Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

woensdag 2 augustus 2017

DE MARAIS: LA SOCIÉTÉ DES CENDRES

Ochtendgloren; Jacques Dutronc schreef er een chanson over, 'Il est cinq heures, Paris s'éveille'. Elke ochtend, ook op zondag, word je gewekt door de dynamiek van de stad. De schoonmakers in hun gifgroene lichtgevende pakken, ontworpen door de Franse modelegende Pierre Cardin, zijn al druk in de weer. De straten van Parijs worden gereinigd door water uit de riolering langs de goten te laten stromen, gekanaliseerd door strategisch geplaatste hoopjes vodden. Een inventief systeem. Het is tijd om op te staan want er is niets mooier dan wandelen in Parijs op een zondagse zomerochtend. 'Paris Respire', Parijs komt op adem. Iedere zondag van 10 uur tot vijf uur in de namiddag zijn veertien gebieden in de stad verboden voor het autoverkeer en uitsluitend voorbehouden aan wandelaars en fietsers.

In de rue des Rosiers, op nummer 10, ontdek ik een poort die toegang geeft tot één van de meest verborgen tuinen van de Marais

Deze zondag, keer ik terug naar het stadsdeel dat aan de grote urbanisatieslag van de jaren zestig ontsnapte, dankzij de vooruitstrevende cultuurminister André Malraux. Gezien de historische waarde van de Marais koos hij voor restauratie in plaats van sloop. De Marais heeft iets tegenstrijdigs. Aan de ene kant de architectonische traditie die goed werd vastgehouden, zodat de wijk uitblinkt in rijk bewerkte poorten met indrukwekkende binnenplaatsen en prachtige gevels met reliëfwerk. De oorspronkelijke straatnamen nog in steen gehouwen met daaronder de officiële blauwe bordjes.

Een klassieke gevel trekt bij mij de aandacht met het volgende opschrift: 'Fonderie d'or et d'argent traitement des cendres essais et analyses'. 

Daar tegenover staat de mening van de Parijzenaar; "de Marais is zichzelf niet meer". Het is niets dan façadisme: de gevels zijn blijven staan, maar daarachter is alles nieuw. Het is er ingericht op snel en veel geld verdienen. De prijs per vierkante meter behoort tot de hoogste van Parijs en de koffie op de terrasjes is navenant duur. Toch zijn er nog steeds plekken waar de stilte heerst. Van oudsher is dit de wijk waar welgestelden en armen door elkaar wonen. In de 16de en 17de eeuw liet de hofadel hier zijn stadspaleizen bouwen; oases in een woelige stad. Nu is de Marais een favoriete bestemming voor toeristen bij wie het geld in de zakken brandt. Ja, de Joden met keppeltjes of mooie deukhoeden zie je nog steeds in de Rue des Rosiers en omgeving. In de buurt van de Rue Sainte-Croix de la Bretonnerie wandelen veel homostellen. Daarom is het zo heerlijk wandelen op zondag, vroeg in de ochtend in de Marais. Vrijwel lege straten, geen autoverkeer, bijna geen tourist te bekennen, en de echte bewoners van de wijk koesteren zich in de ochtendzon of hebben tijd voor een praatje midden op straat. Links en rechts hoor je het oprollen van de stalen luiken voor de winkels. De Marais ontwaakt.

Honderden vakmensen werkten drie jaar lang om het pand in zijn oude glorie te herstellen
Photo: Peter & Associates Audat - S.ARL architectuur 

In de rue des Rosiers, op nummer 10, ontdek ik een poort die toegang geeft tot één van de meest verborgen tuinen van de Marais, in het hart van een blok imposante gebouwen. Ga je de poort door, dan betreed je een andere wereld. Weelderig en afgelegen, deze groene oase geboren uit het samenvoegen van drie particuliere tuinen van  prachtige stadspaleizen daterend uit de zeventiende eeuw: Hôtels Coulanges, Barbes en Albret. Ooit woonden hier de burgers die geen cent te verteren hadden en die zich voor hun veiligheid nestelden onder de vleugels van de orde van de Tempeliers. De tuin opgericht in 2007 en voltooid in 2014 draagt de naam van Jozef Migneret (1888-1949), directeur van de 'l'Ecole des Hospitalières-Saint-Gervais', de eerste joodse school in Parijs. In juli 1942 hadden de razia's van de Vel d'Hiv, uitgevoerd door de Parijse politie, ernstige gevolgen voor de leerlingen en leerkrachten van deze school. De meeste kinderen en hun ouders werden gedeporteerd naar Auschwitz. 165 Studenten van deze school zijn daar omgekomen. Met gevaar voor eigen leven verborg Migneret in zijn eigen gehuurd appartement in de buurt van rue du Temple 71, meer dan twee jaar een aantal studenten en voorzag vele joden van valse papieren. Op 28 maart 1990 ontving hij hiervoor postuum de Yad Vashem-onderscheiding.

