bisschop van Parijs,  staat bekend als de 'hoofd- drager'. Op last van een speciale gezant van de keizer wordt hij voor de rechter gedaagd en met zijn beide gezellen op een berg buiten de stad ter dood gebracht. Sindsdien heet die berg de Martelarenberg ('Mons Martyrum' later verbasterd tot Montmartre). Maar Dionysius richt zich op, en met zijn hoofd in de handen loopt hij twee mijl verder tot hij stilhoudt op de plek waar hij begraven wenst te worden. Op die plek bevindt zich nu de basiliek van St-Denis.

Nog tot halverwege de 19e eeuw was la butte een landelijke idylle, een dorpje gelegen voor de poorten van de stad. Het noordelijke stadsdeel werd pas in 1860 bij Parijs gevoegd en is gelukkig verschoond gebleven van de ingrijpende bouwkundige ingrepen van Haussmann. De oude dorpsstructuur is er tot op heden bewaard gebleven. De eenvoudige maar gunstige leefomstandigheden en het vrije klimaat op de heuvel, waar in het schimmige café- en cabaretcircuit eenvoudig modellen konden worden benaderd, trokken zo rond de eeuwwisseling talloze kunstenaars en galeriehouders aan. Degas, Renoir, Toulouse-Lautrec, Van Gogh, Picasso, Braque en Matisse, ze leefden, woonden en werkten allen enige tijd in Montmartre. De nostalgie leeft hier voort, nog altijd geassocieerd met bovengenoemde kunstenaars, die hier probeerden een inkomen bij elkaar te scharrelen. Toulouse de Lautrec heeft hier de danseressen van de Moulin Rouge geschilderd. Picasso schilderde in 1907 een van zijn beroemdste schilderijen, 'Les Demoiselles d'Avignon', dat zich momenteel in het MoMa in New York bevindt.

Een verborgen straatje bij de place Abbesses: De rue André Antoine

Maar goed, als ik door die kleine straatjes loop wordt ik altijd weer getroffen door de charme van deze wijk, met zijn romantische trappen, pleintjes, tuinen en gevarieerde architectuur. Ik waan mij even in het negentiende eeuwse Parijs. In mijn hoofd speelt de wonderschone melodie van Charles Aznavour; 'La Bohème' uit 1966. "In de naburige cafés waren wij met een aantal die roem verwachtten. En al waren we arm, met lege magen bleven wij erin geloven. En wanneer een bistro, in ruil voor een goede warme maaltijd een schilderij van ons afnam, dan droegen wij verzen voor, geschaard rond de kachel en vergaten de winter. La bohème, la bohème. Dat wilde zeggen: wij zijn twintig, en wij leven van de wind".

Het metrostation Abbesses ligt 40 meter onder de grond en dat zijn 176 traptreden

De claxon van een ongedurige bestelauto brengt mij terug naar de werkelijkheid. Trappen tellen, waar begin ik? En welke trappen tellen dan mee? Ook die van de metrostations Abbesses en Lamarck-Caulaincourt? Abbesses ligt 40 meter onder de grond en is daarmee het diepste metrostation van Parijs. Onlangs waren de liften in reparatie en telde ik 176 treden. Het station Caulaincourt ligt op een diepte van 25 meter en om de perrons te bereiken zal je een wenteltrap moeten nemen, of de lift als die werkt. Uitgaande dat 40 meter 176 treden zijn, dan telt Lamarck-Caulaincourt 110 treden. Overigens het station is vooral bekend van de film Amélie, met in de hoofdrol Audrey Tautou. Het was de plek waar zij haar avonturen in Montmartre steeds startte.

Ingang naar de trappen van de rue Foyatier gezien vanuit rue André Barsacq

En wat te doen met de trappen in privé tuinen zoals de passage de la Sorcière en de Hameau des Artistes die helaas ook voor mij gesloten blijven? Of de 237 treden naar de Basiliek Sacré Coeur?
Focus!! Ik besluit mij te beperken tot de openbare straten in de wetenschap dat het 18e arrondissement de meeste straten kent die voorzien zijn van trappen. Die dag heb ik ze allemaal gehad. Plan van een gek? Misschien maar het leverde prachtige plaatjes op of de mooiste vergezichten.

De meest gefotografeerde trap van Parijs; rue Foyatier


De mooiste en meteen de hoogste trap is die van de rue Foyatier, 222 treden. Gegroepeerd in 9 delen van elk 23 tot 25 treden. Deze straat loopt parallel aan de ‘funiculaire’ die je brengt van en naar de top van de butte zonder enige inspanning. De trap geopend in 1867, is een van de meest gefotografeerde van de butte en komt voor op honderden ansichtkaarten en is vaak gefotografeerd door Doisneau en Brassaï.

Een prachtig vergezicht over de noordkant van Montmarte heb je achter bij de rue Mont Cenis bestaande uit drie trappen met een totaal van 189 treden. Loop je die helemaal naar beneden kom je uit in de rue Caulaincourt die je vervolgens brengt naar het metrostation Caulaincourt met een prachtige art-deco ingang geflankeerd door links en rechts een trap.

Een stukje verder de square Caulaincourt die ik voor het gemak maar eens van boven en naar beneden loop. U vraagt zich waarschijnlijk af waarom? Omdat de trap naar beneden 122 treden telde en naar boven 123, grrrrrr.



Een van de mooiste uitzichten over de noordkant van Parijs gezien vanuit de top van de rue du Mont-Cenis


De wandeling kris kras over de heuvel brengt mij naar de mooiste plekken. De trap aan de rue Giardon voert mij naar de achterzijde van de place Dalida. Op 3 mei 1987 stond de volgende merkwaardige advertentie in een Franse krant: "Dalida laissera le souvenir d'une femme de cœur généreuse et malheureuse.... Le souvenirs d'une grande artiste qui a marqué la chanson Française". Vrij vertaald: "Dalida zal worden herinnerd als een vrouw met een hart van goud maar diep ongelukkig. Rest ons de herinnering aan een groot artieste die een belangrijke bijdrage leverde aan het Franse chanson". De advertentie was ondertekend door François Mitterrand, Président de la République. Die avond daarvoor werd Dalida, een van de grootste Franse zangeressen, dood gevonden in haar huis aan de rue d'Orchampt 11bis op Montmartre. Naast haar een kort afscheidsbriefje met de woorden: "Pardonnez-moi, la vie m'est insupportable - Vergeef mij, het leven is voor mij ondraaglijk". Zij stierf als gevolg van een overdosis kalmeringsmiddelen. Het gerucht doet nog steeds de ronde, dat filmster en persoonlijke vriend Alain Delon, haar grafmonument betaald heeft. Een van de opvallendste en meest bezochte graven van het Cimetière Montmartre is dan ook dat van de chansonnièrre Yolande Gigliotti beter bekend als Dalida. Een levensgroot (even)beeld van haar staat op haar graf, met op de achtergrond een grote goudkleurige zon. Ondanks haar successen, meer dan 50 miljoen langspeelplaten verkocht, blijft Dalida een tragisch persoon.

De bijzondere ingang naar het metrostation Lamarck-Caulaincourt

Boven rust ik uit en geniet van het uitzicht over de rue de l’Abreuvoir met aan het einde van de straat ‘La Maison Rose’ en uitzicht op de koepel van de Sacré Coeur. De rue Giardon brengt mij naar een van de mooiste straten van Montmartre de Avenue Junot. Op nummer 23 de ingang naar een van de fraaiste boetiek hotels van Parijs gelegen in een privétuin, het Hôtel Particulier Montmartre. Een stukje verder de ingang naar de Villa Léandre. Deze monsterlijk rustige, vreedzame en tegelijk heimelijk ogende 'villa' (steegje) lijkt wel de tijd te tarten zoals het daar ligt. Onvergankelijk en geprivilegieerd. Knusse tuinen met oleanders en doornstruiken onttrekken huizen, waarvan er geen twee hetzelfde zijn, aan het zicht. Hier wonen nog overwegend dezelfde families als in 1926, toen de straat werd opgeleverd. De Duitse surrealistische schilder Max Ernst verbleef er een tijdje.

Een van de binnentuinen aan de chique Avenue Junot

Ik loop terug naar de rue Giardon en vervolg de rue d'Orchampt langs het woonhuis van Dalida op weg naar een van de mooiste pleintjes van Montmartre; place Émile Goudeau, waar de fascinerende sfeer van de tijd van het ‘Bateau Lavoir’ en zijn schilders nog voortleeft. Links zie  je in de rue des Trois Frères het restaurant ‘Relais de la Butte’ waar in vroeger eeuwen de postmeesters zich om de schoorsteenmantel schaarden om zich daar te verwarmen. Het jaartal op de schoorsteen, 1672, duidt erop dat het hier een van de oudste huizen van Montmartre betreft. Ik ga hier, op het terras genieten van weer een prachtig uitzicht.

