Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

donderdag 24 augustus 2017

RUE MOUFFETARD; DE OUDE VOLKSWIJK VAN PARIJS

La Mouffe; deze ‘prachtige, nauwe, drukke marktstraat, ‘ zoals Hemmingway, hij woonde een tijdje op nummer 39, haar beschreef, begint bij de place de la Contrescarpe, een van de bekoorlijke beboomde dorpspleinen die zo’n rustieke sfeer geven aan Parijs. Van hieraf loopt de rue Mouffetard in zuidelijke richting wat lukraak naar beneden. Langs de straat liefelijke oude huizen en winkels met interessante gevelstenen. Het is ontegenzeglijk ook een van de laatste straten die de typische ouderwetse dorpse sfeer, die de oude Parijzenaars zo nauw aan het hart liggen, heeft weten te bewaren. Ondanks de niet altijd geslaagde renovaties, is het nog immer een heel pittoresk straatje, dat iets middeleeuws heeft: Oude uithangborden, typische straatnamen, nauwe passages en binnenplaatsjes.

Rue Mouffetard; ondanks de niet altijd geslaagde renovaties, is het nog immer een heel pittoresk straatje

De rue Mouffetard is ontstaan in het historische tracé van de Romeinse heerbaan die via Lyon naar Italië liep. In de middeleeuwen hadden zich hier, bij het water van de Bievre, bedrijfjes van handwerkers gevestigd, zoals leerlooiers, vilders en de voor Frankrijk zo typische ‘tripiers’ (verkopers van ‘tripes’; ingewanden en darmen van slachtvee). De uitoefening van deze beroepen veroorzaakte nogal wat stank en daaruit schijnt de naam Mouffetard voort te komen (mouffette betekent stinkdier). Het verhaal gaat dat de markt in de rue de Mouffetard te danken is aan Hendrik IV. Toen de Koning met zijn paard de straat naar de bourg Saint-Médard naar beneden reed, schrok het arme dier ergens van en sloeg plotsklaps op hol. De plaatselijke bewoners holden achter het paard aan en wisten het koninklijk ros tot stilstand te brengen. De Koning was dolgelukkig dat hij het er levend van had afgebracht en schonk de handelaren het recht om hun koopwaar op straat te verkopen.

Een domein van gastronomische overdaad waar het assortiment van sommige winkels en kramen de verbeeldingskracht te boven gaat

Sinds die tijd is het hier dagelijks markt, die begint in het laagste stuk van de straat, net ter hoogte van de rue Jean-Calvin. Daar vind je ’s morgens groente- en fruitkramen, goede buurt- winkels met mooi kazen en wijnen, slagers, zuivelhandelaars, bakkers en een paar ouderwetse marktcafés zoals ‘Le Verre à Pied’ (118). Als je van de sfeer wilt genieten moet je vroeg in de ochtend komen, bij voorkeur op zaterdag. Nuttig eerst een knapperige croissant met koffie in café ‘Le Mouffetard’ op 116. De Marché Mouffetard blijft een van de schilderachtige markten van Parijs, een domein van gastronomische overdaad waar het assortiment van sommige winkels en kramen de verbeeldingskracht te boven gaat. De markt verdwijnt zo rond 13.30 uur.

Ze zijn er nog, ouderwetse marktcafés zoals ‘Le Verre à Pied’

Onderaan de straat staat de Église Saint-Médard, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 7e eeuw; toen verrees hier aan de oevers van de Bievre, waar La Mouffe over de brug met de  veelzeggende naam ‘Pont au Tripes’ verder liep, een kerkje aan de zuidelijke kant van het gehucht Saint-Médard. De bouw van de kerk strekte zich uit over twee eeuwen. De kerk werd twee keer algemeen bekend; in 1561 toen ze werd geplunderd door protestantse oproerkraaiers tijdens rellen met de katholieken, het ‘tumulte de Saint-Médard’ genoemd, en in 1727, toen hier een vreemde cultus ontstond en de geruchten gingen dat een voorman van de ‘jansenisten’ zogenaamd ziektes kon genezen vanuit zijn graf. 

Links en rechts oude passages waaronder de Passage de la Poste

Groepen mensen verzamelden zich in het knekelhuis en namen deel aan orgies van hysterie, zelfkastijding en stuiptrekkingen, in de hoop op wonderbaarlijke genezing of visioenen. De overheid verbood toen de toegang tot het kerkhof en iemand schreef op de muur, misschien wel de eerste graffiti, “De par le Roi, défense à Dieu de faire miracle en ce lieu” (Van Koningswege is het God verboden op deze plek wonderen te verrichten). 

In dit bijzondere pand is sinds 1928 is Facchetti’s deli gevestigd

In het rustieke tuintje van de huidige kerk kunt u bijkomen van de vermoeienissen van de wandeling en het marktgedruis. Op het pleintje voor de kerk leuke terrassen voor de lunch alwaar je kunt genieten van een zeer bijzondere gestileerde gevel vol met plantenmotieven en dieren- afbeeldingen. Ze werden tussen 1929 en 1931, in opdracht van de eigenaar aangebracht door Adhigeri, een Italiaanse metselaar die gebruik maakte van het zogenaamde sgraffitoprocedé. Een laag geschraapt cement met effecten, waarin barokke tekeningen werden aangebracht. Sinds 1928 is hier Facchetti’s deli gevestigd. De handelaar wilde gewoon de mooiste gevel van de straat. De gevel behoort nu tot historisch erfgoed.

De hoek van de rue Mouffetard en de rue Pot de Fer 

Boven in de straat is het ook goed toeven op diverse terrasjes. Loop even de passage des Postes in op nummer 104 of aan de overzijde op nummer 101 de passage des Patriarches. Je waant jezelf in het hart van middeleeuws Parijs. Maak even een ommetje via de rue Jean-Calvin en de place Lucien-Herr, beplant met schitterende paulownia’s die in mei en juni met blauwe en roze bloemen de terrassen opvrolijken. De eettenten in de rue du Pot de Fer zijn van gemiddelde kwaliteit, zoals je die ook aantreft in het Quartier Latin maar geven de straat wel een levendig aanzicht. George Orwell beschreef deze straat als een ‘ravijn vol hoge, leproze huizen, gewijd aan goedkope dronkenschap. Er is niet veel veranderd. Op nummer 53 werd in 1938 nog een schat ontdekt bestaande uit 3351 goudstukken, die waarschijnlijk verstopt was door ene Louis Nivelle, stalmeester en raadsman van de Lodewijk XV. In die tijd had de schat een waarde van plus minus 16 miljoen oude Franse Francs. Sabine Bourgey schreef er een roman over: ‘Le trésor de la rue Mouffetard’.

De gevel van 'Au Nègre Joyeux'

Jammer genoeg is de fraaie gevel op nummer 12 beschadigd door vandalen of door tegenhangers van de vroegere slavernij. Afbeeldingen waarop een iets te blije zwarte man in gestreepte broek zijn bazin bedient met het ongeloofwaardige opschrift ‘Au Nègre Joyeux’ – bij de ‘gelukkige’ neger.

Parijs blijft de 'City of Love' - genieten op het terras van Café Delmas

Je bent aangekomen op de place de la Contrescarpe, vroeger het domein van legendarische clochards en marginalen. Inmiddels iets te fraai gerestaureerd, maar gelukkig zijn de historische paulownia’s gespaard gebleven. Het huidige café Delmas aan de zonkant van het plein, waar het overigens goed toeven is, was ooit het sjofele café La Chope waar Ernest Hemmingway delen van ‘A Moveable Feast’  schreef vrij vertaald ‘een Amerikaan in Parijs’. In dit boek beschrijft Hemingway de periode tussen 1921 en 1926; de jaren die hij samen met zijn eerste vrouw Hadley, hun baby Bumby en de kat F. Puss in Parijs doorbracht. In deze roman komt de lichtstad tot leven, doordat Hemingway ons laat meeproeven van de wijn, laat mee-eten van de oesters, mee-wedden bij de paardenraces en mee-hongeren om zelfdiscipline te leren. Zoals hij zelf zegt: “Dit is zoals Parijs toen was, in de dagen dat we erg arm en erg gelukkig waren”.  Hij woonde er vlak in de buurt in een armzalige flat, in de rue Descartes 39, die hij kon betalen uit het trustfonds van zijn echtgenote. De schrijver Paul Verlaine overleed in datzelfde pand in 1896. Nu is er een restaurant gevestigd met de originele naam; ‘La Maison de Verlaine’.

Het vroegere woonhuis van Paul Verlaine en Ernest Hemmingway


Marché Mouffetard, metrostation Monge

donderdag 17 augustus 2017

HET VERBORGEN PARIJS

In een van mijn Parijsboeken kwam ik de volgende zin tegen: "Parijs is een verleidelijke stad, die permanent wil worden bekeken en aandacht eist, en gezien wil worden door de ogen van een liefhebbende, verlangende en jaloerse minnaar". Ik moet bekennen dat ik zo naar mijn favoriete stad kijk. Altijd zoekend als een ware vrijbuiter, naar verborgen plekken, oases van stilte, onvermoede paradijsjes in anonieme straatjes, in miskende wijken, waar mijn fantasie het rijk alleen heeft. Op sommige van deze verschijningen ben ik voorbereid, maar de meeste charmante kleinigheden van Parijs ontdek ik toevallig. Op iedere willekeurige wandeling door de stad kom ik er waarschijnlijk tientallen tegen. Het is een klein wonder dat Parijs zo'n overvloed aan verborgen juweeltjes heeft kunnen bewaren, ondanks het verslindende moderne stadsleven. Het is zeker een compliment voor de smaak en geestkracht van de Parijzenaars.

Een verborgen juweeltje in het 20e arrondissement met tuinen vol met blauwe regen, rozen en geurende stefanotis

La Campagne à Paris
In het 20e arrondissement bezocht ik een unieke en ongewone plaats in Parijs. Een charmant volksbuurtje gelegen in de buurt van de Porte de Bagnolet ingesloten tussen de boulevard Maréchaud, rue Geo Chavez, rue du Capitaine Ferber en de rue Pierre Mouillard, totaal geïsoleerd van de rest van de stad. Drie straten gelegen, op een kleine heuvel, en elk bereikbaar met een betonnen trap voorzien van een hout-relief. Eind 19e eeuw waren hier de gipsgroeven die, nadat ze waren leeggehaald, werden opgevuld met de vrijgekomen grond voor de bouw van een deel van metrolijn 3, van metrostation Gambetta naar Republique. Op initiatief van Pastor Sully Lombard werd het grondgebied ter grootte van zo'n 15.800 m² 'bouwrijp' gemaakt voor sociale woningbouw. In 1907 wordt hiervoor een coöperatie opgericht en in de zomer van 1914 wordt de eerste tranche van 45 woningen opgeleverd. Door toedoen van de Eerste Wereldoorlog start de tweede fase pas in 1922. 

Hier herleeft het oude dorp Charonne van voor de annexatie door Parijs in 1860

Op 20 juni 1926 wordt de 'La Campagne à Paris', zoals het wijkje heet ingehuldigd. De huisjes zijn allemaal verschillend omdat ze zijn ontworpen door verschillende architecten. Voor die tijd voorzien van redelijke luxe zoals een badkamer, toilet, stromend water en met veel groen. 92 huisjes voorzien van prachtige luifels, idyllisch gelegen langs meanderende straatjes, met namen als rue Paul Strauss, rue Jules Siegfried en rue Irénée Blanc, met tuinen vol met blauwe regen, rozen en geurende stefanotis. Hier herleeft het oude dorp Charonne van voor de annexatie door Parijs in 1860. Een stukje platteland in Parijs. 
Verlaat je dit kleine paradijselijke stukje Parijs via de trappen aan het einde van de rue Irénée Blanc, via de place Octave Chanute en de rue du Capitaine Ferber kom je uit op de Place Edith Piaf met het bronzen standbeeld van een van de grootste chansonnières die Frankrijk ooit heeft voortgebracht. Helaas is de gekozen plek even armzalig als de jeugd die zij hier in deze wijk heeft gekend.
Metrostation: Porte de Bagnolet

92 Huisjes voorzien van prachtige luifels, idyllisch gelegen langs meanderende straatjes

Impasse des Deux-Néthes
Zomaar een doodlopende steegje in het dorp Clichy. Alle woorden zijn van toepassing, rustiek, landelijk, pittoresk en vervallen. Ooit droeg het de naam Impasse Antin maar het werd vernoemd naar de eigenaar van het grondgebied wiens eigendom door Haussmann in 1860 werd geannexeerd: Impasse Béranger en onderdeel werd van het 18e arrondissement. In 1877 kreeg het zijn huidige naam Impasse des Deux-Néthes. Dit maakte deel uit van een golf van herbenoemingen van straten waarbij straten de naam kregen van plaatsen in Elzas-Lotharingen. Het gebied dat Frankrijk na de Frans-Duitse oorlog van 1870 was kwijtgeraakt. De naam bevat in het Frans een spelfout, een accent aigu waar het een accent grave hoort te staan: Deux-Nèthes in plaats van Deux-Néthes maar aangezien de naam per decreet was vastgesteld liet men het maar zo. De Impasse ligt te midden van 19e-eeuwse lelijke hoogbouw die in dit deel van Parijs altijd nog zo'n € 6059 per m² doet. Na de sloop van enkele gebouwen aan het einde van de 20e eeuw is er in het midden een binnentuin ontstaan, het square des Deux Nèthes (hier is het wel goed) waarvan een wand gesierd wordt met een enorme graffiti voorstellend Abbé Pierre.

Impasse des Deux-Néthes, alle woorden zijn van toepassing, rustiek, landelijk, pittoresk en vervallen

Ik zou voor deze impasse niet speciaal een omweg maken maar het combineren als u toevallig 'Le Bal' bezoekt, gelegen in een doodlopend straatje een stukje verder, de Impasse de la Défense, aan de Avenue de Clichy. Hier is in september 2010 'Le Bal' geopend. Ooit een achteraf danszaaltje onder de naam Chez Isis, een bordeel, restaurant en feestzaal. Mede dankzij particulier initiatief getransformeerd in een centrum voor beeld- en fotodocumentatie. Een van de initiatiefnemers schijnt Magnum Photos Paris te zijn. Het fameuze fotopersbureau van Henri Cartier-Bresson. 'Le Bal' heeft ook nog een café met terras en een kleine boekwinkel. Hou er rekening mee dat Le Bal op maandag èn dinsdag gesloten is. Impasse de la Défense 6, métro place de Clichy.

De Cité des Fleurs is een oase van rust

La Cité des Fleurs
Als je nog steeds bewondering koestert voor Catherine Deneuve dan is La Cité des Fleurs tussen de rue de Clichy en nr, 59 van de rue de la Jonquière een 'must see' en niet alleen omdat Catherine Deneuve er is geboren! De Cité des Fleurs is een oase van rust. Deze 320 meter lange privéstraat midden in een drukke volksbuurt werd aangelegd in 1847. Links en rechts staan bomen en overal zie je fraaie gevels en charmante woningen, met mini-tuintjes. Volgens de overlevering waren huisbezitters hier ooit verplicht om in die tuin minimaal drie bomen te planten, vandaar de naam. Rijke industriëlen kochten hier een optrekje voor hun maîtresses. Je waant je hier op het platteland, kalmte, vogeltjes en vallende kastanjes in de herfst.. De straat is alleen overdag toegankelijk voor niet-bewoners. Ingang tegenover de avenue Clichy nummer 41. Het dichtstbijzijnde metrostation is Brochant.

Volgens de overlevering waren huisbezitters hier ooit verplicht om in die tuin minimaal drie bomen te planten

Galerie Argentine
Een passage die ik nog in geen enkel Parijsboekje ben tegengekomen is Galerie Argentine. Toevallig passeerde ik deze bijzondere passage op weg naar het Réservoir de Passy (zie ook mijn blog van 31 juli 2015). Aan de avenue Victor Hugo 111 ligt een decorstuk dat zo in de film 'Hugo' van Martin Scorsese zou passen. Een prachtig voorbeeld van de Parijse art-nouveau, ontworpen door Henri Sauvage en Charles Sarazin. Een statig gebouw met veel glas en ijzer, symmetrisch van vorm, met bij de ingang twee krachtige pilaren en hoge boogramen. De passage toont hoog en rank mede dankzij een loggia en een gebogen glazen dak, geheel gevat in metaal. Links en rechts, boven en onder, kleine winkeltjes. Het geheel een toonbeeld van eenvoud. De bouwvergunning voor de winkelgalerij werd in 1904 afgegeven op aanvraag van de Argentijn Mayol Senillosa. De oplevering vond plaats in 1907. De architect Henri Sauvage kennen we ook van het op renovatie wachtende warenhuis Samaritaine aan de oever van de Seine tegenover de Pont Neuf. La Galerie Argentine ligt verborgen in het 16e arrondissement.

Galerie Argentine: Een prachtig voorbeeld van de Parijse art-nouveau, ontworpen door Henri Sauvage en Charles Sarazin

La cour de Rohan
Via de rue Saint André des Arts (metro Saint-Michel) loop ik in westelijke richting. Bijna aan het einde van de straat aan de linkerkant loopt de deels overdekte, 18e eeuwse, cour du Commerce Saint-André, gebouwd in 1776 op een voormalige tennisbaan. Toen nog jeu de paume, de voorloper van tennis. Rechts de achterzijde van het oudste café van Parijs, Le Procope, geopend in 1686. Hier schonk een zekere Francesco Procopio dei Coltelli een nieuw, modieus drankje, dat men café noemde. Tegenover Le Procope bevindt  zich een poort (voie privé) en achter deze poort vindt u een drietal binnenplaatsen die u terug brengen naar voorbije eeuwen. La cour de Rohan met een toren nog intact, als onderdeel van de omwalling van Parijs, gebouwd door Philippe-Auguste. Hendrik II liet hier in de 16e eeuw huizen bouwen voor zijn maîtresse. Kunstschilder Balthus had hier 80 jaar geleden zijn atelier. De Cour de Rohan is het oude en verborgen Parijs. Door de volgende poort, met links en rechts een 'pas-de-mule': Stenen bedoeld om gemakkelijk een paard te kunnen bestijgen. Het derde binnenhofje met een oude put omgeven door elegante huizen. Het lijkt of de tijd hier voor altijd stil is blijven staan, alles ademt hier geschiedenis. La cour de Rohan ligt verborgen in het 6e arrondissement.

De Cour de Rohan is het oude en verborgen Parijs

Cimetière des chiens
Voor het laatste stukje 'verborgen Parijs' maken we een klein zijsprongetje naar een buitenwijk van Parijs, namelijk naar Asnières sur Seine.  Aan de noordwestkant van Parijs, langs de Seine, ligt het oudste dierenkerkhof ter wereld. Ik moet u eerlijk bekennen, zelfs ik kende deze plek niet. Het was dan ook letterlijk en figuurlijk hondenweer toen ik een bezoek bracht aan het 'Cimetière Animalier' beter bekend als het 'Cimetière des Chiens'. Het hele weekend regende het al pijpenstelen en ik besloot het kerkhof te bezoeken op mijn terugweg naar huis. Je kunt het beste metrolijn 13 nemen naar het metrostation Gabriel Péri - Asnières Gennevilliers.

Marquise en Tony; de honden van prinses Lobanof

De dierenbegraafplaats ligt op loopafstand van het metrostation, onder de Pont de Clichy op een langgerekte strook direct aan de Seine. Dit kerkhof, een initiatief van de Parijse journaliste en dierenliefhebster Marguerite Durand, bestaat al sinds1899. In het begin was dit het dierenkerkhof voor de Parijse elite, niet alleen voor huisdieren, waaronder honden en katten, maar ook voor konijnen, paarden en ezels. In 1958 werd hier het veertigduizendste kadaver ten grave gedragen.

Het graf van de bekendste TV-hond; Rin Tin Tin

Onder het merendeel van de grafstenen liggen echter honden begraven, waaronder de bekendste TV-hond (na Lassie) Rin Tin Tin.  Een plaquette herdenkt Barry, de Sint Bernardshond, die zelf tragisch om het leven kwam tijdens een reddingsoperatie waarbij hij 40 mensenlevens redde. Een andere getuige van de relatie tussen mens en dier is het monument, opgericht in 1912, ter nagedachtenis aan alle politie reddingshonden, waaronder Dora en Papillon, omgekomen bij het uitvoeren van hun plicht. Vertederend is het graf van de kat Kroumir, van de beroemde Franse journalist en politicus Henri De Rochefort, waarvan verteld wordt dat ze uit verdriet vier dagen na haar meester stierf. Ik hoop dat ik je tot een bezoek kan verleiden want ik heb tenslotte niet voor niets twee uur in de stromende regen staan fotograferen, schuilend onder een grote paraplu. Door en door nat, maar het was en is zeker de moeite van een bezoek waard.

En hier rust 'Plume'


Openingstijden 10.00 uur tot 16.30 uur (zomers tot 18.00 uur) Entree € 3,50 inclusief plattegrond. Gesloten op maandag en feestdagen.

woensdag 9 augustus 2017

HET NIEUWE PARIJS

"Sneller dan het hart van een sterfelijke verandert de stad, het oude Parijs is verdwenen"; Aldus treurde Baudelaire in de 19e eeuw - en zo horen we nostalgische mensen tot op de dag van vandaag klagen. Echter, in de loop der eeuwen stapelden de gebouwen zich in Parijs op als een gigantische puzzel. Elke wijk, elk bouwwerk draagt de sporen van voorbije tijden en levert een bijdrage aan de toekomst. De Franse hoofdstad is absoluut geen museumstad meer. De nieuwe architectuur van de stad getuigt van respect voor het verleden én van bruisende creativiteit. Prachtige voorbeelden zijn de plannen omtrent de revival en de verbouwing van het in 2005 gesloten warenhuis La Samaritaine, een project van het Japanse bureau Sanaa. De herinrichting van het Forum des Halles, de nieuwe Philharmonie de Paris van Jean Nouvel en de Fondation Louis Vuitton, een schepping van Frank Gehry, aan de rand van het Bois de Boulogne. Jawel, Parijs laat mensen nog altijd dromen!

Het nieuwe Paleis van Justitie een schepping van Renzo Piano

Tussen nu en 2018 moeten verschillende torens verrijzen. La Tour Triangle ontworpen door het Zwitserse architectenduo Herzog & de Meuron komt in het hart van het Parc des Expositions (15e arrondissement) te staan. De Tour Duo van de hand van Jean Nouvel bekent onder de projectnaam BA/3 (13e arrondis- sement).  En dan is er nog het 160 meter hoge Cité Judiciaire (17e arrondissement), dat onderdak biedt aan een groot aantal rechtbanken. Het verleden heeft voor goede fundamenten gezorgd en Parijs blijft groeien maar nu ook in de hoogte.
 
Het nieuwe Paleis van Justitie
Juist dit gebouw, ontworpen door de Italiaanse architect Renzo Piano (die van het Centre George Pompidou), gaat zorgen voor 'Haussmannsiaanse' verschuivingen in het hart van Parijs. Afgelopen juni 2017 is in de wijk Clichy-Battignoles het nieuwe 'Tribunal de Grande Instance de Paris', het TGI in gebruik genomen. Het hooggerechtshof van Parijs. Wederom een iconisch gebouw; de een vindt het spuuglelijk de ander een architectonisch hoogstandje. Het uiterst transparante 'glazen' gebouw, 160 meter hoog, bestaat uit een speelse vorm van vier in terrasvorm gestapelde glazen blokken, ieder ter hoogte van een traditioneel Parijs gebouw, met in totaal 38 verdiepingen, waar 9000 mensen werkzaam zullen zijn. "Door gebruik van nieuwe technieken kunnen we licht glas gebruiken, waardoor het gebouw 'transparant' wordt. Door deze hoogbouw winnen we ruimte voor groen, voor parken en pleinen"; aldus de architect. Het gebouw beschikt over daktuinen met een totale oppervlakte van 10.000 m², volgeplant met eiken, dennen en struiken en is daarmee de grootste groene oase in de buurt en zorgt voor recuperatie van het regenwater. Daarbij is het de meest energiezuinige kantoortoren van Parijs met een verbruik van 75 KwhEP per vierkante meter per jaar maar ook het meest veilige. Beveiligd tegen terroristische aanslagen en beglazing met kogelvrij glas.

De gebruikers; rechters, advocaten, politieagenten en gendarmes, ambtenaren van het gevangeniswezen, administratie en andere diensten. Twintig verschillende rechtbanken waaronder het Hoog Gerechtshof, de politierechtbank, de jeugdrechtbank en andere rechtbanken krijgen de beschikking over 90 rechtszalen. De 'Cité Législative' gevestigd aan de avenue de la Porte de Clichy 15 heeft een oppervlakte van 104.000 m². 

Het nieuwe Parc Clichy Batignolles Martin-Luther-King, vernoemd naar de Amerikaanse dominee en activist voor burgerrechten

Het nieuwe Parijs
Wat we ons niet realiseren is dat dit een van de grootste volksverhuizingen en leegstand in Parijs te weeg brengt. Al deze diensten zijn nu gevestigd in verouderde en te kleine gebouwen op het Île de la Cité. Want niet alleen het oude 'Palais de la Justice' komt leeg te staan, maar ook het beroemde hoofdbureau van politie aan de quai des Orfèvres 36, de 'werkplek' van commissaire Maigret en het Huis van de Orde van Adcvocaten, het MODA.
Zij verhuizen naar een nieuw stukje Parijs dat al sinds 2002 in ontwikkeling is en waar u hoogstwaarschijnlijk nog niets van heeft gehoord: Het Parc Clichy Batignolles Martin-Luther-King, vernoemd naar de Amerikaanse dominee en activist voor burgerrechten. In Parijs is dit mega project beter bekend als het Clichy-Batignolles project. Het totale project omvat een gebied van 54 hectare (de grootste bouwplaats in Parijs) met een grote centrale groene ruimte van 10 hectare. De eerste tranches zijn reeds afgerond, omgeven door 3400 woningen voor 6500 inwoners, 140.000 m² kantoren waarvan 104.000 m² voor het nieuw Paleis van Justitie en 36.000 m² ten behoeve van cultuur en recreatie. 12.700 arbeiders werken aan dit project.

 Met zijn 10 hectare is dit park het achtste grootste park in Parijs

Het project wordt ontwikkeld op een gedeelte van een enorm spooremplacement van de SNCF dat in directe verbinding staat met het station Saint Lazare. Dit deel vormde vroeger een onderdeel van de 'Petite Ceinture'. Zo rond 1850 werd besloten om een spoorbaan aan te leggen langs de toenmalige stadsgrenzen van Parijs. De 'Chemin de fer de Petite-Ceinture', voorloper van de metro, maar dan grotendeels bovengronds. Meer dan 160 jaar later bestaat het grootste deel van het traject nog steeds. Vroeger stond hier het station Batignolles, geopend op 2 mei 1854, als onderdeel van de Auteuil-lijn. Het vormde een directe verbinding met Versailles. Niet lang daarna werd het weer afgebroken om plaats te maken voor een houten gebouw, om later weer herbouwd te worden op de hoek van de boulevard Pereire met een brug naar de rue Cardinet. Het  station opende op 15 mei 1922 en kreeg de naam Pont Cardinet. In 1996 wordt de Auteuil-lijn opgeheven en vervangen door een busdienst. Een deel van de gebouwen op het emplacement; La Forge, werd gerehabiliteerd en opgenomen in het 10 hectare grootte park. 

Er is genoeg ruimte voor recreatie; beschutte laantjes, overal banken en houten ligstoelen voor de zonaanbidders.

Het nieuwe park kent verschillende ingangen:
Rue Cardinet 151 en 147, zuid
Rue Bernard Buffet 9, noordoosten
Rue Gilbert Cesbron 36 , noorden - nog ongeopend
Boulevard Berthier, noordwesten

De eerste ideeën van de hand van landschapsarchitect Jacqueline Osty, omtrent dit duurzame park, zagen het daglicht zo rond 2002. In 2004 is men begonnen met de bouw. Doelstelling: Een park dat energie neutraal is en nauwelijks uitstoot heeft van CO2. De publieke gebouwen, 'La Forge' bijvoorbeeld, zijn voorzien van een zonne-energiecentrale die het water verwarmt van de sanitaire voorzieningen en het complete park van licht voorziet. De eerste fase van het park, 4,3 hectare groot, werd geopend in 2007. Op 18 april 2014 werd het park uitgebreid met nog eens 2,2 hectare. De totale kosten worden geraamd op 22 miljoen euro. Eind 2017 moet het gehele park klaar zijn en is dan met zijn 10 hectare het achtste grootste park in Parijs.


Eenmaal in het park valt je onmiddellijk de bijzondere architectuur op van de omliggende gebouwen

Het beste stap je uit bij het metrostation Porte de Clichy (lijn 13) aan de drukke boulevard Berthier. Voor een mooie wandeling neem je de ingang aan de rue Bernard Buffet, een zijstraat van de Avenue Clichy (de 2e zijstraat rechts nadat u onder de spoorbrug door bent gegaan). Let op, na de spoorbrug meteen de 1e zijstraat. Eenmaal in de rue Bernard Buffet valt je onmiddellijk de bijzondere architectuur op van de omliggende gebouwen. Een stedelijke ontwikkeling bedoeld als atletendorp voor de Olympische Spelen van 2012, die uiteindelijk niet naar Frankrijk gingen, maar naar Groot Brittannië.

Tussen de grassen een indruk- wekkende glazen plaquette als herinnering aan de 11.000 Joodse kinderen, gedeporteerd uit Frankrijk tussen 1942 en 1944


Je komt meteen in een prachtig en modern aangelegd park, met 624 bomen, 5600 struiken, planten en 47.000 bloembollen. Verdeeld in drie thema's: Water, sport en recreatie. In de lente en zomer bloeien hier de magnolia's, kersen- en appelbloesem. Kornoelje en Judasbomen zorgen voor een heerlijke geur. De eikenbomen geven de herfst kleur als een soort van 'Indian Summer'. 

Ook water speelt een belangrijke rol in het park. Grote waterpartijen waarvan een bassin groter dan 2900 m² voor de opvang van regenwater dat weer gebruikt wordt voor irrigatie van het gehele park. Er is genoeg ruimte voor recreatie; een grote kinderspeelplaats, skatebanen en een basketbalveld. Beschutte laantjes, overal banken en houten ligstoelen voor de zonaanbidders. Tussen de grassen een indrukwekkende glazen plaquette als herinnering aan de 11.000 Joodse kinderen, gedeporteerd uit Frankrijk tussen 1942 en 1944. Weggevoerd naar Auschwitz en nooit meer teruggekeerd. Velen van hen kwamen uit het 17e en 16e arrondissement. Stilstaan bij deze plek is nog beklemmender door het geluid op de achtergrond van alle spelende kinderen.

Aan het einde van de waterpartij, majestueuze trappen die leiden naar een groot terras, van waaruit je weer een prachtig uitzicht heeft over het gehele park, de overblijfselen van de Petite Ceinture en het nieuwe Tribunal de Grande Instance de Paris, TGI. Loop vooral door naar de uitgang van het park aan de noodwestzijde aan de boulevard Berthier. Rechts zie je kleine volkstuintjes, een van de speerpunten van de huidige burgemeester van Parijs; Anne Hidalgo, om de vergroening van de stad te bevorderen. Een mooi contrast tussen de hypermoderne hoogbouw. Overal in het beton ingegoten spoorrailsen die herinneren aan de vroegere functie van het park. Vlakbij de uitgang naar de boulevard Berthier een indrukwekkend kunstwerk van de Engelse kunstenares Diane Maclean; 'Open Book'. Dit kunstwerk is een geschenk van Hare Majesteit Koningin Elizabeth II, Koningin van Groot Brittannië aan de stad Parijs als teken van vriendschap. Gemaakt van roestvrij staal met daarin rood spiegelend glas. Aan de zijkant een plaquette met de woorden "Un livre ouvert que nous ecrivons ensemble" - Een open boek door ons gezamenlijk geschreven. Het monument werd, weliswaar op een andere plek; de place Lepine op het Île de la Cité, onthuld door Hare Majesteit zelf op 7 juni 2014 in het bijzijn van President Hollande. Pas in 2016 heeft het een vaste plek gekregen in het parc Martin-Luther-King. Wanneer de gehele fase is afgerond, verwachting eind 2017, dan krijgt dit project ook nog een aansluiting op metrolijn 14 met een nieuw metrostation Cardinet.

Vlakbij de uitgang naar de boulevard Berthier een indrukwekkend kunstwerk van de Engelse kunstenares Diane Maclean; 'Open Book'.

Een masterplan voor Lutetia
Inmiddels hebben de Franse architect Dominique Perrault, die wij weer kennen van onder andere de Bibliothèque de France in de Parijse wijk Tolbiac en Phillippe Bélaval, de voorzitter van het Centre des Monuments Nationaux (CMN) een masterplan gepresenteerd om Parijs weer een nieuw hart te geven. 14 miljoen bezoekers brengen jaarlijks een bezoek aan de Île de la Cité met als hoogtepunten de kathedraal met zijn vuurspuwers, de Notre Dame, de prachtige glas in lood ramen van de Sainte Chapelle en niet te vergeten de Conciërgerie en de archeologische crypte. De opdracht door de toenmalige President Hollande was om met een concreet plan te komen voor een volledige herontwikkeling van het door Baron Haussmann ontworpen eiland, tevens erkend als werelderfgoed door de Unesco. En u begrijpt, er is nu al een storm van protest ontstaan over het 56 pagina's tellende document met 35 voorstellen. Woorden als megalomane plannen, Hidalgonistische opvattingen, verwijzend naar grootheidswaanzin van de burgemeester van Parijs Anne Hidalgo en het vernietigen van cultureel erfgoed. Toegegeven het is slikken maar als je ziet hoe een stad als Parijs al jaren omgaat met haar cultureel erfgoed dan gaat dit zeker goedkomen. Tegenstanders heb en hou je altijd maar om met Hidalgo te spreken; "We leven niet in een museum". 

 Het 'Masterplan' voor de herinrichting van het Île de la Cité

De nieuwe plannen moeten in twee fases worden gerealiseerd. De eerste fase in voorbereiding op het hosten van de Olympische spelen 2024 in Parijs en de Wereld Expo van 2025. De tweede fase moet gerealiseerd worden tussen 2025 en 2040.
Het Île de la Cité is slechts 22 hectare groot en het is uitgesloten dat hier nieuwe gebouwen kunnen worden toegevoegd. Dit houdt in dat de bestaande gebouwen; het Paleis van Justitie en het hoofdbureau van Politie, die nu leeg komen te staan, een nieuwe publieke functie gaan krijgen. Ook over het voortbestaan van het ziekenhuis Hôtel de Dieu moet worden nagedacht. Op het eiland wonen slechts een paar duizend inwoners. Slechts 650 van de 1800 huizen zijn koopwoningen en 300 hiervan worden gespot op de website van Airbnb. Het eiland is nu slechts een doolhof van administratieve burchten en monolithische blokken. "Het leven hier op dit eiland is kunstmatig en de plaats Lutetia moet heruitgevonden worden", aldus Philippe Bélaval.

De hoofdrolspelers: vlnr Philippe Bélaval - Président du Centre des Monuments Nationaux, Audrey Azoulay - voormalig Minister van Cultuur, François Hollande - voormalig President, Jean-Pierre Weiss - Président de la Conférence, Anne Hidalgo - Burgemeester van Parijs, Dominique Perrault - architect - Photo: Mairie de Paris

Het eiland moet door de tijd volledig autoluw gemaakt worden, aansluitend aan het verkeersvrij maken van de rechteroever van de Seine. De publieke ruimtes krijgen een eenduidige uitstraling door standaardisatie van de vloeren, straatmeubilair, bewegwijzering en verlichting. Gevestigde instellingen worden met elkaar verbonden door ondergrondse galerijen. Zeventien binnenplaatsen binnen de belangrijkste monumenten worden voorzien van glazen overkappingen zoals wij die kennen van het Musée du Louvre. Zeven in het Paleis van Justitie, twee in het hoofdbureau van Politie, vier in het Hôtel de Dieu en de overigen in het gebied van de Notre Dame. De huidige bloemen- en vogeltjes markt krijgt een grote centrale kas van meerdere verdiepingen geïnspireerd op het 'Crystal Palace', ooit gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1851 in London.  
  
 De nieuwe invulling van de quai de Montebello - Photo: Mairie de Paris

Aan de quai de Montebello komt een aanlegsteiger voor rondvaarten en de Seine aan de kant van de Notre Dame wordt voorzien van nieuwe drijvende platforms die geschikt zijn voor een zwembad, café's, restaurants, concertzalen en andere activiteiten. Twee nieuwe loopbruggen zorgen voor een verbinding tussen het eiland en de rechteroever, ter hoogte van de quai de la Mégisserie, en de linkeroever tussen de quai des Orfèvres 36 en Saint Michel. Het is duidelijk dat er na 2040 geen autoverkeer meer zal plaatsvinden, met uitzondering van openbaar vervoer en politievoertuigen. Het meest spectaculaire onderdeel van het plan is om het voorplein van de Notre Dame te voorzien van een vloer van metaal en glas, 135 meter lang en 100 meter breed,  waardoor de archeologische crypte in natuurlijk daglicht zal baden en duidelijk zichtbaar wordt van bovenaf. 

Het meest spectaculaire onderdeel van het plan is om het voorplein van de Notre Dame te voorzien van een vloer van metaal en glas - Photo: Mairie de Paris

De vraag is nu, draait Baron Haussmann zich om in zijn graf, of wordt er opnieuw geschiedenis geschreven?

Place de la Lutèce met op de voorgrond het Paleis van Justitie met de Sainte Chapelle en daarboven het Hoofdbureau van Politie met de nieuwe overkapping - Photo: Mairie de Paris

woensdag 2 augustus 2017

DE MARAIS: LA SOCIÉTÉ DES CENDRES

Ochtendgloren; Jacques Dutronc schreef er een chanson over, 'Il est cinq heures, Paris s'éveille'. Elke ochtend, ook op zondag, word je gewekt door de dynamiek van de stad. De schoonmakers in hun gifgroene lichtgevende pakken, ontworpen door de Franse modelegende Pierre Cardin, zijn al druk in de weer. De straten van Parijs worden gereinigd door water uit de riolering langs de goten te laten stromen, gekanaliseerd door strategisch geplaatste hoopjes vodden. Een inventief systeem. Het is tijd om op te staan want er is niets mooier dan wandelen in Parijs op een zondagse zomerochtend. 'Paris Respire', Parijs komt op adem. Iedere zondag van 10 uur tot vijf uur in de namiddag zijn veertien gebieden in de stad verboden voor het autoverkeer en uitsluitend voorbehouden aan wandelaars en fietsers.

In de rue des Rosiers, op nummer 10, ontdek ik een poort die toegang geeft tot één van de meest verborgen tuinen van de Marais

Deze zondag, keer ik terug naar het stadsdeel dat aan de grote urbanisatieslag van de jaren zestig ontsnapte, dankzij de vooruitstrevende cultuurminister André Malraux. Gezien de historische waarde van de Marais koos hij voor restauratie in plaats van sloop. De Marais heeft iets tegenstrijdigs. Aan de ene kant de architectonische traditie die goed werd vastgehouden, zodat de wijk uitblinkt in rijk bewerkte poorten met indrukwekkende binnenplaatsen en prachtige gevels met reliëfwerk. De oorspronkelijke straatnamen nog in steen gehouwen met daaronder de officiële blauwe bordjes.

Een klassieke gevel trekt bij mij de aandacht met het volgende opschrift: 'Fonderie d'or et d'argent traitement des cendres essais et analyses'. 

Daar tegenover staat de mening van de Parijzenaar; "de Marais is zichzelf niet meer". Het is niets dan façadisme: de gevels zijn blijven staan, maar daarachter is alles nieuw. Het is er ingericht op snel en veel geld verdienen. De prijs per vierkante meter behoort tot de hoogste van Parijs en de koffie op de terrasjes is navenant duur. Toch zijn er nog steeds plekken waar de stilte heerst. Van oudsher is dit de wijk waar welgestelden en armen door elkaar wonen. In de 16de en 17de eeuw liet de hofadel hier zijn stadspaleizen bouwen; oases in een woelige stad. Nu is de Marais een favoriete bestemming voor toeristen bij wie het geld in de zakken brandt. Ja, de Joden met keppeltjes of mooie deukhoeden zie je nog steeds in de Rue des Rosiers en omgeving. In de buurt van de Rue Sainte-Croix de la Bretonnerie wandelen veel homostellen. Daarom is het zo heerlijk wandelen op zondag, vroeg in de ochtend in de Marais. Vrijwel lege straten, geen autoverkeer, bijna geen tourist te bekennen, en de echte bewoners van de wijk koesteren zich in de ochtendzon of hebben tijd voor een praatje midden op straat. Links en rechts hoor je het oprollen van de stalen luiken voor de winkels. De Marais ontwaakt.

Honderden vakmensen werkten drie jaar lang om het pand in zijn oude glorie te herstellen
Photo: Peter & Associates Audat - S.ARL architectuur 

In de rue des Rosiers, op nummer 10, ontdek ik een poort die toegang geeft tot één van de meest verborgen tuinen van de Marais, in het hart van een blok imposante gebouwen. Ga je de poort door, dan betreed je een andere wereld. Weelderig en afgelegen, deze groene oase geboren uit het samenvoegen van drie particuliere tuinen van  prachtige stadspaleizen daterend uit de zeventiende eeuw: Hôtels Coulanges, Barbes en Albret. Ooit woonden hier de burgers die geen cent te verteren hadden en die zich voor hun veiligheid nestelden onder de vleugels van de orde van de Tempeliers. De tuin opgericht in 2007 en voltooid in 2014 draagt de naam van Jozef Migneret (1888-1949), directeur van de 'l'Ecole des Hospitalières-Saint-Gervais', de eerste joodse school in Parijs. In juli 1942 hadden de razia's van de Vel d'Hiv, uitgevoerd door de Parijse politie, ernstige gevolgen voor de leerlingen en leerkrachten van deze school. De meeste kinderen en hun ouders werden gedeporteerd naar Auschwitz. 165 Studenten van deze school zijn daar omgekomen. Met gevaar voor eigen leven verborg Migneret in zijn eigen gehuurd appartement in de buurt van rue du Temple 71, meer dan twee jaar een aantal studenten en voorzag vele joden van valse papieren. Op 28 maart 1990 ontving hij hiervoor postuum de Yad Vashem-onderscheiding.

Het is met name te danken aan de visie en initiatief van Berndt Hauptkorn, CEO van Uniqlo Europe, dat dit unieke pand in zijn geheel is gerestaureerd - Photo: Peter & Associates Audat - S.ARL architectuur

Een hoogoven in het centrum van Parijs
In de tuin zie ik een industrieel pand met een opvallende hoge schoorsteen, een gebouw dat je zeker niet verwacht in deze historische omgeving. Tijd om op ontdekking te gaan en neem de andere uitgang bij het Hôtel de Coulanges, rue des Francs-Bourgeois 35 -37. Naast de uitgang, op nummer 39 trekt een klassieke gevel de aandacht met het volgende opschrift: 'Fonderie d'or et d'argent traitement des cendres essais et analyses'. Ik sta voor een van de laatste overblijfselen uit het industriële  tijdperk van de Marais; 'La Société des Cendres'. Een vennootschap voor de verwerking van as. Een fabriek voor het terugwinnen van edelmetalen. Opgericht in 1859 door Alexis Falize, een specialist in het gebruik van emaille en later een beroemde juwelier in Parijs, tijdens het Tweede Keizerrijk.  Samen met Jules Chaize, Eugène Fontenay en Frédéric Boucheron kwam hij op het idee om een coöperatie op te richten om goud, platina en zilver terug te winnen uit afvalstoffen van de vele juweliers in de stad. Hiertoe verwierf de coöperatie in 1866 een stuk grond in de rue des Francs-Bourgeois. Al snel groeide de coöperatie, waarvan de klanten tevens aandeelhouders werden, uit tot zo'n 500 leden. Goudsmeden, tandartsen, fotografen en graveurs wilden allemaal toetreden tot 'La Société des Cendres'. Tot het midden van de negentiende eeuw werd deze activiteit toevertrouwd aan professionals. Maar de Parijse goudsmeden en juweliers vonden de dienst al snel te duur en besloten zich aan te sluiten bij de cooperatie van Alexis Falize.

Het is niet vreemd als de naam Uniqlo u niets zegt. In heel Europa heeft de modeketen nog geen dertig filialen

Het was een komen en gaan van ambachtslieden met zakken vol met daarin afvalstoffen, verzameld in voorgaande maanden. Soms wel 50 tot 500 kilogram. Onder eigen toezicht werd het afval verbrand in een grote oven, de as verpletterd onder een stoomwals, fijngemalen, gezeefd en gewassen. Daarna werd de as behandeld met kwik en verwarmd. De achtergebleven resten vloeibaar goud, zilver en platina werden vervolgens gegoten tot staven en weer teruggegeven aan de leden van de coöperatie. Een zak van 50 kilo leverde zo'n 250 gram puur edelmetaal op. De fabriek is zelfs operationeel gebleven tot 2002. Daarna verhuisde de 'Société des Cendres' naar Vitry-sur-Seine (Val-de-Marne) en werd omgezet in een handelshuis voor tandheelkundige protheses en orthodontie.

La Société des Cendres; een nieuwe must see in de Franse hoofdstad

Het pand stond leeg tot 2011 tot dat het Japanse kledingmerk Uniqlo op zoek was naar een tweede vestiging in Parijs. Het is niet vreemd als de naam Uniqlo u niets zegt. In heel Europa heeft de modeketen nog geen dertig filialen. Maar moederbedrijf Fast Retailing – waar ook de Franse keten Comptoir des Cotonniers en het Amerikaanse jeanslabel J Brand onder vallen – is de op drie na grootste modeverkoper ter wereld, en Uniqlo is met meer dan 1.600 filialen in 17 landen veruit het grootste merk van de groep; ruim de helft van die winkels zit in Japan.

Uniqlo flagship store, een van de mooiste winkels in de Marais 

Het is met name te danken aan de visie en initiatief van Berndt Hauptkorn, CEO van Uniqlo Europe, dat dit unieke pand in zijn geheel is gerestaureerd en omgebouwd tot een van de mooiste modewinkels in de Marais. Honderden vakmensen werkten drie jaar lang om het pand in zijn oude glorie te herstellen. De dertig meter hoge schoorsteen, centraal in het pand, werd in zijn geheel opnieuw opgebouwd. De grond werd gereinigd, het metalen framewerk in zijn oude glorie hersteld en weer zichtbaar gemaakt. Het glazen dak werd weer in zijn oude glorie hersteld. Een miljoenen operatie onder leiding van het architectenbureau Pierre Audat, onder toezicht van de Franse Rijksgebouwendienst. Het preserveringsplan van André Malreaux in Parijs bleek nog altijd van kracht. Op 25 april 2014 werd het pand opengesteld voor het publiek. Vijf jaar na de opening van de eerste flagship store in Parijs in het Opéra district. Een deel van de machines en gereedschappen voor de terugwinning van de edelmetalen worden tentoongesteld in een klein museum in de kelder van dit magistrale pand. Korte filmpjes vertellen de historie van dit stukje uniek industrieel erfgoed in Parijs. Een nieuwe must see in de Franse hoofdstad.