Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

dinsdag 29 december 2015

DE OUDSTE CAFÉS, RESTAURANTS, TEAROOMS EN BRASSERIES IN PARIJS

Nergens ter wereld is de kunst van de verfijnde maaltijd meer een integraal onderdeel van het leven geworden dan in Parijs. Leven in Parijs betekent genieten van uit eten gaan en op zoek zijn naar die eetgelegenheden waar de keuken, de inrichting en de geschiedenis een unieke sfeer scheppen. In deze blog neem ik u mee langs een aantal van de oudste cafés, restaurants, tearooms en brasseries in Parijs. Elk van hen onthult zijn of haar charme en de rijkdom van de authentieke inrichting. Een kennismaking met een gezellig, heerlijk en ongewoon Parijs. Uitzonderlijke plaatsen om te ontdekken voor een etentje onder vrienden of voor een romantische tête à tête. Ik geef de genoemde pleisterplaatsen bewust geen waarderingscijfer. Persoonlijk vind ik waardeoordelen nogal onhandig, arbitrair en onbetrouwbaar. Dus vraag mij niet wat mijn favoriete restaurant in Parijs is. Geen idee. Voor mij is dat sterk afhankelijk van mijn stemming, het seizoen, mijn gezelschap of de Parijse ober.


De verhalen over chagrijnige Parijse obers zijn legendarisch. Ik kom al sinds 1968 in Parijs en ik verzeker je: in de lichtstad krijg je de ober die je verdient. Doe moeite, probeer je beste Frans uit en verwar vooral niet trots met arrogantie. Een Parijse ober ís trots op zijn werk – in tegenstelling tot menig Nederlandse ober – en dat straalt hij ook uit. Bovendien is-ie wars van amicaal gedoe: hij zal niet snel aan tafel informeren of ‘alles oké’ is. Hij is efficiënt en let op de taal van de tafel. Een leeg glas wordt bijgeschonken, een leeg bord discreet verwijderd en na de hoofdmaaltijd ontvang je direct de kaart voor het nagerecht. Waarna bij de koffie de rekening volgt. Een Parijse ober verwacht voor zijn werk geen grote fooi, maar in plaats daarvan een 'grand merci'. 'Bonne journée' is zijn antwoord, terwijl hij je tafeltje reinigt met een natte doek en vervolgens met een droge lap afneemt.

La Tour d'Argent (1582) In de 13de eeuw vormde een toren aan de oevers van de Seine de afsluiting van de ommuring van Parijs. Deze toren van steen uit de Champagnestreek was bedekt met stukjes mica die schitterden in de zon. Vandaar dat men hem de zilveren toren noemde; 'La Tour d'Argent'. Eerst een herberg en pas in 1780 een echt restaurant. Frédéric Delair, een genie in de keuken, aan hem heeft dit restaurant het recept te danken voor een gerecht dat sinds die tijd al op de menukaart staat: Caneton Tour d'Argent ook wel Canard au sang genoemd. Wilde eend bereid met een saus van eendenbloed. Men gebruikt hiervoor een zilveren pers. Het restaurant heeft een zeer prestigieuze inrichting en een rijke wijnkelder. Verder een ongekend uitzicht over de Seine en het Île de la Cité.
15 Quai de la Tournelle, 5e arrondissement, métro Sully-Morland, geopend van 12u30 tot 14u en 19u tot 22u behalve op zondag en maandag.


Le Procope, geopend in 1686 en een van de eerste koffiehuizen van de stad. Hier schonk een zekere Francesco Procopio dei Coltelli een nieuw, modieus drankje, dat men café noemde. Dit is een van de beroemdste brasseries van Parijs, gelegen in de wijk Odéon en kan bogen op een geschiedenis van drie eeuwen. In 1689 installeerde de Comédie-Francaise zich tegenover Procope en werd het café de huiskamer van de schouwburg, favoriet bij Molière, Corneille (niet de Nederlandse Cobra schilder), Racine en, veel later, Voltaire, Balzac, Verleine en Anatole France. Een mengeling van geschiedenis en cultuur in deze ongewone plaats, waar u ook kunt ook kiezen om alleen koffie te drinken.
13 Rue de l'Ancienne Comedie, 6e arrondissement, métro Odéon, dagelijks geopend van 11u30 tot 24u.

Le Grand Vefour (1781 - 1784) onder de bogen 79 tot 82 van het Palais Royal. Eerst bekend onder de naam Cafe de Chartres en een van de hoofdkwartieren tijdens de Franse Revolutie en een trefpunt voor Royalisten. In 1820 kreeg het de naam van de eigenaar Jean Vefour. Pas in 1944 kreeg het de naam Le Grand Vefour. Heel artistiek Parijs kwam er dineren, vooral na de komst van chef Raymond Oliver, die ruim dertig jaar deel uitmaakte van de Franse gastronomische top. De keuken is uitstekend, maar de sfeer van dit eeuwenoude etablissement zal voor velen minstens zo'n belangrijke reden tot een bezoek zijn. Logisch dat hier ook gefilmd werd voor de film Coco avant Chanel. Een locatie waar mademoiselle Chanel vaak te vinden was.
17 Rue de Beaujolais, 1e arrondissement, métro Palais Royal, geopend van 12u30 tot 14u en van 20u tot 22u. Zaterdag en zondag gesloten.


Le Vaudeville, het café Vaudeville stamt uit 1827 en werd in die tijd druk bezocht door beurshandelaren en theaterbezoekers. Le Vaudeville ligt in de rue de Vivienne tussen het Palais Royal en de Grands Boulevards, tegenover de beurs van Parijs.
Parijs dankt zijn mooiste brasseries aan één man; Jean Paul Bucher (1938-2011), een voormalige kok uit de Elzas en tot 2005 eigenaar van de acht mooiste brasseries van Parijs. Op 30 jarige leeftijd besloot hij te investeren in oude, in verval geraakte Parijse brasserieën. In 1968 kocht hij zijn eerste aanwinst, Brasserie Flo, van zijn streekgenoot Louis Floderer. Bucher kreeg de smaak te pakken en kocht in de jaren daarna, in een rap tempo, nog zeven zaken, waaronder Balzar, Le Bœuf sur le Toit, Bofinger, La Coupole, Julien, Terminus Nord en, Le Vaudeville. Hij initieerde de Groupe Flo, eigenaar van vele restaurant-ketens. In 2005, zes jaar voor zijn overlijden op 73 jarige leeftijd, verkocht hij zijn geesteskind aan de Belgische miljardair Albert Frère. Jean Paul Bucher; "Monsieur Savoir Vivre". Hij creeërde de Esprit Brasserie.
De inrichting van Vaudeville dateert uit de jaren twintig en het prachtige art-déco interieur met veel koper, hout en marmer is gelukkig bewaard gebleven.
29 Rue Vivienne, 2e arrondissement, métro Bourse, dagelijks geopend van 12u tot 15u en van 19u tot 24u.


L'Escargot Montorgueil; een restaurant dat sinds 1832 niet meer is veranderd, ook de menukaart niet. Dit restaurant is een Parijs instituut. Niet alleen door haar interieur en exterieur maar ook door haar keuken. Zij serveren al sinds 1832  met veel trots een Franse specialiteit die zijn grenzen heeft overschreden in roem; de escargot of in het Nederlands de gekookte landslak. Op het menu staan drie smaken; de klassieke manier met peterselie knoflook en boter, Kerrie Madras of de schelp gevuld met Roquefort. Geserveerd per 6, 12 of zelfs per 36 voor de echte fans. De beschilderde plafonds, houtwerk en kroonluchters geven deze plek een elegante en rustige sfeer.
17 Rue de Beaujolais, 1e arrondissement, métro Étienne-Marcel, dagelijks geopend van 09u tot 01u.

Closerie des Lilas (1847). Bijgenaamd het 'Lusthof der Seringen'. In 1847 werd deze uitspanning gekocht door een zekere Bullier, een hulpober in La Grande-Chaumière, een populaire zaak aan de boulevard Montparnasse. De eigenaar liet voor de deur duizend seringen poten.  Dit is een van de restaurants van Parijs die het meest bezocht zijn door kunstenaars en intellectuelen sinds de oprichting. Cézanne, Picasso, schrijvers waaronder; Gautier, Zola, Verlaine, Apollinaire,  Sartre en Hemingway. Hemingway leert de eigenaar de Daiquiri kennen, zijn favoriet cocktail op basis van witte rum, limoen en suiker, die nu een must geworden is in deze zaak. Een prachtig interieur dat sinds 1925, toen het etablissement opnieuw werd gedecoreerd door Alphonse Louis en Paul Solvet.  'La Closerie', zo wordt ze genoemd door de stamgasten, staat nog steeds centraal in het leven van de Montparnos en wordt tot op de dag van vandaag nog steeds bezocht door een hele rits van celebrities.
171 Boulevard du Montparnasse, 6e arrondissement, métro RER Port Royal, alle dagen geopend van 12u tot 00.30u.


Restaurant Montparnasse 1900 (1858), ook bekend als Bistrot de la Gare was een van de vele Bouillons Chartier. Een eenvoudige keuken in een verbazingwekkend en geraffineerd interieur. Geliefd bij vertrekkende en wachtende treinpassagiers die gehaast zijn om hun geliefkoosde Normandië terug te zien. Een adembenemend art-deco interieur van de hand van Louis Trézel, die glas, lampen, houtwerk, schilderijen en spiegels combineert met een zeer gezellige en warme sfeer van deze chique brasserie. Traditionele Franse keuken voor relatief hoge prijzen
59 Boulevard du Montparnasse, 6e arrondissement, métro Montparnasse-bienvenue, dagelijks geopend 12u tot 15u en van 19u tot 24u.

La Maison Ladurée tearoom. Het begint allemaal in 1862, wanneer Louis Ernest Ladurée een luxe bakkerij opent in Parijs op rue Royale nummer 16. De decoratie is toevertrouwd aan Jules Chéret, een beroemd schilder en kunstenaar. Hij creëert de l’Ange Pâtissier, de engel die nog steeds voorkomt in het wapen van het Huis Ladurée. Hij liet zich inspireren door het plafond van de Sixtijnse kapel en de Opera Garnier. Ladurée is beroemd om zijn Macarons. Het was zijn kleinzoon, Pierre Desfontaines, die de macaron introduceerde in 1930. Hij kwam met het idee om twee helften van meringue tegen een vulling van ganache te plaatsen. De Franse macaron was geboren en sinds die tijd is het recept niet meer veranderd.
16-18 Rue Royale, 8e arrondissement, métro Madeleine, geopend van maandag tot en met zaterdag 8u tot 20u, zon- en feestdagen van 10u tot 19u.

Photo courtesy of Benedicte Gruys

Brasserie Bofinger. In 1864 opende Frédéric Bofinger op nummer 5 van de rue de la Bastille, naar het schijnt de eerste gelegenheid waar bier uit het vat werd geserveerd.  Met zijn fraaie azuurkleurige koepel van glas in lood versierd met enorme bloementrossen, sierlijke ingelijste spiegels en gepatineerde houten muren, is het een genot om hier te dineren. In 1906 deed de oude Bofinger zijn zaak over aan zijn schoonzoon Albert Bruneau, die prompt het naastliggende pand aankoopt. Doordat het etablissement vlak bij het inmiddels verdwenen Gare de la Bastille ligt, wordt het 24 uur per dag door reizigers bezocht. Het Bastille station moest in 1984 plaatsmaken voor de Opéra de la Bastille een van de zogenaamde Grands Traveaux van François Mitterrand. Lange tijd is Bofinger een verplichte pleisterplaats voor de hele politieke klasse, kunstenaars en acteurs. Door de toenemende populariteit van de wijk rond place de la Bastille en de opening van de nieuwe Opéra de la Bastille in 1989, blijft deze brasserie een van de drukst bezochte brasseriën van Parijs. Mede dankzij de kwaliteit van de Elzasser keuken en wijnen. Voor het restaurant staat een zogenaamde "banc de huîtres" waar de "huîtriers", de oestermannen, gedurende het gehele jaar, buiten de schalen prepareren vol met schaal- en schelpdieren.
5-7 Rue de la Bastille, 4e arrondissement, metro Bastille, alle dagen geopend 12u tot 15u en van 18u30 tot 24u met uitzondering van zondag geopend 23u.


Brasserie Gallopin. Alles begint in 1876 wanneer Gustave Gallopin, een welvarend bierhandelaar, tijdens een reis naar New York, op het idee komt om de eerste Anglo-Amerikaanse bar in Parijs op te zetten. Mede dankzij zijn huwelijk met een rijke Engelse staat het huis symbool voor het Victoriaanse Engeland, het New York van rond de eeuwwisseling en het Haussmanniaanse Parijs. Een 'Grand Bar' met een echte draaideur toen nog ongekend in Parijs. Ingericht met mahoniehout uit Cuba, goudkleurig koper en afgeronde spiegels. Geliefd bij theatermensen, acteurs en journalisten die er genieten van een prijzige brasseriekeuken en een 'Galopin'. Bierglazen in verzilverd metaal volgens een nieuwe Franse eenheid, de Franse pint met een inhoud van 20cl.
40 Rue Notre Dame des Victoires, 2e arrondissement, métro Bourse, dagelijks geopend van 12u tot 15u en van 19u tot 23u.


Brasserie Lipp. In 1880 vestigden Léonard Lipp en zijn vrouw Élise hun cafebedrijf aan de boulevard Saint Germain, toen nog een zaak waar slechts 10 tafeltjes stonden. Al vanaf de opening frequenteerden acteurs, dichters en schrijvers de zaak. Pas in 1914 werden de fundamenten gelegd voor de huidige Elzasser brasserie. Grote geslepen spiegels gevat in faïence-tegeltjes, beschilderd keramiek van de hand van Léon Fargues en plafond-schilderingen door Charly Garrey. In 1920 werd het restaurant nog eens vergroot doordat de binnenplaats er bij werd getrokken. Lipp ontwikkelde zich tot de 'kantine' van de macht en de intelligentia. Zo is de legende Lipp tot Parijse mythe verworden. Het gebouw is een historisch monument. Traditionele Franse keuken maar de typische Elzasser gerechten zijn nog steeds dè specialiteit.
151 Boulevard Saint-Germain, 6e arrondissement, metro Saint Germain des Prés,  dagelijks geopend van 09u tot 00.45u.

Restaurant Drouant. De jonge Elzasser Charles Drouant kocht in 1880 een bescheiden cafe annex tabakswinkel op de hoek van de rue Saint-augustin en de rue Gaillon. Hij verbouwde zijn zaak tot restaurant en vergastte zijn gasten op vis, schaaldieren en oesters. Zijn restaurant kon rekenen op een incrowd van schrijvers en kunstenaars en dat is tot op de dag van vandaag niet veranderd. Sinds 1814 komt hier jaarlijks de jury bijeen om te vergaderen over de toekenning van de belangrijkste Franse literatuurprijzen: De Prix Goncourt of de Prix Renaudot, vernoemd naar de geschiedschrijver Théophraste Renaudot, de grondlegger van de Franse pers. Sinds 1975 wordt ook de winnaar van de poëzieprijs, de 'Prix Apollinaire' in Drouant bekend gemaakt. Het interieur heeft sinds 1880 verschillende verbouwingen meegemaakt waarvan de laatste in 1986. Weliswaar een literatuurinstituut maar de tijd moet, tussen de mix van oud en nieuw, hier wellicht nog zijn werk doen. Het biedt een traditionele Franse keuken, met seizoensgebonden producten vers van de markt.
18 Rue Gaillon, 2e arrondissement, métro Quatre Septembre, dagelijks geopend van 12u tot 14.30u en van 19u tot 22.00u.

Photo courtesy of Marcel Tillema - Fotoclub Bellus Imago

Les Deux Magots (1885). Les Deux Magots ontleent zijn naam aan het theater Les Deux Magots de Chine. In 1812 was hier een winkel in Chinese zijde  gevestigd. In 1885 werd de winkel omgebouwd tot een dranklokaal. Het uithangbord en het interieur bleef behouden inclusief de twee beroemde houten beelden van Chinese handelaars (magots). In de jaren twintig streken hier de surrealisten neer en 't werd veel later ook de pleisterplaats van grote literaire- en artistieke namen waaronder filosoof en schrijver Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, zijn levensgezel, Hemingway (waar kwam hij niet) en kunstschilders Fernand Léger Pablo Picasso. Tegenwoordig meer lieden uit de modewereld en zij die houden van zien en gezien worden. Liefhebbers van de Franse film 'Intouchables' kennen het café uit de scene, gefilmd op het terras, waar een emotioneel gesprek plaatsvindt tussen Driss en Philippe. Hiervoor huurden de filmmakers Les Deux Magots een gehele nacht af. Net als Café de Flore is Les Deux Magots wereldberoemd en overprijsd. Aan te bevelen is de fameuze chocolat à l'ancienne, pure donkere chocolade opgelost in warme melk. Vergeet het prijskaartje en laat u verrassen door het prototype van de Parijs arrogante ober, onberispelijk gekleed in het zwart met een lange witte voorschort. Traditionele seizoengebonden Franse keuken. Vergeet ik nog te vertellen; ook zij hebben een eigen literatuurprijs, ontstaan in 1933, de 'Prix des Deux-Magots'.
6 Place Saint-Germain des Prés, 6 arrondissement, métro Saint-Germain des Prés, dagelijks geopend van 07.30u tot 01u.


Café de Flore: Misschien wel dè literaire ontmoetingsplaats van het zesde arrondissement. Een instituut, de parel van de Rive Gauche. De beroemdheden die hier een glas hebben gedronken zijn niet te tellen. Het dankt zijn naam aan Flora, de godin van de lente. Het café bestaat sinds 1887 en sinds die tijd het trefpunt van dichters, uitgevers, schrijvers, intellectuelen, kunstenaars en zij die zich kunstenaar noemden. Ook hier warmden dezelfde namen, waaronder Hemingway, Sartre, de Beauvoir, Camus en Prévert, zich aan dezelfde kachel om daarna naar de overkant te vertrekken voor een maaltijd bij Lipp. Flore is nog altijd de verzamelplaats voor de intellectuele en artistieke fine fleur van Parijs. Het is zalig om als anonieme toeschouwer vanaf het terras het leven op staat gade te slaan. Onvermijdelijk was natuurlijk dat ook zij moesten beschikken over een literaire prijs. Gecreëerd in 1994 de literaire 'Prix de Flore'.
172 boulevard Saint-Germain, 6e arrondissement,  métro Saint-Germain des Prés, dagelijks geopend van 07u tot 02u.


Maxim's (1893): Vanaf het einde van de 18e eeuw was op nummer drie van de rue Royale ijssalon Imoda gevestigd. Specialiteit ijsjes met vleesjus. Op 14 juli 1890 werd de zaak door een woedende menigte vernield vanwege het voeren van een Duitse vlag. Het pand werd aangekocht door Maxime Gaillard tot dan toe werkzaam als cafékelner bij een naburige Amerikaanse bar, Le Reynolds. Hij beslist om zijn zaak Maxim's te noemen, een gouden greep. Al snel wordt de trendy club ontdekt door de 'cocottes' de courtisanes of de talrijke luxeprostituees en de zonen van gegoede families die de champagne rijkelijk laten stromen tot in de vroege uurtjes. Na zijn dood nemen twee hoofdkelners het bewind over en veranderen het etablissement, met behulp van architect-decorateur Louis Marnez, in een tempel van de art nouveau. Lianen, bloemen en bladeren in koper omstrengelen de pijlers in mahoniehout. Een glazen dak in glas in lood met duizenden bloem verspreiden een zacht licht in de zaal. Een werkelijk adembenemend en magistraal interieur wat mede dankzij de huidige eigenaar Pierre Cardin bewaard is gebleven voor het nageslacht. Aangevuld met een schitterende collectie Europese art nouveau, met veel geduld en liefde bijeengebracht door deze Parijse modekoning, in de voorbije zestig jaar. Geen wonder dat het interieur is opgenomen in de 'Inventaire des Monuments Historiques': La Belle Époque pur sang. Op de eerste etage bevindt zich ook nog een museum. Typisch Franse keuken met een zeer hoog prijsniveau zonder het bezit van enige Michelin-ster.
3 Rue Royale, 8e arrondissement, métro Concorde, alle dagen geopend van 19u tot 23u, met uitzondering van de maandag en zondag.


Bouillon Chartier: Wat goed en lekker is hoeft niet per se duur te zijn. Met die gedachten begonnen de  gebroeders Camile en Éduard Chartier in 1895 hun eerste restaurant in de ru du Temple. hun hofleverancier de slager Pierre Duval verzon de formule van de bouillon. een eenvoudig volksrestaurant waar men een goedkope pot-au-feu kon eten, die werd geserveerd met een kom bouillon. Maar in 1896 gaven zij hun bouillon in de rue du Faubourg-Montmartre een prachtige entourage. De ingang ligt aan een somber binnenpleintje aan de rue Faubourg Montmartre. Je komt binnen door een draaideur, nadat je gegarandeerd in een lange wachtrij hebt gestaan. Gelijk ben je onder de indruk van de geweldige eetzaal met haar grote klok en glazen overkapping. De muren bekleed met spiegels, marmer en houten lambrizeringen. Aan het plafond grote hanglampen met wit-glazen bollen. Je wordt vriendelijk ontvangen door een ober met een wit voorschoot, zwart vest en een vlinderdasje die je plaatst tussen een oud dametje of een verliefd studentenkoppel. Reserveren is namelijk niet mogelijk. Heerlijk geroezemoes en een duizelingwekkend ballet van obers met hun overvolle dienbladen. Eten bij Chartier is een beleving en als herinnering de rekening geschreven op het papieren tafelkleed. Afrekenen, afscheuren en wegwezen. Chartier staat sinds 1989 op de monumentenlijst. Traditionele Franse keuken voor ongelofelijk lage prijzen. 'Les entrées' tussen de € 1,80 en 6,60, 'les plats' tussen de € 8,50 en € 13,50, 'les deserts' tussen de € 2,20 en € 4,00
7 Rue du Faubourg Montmartre, 9e arrondissement, métro Grands Boulevards, geopend 7 dagen in de week van 11.30u tot 24u.


Julien: Deze brasserie is een overblijfsel uit de voorbije tijd. Sinds het midden van de vorige eeuw is de beganegrond van de rue Faubourg-Saint-Martin 16 in gebruik als restaurant en in het bezit van zekere monsieur Fournier. In 1902 werd het gehele pand verbouwd en een nieuwe 'bouillon' was geboren. Toen nog onder de naam Gandon Fournier.
Maar er is ook een ander verhaal over de ontstaansgeschiedenis van Julien. Barbarin, een café-exploitant uit Montmartre die zich in de wijk Saint-Denis zou hebben gevestigd, bezwangerde een danseres die hem een zoon baarde; Julien, naar wie Barbarin vervolgens zijn 'bouillon' vernoemde.
Persoonlijk vind ik dit het mooiste restaurant van de Flo-groep. Een monument uit de begintijd van de art-nouveau. Hoge, immens grote spiegels worden omgeven door sierstucwerk met links en rechts prachtige panelen van glaspasta, gemaakt door glaskunstenaar Louis Trézel en geïnspireerd op het werk van de kunstschilder Alfons Mucha. Afgebeeld zijn vier jonge vrouwen, die de vier seizoenen symboliseren. De plafonds zijn voorzien van glas in lood en de vloeren rijk versierd met plantenmotieven in mozaïek. In het midden koperen kapstokken voorzien van lampen met witte bollen. De 23 koppige bediening, altijd smetteloos gekleed in zwart-wit, maakt de maaltijd hier tot een feest. Traditionele Franse keuken.
16 Rue du Faubourg Saint Denis, 10e arrondissement, métro Strasbourg Saint Denis, dagelijks geopend van 12u tot 15u en 19u tot 24u. Op zondag en maandag tot 22u.


Angélina Tearoom: De godendrank volgens het aloude recept van Lodewijk XV is nog steeds te proeven bij Angélina onder de arcades van de rue de Rivoli. Het interieur is onveranderd sinds 1903, toen haar Oostenrijkse voorvader Antoine Rumpelmeyer hier zijn eerste banketbakkerij annex theesalon opende. In het door Édouard-Jean Niermans ontworpen interieur heerst nog de sfeer van de Belle Époque en  combineert elegantie, charme en verfijning. Met overdadig vergulde ornamenten, elegante pronktafeltjes onder een glazen dak, verfijnd porselein en elegante bediening. Zien en gezien worden, want hier kun je de verleiding niet weerstaan voor wat heet, de beste warme chocola ter wereld. Gemaakt van gesmolten pure chocolade met de toevoeging van een eierdooier per kop, opgeklopt op laag vuur (absoluut niet laten koken) en vervolgens warm uitgeserveerd, overgoten met een lepel slagroom. Een andere klassieker van het huis is de Mont-Blanc, een taartje van meringue met vanilleroom en bedekt met een nestje van dunne slierten kastanjepuree. Angèle de werkelijke naam van Angélina veranderde de naam Rumpelmayer pas in 1950 in Angélina. De tearoom is sinds 1974 het bezit van de gebroeders Jaques en Pierre Gauthier, de eigenaars van brasserie Mollard. Angélina is romantiek, een rustig maar weelderig trefpunt, tussen sereniteit en gastronomisch genoegen. Hier hangt nog steeds de sfeer van Proust en Coco Chanel.
226 Rue de Rivoli, 1e arrondissement, metro Louvre Rivoli, Alle dagen geopend; maandag tot en met donderdag van 07.30u tot 19u, vrijdag van 07.30u tot 19.30u en op zaterdag en zondag van 08.30u tot 19u.


La Coupole: Geopend in 1927. Ooit een opslagplaats voor kolen en hout. De onderaardse gangen dwongen de architect om de grootste eetzaal van Parijs te voorzien van 24 pilaren. 32 kunstenaars uit de buurt van Montparnasse werden vervolgens benaderd om de pilaren te beschilderen. Eten in La Coupole is een belevenis. Dit restaurant is nog steeds de ontmoetingsplaats voor talloze beroemde mensen uit de wereld van politiek, literatuur, kunst, zang en dans. Een gevleugelde uitspraak in Parijs is "regeringen worden gevormd in Lipp, ze vallen in la Coupole". Toen Bucher het in 1988 overnam heeft hij het interieur in de oude staat teruggebracht. Zacht groene wanden, prachtig mozaïek op de vloer en je eet nog steeds van het art-déco servies. 91 mensen vormen de zwarte en 43 de witte brigade. Het 800 m² grootte restaurant telt 450 plaatsen gesitueerd rondom een monumentaal kunstwerk 'la Terre' van Louis Derbré'. Vooral als visliefhebber kom je hier aan je trekken met specialiteiten als de plateaus fruits de mer, of de hommard grillé flambé au whiskey, maar ook voor een uitstekende chateaubriand bent u hier aan het juiste adres.
102 Boulevard du Montparnasse 102, 14e arrondissement, métro Vavin, alle dagen geopend, van maandag tot en met vrijdag van 8u tot 23u en zaterdag en zondag van 8u tot 24u.


Chez Jenny: Robert Jenny, een marktkoopman uit Straatsburg merkte dat met name de Parijzenaars hielden van specialiteiten uit de Elzas. Dus niets weerhield hem om zich in Parijs te vestigen vlakbij de place de la République. Op nummer 39 van de rue du Temple vond hij een oude balzaal; Victor. Brasserie Chez Jenny werd een feit in 1932. De mozaïekwerker Charles Spindler voorzag de zalen van taferelen uit de Elzas. Rijk uitgerust met houtsoorten uit Birma, Marokko, Indonesië, Canada en Finland. Let vooral op het houten beeld, beneden aan de trap, voorstellende een vrouw uit de Elzas die een druiventros vasthoudt, als symbool voor een goed wijnjaar. Al vanaf 1932 zetten serveersters in authentieke klederdracht de gasten een heerlijke zuurkool voor. Traditionele Franse keuken maar ook veel vis en schelpdieren.
39 Boulevard du Temple, 3e arrondissement, métro République, dagelijks geopend van 12u tot 01u.


Met dank aan Evous Paris voor het idee. 
Fotografie; uit mijn serie 'obers van Parijs'.

Mijn wens voor u aan het slot van 2015, geniet met volle teugen van 2016

dinsdag 22 december 2015

HOTSPOTS LANGS DE SEINE

Als ik in de stad ben wandel ik altijd een willekeurig stuk langs de Seine. Een wandeling langs de Seine is zoiets als rustig door immense schilderijen glijden die elkaar opvolgen. Op sommige stukken kun je de lichtelijk oververhitte massa toeristen achter je laten en kom je in een onwezenlijke rust. Soms voel je je onderweg alleen op de wereld, wanneer je al een tijdlang geen levende ziel meer bent tegengekomen. 

Daar op die verlaten plekjes laat de Seine ons mondjesmaat in haar charme delen en houdt ze de drukte van de stad op veilige afstand. Sinds mensenheugenis is de Seine de as van Parijs die de stad splitst, maar de twee delen tegelijk ook verbindt, zo mooi vormgegeven in het logo van de Parijse Métro, de RATP. In Parijs verglijdt de tijd, zoals het water van de Seine tussen de met geschiedenis en emoties beladen oevers voortkabbelt. De Seine als spiegel van de stad. Op sommige dagen een gele tint onder de kwikgrijze hemel, op andere dagen helder blauw met zilvertinten waarin een stralende hemel weerspiegelt zoals in een schilderij van Monet. Geen wonder dat Clovis, de Franse uitvinder van de monarchie, in het jaar 506 Parijs als residentie koos.

Een wandeling langs de Seine is zoiets als rustig door immense schilderijen glijden die elkaar opvolgen

De Seine en zijn kades zijn net zo kenmerkend voor de stad als de vele monumenten Zij verdeelt de stad in de Rive Gauche (linkeroever) en de Rive Droite (rechteroever) en dankt haar naam aan niemand minder dan Julius Ceasar. De rivier heeft een lengte van 776 kilometer en loopt van het dorpje Source-Seine,  zo'n 30 kilometer ten noordwesten van Dijon, naar Het Kanaal. Even buiten Parijs voegt zij zich samen met de Oise en de Marne. Tot aan de 14e eeuw waren de oevers van de Seine een wirwar van sleeproutes en gespecialiseerde havens. De eerste quai (kade) die werd aangelegd in 1313 was de Quai des Grands Augustins, maar het was de rechteroever die zich het snelst ontwikkelde, die de Koninklijke tuinen; de Tuilerieën met de Quai des Célestines verbond. Lodewijk XVI ontwikkelde uiteindelijk de linkeroever met de aanleg van de Quai Saint-Bernard via Saint-Michel en de Quai des Grands Augustins, helemaal tot aan de Invalides. Aan Haussmann danken we de bomen die de lange stukken van de kades opfleuren en 's zomers zorgen voor de nodige schaduw.

De Seine en Île de la Cité gezien vanaf de pont du Carrousel

In deze blog beperk ik mij tot dat deel van de Seine dat tussen de Parijse ringweg, de boulevard  Périphérique, stroomt. De rivier komt binnen aan de oostzijde bij de Val de Marne en vormt daar de scheiding tussen het 12e en 13e arrondissement. Om vervolgens aan de zuid-west zijde, bij Boulogne Bilancourt, de stad weer te verlaten aan de grens van het 16e arrondissement. Dit stuk is maar 13 kilometer lang. De rivier stroomt met een gemiddelde snelheid van 2 kilometer per uur en is het breedst +/- 200 meter bij de Pont de Grenelle. Het smalst, slechts 30 meter bij de Quai de Montebello. U weet wel, die brug met duizenden hangsloten bij de Notre Dame. De diepte varieert van 3,40 mtr bij de Pont Nationale en 5,70 mtr bij de Pont Mirabeau. 37 bruggen liggen er over het Parijse gedeelte van de Seine.

Clochards slapen er onder, vrijplaats voor verliefde stelletjes, inspiratiebron voor schrijvers en kunstschilders en een schuilplaats voor de regen. De bruggen van Parijs spelen een grote rol in het culturele landschap van de stad. De oudste brug is de Pont Neuf (1578 - 1604), de meest versierde brug is de Pont Alexandre III (1896 - 1900). Het mooiste uitzicht over het historische hart van Parijs heeft u vanaf de voetgangersbrug Passerelle des Arts, een stalen reconstructie van de eerste gietijzeren brug van Parijs uit 1804. Andere prachtige bruggen zijn: Pont de Bir-Hakeim (1903 - 1905) met een bijzonder uitzicht op de Eiffeltoren en de Pont de la Tournelle (1928) met een adembenemend zicht op Île de la Cité en de Notre Dame.

Het Parijse quartier Tolbiac met de Bibliothèque Nationale de France

Tolbiac
We gaan de Seine volgen vanaf de oostkant van Parijs in de wijk Tolbiac (metrostation Quai de la Gare). Wie op zoek is naar vernieuwing vindt die zonder moeite in het 13e arrondissement. Een wijk in beweging of zoals de Fransen zeggen: "Un quartier qui bouge". Wie op een actuele kaart van Parijs kijkt ziet rond de nationale bibliotheek een groot wit gebied gemarkeerd met 'secteur en traveaux'. Zo'n twintig jaar geleden begon men hier met de herinrichting van deze zone, Tolbiac genaamd. En deze werkzaamheden gaan nog door tot 2025. De opening van de Bibliothèque National de France in 1995  en de aanleg van metrolijn 14 was het startsein voor het grootste project op het gebied van stadsvernieuwing in Parijs sinds baron Haussmann. 

De Bibliothèque Nationale de France met de signatuur van Dominque Perrault

De grootste bouwkundige trekpleister van de Paris Rive Gauche, is het project dat François Mitterand vlak voor zijn dood in 1996 nog wel heeft ingewijd maar niet meer officieel heeft kunnen openen. In augustus 1989 won de toen 36 jarige architect Dominque Perrault de architectuurwedstrijd voor de bouw van de Bibliothèque Nationale de France (BNF). Vier torens in de vorm van een open boek en het duurste project van 'les Grands Traveaux' van François Mitterand, zo'n slordige 1,2 miljard euro. Elke toren is 80 meter hoog en heeft 22 verdiepingen. De vier torens kregen poëtische namen: Toren 1 - Tour des Temps (Toren van de Tijd), Toren 2 - Tour des Lois (Toren van de Wetten), Toren 3 - Tour des Nombres (toren van de Getallen) en Toren 4 - Tour des Lettres (Toren van de Brieven). Alle torens zijn voorzien van een speciale bescherming tegen invallend zonlicht. 7 cm. dik glas, dan opnieuw dik glas en dubbelzijdige houten zonweringen. Binnenin wordt de temperatuur constant op 18°C gehouden en de luchtvochtigheid op 55%. 450 km rekken zorgen voor een opslag van 15 miljoen boeken. 8 km rails en 300 wagentjes zorgen voor het transport van alle documenten. Per jaar komen hier zo'n 1 miljoen bezoekers. De vier torens omsluiten een bijzondere binnentuin, die het beeld oproept van een kloostergang waar de monniken kwamen mediteren. Eigenlijk is het eerder een stukje bos dan een tuin en dan nog een bos waar je niet in mag en alleen van boven mag bekijken. Jammer maar toch weer heel bijzonder. De 200 dennenbomen werden overgeplaatst van het forêt de Normandië. Het onderbos bestaat uit heide, varens en wilde aardbeien. Het uitgestrekte rechthoekige binnenplein is bedekt met hardhout van de tabebuia. Het hout heet in Nederlands 'Surinaams groenhart'. Ook vanuit het binnenplein heeft u weer fraaie vergezichten over het 12e arrondissement.

Het drijvende zwembad in de Seine

Voor u ziet u het drijvend zwembad Joséphine Baker dat in 2006 openging. Het bad is aangelegd op een boot en maakt het mogelijk om vlak boven de Seine te zwemmen. Het glazen plafond kan in de zomer in zijn geheel open. Het zwembad meet 25 x 10 meter en heeft een zonnedek met 300 plaatsen. Het zwembad is gevuld met gefilterd en gezuiverd Seinewater.

Vervolgens passeren we de futuristische voetgangersbrug, de Passerelle Simone-de-Beauvoir, de 37e brug van Parijs. Een knap staaltje techniek en vormgeving van de architect Dietmar Feichtinger. 190 meter lang en ze overbrugt de Seine zonder enige pijler. De brug is gebouwd in de Elzas en over het water naar Parijs vervoerd, waar ze midden in de nacht in een paar uur werd gemonteerd. De Parijzenaars noemen haar 'la lentille', de lens, vanwege de twee elkaar kruisende bogen die het geheel de vorm van een oog geven. Aan de overzijde bevindt zich het 12e arrondissement en het Parc de Bercy.

De futuristische voetgangersbrug, de Passerelle Simone-de-Beauvoir

Les Docks
We passeren de Pont de Bercy en u ziet een futuristische constructie van groen getinte glasplaten, die als een gifslang langs het gebouw kronkelt. Door de weerspiegeling van het groene glas kleurt de Seine smaragdgroen. Les Docks - Cité de la Mode et du Design is ontworpen door het architectenbureau JAKOB+MACFARLANE; de Franse architect Dominique Jakob en de Nieuw-Zeelander Brendan Macfarlane en heeft nu al de bijnaam de "groene gifslang". Het is gebouwd rondom het karkas van de oude entrepots van het treinstation Austerlitz (les Magasins Généreaux d'Austerlitz). Kosten grofweg zo'n 44 miljoen euro. 4 Etages met een totale oppervlakte van 14400 m².

De opening vond plaats in 2012. Het Institut Français de la Mode (IFM) is verdeeld over drie etages. Op de tweede etage een museum annex expositieruimte. Op de bovenste etage is een park aangelegd met een fantastisch uitzicht over de Seine en het Parc de Bercy. Verder het restaurant Nüba en nachtclub annex lounge bar, genaamd 'Moon Roof'. Inmiddels de tweede nachtclub van 'Le Baron' Lionel Bensemoun. Een derde van het gebouw is in gebruik als expositieruimte, inclusief studio’s voor muziekproducties, cafés, restaurants, mode- en designwinkels. Op de begane grond vindt u diverse mode- en designwinkels en twee restaurants. M.O.B. overgewaaid uit New York, het eerste vegetarische burgerrestaurant in Parijs. Restaurant Wanderlust; een lang gekoesterde wens van drie vrienden (Fouad Ezzitouni, Olivier Grandclaude en Ahmed Chaoui). Sinds zijn opening in 2012 'the place to be'. Een moderne bistro met een terras van 1600 m2 dat uitzicht biedt over de Seine. Zowel overdag als 's nachts geopend. 

Les Docks - Cité de la Mode et du Design

Aan de overzijde ziet u het futuristische gebouw van Le Ministère de l'Économie et des Finances. Toen besloten werd het Musée du Louvre uit de breiden betekende dit ook dat het ministerie van Financiën uit de Richelieu-vleugel moest vertrekken. De boten aan de onderzijde van het ministerie dienen ervoor dat de minister van Financiën en zijn topambtenaren de Assemblée Nationale (de Franse Tweede Kamer) filevrij, over het water kunnen bereiken.

Île Saint-Louis
Bij de pont Saint Louis, de verbindingsbrug tussen Île de la Cité en het Île Saint-Louis dalen we af naar de Seine naar de punt van de quai de la Bourbon. Daar heb je een prachtig uitzicht over de Seine en een fraai doorzicht onder drie bruggen: de pont d'Arcole, pont de Notre Dame en de pont au Change. Nog altijd is het Île Saint Louis een dorp midden in de stad. Hier heerst een haast provinciaalse rust. Het lijkt zelfs of de bewoners en de middenstanders anders zijn dan elders in de stad, hartelijker, vriendelijker. Aan de overzijde licht de Marais maar wij nemen de quai de Bourbon. De zon streelt de goudbruine gevels van een rij prachtige hôtels die ooit toe hebben behoord aan grote Franse geslachten. Op nummer 19 het hôtel de Jassaud (het mooiste pand van de kade) waar Camile Claudel, een Frans beeldhouwster, (zij speelde een belangrijke rol in het leven van de beeldhouwer Auguste Rodin) haar atelier had. Iets verderop, aan de quai d'Anjou op nummer 17, het hôtel Lanzun, ooit eigendom van de graaf van Lanzun. De dichters Charles Baudelaire en Théophile Gautier huurden hier hun kamers. Het pand was ook beroemd door de Club des 'Hachichins' of te wel de club van hasjrokers en dat in de 17de eeuw. Iets verder stroomopwaarts, in de knik die de kade op de kop van het eiland maakt, een van de mooiste herenhuizen van Parijs: het hôtel Lambert, gebouwd in 1640. Beroemdheden, waaronder Chopin en Voltaire maar ook de Franse filmactrice Michèle Morgan, hadden hier hun residentie. Het fraaie herenhuis is nu in het bezit van Prins Abdullah bin Khalifa al-Thani, de broer van de emir van Qatar. In 2007 hebben ze hier maar liefst 80 miljoen euro voor betaald aan de familie van Guy en Marie-Hélène de Rothschild. Het gebouw wordt voor de tweede keer volledig gerestaureerd na een fatale brand op 10 juli 2013.

Île Saint-Louis gezien vanaf de pont de Sully

Geniet wederom van een prachtig uitzicht over de Seine vanaf de square Barye, het enige overblijfsel van een voormalige terrasvormige tuin aan de oostpunt van het eiland. Naar het schijnt kwam de kroonprins, de toekomstige Lodewijk XIII hier graag naakt zwemmen. En ook heden ten dage tref je hier veel zonaanbidders aan, die het heerlijk vinden om naakt te zonnen. We blijven de Seine volgen via de quai de Béthune vol met elegante herenhuizen. Op nummer 24 stierf President Georges Pompidou. We vervolgen onze weg via de quai d'Orleans met op nummer 18 het zeer fraaie hôtel Rolland.

De 'bouquinistes' 
Op de rechteroever van de Pont Marie tot aan de Quai du Louvre, en op de linkeroever van de Quai de la Tournelle tot aan de Quai Voltaire, een gebied dat inmiddels tot Unesco World Heritage Site is verklaard, maken ruim 240 'bouquinistes' gebruik van 900 groene boekenkisten. Zij huisvesten meer dan 300.000 oude boeken, een zeer groot aantal bijzondere  tijdschriften, oude affiches, zeldzame strips maar ook ansichtkaarten. De Seine wordt omschreven als de enige rivier in de wereld die stroomt tussen twee "boekenplanken".  Naast boekhandelaar, zijn deze gepassioneerde mannen en vrouwen in de eerste plaats getuigen van het Parijs van vroeger en nu. Zij vormen een groot cultureel lint langs de Seinekaden, in de schaduw van grote Parijse monumenten zoals de Notre-Dame.

Ruim 240 'bouquinistes' maken gebruik van 900 groene boekenkisten

De 'bouquinistes' maken deel uit van het culturele en commerciële erfgoed, een van de schatten van de stad Parijs. Met hun 900 'dozen' en hun 300.000 boeken, oude of hedendaagse, bieden de boekhandelaren een meer dan 3 kilometer lange culturele wandeling langs de kades van de Seine. De boekhandelaren bepalen zelf wanneer zij open zijn. Van de gemeente Parijs hebben zij de verplichting om in ieder geval een aantal dagen per week open te zijn van 11.30 uur tot zonsondergang.

Île de la Cité
Aan de westkant van het Île de la Cité vindt u de oudste en langste brug van Parijs; de Pont Neuf. De eerste steen werd gelegd in 1578 maar was pas klaar in 1607. In 1985 is de brug ingepakt in 41.000 m² zijdeachtige stof en 13 kilometer touw, door de Amerikaans Bulgaarse kunstenaar Vladimirov Javacheff Christo en de Franse kunstenares Jeanne-Claude.  Het bronzen ruiterstandbeeld midden op de brug is een afbeelding van Hendrik IV met als bijnaam "le Vert Galant" vanwege zijn reputatie als de grote verleider. Daal de trap af, achter het beeld, naar de kop van de Seine naar de square du Vert Galant, op het uiterste puntje van Ile de la Cité. Een klein parkje dat lijkt op de boeg van een schip. 

Uw uitzicht vanuit de square du Vert Galant

Al generaties lang een favoriete ontmoetingsplaats voor clochards, jong verliefden en andere romantici. Geniet van een adembenemend uitzicht op de Seine, het Hotel de la Monnaie en het Musée du Louvre en het gesloten warenhuis la Samaritaine¹. Dit idyllische parkje is tevens het aanlegpunt voor de rondvaartboten van "les Bateaux Vedettes du Pont-Neuf". Let ook nog even op de versiering van de ronde bogen van de Pont Neuf. Maskerkoppen van venters, barbiers, vuurspuwers, tandentrekkers, baliekluivers, beurzensnijders en andere charlatans. Afbeeldingen van mensen die 'beroepsmatig', in de 17de eeuw, veelvuldig op de brug te vinden waren. 

De pont des Arts wachtend op panelen van gehard glas zodat deze weer in ere kan worden hersteld

De pont des Arts
Aan de overzijde van het square du Vert Galant, de pont des Arts. Vergeet vooral niet een kijkje te nemen vanaf deze brug op het Middeleeuwse Parijs. De oorspronkelijke brug stamt uit 1802 en werd in 1804 in gebruik genomen. Tot 1849 werd er tol geheven (één sou), zoals gebruikelijk op vele bruggen in die tijd. Op de dag van de opening betaalden maar liefst 65.000 Parijzenaars om de brug te mogen oversteken. In 1852 werden de twee bogen van de linkeroever tot één samengevoegd vanwege een verbreding van de quai Conti. In 1976 vestigde de Inspecteur Général des Ponts et Chaussées (algemeen inspecteur van Bruggen en Straten) de aandacht op de zwakheid van de brug, die te wijten was aan de bombardementen van 1918 en 1944 en aan verscheidene aanvaringen in 1961 en 1970. De brug werd voor verkeer gesloten in 1977 en stortte na een aanvaring in 1979 over 60 meter in. De wederopbouw gebeurde in de periode 1981-1984, volgens plannen van de architect Louis Arretche, die de brug in haar oorspronkelijke staat wilde laten herrijzen. De 155 meter lange brug werd in staal opgetrokken en het aantal bogen werd verminderd van negen naar zeven, wat het mogelijk maakte om de brug in overeenstemming te brengen met de Pont Neuf. De loopbrug werd opnieuw in gebruik genomen op 27 juni 1984 door de toenmalige burgemeester van Parijs Jacques Chirac. In 2008 kwamen de eerste koppels hun liefdesslotjes ophangen aan de brug en in de daar op volgende jaren is het aantal slotjes opgelopen tot ruim 700.000 met een extra gewicht van zo'n 93 ton, alleen aan slotjes. In de zomer van 2015 zijn alle hangsloten verwijderd omdat de brug onder het gewicht opnieuw dreigde te bezwijken. Nu wacht de brug op panelen van gehard glas zodat deze weer in ere kan worden hersteld.

Drijvende tuinen in de Seine bij 'Les Berges de Seine'

Les Berges de Seine
Port de Solférino, métro;  Assemblée Nationale, Port des Invalides, métro; Invalides, Port du Gros Caillou, métro; Alma Marceau

In april 2010 presenteerde de toenmalige Parijse burgemeester Bertrand Delanoë een opzienbarend en ambitieus plan om de kades langs de Seine nieuw leven in te blazen en terug te geven aan de Parijzenaars. "Auto's zullen in hogere mate geweerd worden en wandelaars en fietsers krijgen volop ruimte. De kades moeten gebruikt gaan worden voor sport, cultuur en natuur", aldus Delanoë. "We willen de oevers en hun schoonheid teruggeven aan de Parijzenaars en aan iedereen die van Parijs houdt. Ik wil dat het plaatsen worden om te leven en te ontspannen, en niet langer een autosnelweg door de stad". In 1991 werden de stenen kades door de Unesco op de lijst van beschermd werelderfgoed gezet. "Parijs is ontstaan aan de Seine. Hoe kunnen we accepteren dat die as, die dwars door de stad loopt, alleen nog dient als autoweg?" zei Delanoë, als een soort indirecte repliek aan Georges Pompidou.

Overal langs de Seine vind je beschutte plekjes

Sinds de zomer van 2012 is het zover. Een boulevard van 2,3 kilometer met in en langs de Seine, drijvende tuinen, wandelpaden, sportveldjes atletiekbanen, grote foto-exposities en klimmuren voor kinderen. Dit alles links en rechts gelardeerd met vers gras, plantenkassen, zitbanken, strandstoelen en heel, heel veel bloemen. De drijvende tuin alleen als een promenade van 1800 m²  gebouwd rond vijf eilanden Een groot deel van het 40 miljoen euro kostende project werd afgerond in 2013. De nieuwe boulevard genaamd 'Les Berges de Seine' loopt van net voorbij de Eiffeltoren tot even voorbij het Musée d'Orsay.

De Allée des Cygnes
Onbekend maakt onbemind. De Allée des Cygnes ( métro Bir Hakeim), ook wel bekend als Ile des Cygnes, is letterlijk een eiland midden in de Seine, de grens tussen het 15e en 16e arrondissement. Het eiland werd in 1827 aangelegd en is vooral tijdens de warme lente- en zomermaanden een prettige plek voor een wandeling. Het heeft een lang wandelpad met banken en is omzoomd door bomen. Het is er koel en rustig.  Hier onderga je de rust van de Seine met zijn boten. Ze gaan gestaag hun weg naar gene zijde van de stad. Hier blijft het drukke leven ver weg. Dat is de rust van de rivier, die je ook zo heerlijk kunt beleven langs de vele kades van de Seine.

De Allée des Cygnes gezien vanuit de 'Ballon Air de Paris'

De kop van het eiland wordt bewaakt door een replica van het beeld dat dit jaar 125 jaar bestaat: Het Vrijheidsbeeld dat in de haven van New York staat. Dit beeld werd onthuld in 1885, een jaar eerder dan in New York. Omdat toen het bronzen beeld nog niet klaar was, werd een gipsen kopie gebruikt. Het definitieve beeld werd in 1889 geplaatst. Het originele ontwerp is van Eugene-Emmanuel Viollet-le-Duc en Alexandre-Gustave Eiffel. De Franse beeldhouwer Frédéric Auguste Bartholdi heeft het project uitgevoerd en Bartholdi's moeder, Marie, heeft er voor geposeerd. Er was 15 jaar nodig, van 1870 tot 1885, om het Vrijheidsbeeld te bouwen in het atelier van Bartholdi  aan de rue de Chazelles, vlakbij het Parc Monceau in Parijs. Het beeld was een cadeau van Frankrijk aan Amerika, voor de viering van de 100ste  verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid. De bouw werd door het Franse volk zelf bekostigd. De verschillende onderdelen werden in 214 kratten, op een schip, over de Atlantische Oceaan, naar Amerika vervoerd. Eenmaal in Amerika aangekomen ontstond er een vertraging van 15 maanden omdat de sokkel nog niet klaar was. Uiteindelijk werd het beeld onthuld op 28 oktober 1886.

De 'Ballon Air de Paris' in het Parc André Citroën

Parc André Citroën
Tip: Neem de trappen naar de Pont de Grenelle en vervolg uw wandeling langs de oevers van de Seine via de quai André Citroën naar het Parc André Citroën. Midden in het park vind je een van de leukste attracties van Parijs en bij velen nog steeds onbekend: De 'Ballon Air de Paris'. Een luchtballon gevuld met 6000 m3 helium die bij kalm weer regelmatig stijgt tot een hoogte van 150 meter. Een vlucht met deze verankerde luchtballon is uniek. Al sinds 1999 maken zo'n 50.000 toeristen per jaar een ballonvaart die zo'n 10 minuten duurt, een beleving die ik u zeker kan aanbevelen. In 2008 kreeg hij een nieuw aanzien en een nieuwe sponsor; Generali. De ballon geeft met kleuren de mate van luchtvervuiling aan. Donker groen is nauwelijks vervuiling, lichtgroen matig, geel gemiddeld, oranje betekent smog en rood geeft aan een zeer hoge vervuiling. 's Nachts licht de ballon die voorzien is van 6400 LED's fraai op, zodat de hele stad kan zien hoe de luchtkwaliteit van de omgeving is. In de mand onder de ballon kunnen steeds 30 personen mee om op 150 meter te genieten de stilte en van een ongekend uitzicht boven Parijs.

Een klein stukje verder verlaat de Seine weer het  Parijs binnen de périphérique, op de grens van het 15e en 16e arrondissement.

zaterdag 12 december 2015

HÔTEL DES INVALIDES

De schrijver Alberto Moravia zei eens dat Parijs bezoeken zonder de belangrijkste monumenten te bekijken even zinloos is als een patisserie binnenstappen wanneer u op dieet bent. Nu is het natuurlijk onmogelijk om alle historische bezienswaardigheden in Parijs te bezoeken. Op het kleine stukje land dat Parijs heet, zo'n vierduizend. De geschiedenis van Parijs is er een van grote hoogtepunten en diepe dalen, van tragiek en blijdschap; emoties die bijna op elke muur te voelen zijn. Koningen met grootheidswaanzin lieten paleizen en kerken bouwen bedacht door generaties van architecten, dit allemaal in een perfecte harmonie tussen plaats en monument. Deze monumenten zijn niet alleen een teken van de geschiedenis van de stad, maar ook van het dagelijks leven van de Parijzenaars. Voor hen zijn deze monumenten oriëntatiepunten. Wanneer een adres bijvoorbeeld moeilijk te vinden is, geeft men de naam van een monument in de buurt: Achter het Pantheon, vlakbij de Tour Montparnasse of tegenover de Opéra Garnier. De monumenten werden opgericht als teken van de tijdloosheid maar ook als erfgoed voor toekomstige generaties.

Vanaf de pont Alexandre III voert een brede, 500 meter lange, groene esplanade naar het Hôtel des Invalides

Vanaf de pont Alexandre III voert een brede, 500 meter lange, groene esplanade, de avenue du Maréchal Gallieni, naar de bijna 200 meter brede façade van het Hôtel des Invalides. Dit zeer indrukwekkende gebouw is te danken aan Lodewijk de XIV die het in 1670 speciaal liet bouwen voor de verzorging van oorlogsveteranen. Hij wilde niet dat diegenen die hem ooit hadden gediend, van de wereld verstoken zouden blijven. Saillant detail is dat de bouw er van hoofdzakelijk werd gefinancierd door een heffing op de extra rijke kloosters en een deel van de soldij. Een vroeg geval van sociale verzekeringen. Nog saillanter is de ware reden, dat wanneer de koning comfortabel in zijn koets door Parijs rijdt, hij op de Pont Neuf wordt geconfronteerd met mensen met één been, één arm of helemaal geen benen, blinden of eenogigen, allemaal invaliden die hun krachten op het veld van eer hebben achtergelaten en een armoedig bestaan als bedelaar leiden. Beschamend vindt de koning. Hij wil van de strijd alleen het beeld van trotse allure en moed bewaren. Die invaliden moeten dus verwijderd worden uit het centrum van Parijs en zo goed mogelijk worden weggestopt, want ze zijn een smet op de realiteit van de Koninklijke uitstraling.

De zonnekoning; hij begreep als geen ander dat de verering voor zijn persoon verering voor Frankrijk was

Het Institut National des Invalides (Nationaal instituut voor invaliden) kende in hoogtijdagen zo'n 4500 'gasten', oude en invalide soldaten werden hier verzorgd. Nog steeds wonen er een honderdtal oorlogsinvaliden in het grote gebouw. Velen zitten in rolstoelen, de anderen hebben baantjes als bewaker, suppoost of manusje van alles. Het complex biedt ook nog eens onderdak aan twee kerken en vier musea, terwijl de binnenplaats, la Cour d'Honneur, vaak het decor is voor staatsbegrafenissen. Waarschijnlijk herinnert u zich nog de herdenking op vrijdag 27 november 2015, als eerbetoon aan de 130 slachtoffers van de terroristische aanslagen, veertien dagen daarvoor, gebracht door president François Hollande en andere leden van de Franse regering. In totaal waren er 2000 mensen aanwezig bij de herdenking.  Families van nabestaanden en enkele van de 350 gewonden woonden de herdenking bij - sommigen nog in rolstoel of ziekenhuisbed.

Voordat Hollande - zichtbaar geëmotioneerd - als enige tijdens de ceremonie sprak, werden de namen van alle 130 slachtoffers voorgelezen. "Omdat het  Fransen waren, zijn ze gedood, omdat ze vrijheid waren", aldus Hollande over de slachtoffers. "Frankrijk zal achter u blijven staan. We zullen onszelf blijven, zoals de slachtoffers zouden hebben gewild. Patriottisme is geen wraak, maar eenheid." De sobere bijeenkomst eindigde met het zingen van het Franse volkslied door het koor van de Republikeinse Garde.

La Cour d'Honneur, vaak het decor voor staatsbegrafenissen

Het ontstaan
Het gebied op de linkeroever, tamelijk ver buiten het centrum van de stad, bestond vroeger alleen maar uit modderige, moerassige terreinen, eigendom van de machtige abdij Saint-Germain-des-Prés. De naam van deze vlakte, pleine de Grenelle, verwijst naar een konijnenbos, een jachtgebied dat ongeschikt was om te bebouwen, wat verklaarde waarom dit grote gebied zo lang braak heeft gelegen. Welbeschouwd vindt de koning de keus voor de plaats van het invalidenziekenhuis, op deze geïsoleerde plaats wel een goed idee.  In 1671 werd onder leiding van de architect Libéral Bruant, een van de belangrijkste bouwmeesters onder Lodewijk XIV, met de bouw begonnen. Tussen 1671 en 1674 werd de eerste helft van dit project uitgevoerd. In 1675 namen de eerste bewoners hun intrek. Toen Bruant in 1676 kwam te overlijden nam zijn opvolger Jules Hardoin-Mansart het project over. Het Hôtel des Invalides was na het Slot Versailles het grootste bouwproject van de Koning. En wat grootsheid betreft kunnen we de Zonnekoning vertrouwen, daar had hij wel kaas van gegeten. Hij begreep als geen ander dat de verering voor zijn persoon verering voor Frankrijk was. Het Hôtel is overigens een van de meest bezochte plaatsen van Frankrijk. De meeste bezoekers gaan alleen naar het graf van Napoleon kijken (waarover later meer) en naar de prachtige koepel er boven, die vanaf veel uitzichtpunten in Parijs te zien is. Maar het geheel is zo van een historisch en architectonisch belang dat we er geen haastig bezoek aan moeten brengen. De opzet van Les Invalides is eenvoudig, indrukwekkend en duidelijk. Op tien hectaren een groot plein met andere kleinere eromheen, rechthoekige gebouwen rondom kleine binnenplaatsen met de onderkomens voor de soldaten. Centraal de kerk.

De prachtige 'l'oeil-de-boeuf' in de Cour d'Honneur. 60 Stuks in totaal en allemaal verschillend

In 1677 werd aangrenzend aan het gebouw begonnen met een garnizoenskerk, de église Saint-Louis, met de bedoeling dat de soldaten in het ziekenhuis de mis konden bijwonen. Wel moest er een aparte ingang komen voor de koning dus werd er een tweede kerk naast gebouwd met een koepel. Met een aangeboren gevoel voor vorm en lijn bouwde Hardoin-Mansart een barokke kerk van grote schoonheid en eenvoud; de Dôme. De gevel met Dorische zuilen en één enkel fronton. Daarboven verheft zich de tamboer met veertig zuilen en twaalf vensters. En daarboven weer verrijst de koepel bekroond met een daklantaarntje en een spits die tot een hoogte van 107 meter reikt. De met trofeeën en slingers versierde koepel werd in 1715 voor het eerst met bladgoud bedekt. Het bladgoud is sindsdien verscheidene keren vervangen de laatste keer in 1989. Daarvoor was 12 kilo goud nodig. We zien het bouwwerk in zijn hele omvang het mooist vanaf de place Vauban.

De Dôme des Invalides, het graf van Napoleon, gezien vanaf de place Vauban

In 1800 werd de eerste militair, maarschalk Turenne in de église du Dôme begraven. In 1840 werd na jaren onderhandelen met de Britten op politiek niveau besloten dat het stoffelijk overschot van Napoleon naar Frankrijk zou worden teruggebracht. Napoleon stierf op Sint Helena in 1821. Speciaal daarvoor werd de crypte in het centrum naar boven geopend zodat bezoekers naar beneden kunnen kijken naar de sarcofaag met de stoffelijke resten van Napoleon die hier op 15 december 1840 zijn laatste rustplaats vond. Zo kreeg de kerk toch nog de functie die Lodewijk XIV voor ogen stond, een begraafplaats voor heersers. Napoleons beenderen zijn omsloten door zes opeenvolgende kisten. De eerste van tin, de tweede van mahoniehout, de derde en de vierde van lood, de vijfde van ebbenhout en de zesde van eikenhout. Zijn hart en maag liggen in verzegelde zilveren vaten aan zijn voeten en dit alles tezamen wordt omvat door een geweldig dikke en zware sarcofaag gemaakt van rood porfier, afkomstig uit de woeste gedeelten van de Russische streek Karelië. De sarcofaag rust op een sokkel van groen graniet afkomstig uit de Vogezen. Zijn graf wordt omringd door die  van grote krijgsheren die Frankrijk hebben gediend: Vauban, Turenne, Foch, Juin en Leclerc. De Parijzenaars die niet zo gevoelig zijn voor La Gloire geven aan, dat de ware reden van dat grote aantal kisten is, dat men er zeker van wil zijn dat hij er nooit meer uit zal komen. Wat velen niet weten is dat buiten de kerk, aan de westkant, onder een boom een eenvoudige en verlaten grafsteen staat. Dit is de originele grafsteen van de Keizer, meegebracht vanuit Sint-Helena.

Napoleons beenderen zijn omsloten door zes opeenvolgende kisten - Photo Wikimedia

Musée de l'Armée
In het Musée de l'Armée speelt Napoleon Bonaparte een hoofdrol. Er is een reconstructie van de kamer  waar hij tijdens zijn ballingschap verbleef. Maar u krijgt ook zijn overjas te zien en zijn opgezette paard Vizir. Het museum is ingericht in een oost-, zuid- en westvleugel van het gebouw en is het grootste legermuseum ter wereld en na Madrid en Wenen een van de mooiste musea in zijn genre. Het is geheel gerenoveerd in 2005. In de enorme collectie topstukken van wapens, uitrustingen, vlaggen, uniformen en schilderijen. Het belicht, in diverse zalen, de belangrijkste periodes uit de militaire geschiedenis van Frankrijk, van de 13e eeuw tot de 20e eeuw.

In de noordwestelijke corridor ontdekt u het standbeeld van Le Grenadier

Historial Charles de Gaulle
Op 22 februari 2008 opende de toenmalige Franse President, Nicolas Sarkozy, een gedenkplaats voor zijn illustere voorganger Charles de Gaulle. Het Historial Charles de Gaulle is niet zomaar een museum maar een audiovisueel monument. Onder de binnenplaats “Cour de la Valeur” van het Hotel des Invalides bevindt zich een hightech, interactief museum met een auditorium van 2500 m² dat plaats biedt aan 200 mensen. Omgeven door vijf schermen van elk 60 m² wordt de bezoeker meertalig geleid langs de belangrijkste merite van deze grootse Franse staatsman, die zijn lot meer dan dertig jaar lang heeft verbonden aan dat van Frankrijk en de wereld. Het eerste Franse staatshoofd wiens carrière volledig is verfilmd en gefotografeerd. Rondom het auditorium ontvouwt zich een permanente tentoonstelling: De 'Ring van de Geschiedenis', een artistieke installatie ontworpen als cirkelvormige muren van glas die door middel van beelden en licht het erfgoed van De Gaulle symboliseren.

Het Historial Charles de Gaulle; niet zomaar een museum maar een audiovisueel monument

Musée des Plans-Reliefs
Sinds 1777 gevestigd op de zolderverdieping van het Hôtel. Het omvat de belangrijkste 28 maquettes (de totale collectie omvat meer dan honderd maquettes) van versterkte steden vanaf de Atlantische- en Bretonse kust tot aan de oever van de Middellandse Zee. Deze maquettes, sommige ruim 120 m² groot, werden in de 17e eeuw gemaakt op initiatief van de toenmalige Minister van Oorlog, Louvois, met het oog op de imperfectie van de cartografie in die tijd, om zo strategische punten te verdedigen of te kunnen aanvallen. U krijgt een prachtig beeld van de overgang van een middeleeuwse versterkte stad naar een citadel en naar de architectuur als bastion.

Musée de l'Ordre de la Libération
Vlakbij het graf van Napoleon ligt het museum dat de helden belicht uit de tweede wereldoorlog. Allemaal vrijwilligers van het eerste uur die zich voor Frankrijk hebben ingezet na de oproep van De Gaulle. 1038 personen, 5 steden en 18 gevechtseenheden zijn bekroond met de 'Ordre de la Libération'. In dit museum krijgt u een intiemere kijk op sommige aspecten uit de Tweede Wereldoorlog. Aangrijpend zijn de foto's en tekeningen van gedeporteerden over het dagelijks leven in de concentratiekampen.

Sinds 1911 kijkt Napoleon, met steek, en de hand in zijn vest, weer uit over de Cour d'Honneur

De Cour d'Honneur
De architectuur van deze centrale binnenplaats is prachtig en indrukwekkend. De arcaden rondom waren eind 17e eeuw drukke verkeersaders die toegang gaven tot de eet- en slaapzalen en het ziekenhuis. Vanaf de binnenplaats zijn nog goed de kleine grijze deuren te zien die leidden naar de diverse vertrekken. De soldaten verbleven met vier of zes man in kale kamers terwijl de officieren met twee of drie man werden ondergebracht in een kamer met kachel. Het complex ontworpen om 1500 soldaten te ontvangen, herbergt al snel enkele duizenden hulpbehoevenden. Het geheel is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. De trappen en de lange gangen zijn nog net zo als aan het einde van de 17e eeuw. De traptreden die ons leiden naar de bovenste ring zijn weinig steil en herinneren ons eraan dat ze bestemd waren voor invaliden. In de noordwestelijke corridor ontdekt u het standbeeld van Le Grenadier. Napoleon troont ook op de eerste verdieping van het complex, goed zichtbaar vanaf het voorplein. Het standbeeld heeft eerst op de colonne op de place Vendôme gestaan maar werd in 1886 vervangen door een waardiger beeld van Napoleon III om uiteindelijk in de Seine te verdwijnen, om te ontkomen aan de Pruisen in 1870 en aan de Commune in 1871. Het werd in 1876 weer opgevist en sinds 1911 kijkt Napoleon, met steek en de hand in zijn vest, weer uit over de Cour d'Honneur.

Het geheel is uitzonderlijk goed bewaard gebleven, de lange gangen zijn nog net zo als aan het einde van de 17e eeuw

Hôtel National des Invalides, rue de Grenelle 129, 7e arrondissement, metro Invalides, Varenne, Maubourg. Geopend van 1 april tot en met 31oktober 10.00 uur - 18.00 uur / 1 november tot en met  31 maart tot 17.00 uur
Église du Dôme, graf van Napoleon geopend 10.00 uur tot 17.00 uur.

Toegang € 12 per persoon - geldig voor alle vier musea en speciale tentoonstellingen.