Het is heerlijk toeven op het terras van het restaurant 'Relais de la Butté onderaan de trappen van place Émile Goudeau

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ik begeef mij naar de achterkant van de place du Tertre naar de place du Calvaire bekend uit de bevrijdingsscene in film 'Les Uns et les Autres'.
Ook hier weer een bijzonder uitzicht over de stad. Overigens is Parijs een filmstad, één groot indrukwekkend decor. Elke dag wordt er aan gemiddeld tien films gewerkt. Elke week zijn er vijfhonderd films te zien in 83 bioscopen die samen 376 schermen hebben en gemiddeld per jaar zo'n 27 miljoen bezoekers trekken. De meeste films werden opgenomen in Montmartre, waaronder 'La vie en rose' over het leven van Edith Piaf of 'Le fabuleux destin d'Amélie Poulain'. Dankzij Amélie schoot het buurtje rond de rue Lepic als een komeet omhoog. Café des Deux Moulins, rue lepic nummer 15, veranderde van een klein buurtcafé in een drukke en hippe uitgaansgelegenheid. Andere filmplekken uit de film zijn eveneens opgenomen met Montmartre als decor; zoals in de rue des Trois Frères, bij het metrostation Lamarck-Caulaincourt en op de vele trappen rondom de Sacré Coeur.

De diepte in bij Square Caulaincourt

De trappen van de rue du Calvaire loop ik af en weer op om het aantal treden te noteren in mijn boekje en met pijn in de kuiten nu richting place du Tertre. Hier is het belangrijk om te weten dat je als kunstschilder, artiest, hoe goed of hoe slecht je ook bent, niet zomaar een plaats kunt innemen tussen alle 'kunstenaars' op place du Tertre. Dit plein is uitsluitend en alleen toegankelijk voor 'gediplomeerde' kunstschilders.
Allereerst zijn er maar 298 plaatsen te verdelen. Ten tweede wordt je vooraf geselecteerd door een vakkundige jury, een soort ballotagecommissie. Dit, nadat je een officieel aanvraagformulier hebt ingediend bij het 'Bureau des Kiosques et Attractions' van de stad Parijs. Bijgesloten: Je curriculum vitae, met diploma's van de opleidingen en of kunstacademie waar je bent afgestudeerd, een lijst van eventuele exposities en foto's van je werk. Vervolgens worden de originelen beoordeeld door een commissie van de Epsaa: 'l'École Professionnelle Supérieure d'Arts Graphiques et d'Architecture'. Hier krijg je als artiest ook de kans om een uiteenzetting te geven over je werk. Er wordt gekeken naar techniek, compositie en ruimtelijk inzicht en bij portrettekenaars naar de gelijkenis, expressie en emotie.

Een van de 58 geaccrediteerde portrettekenaars

Een afvalrace volgt, want er zijn elk jaar meer aanvragen dan dat er plaatsen beschikbaar zijn. Hierna volgt een proeve van bekwaamheid; de verkozenen krijgen 15 dagen een plaats op Place du Tertre om zich te bewijzen. Na deze laatste test worden slechts zes artiesten toegelaten om te komen werken op het plein. De namen worden dan officieel kenbaar gemaakt op de website van het stadhuis van het 18e arrondissement. Totaal zijn er tweemaal 149 plaatsen te verdelen ter grootte van slechts een vierkante meter. Die deel je dus met een andere kunstenaar. Elke kunstenaar wordt ingedeeld in een categorie en beschikt na betaling van € 288, 59 (standgeld per jaar) over een genummerde plaats. Nadat je bent ingedeeld in een categorie kun je niet meer wisselen van categorie, alles is streng gereglementeerd. 78 schilders, met gebruik van alle schildertechnieken (olie, acryl, aquarel). 59 portrettekenaars (potlood, houtskool, pastel). 7 cartoonisten (humoristische portretten) en 5 silhouet kunstenaars (het knippen van profielen met een schaar).

Van 11 tot en met 15 oktober 2017 voor de 84e maal de wijnfeesten van Montmartre

Fète des Vendanges
Vroeger was Montmartre een echt wijndorp met meerdere wijngaarden. Waar nu de Place Pierre ligt strekte zich een wijngaard uit. Dat was ook het geval tussen de rue Tardieu en de rue d'Orsel, op de place Jean-Baptiste Clément en rondom het Château des Brouillards. De genadeslag werd gegeven door de exploitatie van kalkgroeven in de hellingen van Montmartre. Over de oudste wijngaard van Parijs; de Clos de Montmartre; doen verschillende verhalen de ronde. Volgens de romantici onder ons werd de wijngaard al in de Gallo-Romeinse tijd aangeplant. De realisten echter vertellen een heel ander verhaal: In 1932 besloot de stad Parijs, dat Montmartre al in 1860 had geannexeerd, om door zijn "Service de Jardins", op de hoek van rue des Saules en de rue Saint Vincent, een wijngaard te laten aanplanten. In 1933 nam de toenmalige burgemeester van Montmartre, Pierre Labric, het initiatief  voor de wijnfeesten, elk jaar in oktober. Van 11 t/m 15 oktober as. vindt op Montmartre, in de straten rond de Sacré Coeur, alweer voor de vierentachtigste keer het traditionele Fètes des Vendanges plaats. Voor meer informatie over het feest, de activiteiten, het programma en de locaties kunt u kijken op de website van het Fête des Vendanges de Montmartre.

Passage Cottin


Als laatste onderdeel van mijn wandeling ‘sleep’ ik mij naar een zeer bijzondere passage; de passage Cottin, die begint ter hoogte van de rue de Ramey nummer 17. Deze 130 meter lange passage, vernoemd naar de eigenaar van de grond, begint eerst vlak en daarna volgt een zeer steile trap naar boven. De enige kunstenaar die ooit geboren is op Montmartre, Maurice Utrillo, vereeuwigde zo rond 1910 - 1911 deze prachtige passage. Een olieverf op karton, 62 × 46 cm en in de collectie van het Centre Pompidou. 

Bovenaan de trap heeft u een tweezijdig adem-benemend uitzicht. Allereerst de trappen van de rue du Chevalier de la Barre aan de achterzijde van de Sacré Cœur met bovenaan een verstild parkje waar u zelden een toerist tegenkomt. Draait u zich weer om dan een fraai doorzicht op de oostkant van Parijs.

Ik keer terug naar de passage Cotin en vervolg de rue du Chevalier de la Barre naar beneden. Een verstild straatje dat zo zou passen als decor in een film als Woody Allen's Midnight in Paris. Onderaan rechtsaf de rue Ramey om daarna weer rechtsaf te slaan naar de rue Muller. Geen bijzondere straat maar wel een met een verrassing aan het einde. Een klein pleintje vol met terrasjes onderaan de trappen van rue Maurice Utrillo. Een heerlijke plek om de uitkomst van mijn vraag te berekenen: Hoeveel trappen telt Montmartre eigenlijk? En hoeveel treden beklim ik dan? Zijn er dat dan meer dan die van de Eiffeltoren vanaf de begane grond tot aan de top?

Rue du Chevalier de la Barre

Beklommen straten in willekeurige volgorde: rue Armand Gauthier, rue Giardon, allée des Brouillards, rue Juste Métivier, square Caulaincourt, rue de la Fontaine du But, rue des Saules, rue Diard, rue Cyrano de Bergerac, rue Nobel, rue Gaston Couthé, rue du l’Abbé-Patureau, rue du Mont-Cenis, rue Becquerel, rue de la Bonne, rue du Chevalier de la Barre, Passage Cottin, rue Paul Albert, rue Maurice Utrillo, rue Foyatier, rue Gabrielle, rue André Barsaq, rue Chappe, rue Drevet, rue du Calvaire, place Jean-Baptiste Clément, rue de la Mire, Rue Tholozé, place Émile Goudeau, passage des Abbesses, rue André Antoine, rue Boris Vian, rue de Chartres.

Aantal straten met trappen: 33
Aantal treden: 2280
Aantal treden van de Eiffeltoren: 1665
Mijn stappenteller het ik die dag maar niet bekeken. Tevreden maar uiterst vermoeid neem ik de metro naar mijn hotel. Metrostation Abbesses, 176 treden. Gelukkig alleen naar beneden.

Mijn eettip in Montmartre 

Eettip in Montmartre: In de rue de Lepic, op nummer 61 de Epicerie, Table d’Hôte annex rôtisserie Jeanne B. De heerlijkste maaltijden, alles 'fait maison'. In de vitrines staan de prachtigste patés en terrines. Je kunt maaltijden meenemen maar je kunt ook aan een van de tafeltjes plaatsnemen om een hapje te eten, heerlijk en ambachtelijk. 

Jeanne B: Je kunt maaltijden meenemen maar je kunt ook aan een van de tafeltjes plaatsnemen