Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

vrijdag 31 juli 2015

EAU DE PARIS; DE WATERWERKEN VAN PARIJS

Jacques Dutronc schreef er een chanson over; Il est cinq heures, Paris s'éveille. De buik van Parijs, Rungis, is al ruim vijf uur open om de duizenden restaurants, ja u leest het goed, en de even zovele winkels en kruideniers van vooral vers voedsel te voorzien. Elke ochtend, ook op zondag, word je gewekt door de dynamiek van de stad. De schoonmakers in hun gifgroene lichtgevende pakken, ontworpen door de Franse modelegende Pierre Cardin, zijn al druk in de weer. De straten van Parijs worden gereinigd door water uit de riolering langs de goten te laten stromen, gekanaliseerd door strategisch geplaatste hoopjes vodden. Een inventief systeem.... Il est cinq heures, Paris se lève. Il est cinq heures, Je n'ai pas sommeil.

Het stadswapen van Parijs: Fluctat nec mergitur - het schommelt op de golven, maar gaat niet onder - te zien op de muren van het Réservoir de Passy

De waterwerken van Parijs vormen een minder bekende bezienswaardigheid. De eerste open rioolnetwerken in Parijs stammen uit de Middeleeuwen. Het schoonmaken van de poelen en het afvoeren van het afval was een vieze en zware klus, die vooral door galeislaven werd uitgevoerd. Velen legden het loodje door de verstikkende gassen, opstijgend uit de 'rottende' meren in de stad. De stank was vaak ondragelijk. Het is aan Huges Aubriot, provoost onder Karel V (die regeerde van 1322-1328) te danken, dat Parijs zijn eerste gewelfde riool kreeg in de buurt van de Hallen, die vervolgens het afvalwater afvoerde naar de Seine.  In 1789, ruim vier eeuwen later, was er pas 26 kilometer riool terwijl de Parijse bevolking excessief groeide. De gevolgen van de cholera- en de pestepidemie van 1832 noodt het stadsbestuur iets te doen aan de gezondmaking van de watervoorziening. Pas in 1855 kreeg Parijs een coherent systeem voor zowel de drinkwatervoorziening als de afvoer van afvalwater, naar een ontwerp van de Franse ingenieur Eugène Belgrand, die ook wel de grondlegger van het huidige rioleringssysteem wordt benoemd. Van hem kwam ook het idee om een grote buis vanuit de Rive Droite aan te leggen, naar het dorpje Asnières, om zo de als maar vervuilende Seine te ontzien. Het afvalwater werd weer hergebruikt als irrigatie van de landbouwgronden in de voorsteden. Al snel bleken de vloeivelden te klein om het totale aanbod van afvalwater aan te kunnen, vandaar dat men in 1910 in Yvelines een zuiveringsinstallatie bouwde, die tot op de dag van vandaag zorg draagt voor de afvoer van de ingewanden van Parijs.

De ingewanden van Parijs

De ingewanden van Parijs kennen we natuurlijk uit het meesterwerk van Victor Hugo's Les Misérables, dat zich afspeelt voor en tijdens de opstand van 1848 in Parijs. Op een gegeven moment komen de opstandelingen in het nauw en raakt een van hun leiders Marius Pontmercy gewond. De ex-gevangene Jean Valjean neemt hem over zijn schouder en vindt in het riool een veilige schuilplaats. De inspiratie van deze scene zal Victor Hugo gekregen hebben van zijn vriend Brusneseau, die in de 19e eeuw besloot het rioleringssysteem in kaart te brengen. Dat was vóór die tijd namelijk nog nooit gebeurd. De populariteit van de riolen inspireerde meerdere film- en musicalmakers. In 2012 werd Les Misérables opnieuw verfilmd met in de hoofdrollen Hugh Jackman, Russell Crowe, Anne Hathaway en, Amanda Seyfried.

Les Miserables: Filmposter ontworpen door Ignition Print - Courtesy Universal Pictures

Momenteel strekt het netwerk van riolen zich uit over meer dan 2400 kilometer. Elke straat heeft zijn eigen riool. Straten breder dan twintig meter hebben er zelfs twee. Parijs kent ook nog ruim 63.000 'privé-riolen'. De hoogte van de rioolbuizen variëren van 5 meter (hoofdriool) tot  3,8 meter en 2,6 meter (basisriool). Fraaie porseleinen bordjes geven de naam van het riool aan, die overigens overeenkomt met de naam van de straat, boulevard, avenue of plein waaronder het riool loopt. Dagelijks stroomt er 1,8 miljoen kubieke meter aan afval- en regenwater door dit bijzondere buizensysteem. Nog een andere wetenswaardigheid; per dag wordt er in Parijs 359.002 m³ drinkwater verbruikt. (De actuele stand kunt u per dag bekijken op de website van 'Eau de Paris')

Een van de waterpompen van het Réservoir Montsouris

Het is een stad onder een stad met trottoirs, bruggen, kanalen en kades waarover de égoutiers zich verplaatsen. In Parijs werken zo'n 1000 égoutiers, het corps dat toezicht houdt op de riolen.  Zo'n 330 zijn er in dienst bij de gemeente Parijs, de overigen werken in de privé sector. Geen ongevaarlijk werk, vanwege infectierisico's van open wondjes of rattenbeten, gezien de grote kolonie ratten die in de riolen huist. Men schat dat er op elke Parijzenaar (rond de 2,2 miljoen) een tot drie ratten beneden wonen. Een rekensom is nu snel gemaakt. Gemiddeld brengt een égoutier 22 jaar van zijn werkzame leven door onder de grond. Ze gaan dan ook rond hun 52e met pensioen.

Een duif zoekt verkoeling bij een van de 12.000 'bouches de lavage'

Parijs kent al sinds 1860 een gescheiden watersysteem voor drinkbaar en niet-drinkbaar water. Een 1700 kilometer lang netwerk met een dubbel systeem van buizen. Je hoeft maar wat vaker naar de grond te kijken en je ziet stromend water langs de Parijse stoepranden lopen mede dankzij een uiterst ingenieus systeem. Tussen 6 uur 's morgens en 4 uur 's middags worden met een steeksleutel de zogenaamde 'bouche de lavage' opengezet. Vaak gelegen op een hoger punt in de straat en via een opgerold stuk stof of tapijt wordt de waterstroom naar een lager punt geleid. Aan het einde van de straat vangt een ander opgerold stuk stof of tapijt het vuil op en het water verdwijnt weer via de brede opening van een afvoerput richting riool. Straten worden op die manier schoongespoeld, zwerfvuil wordt meegenomen en tevens zorgt het water voor verkoeling. Daar waar de opening dreigt te verstoppen, komen gemeentereinigers in actie, die trouwens ook de stoepen vegen, de waterspuit hanteren én de watertaps open en dicht zetten. Parijs kent zo'n 12.000 'bouches de lavage'. Met het niet drinkbare water, eau non potable, worden ook de parken, publieke tuinen, fonteinen en de ruim 478.000 bomen van water voorzien. Tevens wordt het water van de riviertjes en meren in het Bois de Vincennes en Bois de Boulogne ermee ververst. Per dag verbruikt Parijs 170.000 m³ water om de stad schoon te houden en de planten van water te voorzien.

Hoog boven straatniveau en 55 meter boven de Seine ligt het Réservoir de Passy

Je vraagt je af waar komt al dit water vandaan. Er zijn 5 grote hoofdreservoirs die Parijs voorzien van schoon drinkwater. 3 Liggen er binnen de périphérique; Porte des Lilas (1963), Ménilmontant (1865) en Montsouris (1858 - 1874), en 2 liggen in de voorsteden Saint-Cloud (1891 - 1938) en de Hay-les-Roses (1969). Deze enorme waterreservoirs midden in de stad zijn vaak alleen zichtbaar vanuit de lucht en verborgen achter metershoge muren.  De reservoirs liggen meestal ook ondergronds, bedekt met gras. Vanuit de lucht lijken het dan ook vaak grote gazons of voetbalvelden.

Het Réservoir de Passy is in 1858 aangelegd door Eugène Belgrand

De reservoirs met niet drinkbaar water zijn die van Charonne (1898), Passy, Grenelle (1833 - 1841) en Villejuif (1893 - 1910). Speciaal voor deze blog ging ik op zoek in het 16e arrondissement naar een van de grootste waterreservoirs. Gelegen op de Chaillot heuvel, 55 meter boven het waterniveau van de Seine, ingeklemd tussen de rue Copernic, rue Lauriston, rue Paul Valéry en de avenue Victor Hugo. Le Réservoir de Passy; gebouwd door Eugène Belgrand in 1858 en in gebruik genomen in 1866. Samengesteld uit meerdere ondergrondse gewelfde kamers en drie grote open vijvers die schuil gaan achter indrukwekkende metershoge muren. Totale opslagcapaciteit 57.000 m³. Een smalle poort en een lange trap ontsluiten een heel andere wereld, niet zichtbaar vanaf straatniveau en ik realiseer mij dat Parijs een onzichtbaar ondergronds leven bezit dat even actief is als het bovengrondse en met een gescheiden rioolsysteem was Belgrand zijn tijd ver, ver vooruit.

Parijs kent 409 Wallace fonteinen die de toeristen voorzien van vers drinkwater


Musée des Egouts (de riolering van Parijs), quai d'Orsay 93 / Pont de l'Alma (naast de Seine) 7de arrondissement, métro Alma Marceau. Geopend op maandag, dinsdag, woensdag, zaterdag en zondag: 11.00 uur tot 17.00 uur. Entree € 4,20

Eau de Paris - Pavillon de l'eau, Avenue de Versailles 77, 16e arrondissement, métro Mirabeau. Geopend maandag t/m vrijdag van 10.00 uur tot 18.00 uur - Zaterdag (behalve in de maand augustus) van 11.00 uur - 19.00 uur. Toegang gratis 

Eau de Paris - Drinkwaterbedrijf, rue Neuve Tolbiac 19, 13e arrondissement, métro Bibliothèque François Mitterrand.

vrijdag 24 juli 2015

VAKANTIE; VEILIG IN EN LANGS PARIJS

Het is een onderwerp dat in veel reisgidsen niet of heel summier aan de orde komt: Veilig in en langs Parijs. Parijs is over het algemeen een veilige stad. Met name in het centrum vinden weinig (gewelds)delicten plaats. Berovingen (zakkenrollen) en vechtpartijen komen wel voor, maar zeker niet veel in vergelijking met andere wereldsteden. Toch is het handig om altijd waakzaam te zijn en vaak is gewoon gezond verstand voldoende. Parijs is eigenlijk net zo veilig of gevaarlijk als u zich gedraagt. Helaas zijn het vaak criminelen afkomstig uit Roemenië en of Bulgarije, die uw vakantie aardig kunnen verstieren. Daarom gewoon een aantal tips om uw waakzaamheid te vergroten. De open deuren zijn natuurlijk; let goed op uw spullen. Dames draag uw handtas over de schouder aan de voorzijde met de, sluiting naar binnen. Neem niet meer contant geld mee als strikt noodzakelijk en verdeel die over verschillende zakken en.... weer zo'n open deur geen kostbaarheden in de achterzak of rugzak.

Geduldig selecteren zij hun 'prooi'

Dan een aantal trends die met name door georganiseerde bendes uit Oost Europa worden gebezigd. De truc met het clipboard: U wordt benaderd en vriendelijk verzocht om een petitie te ondertekenen. Vriendelijke meisjes komen op u af met een clipboard dat meteen dient als afleiding. Nadat u de petitie getekend hebt vragen ze u om geld. In de tussentijd bent u al bestolen of ze weten doordat u naar uw portemonnee of portefeuille grijpt, meteen waar die is verborgen. Een volgende snelle afleidingsmanoeuvre; vaak een volgende vraag of omhelzing als dank is voldoende om u van uw geld te beroven. Beleefd handgebaar is vaak voldoende om de meisjes te tonen dat u niet gediend bent van het ondertekenen van een petitie. Stevig doorlopen en geen aandacht aan besteden.

Schijnbaar voor een goed doel, het ondertekenen van de petitie

De bedelaar bij de pinautomaat die staat er niet alleen om te bedelen maar tevens om een blik te werpen op het toetsenbord terwijl u uw pincode intoetst. Een handlanger en zakkenroller berooft u later wel van uw pinpas. Probeer altijd met tweeën te pinnen, zodat u als het ware ogen in uw rug heeft. Pin overdag daar waar het rustig is en wordt het plotseling erg druk achter u als u staat te pinnen, of staan ze wel heel dichtbij, breek de transactie af en probeer het later opnieuw. Oh en let even op folderbakjes geplakt aan de zijkant, die horen er ook niet thuis en bevatten vaak een kleine camera.

Nooit pinnen daar waar het erg druk is

De snelle roof. Het apparaat waar we zelf niet de ogen van af kunnen houden, u weet wel de smart-phone. Een gewild object bij jongeren in de metro of RER. In ieder geval niet in uw achterzak stoppen, zelfs uw broekzak is al tricky. Het gebeurt meestal op het moment dat de deuren gaan sluiten van het metrotreinstel. Het signaal is hoorbaar en plotseling sprint een jongeman langs de persoon bij de deur die net z'n telefoon in de hand heeft gepakt. Weg is de telefoon, de deuren sluiten zich in een rap tempo terwijl de trein vaart maakt. Let op, het gebeurt niet alleen met telefoons maar ook met handtassen. Let vooral op uw spullen als de trein stopt. Als u een metrostation binnenloopt berg uw telefoon veilig weg en let goed op bij het in- en uitstappen.

Balletje balletje: Het behendigheidspel wat zo gemakkelijk lijkt en verleidelijk is omdat diegene die winnen altijd in het complot zitten. Laat u simpel weg niet in de verleiding brengen en blijf ook niet staan kijken. Zelfs al speelt u niet mee dan is de kans groot dat u ter plekke gerold wordt. Het spel wordt vaak gespeeld met cupjes, luciferdoosjes en schijven. Juist daar waar veel toeristen komen, zoals bij Pigalle, Montmartre, en de Marché aux Puces. 

Balletje balletje

De roltrap. Dit is mijzelf overkomen en een groep mensen die ik rondleidde door Parijs. Op de roltrap staat u altijd rechts zodat anderen die haast hebben u al lopend, links kunnen passeren. Vaak is het ook zo dat we een trede openhouden voor en achter ons omdat we het namelijk niet fijn vinden om zo dicht op elkaar te staan. Een groep jongelui loopt hard de roltrap op, al roepend "attention, attention". Zonder dat u en ik er erg in hebben voegt de groep zich ongemerkt in op de open treden tussen de mensen. De voorste jongeman doet net of hij bovenaan de roltrap iets laat vallen. Bukt en zet zich schrap waardoor iedereen over elkaar buitelt. U begrijpt het al negen van de vijftien mensen werden gerold. Achter de mensen aanhollen heeft geen zin, want andere handlangers leiden u af met lege portemonnees die door hen in de consternatie op de grond worden gegooid. Tip; laat geen ruimte open en kijk de persoon achter u op de roltrap altijd aan. Hij of zij is gewaarschuwd. Oh ja, diegene die gerold waren hadden ondanks mijn waarschuwingen toch kostbaarheden en geld in hun achterzak.

De gouden ring. U wordt benaderd door een persoon die toevallig een gouden ring vindt op de plek waar u net staat te genieten van het fraaie Parijse uitzicht. Nee, zegt u beleefd die gouden ring is niet van mij. Maar de persoon staat er op dat u de ring houdt en vraagt een kleine bijdrage aan geld. U weigert en vervolgens stoppen ze de ring gewoon in uw handtas. Te laat, op het moment dat u uw handtas opent is één greep al voldoende om u in verbazing en bestolen achter te laten. De truck wordt ook uitgevoerd met cash geld. Tip: Loop weg en vermijd elk contact.

Slachtoffers worden op afstand geselecteerd

Het vriendschapsarmbandje. U wordt benaderd door een vreemdeling, vaak een onschuldig uitziend meisje die een armbandje om uw pols doet. Voor vriendschap en geluk. Vervolgens vragen ze om geld en het bandje dient plotseling als een soort van handboei om u de gijzelen. Afhankelijk van hoe u er uit ziet of uit welk land u komt wordt van u een bedrag gevraagd. Aziatische toeristen zijn hiervan vaak de dupe en ook kleinere mensen. Overkomt het u? Begin gewoon hard te schreeuwen, hoe ordinairder hoe beter. Hij of zij is in no-time verdwenen.

Helaas zorgt de huidige financiële crisis ook voor veel bedelaars in de stad. Ik laat het aan uw (schuld)gevoel over aan wie u geld geeft of aan wie niet. Bedenk in ieder geval dat bedelen big business is geworden. Vrouwen op de metrotrappen met een klein kind op de arm of mannen met geamputeerde ledematen, maken vaak onderdeel uit van straatbendes die gecontroleerd over de stad worden uitgezet. Het zelfde geldt voor clochards. U kunt ze geld geven, dat vervolgens weer wordt besteed aan alcohol of u geeft ze eten of goederen. Ik opteer vaak voor het laatste. Overigens, dit  gebaar werd ook niet altijd in dank aanvaard, dat moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen.

Zelfs 'oma' wordt ingezet door Oost-Europese bendes

Mocht het nou toch voorkomen, ondanks bovenstaande tips en voorzorgsmaatregelen, dat u wordt bestolen, ga dan naar het 'Commissariat de Police' van het arrondissement waar de diefstal plaatsvond en laat daar een 'constat de vol' invullen dat u weer nodig heeft voor uw reisverzekeraar. U dient zich wel te kunnen legitimeren en weet dat ze u verplicht zijn te helpen. Op het bureau, die 24 uur per dag, zeven dagen in de week geopend zijn, zijn vaak agenten aanwezig die tweetalig zijn. U kunt ook aangifte doen in 20 talen, met het softwareprogramma SAVE, Système d'Accueil des Victimes.

Bent u gewoon iets kwijt geraakt probeer dan de Afdeling Gevonden Voorwerpen van de stad Parijs op de rue des Morillons 36 in het 7de arrondissement. In geval van verloren of gestolen paspoort neemt u contact op met de Nederlandse Ambassade gevestigd aan de rue Eblé eveneens in het 7de arrondissement. Telefoon 0033.1.4062.3300
De Belgische Ambassade is gevestigd aan de rue de Tilsitt in het 8e arrondissement. Telefoon 0033.1.4409.3939

Een andere wetenswaardigheid is het feit dat de Franse politie, in straattaal 'les flics' niet bepaald beleefd en aardig is. Zij zijn beslist geen 'oom agent' onder het motto die pet past ons allemaal. Zij kunnen erg vervelend zijn als u ze onbeleefd of vervelend bejegent en maak vooral geen grappen, daar houdt un flic niet van. Zeker nu, met de kans op terroristische aanslagen, ziet u veel politie en militairen op straat. Er zijn twee soorten politie; de Police Nationale en de Gendarmerie Nationale. Verder, de CRS, Compagnie Républicaines de Sécurité,  zij zijn van een heel ander slag. Een soort van paramilitaire ME die worden ingezet om kwetsbare gebouwen, instituten en ambassades te bewaken.
Het alarmnummer voor de politie is 17 en bij gebruik van uw mobiele telefoon, net als bij ons; 112.
Bekijk ook eens het filmpje van het programma 'Oplichters in het buitenland' aflevering 14 Parijs.

'Les Flics'

De périphérique.
Laat u Parijs links liggen, maar moet u toch via  de boulevard périphérique, de beruchte ring langs Parijs, dan is het goed om een aantal dingen te weten. Vermijd zoveel mogelijk de spitsuren: ‘s morgens tussen 7.00 en 10.00 uur en ’s avonds van 15.30 tot 21.00 uur.

De ringweg heeft 30 uitgangen, portes, die toegang bieden tot de stad of naar een knooppunt.  Bereid u van te voren goed voor en weet welke 'porte' of uitgang u moet hebben. Is het erg druk blijf dan zoveel mogelijk aan de rechterkant van de ringweg rijden. Let goed op de borden en volg niet blindelings de aanwijzingen van uw GPS.
De A1 (Lille/Noord-Frankrijk) eindigt of begint bij Porte de la Chapelle. Daar begint de ringweg en moet u kiezen voor de westkant rechts (ouest) ook wel périphérique extérieur of de oostkant links (est) ook wel périphérique intérieur genoemd.
Toegang tot de A3, de snelweg vanaf A1 direct naar de oostkant van de ring is bij Porte Bagnolet.
Toegang tot de A4, Straatsburg - oost-Frankrijk eveneens aan de oostkant is bij Porte de Bercy.
Richting A6 Lyon - zuidoost-Frankrijk volg de oostkant tot aan Porte d’Orléans.
A10 richting Nantes, Bordeaux en A20 richting zuidwest-Frankrijk afslag bij Porte d’Italie.
Voor de A13  richting Normandië en west-Frankrijk volg de ringweg aan de westzijde tot aan Porte d’Auteuil.

Belangrijk om te weten is dat u aan invoegers, als u op de uiterst rechtse baan op de ringweg rijdt, voorrang dient te verlenen. Overal langs de périphérique staan snelheidscamera's die uw snelheid controleren. Op de ringweg van Parijs mag u slechts 70 kilometer per uur. Nederland heeft een overeenkomst met Frankrijk, dus na uw vakantie vindt u beslist de bekeuring bij u op de mat.

Permanent spiegelen is noodzaak, want u wordt links en rechts ingehaald door motoren en scooters. Indien u ze geen ruimte geeft wordt dat vaak 'beloond' met hevig geclaxoneer of erger, een klap op het dak of een schop tegen uw portier. Dit alles gaat allemaal zo snel dat u niet eens de tijd heeft om een nummerplaat te noteren.

Het lijkt allemaal heel dramatisch maar dat is het niet. Gewoon uw gezond verstand gebruiken en op uw buikgevoel afgaan. Rest mij u een fijne vakantie toe te wensen. Bonnes Vacances.


Photo Credits: Ferry van der Vliet, Jos Hoppenbrouwers, Arend V, Corporate Travel Safety.com, Paris Match

donderdag 16 juli 2015

QUATORZE JUILLET; JEANNE D'ARC EN MARIANNE

Quatorze juillet; 14 Juli, Frankrijks nationale feestdag is weer voorbij. Het feest om de bestorming van de Bastille in 1789 en het begin van de revolutie te vieren, wat weer de aanzet vormde voor de invoering van de Eerste Republiek in 1792. Gekte alom in heel Frankrijk, maar vooral in Parijs. Een beetje onze Koningsdag, maar dan iets meer geremd en belangrijk met méér 'grandeur'. In de ochtend doorklieven de machtige straaljagers van de Franse luchtmacht het Parijse luchtruim, waarbij zij blauwe, witte en rode rook uitspuwen die de stad als het ware onderdompelt in de Franse vlag. Het defilé van legervoertuigen over de Champs-Elysées gevolgd door de open 'voiture' met daarin de Franse President. Als ik om mij heen kijk staan er meer toeristen dan Parijzenaars. Die gebruiken de 14e juli om uit te slapen. Voor hen start het feest pas in de avond op de vele 'bals des pompiers', inmiddels al weer een jarenlange traditie, waar de Franse spuitgasten dit keer geen water spuiten maar champagne, een andere manier om het vuur te blussen van de' mademoiselles' die graag een dansje wagen met de stoere brandweermannen. Laat in de avond trekken 500.000 mensen naar het Trocadero en het Champ-de-Mars om daar het altijd spectaculaire vuurwerk in en rond de Eiffeltoren van dichtbij mee te maken.

1, 5 miljoen mensen zagen het vuurwerk ter ere van Quatorze juillet

Bij het zien van zoveel vlagvertoon denk ik aan het prachtige schilderij 'de Vrijheid leidt het volk', in het Frans: La Liberté guidant le peuple van de hand van Eugène Delacroix. Het verbeeldt de vrijheid als Marianne, het nationale symbool van Frankrijk, die de revolutionairen aanvoert bij de Julirevolutie van 1792. Het is geschilderd in 1830 en te bewonderen in het Musée du Louvre. Het doek heeft een afmeting van 260 bij 325 centimeter. De vrouw met ontbloot bovenlijf, zeer opzienbarend in die tijd, symboliseert met haar naaktheid haar kwetsbaarheid en dus moed. De vlag die de vrouw vastheeft is ook niet zomaar de Franse vlag. Het was de nieuwe vlag met 3 kleuren die wijzen op liberté, égalité en fraternité. Het symbool van Frankrijk in die tijd was namelijk de Franse Lelie.

'La Liberté guidant le peuple' van de hand van Eugène Delacroix

De schrijfster Solange Leibovici schreef in de Groene Amsterdammer; Fransen houden zo intens van vrouwen dat ze er niet minder dan twee als nationaal symbool hebben gekozen; Jeanne d'Arc en Marianne. Jeanne d'Arc was vanouds de reine maagd, vervuld van liefde voor God en koning, terwijl Marianne met haar ontblote borsten en zinnelijke uitstraling een beetje de rol van de sloerie kreeg toegewezen. Jeanne d'Arc, de kleine onschuldige boerin uit Lotharingen, staat voor zuiverheid, spiritualiteit en onbaatzuchtige liefde, Marianne is een wulpse stadsmeid, die naast de mannen op de barricaden staat en ze ophitst tot de strijd. Beiden werden in de negentiende en vijftiende eeuw beroemd: Marianne als republikeinse allegorie, Jeanne d'Arc als religieuze legende.

Politiek gezien is Frankrijk een ambivalent, zelfs een beetje schizofreen land. Het is het land van de Revolutie, van vrijheid en gelijkheid, maar ook van chauvinisme en achterlijk conservatisme aldus Leibovici. Deze ideologische tweespalt uit zich ook in het persoonlijke leven: Het grote verlangen van elke Fransman is een respectabele, bijna seksloze echtgenote te hebben die de kinderen netjes opvoedt en hem in voor- en tegenspoed steunt, en een mooie, ietsje losbandige maîtresse die zijn geheime wensen vervult. Dit was volledig geaccepteerd in de tijd van madame de Pompadour, en nog steeds maakt niemand zich druk om de liefjes van François Mitterrand en Jacques Chirac. Zo hield François Mitterrand na 1981 zijn leven als staatshoofd spannend. Zijn dubbelleven beperkte zich niet tot het tweede gezin – met dochter Mazarine – dat hij tot begin jaren negentig op staatskosten verborgen hield in een appartement aan de Seine. Zijn leven lang verzamelde Mitterrand minnaressen voor een uur, een nacht, een leven lang. ,,Na iedere toespraak heb ik de armen van een vrouw nodig,” gaf hij eens als verklaring voor zijn seksuele vraatzucht.

Mitterrands opvolger Jacques Chirac had al lang voordat hij in 1995 het Elysée bereikte de gewoonte het glas te heffen op ,,onze paarden, onze vrouwen en degenen die hen bestijgen.” Als burgemeester van Parijs verwierf Chirac de bijnaam ‘Meneer Tien-minuten-met-douche’, in de overlevering werd de behandeltijd nog bekort tot drie minuten.

Het is de universele verzuchting dat je beter met het hart kan waarnemen dan met je ogen, maar een anonieme bron legt feilloos uit waarom zulke waarschuwingen weinig uithalen. "De gemiddelde vrouw geeft de voorkeur aan een mooi uiterlijk boven een goed stel hersens, omdat de gemiddelde man beter kan kijken dan kan nadenken." In de jaren 70 was zo'n uitspraak nog goed om feministen op de kast te jagen, maar tegenwoordig klinkt hooguit in de achterhoede verzet.

Mijn ontmoeting met Marianne, het evenbeeld van Catharine Deneuve
Photo Ad van den Beemt

Het brengt mij weer terug naar Marianne. Zij is het evenbeeld van één van de mooiste vrouwen in Parijs, ja zelfs van heel Frankrijk! Ze symboliseert de "triomf van de Republiek". Als je geluk hebt kom je haar tegen in het stadhuis waar je toevallig bent. Ze staat zelfs op de Franse euromunt en op de Franse postzegel. Zij is de personificatie van de Franse Republiek. Zij vertegenwoordigt Frankrijk en wordt gekozen door meer dan 36.000 burgemeesters. Haar beeltenis bestaat al sinds 1792, toen de Assemblée Nationale per decreet invoerde, dat het nieuwe zegel van de Republiek een staande vrouw met speer en een Frygische muts moet uitbeelden, als symbool van de vrijheid.

Tot op de dag van vandaag wordt Marianne afgebeeld met een Frygische muts op. De muts, een zacht kegelvormig hoofddeksel, waarvan de top naar voren wijst en weer wat naar beneden valt, was ooit het symbool van het tot slavernij vervallen Franse volk dat zijn banden had afgeschud en nu vrij was. In 1849 verscheen zij voor het eerst op de Franse postzegel en een buste was in 1880 voor het eerst te zien in Hotel de Ville, het stadhuis van Parijs. Dit voorbeeld wordt tot op de dag van vandaag gevolgd door alle overheidsgebouwen in alle Franse steden. De eerste officiële bustes waren afbeeldingen van anonieme vrouwen van het volk. Het eerste model van Marianne zou een meisje afkomstig uit Sigolsheim, Elzas zijn geweest. Daar kwam in 1969 verandering in toen Marianne het evenbeeld kreeg van niemand minder dan de actrice Brigitte Bardot. In 1972 opgevolgd door de actrice Michèlle Morgan. In 1978 volgde de zangeres Mireille Mathieu (een misser), Catherine Deneuve in 1985,  Inès de la Fressange, model en Chanel muze in 1989, Laetitia Casta het Franse topmodel in 2000 en Evelyne Thomas talkshow host in 2003.

Laetitia Casta het Franse topmodel stond in 2000 model voor Marianne
Photo courtesy of Marie-Paule Deville Chabrolle

In 1999 werden voor het eerst 36.000 burgemeesters betrokken bij de keuze van Frankrijks icoon. Geholpen door een kleine groep van lobbyisten; "Le comité de la Marianne d'Or", werd met een score van 36% het zeer sexy Franse supermodel Laetitia Casta, hoe kan het ook anders, gekozen uit een shortlist van vijf kandidaten. De andere kandidaten waren Estelle Hallyday - model, Patricia Kaas - zangeres, Daniela Lumbroso - televisie-presentatrice, Laetitia Milot - actrice en mannequin en Nathalie Simon - sportvrouw en televisiepresentatrice. Dit tot groot ongenoegen van Franse feministen, die vinden dat nationale symbolen oerlelijk horen te zijn. Evenals de meeste Franse mannen waren de burgemeesters, die uiteindelijk dagelijks enige tijd bij zo'n beeld moeten vertoeven, het hier gelukkig niet mee eens. Zij dromen liever weg bij de borsten van Laetitia.

De Franse mannen dromen liever weg bij de borsten van Laetitia Casta
Photo courtesy of Leatitia Casta

Later volgde nog een minischandaal toen Laetitia vertrok uit Frankrijk en haar woonplaats Parijs verruilde voor London, op zoek naar een beter belastingklimaat. De rondborstige buste van Casta zorgde later nog eens voor onrust in het noord Franse dorpje Neuville-en-Ferrain. De burgemeester van het dorp liet in april 2011 het "onthullende" standbeeld verwijderen uit het stadhuis omdat de lokale bevolking in de stad begon te roddelen en de ambtenaren te veel werden afgeleid door de onthullende staat van de traditionele vrouwelijke belichaming van de Franse Republiek. In de begroting wordt officieel een post van € 900,- opgenomen voor de aanschaf van een nieuwe Marianne. Het vorige beeld was in 2007 aangeschaft voor een bedrag van € 1400,- Het nieuws haalde zelfs de Engelse tabloid de Daily Mail met de kop: "What A Bust"  Een wethouder, die niet met naam genoemd wenst te worden, zei dat hij de verwijdering van de buste zeer betreurd. Temeer omdat het hier geen gezamenlijk besluit betrof maar een eenzijdig besluit van de burgemeester. "Het was een uniek stukje werk. Immers, Marianne is een symbool van het moederschap", aldus de teleurgestelde wethouder.

Een zeer ludieke versie van de 'Marianne' in de werkkamer van de Parijse burgemeester; Anne Hidalgo - Photo courtesy of Hôtel de Ville Paris

Op 21 december 2009 heeft de vereniging van Franse burgemeesters gestemd voor Florence Foresti, een actrice en comédienne, als Frankrijks volgende Marianne. Zij won met 24% van de stemmen. De runners-up waren Carla Bruni-Sarkosy (23%),  Rama Yade (22%), Anne Roumanoff (21%), Mylène Farmer (17%) en Marianne James (12%).


Hoewel een gemeenschappelijk embleem van Frankrijk, geniet De Marianne geen officiële status. De vlag van Frankrijk, is benoemd en beschreven in artikel 2 van de Franse grondwet, als het enige officiële embleem.  Maar er is hoop. Sinds september 1999 heeft de Franse regering onder leiding van Lionel Jospin de Franse driekleur samengevoegd met beeltenis van Marianne en de woorden liberté - egalité - fraternité, zijnde de nieuwe Franse huisstijl voor alle ministeries en overheidsdiensten.

Marianne, onderdeel van de nieuwe huisstijl voor de Franse overheid

zondag 5 juli 2015

L’ESPRIT DE MONTMARTRE - MUSÉE DE MONTMARTRE

De naam Montmartre, meestal door de Parijzenaars kortweg la butte genoemd, heeft een dubbele oorsprong. Martre herinnert aan de Mercuriustempel die in de Romeinse tijd op de heuvels stond, anderzijds herinnert het ons ook aan het woord martyrs (martelaren) en specifiek aan de heilige Dionysius. Dionysius, de eerste bischop van Parijs,  staat bekend als de 'hoofddrager'. Op last van een speciale gezant van de keizer wordt hij voor de rechter gedaagd en met zijn beide gezellen op een berg buiten de stad ter dood gebracht. Sindsdien heet die berg de Martelarenberg ('Mons Martyrum' later verbasterd tot Montmartre). Maar Dionysius richt zich op, en met zijn hoofd in de handen loopt hij twee mijl verder tot hij stilhoudt op de plek waar hij begraven wenst te worden. Op die plek bevindt zich nu de basiliek van St-Denis.

De Martelarenberg; 'Mons Martyrum' later verbasterd tot Montmartre

Nog tot halverwege de 19e eeuw was la butte een landelijke idylle, een dorpje gelegen voor de poorten van de stad. Het noordelijke stadsdeel werd pas in 1860 bij Parijs gevoegd en is gelukkig verschoond gebleven van de ingrijpende bouwkundige ingrepen van Haussmann. De oude dorpsstructuur is er tot op heden bewaard gebleven. De eenvoudige maar gunstige leefomstandigheden en het vrije klimaat op de heuvel, waar in het schimmige café- en cabaretcircuit eenvoudig modellen konden worden benaderd, trokken zo rond de eeuwwisseling talloze kunstenaars en galeriehouders aan. Degas, Renoir, Toulouse-Lautrec, Van Gogh, Picasso, Braque en Matisse, ze leefden, woonden en werkten allen enige tijd in Montmartre. De nostalgie leeft hier voort, nog altijd geassocieerd met bovengenoemde kunstenaars, die hier probeerden een inkomen bij elkaar te scharrelen. Toulouse de Lautrec heeft hier de danseressen van de Moulin Rouge geschilderd. Picasso schilderde in 1907 een van zijn beroemdste schilderijen, 'Les Demoiselles d'Avignon', dat zich momenteel in het MoMa in New York bevindt.

De ingang van het Musée de Montmartre aan de rue Cortot 12

In Montmartre staat op nummer 12 in de rue Cortot het Musée de Montmartre, een huis met mansardedak, dat zijn schilderachtige verleden opmerkelijk trouw is gebleven. La Maison du Bel Air, gebouwd in de zeventiende eeuw, eens het oudste hotel op de heuvel, weggedoken in een tuin vol met betoverende geuren- en kleurenpracht. Hier zien we dat stenen een ziel hebben, want hoe had deze plek anders zo'n groot aantal vooraanstaande gasten kunnen trekken. Eigendom van Claude de la Rose of Rosimond, een acteur bij het Théâtre de Molière waar ook Molière deel van uitmaakte. Renoir had hier in 1875 zijn eerste Parijse adres en schilderde hier tal van meesterwerken, waaronder de absolute uitschieter Le Bal du Moulin de la Galette. Het doek hangt nu in het Musée d'Orsay. Van Gogh en Gauguin waren hier regelmatig de gast van Émile Bernard. Vincent van Gogh woonde een stukje verderop in een uitspanning met de naam Aux Billards en Bois. Hier schilderde Van Gogh in 1886 "La Guinguette", eveneens te vinden in het Musée d'Orsay. Op de tweede verdieping woonden Susanne Valadon en haar zoon Maurice die daar ook hun schildersatelier hadden.

Door toevoeging van het oude Hôtel Demarne werd de expositieruimte verdubbeld

In juli 2011 lanceerde de geldschieter; 'La société Kléber-Rossillon', het idee om het museum geheel te verbouwen en door toevoeging van het oude Hôtel Demarne, de expositieruimtes te verdubbelen. Na jaren fors in de renovatie te zijn geweest opende het museum eind oktober 2014 weer haar deuren. Het interieur en exterieur hebben een enorme face lift ondergaan en het is nu gewoonweg een heerlijk museum om rond te lopen. Extra attracties zijn de Jardin Renoir met een prachtig uitzicht over de wijngaard van Montmartre, waarvan de jaarlijkse oogst maar liefst zo'n 1500 flessen oplevert. En het beroemde cabaret Au Lapin Agile, ooit de stamkroeg van Apollinaire, Utrillo, Bruant en andere kunstenaars van Montmartre. Tegenwoordig is 'In het behendige Konijn' een club chanson waar bezoekers kunnen genieten van cabaret, dichtkunst, maar vooral van la chanson Française.

Maison du Bel Air, gebouwd in de zeventiende eeuw met bovenin het atelier van Suzanne Valadon

Ook kunt u een bezoek brengen aan de woonetage en het atelier van de kunstenares Suzanne Valadon. Suzanne Valadon geboren op 23 september 1865 was het kind van een ongehuwde wasvrouw. In 1870 was ze met haar moeder naar Parijs vertrokken en vestigde zich in Montmartre. Op haar achttiende werd zij zelf ongehuwd zwanger van zoon Maurice, die dankzij haar aanmoediging en lessen eveneens kunstschilder werd. Om in haar onderhoud te voorzien werd Suzanne schildersmodel. Zo leerde ze diverse kunstenaars kennen en werd zelfs minnares van Puvis de Chavannes en Pierre-Auguste Renoir. Mede dankzij aanmoediging en lessen van niemand minder als Henri de Toulouse-Lautrec, Edgar Degas en Renoir begon zij zelf met schilderen. In 1894 exposeerde ze voor het eerst op de Parijse Salon, voornamelijk met portretten, waaronder een portret van Erik Satie. Ook met deze componist had zij een kortstondige verhouding. De werken van Suzanne Valadon zijn te zien in onder meer het Centre Georges Pompidou, het Metropolitan Museum of Art in New York en het Musée de Montmartre. Haar zoon, Maurice Valadon, werd later zelf als kunstschilder bekend onder de naam Utrillo.

Het atelier van Suzanne Valadon

Van alle beroemde kunstschilders die in Montmartre gewoond en gewerkt hebben is Maurice Utrillo de enige die er ook daadwerkelijk is geboren en begraven. Tijdens zijn studentenjaren raakte Utrillo verslaafd aan de absint en overnachtte derhalve regelmatig op het politiebureau, waar men hem in ruil voor enkele schilderijen of tekeningen weer liet gaan. Overigens, de meeste kunstenaars betaalden hun schulden in de kroegen met eigen werken. Een anekdote doet nog steeds de ronde over de bazin van de kroeg 'La Belle Gabriëlle' in de rue Saint Vincent, die Utrillo verplichtte om alle landschappen die hij op de toiletmuren had geschilderd - hij was namelijk verliefd op de bazin - weer uit te vegen. Later kon ze wel al haar haren uit de kop trekken. Hij ligt begraven op loopafstand van zijn geboortehuis de pittoreske begraafplaats; Cimetière Saint Vincent, aan de rue Vincent. Suzanne Valadon ligt begraven op Cimetière de Saint-Ouen in Parijs. Op haar begrafenis waren vele beroemdheden aanwezig, onder wie André Derain, Pablo Picasso, en Georges Braque.

Het lijkt of de kunstenares zo kan binnenlopen

De permanente collectie is ondergebracht in het Maison du Bel Air. Ze bestaat ​​uit schilderijen, affiches en tekeningen van Toulouse-Lautrec, Modigliani, Kupka, Steinlen, Valadon en Utrillo. De memorabilia van het museum herscheppen de unieke atmosfeer van Montmartres verleden, de Bohemiens. Foto's, prachtige affiches onder andere van Toulouse-Lautrec, van diverse cabarets, tekeningen, schilderijen, karikaturen en sculpturen. Je vindt hier ook een reproductie van een van de mooiste artiestengrappen uit Montmartres kunstverleden. De schrijver Roland Dorgelès - die moderne kunst verafschuwde - bond een penseel aan de staart van de ezel van de eigenaar van het Cabaret Au Lapin Agile. Het resulteerde in een schilderij alom bewonderd door de kunstpers. Het schilderij kreeg de titel mee; 'Zonsondergang boven de Adriatische Zee'. Bovendien staat hier de oude tapkast van het Café de l'Abreuvoir waar Utrillo regelmatig zijn geliefde absint nuttigde.

Le Lapin Agile

Eén kamer is gewijd aan de Franse Cancan, en een andere aan het befaamde cabaret Le Chat Noir. Le Chat Noir, in het Nederlands De Zwarte Kat, was een theatercafé en cabaret in 1881 opgericht door Rodolphe Salis, een zoon van een limonadefabrikant en leider van een klein theatergezelschap. Het etablissement was eerst gevestigd aan de Boulevard de Rochechouart en had zijn naam te danken aan een kat die Salis tijdens de inrichting van het café op straat had gevonden. In 1885 verhuisde Le Chat Noir naar Rue Victor Massé 12. en werd een populaire ontmoetingsplaats van artiesten en cabaretiers. Tot de klanten hoorden onder meer Émile Zola, Georges Rodenbach, en Léon Bloy. De chansonniers Aristide Bruant, Maurice Mac-Nab, Jules Jouy, Jean Goudezki traden er op, de schrijvers en dichters Georges Lorin, Charles Cros, Albert Samain, Maurice Rollinat en Jean Richepin hielden voordrachten en Erik Satie speelde er piano. Rodolphe Salis introduceerde ook het succesvolle Theatre d’Hombres, het schaduwspel. Het schaduwspel was een idee van de uitgever van het blad Le Chat Noir, Henri Riviére. Hij plaatste een doek over de opening van zijn marionettenkast en sneed silhouetten van bekende politie-agenten uit de buurt. De originele doeken zijn eveneens te bewonderen in dit bijzondere museum.  Het meest bekende beeld van Le Chat Noir dat bewaard is gebleven is het affiche van Théophile-Alexandre Steinlen, getiteld Tournée du Chat Noir uit 1896.

De oude tapkast van het Café de l'Abreuvoir waar Utrillo regelmatig zijn geliefde absint nuttigde

Nog tot september 2015 heeft Musée de Montmartre de expositie L’Esprit de Montmartre et l’Art Moderne, 1875 – 1910 waarmee een mooi overzicht wordt gegeven van de culturele bloei op Montmartre eind 19e eeuw en begin 20ste eeuw. Je ziet er schilderwerken van Valadon, Toulouse Lautrec, Maurice Utrillo, tekeningen van Grun en Legrand je hoort muziek van Erik Satie. En er is ook een mooie serie historische foto’s van Montmartre te zien.

Originele decorstukken van het Theatre d’Hombres, het schaduwspel in het cabaret Le Chat Noir

Musée de Montmartre, rue Cortot 12, 18e arrondissement, metro Abbesses.
Dagelijks geopend van 10.00 tot 18.00 uur, entree € 9,50,


TIP: In 1909 opende Père Delcroix zijn restaurant à la Pomponnette aan de rue Lepic nummer 42. Al snel werd het restaurant hèt stamcafé voor marktkooplieden en kunstschilders, waaronder de befaamde tekenaar Francisque Poulbot, die zich er op toelegde om de kinderen van Montmartre te tekenen, en de Franse kunstschilder Eugène Paul. Originele tekeningen en schilderijen hangen in het café en restaurant. Waarschijnlijk als betaling voor de vele drankjes en genoten maaltijden. Het interieur van het café en restaurant is sinds 1908 ongewijzigd en het etablissement wordt inmiddels gerund door Claude Moureau en zijn dochters Dominique en Catherine, de vierde generatie. De vijfde generatie is nog klein en wordt gevormd door de kinderen Julien, Arnaud, Laura en Gregory. Dit familierestaurant, meer dan 100 jaar oud is een van mijn juweeltjes. Een eenvoudige, echt Franse keuken. Bar en restaurant met veel spiegels, marmer, donker hout, ingewerkte granieten vloer, tafeltjes gedekt met roodwit geblokt linnen en wanden bedekt met tekeningen, foto's  en schilderijen die de sfeer van het aloude Montmartre doen herleven. Geen kitch zoals je die vindt in alle restaurants rond place du Tertre. Hier ben je te gast in het authentieke Montmartre zoals bezongen door o.a. Joe Dassin, Gilbert Bécaud en Yves Montand, in de befaamde chansons: "Au Temps des Cerises" en rue Lepic.