Het is met name te danken aan de visie en initiatief van Berndt Hauptkorn, CEO van Uniqlo Europe, dat dit unieke pand in zijn geheel is gerestaureerd - Photo: Peter & Associates Audat - S.ARL architectuur

Een hoogoven in het centrum van Parijs
In de tuin zie ik een industrieel pand met een opvallende hoge schoorsteen, een gebouw dat je zeker niet verwacht in deze historische omgeving. Tijd om op ontdekking te gaan en neem de andere uitgang bij het Hôtel de Coulanges, rue des Francs-Bourgeois 35 -37. Naast de uitgang, op nummer 39 trekt een klassieke gevel de aandacht met het volgende opschrift: 'Fonderie d'or et d'argent traitement des cendres essais et analyses'. Ik sta voor een van de laatste overblijfselen uit het industriële  tijdperk van de Marais; 'La Société des Cendres'. Een vennootschap voor de verwerking van as. Een fabriek voor het terugwinnen van edelmetalen. Opgericht in 1859 door Alexis Falize, een specialist in het gebruik van emaille en later een beroemde juwelier in Parijs, tijdens het Tweede Keizerrijk.  Samen met Jules Chaize, Eugène Fontenay en Frédéric Boucheron kwam hij op het idee om een coöperatie op te richten om goud, platina en zilver terug te winnen uit afvalstoffen van de vele juweliers in de stad. Hiertoe verwierf de coöperatie in 1866 een stuk grond in de rue des Francs-Bourgeois. Al snel groeide de coöperatie, waarvan de klanten tevens aandeelhouders werden, uit tot zo'n 500 leden. Goudsmeden, tandartsen, fotografen en graveurs wilden allemaal toetreden tot 'La Société des Cendres'. Tot het midden van de negentiende eeuw werd deze activiteit toevertrouwd aan professionals. Maar de Parijse goudsmeden en juweliers vonden de dienst al snel te duur en besloten zich aan te sluiten bij de cooperatie van Alexis Falize.

Het is niet vreemd als de naam Uniqlo u niets zegt. In heel Europa heeft de modeketen nog geen dertig filialen

Het was een komen en gaan van ambachtslieden met zakken vol met daarin afvalstoffen, verzameld in voorgaande maanden. Soms wel 50 tot 500 kilogram. Onder eigen toezicht werd het afval verbrand in een grote oven, de as verpletterd onder een stoomwals, fijngemalen, gezeefd en gewassen. Daarna werd de as behandeld met kwik en verwarmd. De achtergebleven resten vloeibaar goud, zilver en platina werden vervolgens gegoten tot staven en weer teruggegeven aan de leden van de coöperatie. Een zak van 50 kilo leverde zo'n 250 gram puur edelmetaal op. De fabriek is zelfs operationeel gebleven tot 2002. Daarna verhuisde de 'Société des Cendres' naar Vitry-sur-Seine (Val-de-Marne) en werd omgezet in een handelshuis voor tandheelkundige protheses en orthodontie.

La Société des Cendres; een nieuwe must see in de Franse hoofdstad

Het pand stond leeg tot 2011 tot dat het Japanse kledingmerk Uniqlo op zoek was naar een tweede vestiging in Parijs. Het is niet vreemd als de naam Uniqlo u niets zegt. In heel Europa heeft de modeketen nog geen dertig filialen. Maar moederbedrijf Fast Retailing – waar ook de Franse keten Comptoir des Cotonniers en het Amerikaanse jeanslabel J Brand onder vallen – is de op drie na grootste modeverkoper ter wereld, en Uniqlo is met meer dan 1.600 filialen in 17 landen veruit het grootste merk van de groep; ruim de helft van die winkels zit in Japan.

Uniqlo flagship store, een van de mooiste winkels in de Marais 

Het is met name te danken aan de visie en initiatief van Berndt Hauptkorn, CEO van Uniqlo Europe, dat dit unieke pand in zijn geheel is gerestaureerd en omgebouwd tot een van de mooiste modewinkels in de Marais. Honderden vakmensen werkten drie jaar lang om het pand in zijn oude glorie te herstellen. De dertig meter hoge schoorsteen, centraal in het pand, werd in zijn geheel opnieuw opgebouwd. De grond werd gereinigd, het metalen framewerk in zijn oude glorie hersteld en weer zichtbaar gemaakt. Het glazen dak werd weer in zijn oude glorie hersteld. Een miljoenen operatie onder leiding van het architectenbureau Pierre Audat, onder toezicht van de Franse Rijksgebouwendienst. Het preserveringsplan van André Malreaux in Parijs bleek nog altijd van kracht. Op 25 april 2014 werd het pand opengesteld voor het publiek. Vijf jaar na de opening van de eerste flagship store in Parijs in het Opéra district. Een deel van de machines en gereedschappen voor de terugwinning van de edelmetalen worden tentoongesteld in een klein museum in de kelder van dit magistrale pand. Korte filmpjes vertellen de historie van dit stukje uniek industrieel erfgoed in Parijs. Een nieuwe must see in de Franse hoofdstad.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen