Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

woensdag 26 juli 2017

CITÉ FLORALE EEN BETOVERD STUKJE PARIJS

Tot het einde van de negentiende eeuw was verreweg het meest geïndustrialiseerde deel van de stad te vinden langs de oevers van de Bièvre. De Bièvre, een Frans riviertje, 36 kilometer lang, ontspringt in Guyancourt (Yvelines) en mondt uit in het centrum van Parijs in de Seine, ter hoogte van de Pont d'Austerlitz. Sinds 1912 is de rivier in het 5e en 13e arrondissement van Parijs helemaal overdekt en maakt hij deel uit van het riolennet. Wie dit deel van de stad tegenwoordig bezoekt heeft geen idee dat er een rivier onder zijn voeten stroomt.

Sinds 1912 is de Bièvre in het 5e en 13e arrondissement van Parijs helemaal overdekt en maakt hij deel uit van het riolennet

De Romeinen bouwden in de oudheid al een aquaduct aan haar oever om het water naar de stad te kunnen leiden. Monniken van abdij Saint-Victor, niet ver van de Seine, gebruikten vanaf de 11e eeuw het water voor hun graanmolens. Later in de Middeleeuwen lieten zij zelfs twee kanalen haaks op de Bièvre graven. De aanleg van dijken en dammen zorgde tenslotte voor het ontstaan van twee rivierarmen. De oorspronkelijke loop werd de Bièvre Morte (dode), de tweede de Bièvre Vive (levende) genoemd. Vroeger waren hier weilanden, die geregeld door de rivier werden overstroomd. ’s Zomers graasden er kudden, ‘s winters kwamen de Parijzenaars hier schaatsen en werd er ijs uitgehakt en bewaard om levensmiddelen te koelen. In 'Alleen op de Wereld' liet Hector Malot zijn Rémi al langs de oevers van de Bièvre wandelen. Ook Victor Hugo beschreef de rivier in zijn dichtbundel 'Herfstbladeren'. Deze idyllische verhalen uit de 19e eeuw zijn als echo’s uit vervlogen tijden.

De Cité Florale bestaat uit vijf straatjes en een pleintje

Ondertussen werden er op de oevers abattoirs, ververijen en leerlooierijen aangelegd, die voor ernstige vervuiling zorgden. Die toepassingen verpestten de Bièvre volledig en maakten er een bron van epidemieën van, omdat het water ernstig werd vervuild. Ten tijde van de grote stadsvernieuwingen van Haussmann, eind 19e eeuw, werd dan ook rigoureus ingegrepen en verdween de Bièvre volledig uit het stadsbeeld en werd opgenomen in het Parijse rioolstelsel of begraven onder beton.

Een oase van rust en groen, een betoverend stukje Parijs

Weinigen weten dat in dit gebied een van de mooiste stukjes Parijs te vinden is, een oase van rust en groen, een betoverend stukje Parijs. De Parijzenaar kan het zelf zo mooi zeggen “un petit bout de campagne caché”. In het 13e arrondissement, tussen parc Montsouris en place de Rungis ligt de Cité Florale Het bestaat uit 5 straatjes en een pleintje, naast de Place de Rungis, ingeklemd tussen de Rue Boussingault, de Rue Brillat-Savarin en de Rue Auguste-Lançon. Een kleine enclave die voor de gehaaste mens onzichtbaar blijft, maar een schat aan onverwachte schoonheid in zich bergt. Door de beschermde ligging heeft het haar karakter gelukkig kunnen behouden. Het werd in 1928 aangelegd in de vorm van een driehoek op de plaats waar vroeger de weilanden regelmatig door de Bièvre onder water werden gezet. 

Er heerst een plattelandssfeertje waar de lage huisjes een bitse strijd voeren tegen de moderne hoogbouw

De straten hebben prachtige namen zoals de rue des Orchidées met mooie art-decohuisjes. De rue des Glycines (de Blauweregenstraat), met een klein pleintje overschaduwd door een grote kersenboom. De rue des Liserons (de Windestraat) kleine huisjes die schuil gaan achter de klimop en de rozenstruiken. De rue des Volubulis (Eveneens een soort winde onder de naam 'Morning Glory'), de rue des Iris (Irisstraat) en de square Mimosa (het mimosapleintje) De meeste huizen zijn uit baksteen opgetrokken, verschillend van tint, en hebben allemaal hun eigen tuintje. Er heerst een plattelandssfeertje waar de lage huisjes een bitse strijd voeren tegen de moderne hoogbouw.  Slenter er rustig rond, kijk om je heen en geniet van de rust en charme.

Kleine huisjes die schuil gaan achter de klimop en de rozenstruiken

TIP: Laat je leiden door een gids over de bedding van de Bièvre en ontdek het rijke architecturale erfgoed. Voor meer informatie over de rondleidingen door 'Paris Capitale historique', klik hier. Prijzen vanaf € 22 per persoon.


In het zuiden van Parijs bevindt zich nog een van mijn juweeltjes. Enkele minuten verwijderd van de drukte van Montparnasse ligt het tweede grootste park van Parijs. Aangelegd in de tijd van Haussmann ligt hier een van de best bewaarde geheimen van Parijs: Parc Montsouris. Een park als een Engelse tuin, met glooiende hellingen, golvende paden die bij elke bocht weer onverwacht zicht geven op valleitjes, rotspartijen, balustrades, water en prachtige "lawns". Bijna ongemerkt verborgen achter grote bomen of langs hoge wallen loopt verdiept in de grond het regionale netwerk van de RER (ligne B) over de oude spoorlijnen van de Petite Ceinture en de ligne de Sceaux.

De Cité Internationale Universitaire

Door het park loopt ook de monumentale meridiaan van Parijs. 135 Ronde koperen plaatjes, een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, als eerbetoon aan de astronoom en wetenschapper Francois Arago. Journalist en schrijver Philip Freriks heeft alle koperen plaatjes in kaart gebracht en omschreven in zijn boek; "Het spoor van de Monumentale Meridiaan". Volgens dit boek zijn de plaatjes nrs. 15 t/m 20 te vinden in het park.

Op deze prachtige groene campus wonen en leren 5500 studenten uit 130 verschillende landen

Aan de overkant van het park, zeker niet vergeten, ligt de Cité Internationale Universitaire. Op deze prachtige groene campus wonen en leren 5500 studenten uit 130 verschillende landen. Ze wonen in gebouwen die ook het internationale karakter van de universiteit uitstralen; het Huis van Zuidoost Azië, het College van Spanje, het Huis van India, het Zwitserse paviljoen (gebouwd door Le Corbusier) etc. De tuin is vrij toegankelijk en zeker de moeite van een bezoek waard.

De rue Nansouti, met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie

De betovering van de tuin en het park strekt zich ook uit tot de omliggende straten, impasses en villa's. Aan de westzijde van het park, aan de rue Nansouti, kleine straatjes met prachtige woningen begroeid met wilde wingerds, blauwe regen en kamperfoelie; rue du Parc Montsouris, rue Georges Braque met op nr. 6 het atelier van de kunstenaar. Square Mont Souris, het meest pittoreske straatje van Parijs. Via de avenue Reille en de rue de la Tombe Issoire komen we bij Villa Seurat, een doodlopende straat, op nr. 18 woonde Henri Miller. De Impasse Gauguet, met artiestenateliers uit de jaren dertig. Allemaal miniparadijzen die zich behaaglijk hebben genesteld in een prachtige groene omgeving, het domein van de welgestelden.

Heb je nog even? Op de hoek van de rue de la Tombe-Issoire en de avenue Reille bevindt zich een van de grootste waterreservoirs van Europa; Réservoir de Montsouris, 265m lang, 135 meter breed en 80 meter boven de zeespiegel. Gebouwd tussen 1868 en 1873 door Belgrand op oude kalksteengroeven. Met twee reservoirs die ondersteund worden door 1860 pijlers. Het reservoir onder de grond heeft een diepte van 5 meter en bovengronds, maar geheel afgedekt, een diepte van ruim drie meter. Omgeven met buitenmuren van meer dan twee meter dik met daarop kleine glazen pomphuisjes die zomaar van de signatuur van Eiffel kunnen zijn. Op de muren gegraveerd de namen die verwijzen naar rivieren in de buurt van Parijs.

Réservoir de Montsouris omgeven met buitenmuren van meer dan twee meter dik met daarop kleine glazen pomphuisjes die zomaar van de signatuur van Eiffel kunnen zijn

Deze juweeltjes in het 13e en 14e arrondissement kunt je het beste bereiken met de RER Ligne B en dan uitstappen bij station Cité Universitaire (je komt dan uit in het park) of met lijn 4, richting Porte d'Orleans, uitstappen bij Alésia

Het spoor van de monumentale meridiaan. Een "petite histoire" van Parijs. 1995 ISBN 90 229 8245 9 - uitgegeven door A.W. Bruna, Utrecht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen