Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

vrijdag 26 september 2014

PARIJS 1887 - 1937

Afgelopen maand kwam ik in het bezit van twee bijzondere boekjes over Parijs. Twee schenkingen van mensen die wekelijks plezier beleven aan mijn weblog. Het eerste boekje kreeg ik van een schoolvriend, al sinds de lagere school: 'Parijs bij nacht verteld door twee ooggetuigen'. Een uitgave uit 1937 van Cavelier en Haas. Het andere boekje werd mij toegestuurd vanuit Nice door een 'amice' die dan weer in Nice woont en dan weer in Parijs, in de Marais wel te verstaan. Mijn mond viel open van verbazing toen ik het bruine pakpapier verwijderde en een klein groen boekje te voorschijn kwam. 'Guides-Joanne Paris, een uitgave van Hachette et Cie. Heel voorzichtig blader ik door de vergeelde bladzijden en zie dat het boekje gedrukt is in 1887. Nouvelle Édition staat er met grote letters en ik bedenk dat dit gidsje van Parijs 127 jaar geleden werd uitgegeven. Gekocht bij Librairie Hachette aan de boulevard Saint-Germain 79. Paris-Diamant staat er op de eerste pagina die komt na de reclamepagina's. En het is inderdaad een juweeltje.

Paardentrams in de Avenue de l'Opéra

Op de volgende pagina: 'Introduction, renseignements pratiques': Arrivée á Paris. Handige tips bij aankomst in Parijs. Natuurlijk kwam je in die tijd, ik heb het over 1887, aan per trein. De eerste auto was weliswaar uitgevonden in 1885, twee jaar terug, maar het eerste bedrijf dat zich exclusief toelegde op de productie van auto's was het Franse Panhard et Levassor in 1889, pas twee jaar later volgde Peugeot.

Al in 1848 had Parijs vijf grote stations, gerund door vijf verschillende spoorwegbedrijven: la Compagnie des chemins de fer de l'Ouest (de stations Gare Saint-Lazare -1837 en Gare du Nord - 1846), la Compagnie du chemin de fer de Paris à Strasbourg (Gare de l'Est - 1849),  la Compagnie des chemins de fer de Paris à Lyon et à la Méditerranée (gare de Lyon - 1847) en la Compagnie du chemin de fer de Paris à Orléans (Gare d'Austerlitz - 1840). Ieder spoorbedrijf onderhield zijn eigen spoorlijn zonder enige aansluiting op een concurrerende lijn, want dit zou hun regionale monopolies in gevaar brengen. Aangezien er in Parijs geen enkele spoorverbinding bestond tussen de diverse grote treinstations, moesten goederen door de nauwe straten, met paard en wagen worden vervoerd, om elders hun weg per spoor te vervolgen.

Champs Élysées rond 1880 -1890

Er was ook nog geen metro, want die werd pas in gebruik genomen tijdens de wereldtentoonstelling van 1900. Het idee voor een metro ontstond al veel eerder . Dat waren de Franse ingenieurs Brame en Flachat, van de spoorwegmaatschappij Paris-Saint-Germain, die in 1855 met het idee kwamen, om een gesloten ondergronds netwerk aan te leggen van Gare du Nord naar de markthallen in het centrum van Parijs. Dit om de aanvoer van goederen naar de 'Buik van Parijs' efficiënter te laten verlopen. Waren deze plannen direct uitgevoerd, dan was Parijs de eerste stad in de wereld met een metro.

De voorloper van de metro was de 'Chemin de fer de Petite-Ceinture'. Zo rond 1850 werd besloten om een spoorbaan aan te leggen langs de toenmalige stadsgrenzen. Een ringlijn bood de mogelijkheid om de stad te omzeilen en aftakkingen zorgden ervoor dat alle vijf hoofdstations onderling bereikbaar werden. De aanleg van deze prachtige 32 kilometer lange spoorlijn duurde van 1852 tot 1867. Het eerste deel werd geopend op 12 december 1852 en het tweede deel op 30 september 1853. De bouw van het gehele traject duurde uiteindelijk tot 1867. Vanaf dat jaar werd Parijs het centrum en ontmoetingsplaats van de spoorwegen in heel Frankrijk. Overigens was Frankrijk niet het eerste, maar het tweede land op het Europese vasteland dat een spoorlijn had. Drieëntwintig dagen eerder, we schrijven 1828, was namelijk in Oostenrijk-Hongarije de spoorlijn tussen Kirchbaum en Budweis (Het huidige Ceske Budejovice) met veel vertoon en feestvreugde geopend.

Een wandeling anno 1887; Parijs zonder Eiffeltoren

Ademloos blader ik door en realiseer mij dat in 1887 de Eifeltoren nog niet bestond. De bouw ervan was net op 28 januari gestart. Zelfs de Sacré Cœur was nog in aanbouw, want de eerste steen werd in 1875 gelegd en de bouw duurde tot 1914. Vincent van Gogh woonde toen net een paar maanden in Parijs, bij zijn broer Theo aan de rue Lepic 54 in Montmartre, waar hij een eigen atelier kreeg. Hier werkte hij aan zijn artistieke doorbraak. Raakte bevriend met Henri de Toulouse-Lautrec en met Emile Bernard. Georges Seurat, Paul Gauguin, Camille Pissarro en Armand Guillaumin behoorden tot zijn kennissen.

Oh.. waar was ik ook alweer gebleven? Bij de pagina: 'Introduction, renseignements pratiques: Arrivée á Paris'. Buiten het Gare du Nord staan koetsen met paarden op u te wachten, maar u kunt ook gebruik maken van de omnibus of de paardentram. Je gelooft het niet maar de Compagnie générale des omnibus heeft 52 lijnen die de verbinding verzorgen met de buitenwijken. Elke lijn is herkenbaar aan een letter van het alfabet. Elke door paarden getrokken omnibus biedt plaats aan 26 tot 28 personen. 14 binnenin en boven op het open bovendek is er nog eens plaats voor 12 of 14 personen. Vol trots wordt er vermeld dat de nieuwe bussen zelfs 40 personen kunnen vervoeren. Binnen zitten kost 20 centimes en het bovendek slechts 15 centimes, met 'correspondance' betaalt u 50 centimes. De paardentrams zijn er voor de grotere afstanden. Bijvoorbeeld lijn A gaat van het Louvre naar Saint-Cloud en lijn B van het Louvre naar Sèvres etc. 1887 en er ligt al een compleet dekkend net van openbaar vervoer.  Het avontuur kan beginnen.

Parijs bij Nacht: Een uitgave uit 1937 van Cavelier en Haas

Ik citeer uit de inleiding van het boekje 'Parijs bij nacht verteld door twee ooggetuigen':
"Zou er wel op de heele wereld een mensch leven, die niet bij de gedachte naar Parijs te zullen gaan, met tintelende oogen, vol blijdschap uitroept: Ha, eindelijk dan eens naar Parijs! Hij heeft zich al jaren lang de mooiste voorstellingen gemaakt van deze stad, deze lichtstad, met haar altijd op straat en in café's levende bevolking, met haar licht en vroolijkheid, theaters, bioscopen en vooral haar schitterende cabarets. Cabarets waar de vroolijkheid, het genoegen en de pret ten top worden gedreven. Waar vindt men dat leven zooals het in Parijs geleefd wordt? Vooral voor ons Hollanders is dit leven een bijna onbereikbaar ideaal. En toch eenmaal, al was het maar eenmaal dit leven meemaken, de vroolijkheid van de echte Parijsche vrouwen en mannen, dat moet toch wel de moeite en de kosten waard zijn".

"Zoo wordt gedacht en tegen kennissen gesproken. Het is geen wonder dat hij zoo spreekt. Hij heeft het relaas van uitgaan, van vroolijke avonden en van plezier gehoord van deze vriend, of van die kennis. wie echter het leven in deze lichtstad goed wil beoordelen, wie goed wil zien hoe het leven daar is die zal zijn tijd niet zoek brengen in een cabaret van verdacht allooi, in een theater, waar de meest geraffineerde zinnenprikkelende vertooningen worden gegeven. Hij zal niet in een van de vele kroegen zich te buiten gaan aan de in Frankrijk zoo gemakkelijk verkrijgbare en sterk benevelende dranken. Neen, hij die de stad Parijs wil zien, zooals zij is, hij zal met een helder hoofd, met een nuchter begrip en een goed gevulde beurs, goed opgeborgen, de stad moeten intrekken, Niet per taxi of tram, neen, loopen. Dan eerst kan men, aangenomen dat men er meer is geweest, en dus eenigzins wegwijs is, de stad leeren kennen, zooals zij is. Niet alleen de lichtkant, maar ook het Parijs wat in het donker leeft, het Parijs dat handelt en zaken doet in misdaad en moord, het Parijs met zijn menschenhandel en apachenleven". (Note: apachen = straatbandieten in het Parijs van de vorige eeuw)

Rue Réaumur ter hoogte van de Cour des Miracles rond 1880

"Aan de hand nu van deze gedachten zijn wij naar Parijs getogen, om het eens met andere oogen te zien, als wij het al sedert jaren kennen. Wij hebben de nooden, de smarten, maar ook de misdaden en gluiperigheden van nabij ontmoet in zulke gruwzame vormen, dat geen woorden in staat zijn een dergelijk leven voor te schilderen. Altijd zal men woorden te kort komen om dit lijden, dit namelooze wee te beschrijven. Dat namelooze wee dat geleden wordt in een stad van meer dan een millioen inwoners, in een beschaafd land en onder de oogen van een maatschappij die zich opwerpt als beschermer der menschheid en al zijn volk. Zullen er al zijn, die afgeschrikt worden door deze inleiding, en zijn er die denken zedelooze lectuur in dit boekje te vinden, zij worden teleurgesteld. Wanneer men dit boek tot het einde toe gelezen heeft, zal een breedere kijk op het leven van vrouwen die vielen, U haar leven zuiverder doen zien. U zult ze niet langer zien als de pest in een maatschappij, maar ook als mensch, als een mensch die hulp noodig heeft en het zal tevens bijdragen hebben een waarschuwing te zijn voor allen die naar een of andere grootsche stad gaan om zich te amuseeren en het zal hem of haar bewaren voor het gevaar waaraan zooveelen van ons jonge mannen en meisjes ten offer vallen. Laat dus geen valsche schaamte U weerhouden om wanneer Uw kinderen oud genoeg zijn, ze dit of andere soortgelijke boeken in handen te geven. Zij zullen dan niet uit nieuwsgierigheid het kwaad zoeken, zij zullen het weten te ontwijken". Rotterdam, 1 augustus 1937

Paris Diamant de reisgids uit 1887 uitgegeven door Hachette et Cie

Choix d'un quartier et hotels: Komt u voor zaken of plezier? begint de pagina. "L'étranger qui cherche avant tout les distractions et qui désire voir le Paris des plaisirs"; wordt verwezen naar de boulevards du Faubourg, Poissonnière à la Madeleine. Voor (bank)zaken moet u zijn in het quartier dicht bij les rues Montmartre (niet te verwarren met Montmartre in het 18e arrondissement) en het Louvre. De kamers in de hotels variëren van 4 à 5 fr. per dag, met badkamer 6 fr. In de betere hotels lopen de prijzen op van 70 tot 250 fr. per nacht. Nog steeds, zo'n 127 jaar later, kom je de namen uit die tijd nog tegen: Het Grand-Hôtel,  Hôtel Scribe, Hôtel Continental (het huidige Westin hotel) Grand-Hôtel du Louvre. Ik hoor u denken en de Ritz dan? De Ritz aan de place Vendôme werd pas geopend in 1898. Kijkend naar de prijzen uit die tijd, dan is het leuk om te weten dat de Ritz op dit moment gesloten is vanwege een verbouwing en weer open gaat in 2015 met prijzen vanaf € 1500 per nacht. Exclusief ontbijt natuurlijk.

Toch anders dan in het boekje Parijs bij nacht:
"Na onze kamer betrokken te hebben, welke er werkelijk zeer behoorlijk uitzag, namen wij een heerlijk verfrischend koud bad, waarna wij weer geheel verkwikt en uitgerust, besloten nog een kijkje in de bar te nemen. toen viel ons iets op, wat wij hier niet hadden verwacht in dit hotel. Regelmatig trokken dames en heeren naar boven, de hoteltrap op, om na langere of kortere duur weer in de bar te verschijnen. Toen werd het ons duidelijk dat wij door den taxichauffeur naar een bordeel-hotel waren gebracht. Dit gebeurt veel in Parijs. Niet door de werkelijke stationeerende taxi's maar van de z.g. 'snorders', waar wij toevallig de taxi van hadden gehuurd".

Benieuwd ben ik naar de pagina Cabarets. Daar wordt verwezen naar de Folies-Bergère aan de rue richer 32. Het werd op 2 mei 1869 geopend als operagebouw met als naam Folies Trévise. Op 13 september 1872 werd het theater hernoemd tot Folies Bergère. Het programma laat zien ballet, variété en pantomime. De toegangsprijs is 2 fr. De Moulin Rouge aan de rand van Montmartre werd pas geopend op 6 oktober 1889.

De place de l'Opéra 1875

Parijs bij nacht:
"Wij besluiten om ons te begeven naar Mont Martre. Dit is een merkwaardige wijk. Men kan geweest zijn in Amsterdam Zeedijk, op de Hamburgsche Reeperbaan, in Berlijn, in Weenen - al deze steden hebben hun eigen buurt die met Mont Martre te vergelijken is. Maar overeen te brengen met deze, bij uitstek Parijsche karakteristiek van Mont Martre is geen van deze buurten. Mont Martre s eenig. Aan veel huizen zijn roode lantaarns opgehangen wat wil zeggen dat in zoo'n huis een bordeel is gevestigd. Ook zijn er veel hotelletjes met voor de ramen bordjes, waarop staat dat men daar een gemeubileerde kamer kan huren. Er staat echter niet bij dat men zoo'n kamer niet een geheelen nacht behoeft te huren. Integendeel een uur is lang genoeg volgens de hotelier en dat niet naar uw trouwboekje geïnformeerd wordt staat ook niet op het bordje, doch dat is in deze soort van hotelletjes natuurlijk nooit.

""Ondanks dat het vrij laat in den ochtend was zag men toch hier en daar een late feestganger, die wegens geldgebrek, uit de zaak waar hij den heelen nacht groote verteringen heeft gemaakt, weggewerkt is, zacht zingend zijn weg naar huis zoeken. Ook vrouwen loopen al of nog op straat, vermoeid en loom door de hedennacht van hen gevergde diensten voor hun klanten. Zij lopen vermoeid naar een klein eethuisje waar zij wat eten en daarna haar kamer opzoeken en de dag wegslapen om voor den koomenden nacht nieuwe krachten op te doen. Zoo gaat het leven van deze vrouwen geregeld door. 's Nachts boemelen, drinken en fuiven, - overdag slapen.

De rue de Rennes gezien vanuit de boulevard Raspail rond 1877. Photo: Charles Marvilde

""Kijk ze aan, deze beklagenswaardige schepsels, met kringen onder den oogen, zooveel mogelijk met kunstmiddelen tot iets toonbaars opgelapt, op wier lippen honderden mannen en jongelingen hun vurige kussen hebben gedrukt. Hoe is het mogelijk dat er mannen te vinden zijn die zich vermaken met deze wassen beelden, deze levende dooden, die voor geld de meest onnatuurlijke en beestachtige genoegens aan haar cliëntèle verschaft.
Veroordeel ze niet, deze vrouwen. De omstandigheden hebben er haar toe gemaakt. En aan wien de schuld dat zij tot de meest geraffineerde zedenloosheid vervallen? Aan de mannen, die deze vrouwen bezoeken, en die, verzadigd van een gewoon huwelijksleven, bevrediging zoeken in onnatuurlijke en meest zedenlooze genoegens".
"Ongelukkige stakkers zijn het. Zij verdienen uw medelijden zeer zeker. Betoon hen dat medelijden niet, door haar uit te noodigen een avondje met U uit te gaan. Betoon haar uw medelijden door te trachten in deze vrouwen iets anders te zien, dan een vrouwtjes lastdier, alleen geschapen tot het genoegen van den man.  Veroordeel haar dus niet, doch steek deze drenkelingen op de levenszee een stroohalm toe, waaraan zij zich kunnen vastklampen, en waardoor zij misschien gered kan worden".

Het boekje eindigt met de woorden:
"Na deze roes te hebben medegemaakt, beseft ge eerst nu pas duidelijk, wat het nachtleven in Parijs in werkelijkheid is, en lichamelijk voelt gij een souvenir, dat zij voor Uw verdere leven als een herinnering meegaf. Leeren doen de menschen nooit.......".


Met dank aan Eduard Danser en Joep Eijkens voor deze prachtige boekjes.
Paris-Diamant par P. Joanne, 1887 - Parijs bij nacht door twee oogetuigen door Cavelier en Haas, 1937

Na het lezen van deze blog wil ik u vragen uw stem uit te brengen voor de Golden Blog Awards 2014. U kunt elke dag stemmen tot 23 oktober 2014. Klik hier voor de pagina van de Golden Blog Awards. U kunt stemmen door op de knop 'Je Vote' te klikken. Wederom dank voor uw stem. 

maandag 15 september 2014

CULTUUR SNUIVEN: HET INSTITUT DE FRANCE EN DE ACADÉMIE DES BEAUX-ARTS

Saint-Germain-des-Prés wordt gezien als de literaire en intellectuele wijk van Parijs. Hier worden sinds eeuwen boeken geschreven en gedrukt. Hier bevindt zich een deel van de universiteiten, wetenschappelijke en literaire boekhandels, antiquairs, dè kunstacademie, galerieën en legendarische cafés waar veel beroemde schrijvers en kunstenaars hun wijntje kwamen drinken. Na de Tweede Wereldoorlog werd de wijk geroemd om haar nachtleven en jazzkelders. Van Juliette Gréco (inmiddels 87 jaar) tot Jean-Paul Sartre en Boris Vian; kunstenaars en intellectuelen bezorgden deze wijk een vitaliteit die tot in de jaren zeventig voortduurde.

Aan de Seinekade trekken twee eerbiedwaardige instituten de aandacht, bij de door 'lovelocks' (liefdesslotjes) zo geteisterde Pont des Arts: het Collège des Quatre-Nations of Institut de France en de École Nationale Supérieure des Beaux Arts. Kunstliefhebbers kunnen in de straten daartussen kunst kopen, in elke prijsklasse en van elk kwaliteitsniveau. De galerieën  in de rue de Mazarine, rue Bonaparte, rue des Beaux-Arts en de rue de Seine, rijgen zich aaneen en hebben zo het uiterlijk van St-Germain veranderd.

Institut de France 

Het Institut de France heeft Parijs te danken aan een erfenis van een puissant rijke Franse kardinaal van Italiaanse afkomst Jules Raymond Mazarin. Als dank ligt hij ook begraven in de vestibule van de kapel.  Mazarin was uiterlijk een beminnelijk man, maar uiterst hebzuchtig. Hij vergaarde een astronomisch fortuin en spreidde grote weelde ten toon. Hij is de stichter van de Bibliothèque Mazarine en van het Collège des Quatre Nations te Parijs. Het prestigieuze Institut de France omvat de Académie Française (in 1635 gesticht door kardinaal Richelieu), de Académie des Inscriptions et Belles-Lettres (te danken aan Colbert in 1663), de Académie des Sciences (1666), de Académie des Beaux-Arts (1816) en de Académie des Sciences Morales et Politiques (1832).

De Académie Française is de beroemdste van de vijf genoemde academies en telt altijd veertig permanente leden. Zij houden zich bezig met de samenstelling van het officiële woordenboek van de Franse taal; de 'Dictionnaire de la langue Française'. De eerste versie van dit woordenboek werd uitgegeven in 1694. De achtste druk dateert van 1933-1936. Van de negende editie zijn twee voorlopige delen verschenen omdat er nog voortdurend aan wordt gewerkt. Een nieuw lid in deze kring van 'onsterfelijken' kan alleen worden gekozen wanneer iemand anders door te overlijden wegvalt.
Het Institut de France is elke eerste zaterdag te bezoeken. U dient zich vooraf aan te melden op de website van het Centre des Monuments Nationaux.

École Nationale Supérieure des Beaux-Arts.

Makkelijker en zeker de moeite waard is een bezoek aan de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts. Je loopt er, als je niet goed oplet zo aan voorbij, de ingang aan de rue Bonaparte nr.14, waar een groot binnenplein leidt naar een aantal architectonische bijzonderheden, waarvan het 19de eeuwse Palais des Études het indrukwekkendste is. De Académie des Beaux-Arts werd in 1816 opgericht door het samenvoegen van de oudere Académie royale de peinture et de sculpture uit 1648, de Académie de musique uit 1669 en de Académie royale d'architecture uit 1671.

De gebouwen van de school beslaan twee hectare van de wijk Saint-Germain-des-Prés en dateren uit de 17e, 18e en 19e eeuw. Enkele delen zijn in de 20e eeuw gebouwd. Het oudste gebouw is de kapel en enkele aangrenzende gebouwen. Die dateren uit de eerste helft van de 17e eeuw en behoorde oorspronkelijk tot het klooster van de Petits-Augustins.

Na 1852 werd de rue des Petits-Augustin vernoemd het klooster omgedoopt, letterlijk en figuurlijk, in de naam van de Keizer

De architect François Debret (1777-1850) bouwde in de 19e eeuw de Loges. Zijn leerling en schoonzoon Félix Duban (1797-1872) volgde hem op en bouwde vervolgens het Palais des Études en twee expositiezalen, de Salle Melpomène en de Salle Foch die liggen aan de quai Malaquais. Duban heeft de binnenplaatsen aan de rue Bonaparte, de kapel en het klooster verbouwd. Hij gebruikte daarbij oude en nieuwe architectuurelementen. Tot de meest opvallende van deze elementen behoren de delen die afkomstig zijn van de kastelen van Anet en van Gaillon, ooit gebouwd door Hendrik II voor zijn minnares Diane de Poitiers.  Boven de deuren staan hun verstrengelde initialen. In 1883 vond een laatste grote uitbreiding plaats door de aankoop van het hôtel de Chimay en de aangrenzende gebouwen, daterend uit de 17e en 18e eeuw. Deze bevinden zich aan de quai Malaquais, nummer 15 en 17.

Een kopie van de Piëta van Michelangelo in de Chapelle des Petits Augustin

De school is in het bezit van een zeer grote eigen kunstcollectie. Meer dan 2000 schilderijen, waarvan 100 dateren van voor de Franse Revolutie, maar ook kunstwerken van onder andere Rembrandt, Albrecht Dürer en Paolo Veronese. De fotocollectie wordt geschat op ongeveer 70.000 afdrukken en negatieven, vooral uit de periode 1850-1914 en last but not least nog eens 3.700 sculpturen.

De Cour du Mûrier 

Veel moderne Franse en buitenlandse kunstenaars hebben in hun jonge jaren over de grote binnenplaats gelopen en in de diverse ateliers gewerkt. Grote namen waaronder Bernard Buffet, kunstschilder - Edgar Degas, kunstschilder, Eugène Delacroix, kunstschilder - Louis Girault, architect - Richard Morris Hunt, architect - Henri Matisse, kunstschilder en Georges Seurat, kunstschilder.

De Tentoonstelling 'Spasibo' van de Italiaanse fotograaf Davide Montleone.

Regelmatig zijn er tentoonstellingen van studenten, maar ook van gevestigde kunstenaars. Eenmaal langs de streng kijkende conciërge bij de ingang op de rue Bonaparte, u doet net of u bij de École hoort, gaat u rechts de Cour du Mûrier in. Een romantische binnentuin die ook weer toegang geeft tot de Chapelle des Petits-Augustins, waar gipsen kopieën, reproducties uit de Renaissance en het echte werk zij aan zij staan. Vaak worden er in deze kapel ook tentoonstellingen gehouden. Eind 2013 was ik zelf bij de tentoonstelling 'Spasibo' van de Italiaanse fotograaf Davide Montleone. Vergeet ook zeker niet om een kijkje te nemen in het Palais des Études. ', met zijn kleurige decoraties en enorme serredak dat dateert uit 1863 en is vrij toegankelijk.

De prachtige overdekte binnenplaats; de 'Salle d' Étude

Na zoveel cultuur gesnoven te hebben is het tijd voor een espresso of een capucino of afhankelijk van het tijdstip, een goed glas wijn. Parallel aan de rue de Bonaparte loopt de rue de Seine met op de hoek van de rue Jacques Callot het Café la Palette. Het is de stamkroeg van vele Parijse Nederlanders, want het is een van de weinige echte bruine cafés die de stad rijk is. Vanaf een uur of vijf is het stampvol in de twee kleine zaaltjes, waarvan de muren zijn behangen met schilderijen en schilderspaletten met verfresten. De rue Jacques Callot is helemaal omgebouwd tot een (verwarmd) terras waar het heerlijk toeven is met een glas Côtes du Rhone en een sandwich 'pain de campagne' van de enige echte bakker Poilâne.

Met een beetje geluk kunt u eindeloos ronddwalen

Mocht het terras vol zijn, probeer dan het terras van Bar du Marché op nr. 75. Geen zin in pain de campagne probeer de Italiaanse sandwiches bij Café Cosi op nr. 54 of de overheerlijke Spaanse hammen bij Da Rosa op nr. 62. Kortom, laat uw tong strelen, geef uw ogen de kost en snuif de sfeer van dit heerlijke quartier.


Aan u als mijn trouwe bloglezer heb ik nog een verzoek: Paris FvdV is voor de derde keer genomineerd voor de Paris Golden Blog Awards Vanaf vandaag tot en met 23 oktober 2014 kunt u ELKE DAG stemmen op mijn blog. Klik hier en u komt automatisch op de website van de Golden Blog Awards 2014. Aan de linkerzijde ziet u de stemknop. Ik dank u bij voorbaat voor uw stem.


vrijdag 12 september 2014

PARIS FVDV & PARIS GOLDEN BLOG AWARDS 2014

12 september 2014; een bijzondere dag in het bestaan van mijn weblog Paris FvdV sinds april 2011. Voor de derde keer is mijn weblog genomineerd voor de inmiddels al weer vijfde editie van 'The Paris golden Blog Awards. Eerder werd mijn blog genomineerd in 2012 en in 2013


U kunt dagelijks eenmaal stemmen op mijn weblog tot 12 november 2014 door hier te klikken of op de button van de afbeelding aan de rechterzijde. U komt automatisch op de website van de Paris Golden Blog Awards 20482en aan de linkerzijde ziet u de 'VOTE' button. Eenmaal aanklikken en u heeft gestemd. Driemaal is scheepsrecht en met uw hulp hoop ik in aanmerking te komen voor deze prestigieuze award. Ik dank u alvast voor uw dagelijkse stem.

dinsdag 9 september 2014

PARIS PASSY

We beginnen vandaag onze wandeling op de rand van het 15e en 16e arrondissement. Het deel van Parijs dat eeuwenlang de hoogste klassen heeft aangetrokken. De dorpen Passy, Auteuil en Chaillot werden in 1860 door de stad Parijs geannexeerd als het 16e arrondissement. Dit was altijd het gebied van de luxueuze wereldtentoonstellingen. In 1878 werd op de Chaillot-heuvel een immens Moors paleis gebouwd; het Palais du Trocadéro.  

De Exposition Universelle van 1878 was de derde wereldtentoonstelling die werd gehouden in Parijs. De tentoonstelling was vooral ter viering van de wederopbouw van Frankrijk na de Frans-Duitse Oorlog. Het Palais du Trocadéro  was een schepping van de architecten Davioud en Bourdais, met torens van 76 meter hoog. Het gebouw bleef tot 1937 staan en maakte toen plaats voor het huidige Palais de Chaillot. Onder de vele uitvindingen die te zien waren op de tentoonstelling bevond zich ook Alexander Graham Bell's telefoon. Thomas Edison presenteerde er de megafoon en fonograaf. De tentoonstelling werd verlicht door elektrische booglampen, en op 30 juni werd het voltooide hoofd van het Vrijheidsbeeld tentoongesteld in de tuin van het Trocadéro, terwijl andere stukken te zien waren op de Champ-de-Mars. Meer dan 13 miljoen mensen betaalden om de tentoonstelling te bezoeken.

 Het Palais du Trocadéro (1878) was een schepping van de architecten Davioud en Bourdais,

Het 16e is een schitterende buurt voor wandelaars. Met serieuze hoogteverschillen en de chicste gebouwen. Meer dan de helft van Arthur Guimard's (de ontwerper van de metro-ingangen van glas en ijzer) gebouwen staan hier, complexen die hoge welstand verraden. Een arrondissement met bevoorrechte wijken, prachtige uitzichtpunten en mondaine straten, maar ook smalle steegjes, die niet meer zijn veranderd sinds Atget ze vastlegde op de gevoelige plaat. 'Le seizième' behoort tot 'les beaux quartiers', de mooie wijken van Parijs. Het is op stand wonen, net zozeer en misschien nog wel meer dan in het zevende. Het is een buurt van deftige mensen die zich zouden schamen om ergens anders in Parijs te wonen. Wonen in het 16e staat ook bijzonder goed op je visitekaartje. Kortom ze zijn BCBG; of wel 'bon chic, bon genre'.

In de 13e eeuw was het nog gewoon een gehucht van houthakkers, maar de wijngaarden hoog op de heuvels boven de Seine bleken een aantrekkings-kracht te hebben op de edelen, verbonden aan het hof van de koning. De wijn van de abdij van Passy en de Minimes de Chaillot waren in de wijde omtrek befaamd en geliefd. Het dorp Passy telde zo rond de periode van de Franse revolutie slechts zes straten en werd gescheiden van de stad door de 'Mur des Fermiers Généraux'; de Muur van de Belastingpachters, een stadsomwalling van Parijs, die in tegenstelling tot zijn voorgangers niet zozeer opgericht was uit defensieve doeleinden, maar alleen om accijns te kunnen heffen op goederen die de stad in en uitgingen. De muur werd gebouwd tussen 1785 en 1788, en in 1860 weer gesloopt. Na de wijn, zorgde de ontdekking van ijzerhoudende bronnen in de 17e eeuw voor een nog grotere bekendheid. Het genezende water van Passy zorgde voor een rijke clientèle die benieuwd kwam kijken naar de veel geroemde thermische bronnen, die vooral bekend stonden om haar laxerende werking.  Nog steeds drink je in dit gedeelte van de stad het lekkerste water. 
Wandeling
We stappen uit op het metrostation Bir-Hakeim, een van de fraaie boven de grond gelegen stations van Ligne 6. Geopend tijdens de wereld-tentoonstelling van 1900 en vormt een halve cirkel van Place Charles de Gaulle - Étoile en Place Nation. Buiten gekomen nemen we de brug die over de Seine loopt; de prachtige Pont de Bir Hakeim. Deze metalen voetbrug, met daarop een weg en een treinspoor, werd gebouwd in 1878 voor de Wereldtentoonstelling en is opgenomen in het register van historische monumenten. Vanaf de brug heb je een prachtig vergezicht op de Eiffeltoren (rechts), de woontorens van Grenelle (links) en het Maison de la Radio (links). Maar voor we de gehele oversteek maken dalen we midden op de brug de trappen af naar het Zwaneneiland.


Onbekend maakt onbemind. De Allée des Cygnes, ook wel bekend als Ile des Cygnes, is letterlijk een eiland midden in de Seine, de grens tussen het 15e en 16e arrondissement. Het eiland werd in 1827 aangelegd en is vooral tijdens de warme lente- en zomermaanden een prettige plek voor een wandeling. Het heeft een lang wandelpad met banken en is omzoomd door bomen. Het is er koel en rustig.  Hier onderga je de rust van de Seine met zijn boten. Ze gaan gestaag hun weg naar gene zijde van de stad. Hier blijft het drukke leven ver weg. Dat is de rust van de rivier, die je ook zo heerlijk kunt beleven langs de vele kades van de Seine.

De kop van het eiland wordt bewaakt door een replica van het beeld dat dit jaar 125 jaar bestaat: Het Vrijheidsbeeld dat in de haven van New York staat. Dit beeld werd onthuld in 1885, een jaar eerder dan in New York. Omdat toen het bronzen beeld nog niet klaar was, werd een gipsen kopie gebruikt. Het definitieve beeld werd in 1889 geplaatst. Het originele ontwerp is van Eugene-Emmanuel Viollet-le-Duc en Alexandre-Gustave Eiffel. De Franse beeldhouwer Frédéric Auguste Bartholdi heeft het project uitgevoerd en Bartholdi's moeder, Marie, heeft er voor geposeerd. Er was 15 jaar nodig, van 1870 tot 1885, om het Vrijheidsbeeld te bouwen in het atelier van Bartholdi  aan de rue de Chazelles, vlakbij het Parc Monceau in Parijs. Het beeld was een cadeau van Frankrijk aan Amerika, voor de viering van de 100ste  verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid. De bouw werd door het Franse volk zelf bekostigd. De verschillende onderdelen werden in 214 kratten, op een schip, over de Atlantische Oceaan, naar Amerika vervoerd. Eenmaal in Amerika aangekomen ontstond er een vertraging van 15 maanden omdat de sokkel nog niet klaar was. Uiteindelijk werd het beeld onthuld op 28 oktober 1886. 

Passy; het is het beeld van de film Last Tango in Paris, die in het begin van de jaren zeventig voor een deel in Passy en op de Bir-Hakeim werd opgenomen.

Terug naar de trappen en bovenaan links richting Passy langs de machtige kolommen van de Bir-Hakeim. Let eens op de prachtige symmetrie van de zuilen die afgewisseld worden met enorme lampen waar je, als je goed kijkt, de Eiffeltoren kunt zien in de weerspiegeling. We nemen de speciale loopbrug over de Voie Georges Pompidou richting de roltrappen in de rue l 'Alboni waar de machtige Pont de Bir-Hakeim eindigt in het metrostation Passy. Natuurlijk hadden wij dit stuk ook met de metro kunnen doen, maar dan had u het Zwaneneiland, het prachtige uitzicht op de Eiffeltoren en het Vrijheidsbeeld gemist. loop rustig het perron op van het station Passy, waar u opnieuw wordt verrast met een prachtig uitzicht over de Seine en de bovengrondse stations van lijn 6. Het is het beeld van de film Last Tango in Paris, die in het begin van de jaren zeventig voor een deel in Passy en op de brug werd opgenomen. Wat meteen opvalt is het werkelijk prachtige ontwerp van deze, in een lijn liggende, metrostations, allemaal 75 meter lang en gebouwd hoog boven de grond, op grote neoklassieke ijzeren pilaren. Dit alles naar een ontwerp van de Franse architect Jean Camilla Formigé en verwezenlijkt door de werkplaatsen van J. Leclaire in Montreuil, die ook de opdracht kregen voor alle viaducten van metrolijn 2 en het viaduct van het station Austerlitz. Bij lijn 6, gebouwd tussen 1900 en 1909, werden alle bovengrondse stations opgetrokken in tweekleurig baksteen.


Vanuit het metrostation een prachtig uitzicht over de bovengrondse metrostations van ligne 6

We blijven de rue l 'Albioni volgen tot aan de place du Costa Rica waar verschillende restaurantjes zitten, waar u kunt lunchen. Als u goed oplet torent hoog boven een van de gebouwen de Eiffeltoren en twee panden worden aan het zicht ontrokken door een gigantische muurreclame. Kiest u voor winkelen dan neemt u de rue du Passy, waarin luxeboetieks en franchisenemers elkaar afwisselen. Deze hoofdweg van het vroegere dorp Passy eindigt in het Bois de Boulogne. Ik neem u mee naar de rue Raynouard. In deze straat woonden Jean-Jacques Rousseau, Benjamin Franklin en Honoré de Balzac. Rousseau (1712-1778) was een baanbrekend filosoof, schrijver en componist van zeven opera's en andere muziekstukken. Honoré de Balzac (1799-1850) kan worden beschouwd als een van de belangrijkste Franse schrijvers van de eerste helft van de negentiende eeuw. Vergeet niet bij de gebouwen aan de linkerzijde o.a. bij nummer 19 naar binnen te kijken. Daat heeft u zicht op prachtige privé binnentuinen die met hun hooggelegen terrassen uitkijken over de Seine. Weer zo'n mooi uitzicht tussen de nummers 25 en 29 de avenue  du Parc de Passy.


Place du Costa Rica, twee panden worden aan het zicht ontrokken door immense muurreclames

Wat verder in de straat op nummer 47 staat in een lager gelegen tuin het Maison de Balzac. Hij woonde hier tussen 1840 en 1847 onder de naam van zijn vroegere kinderverzorgster, Madame de Breugnol, om zo aan zijn schuldeisers te ontkomen. Het ziet er nog grotendeels zo uit als in die tijd. Bezoekers moesten een wachtwoord noemen voordat ze werden binnengelaten. Met geld van zijn familie was hij ooit een uitgeverij/boekhandel, een drukkerij en een lettergieterij begonnen. De bedrijven gingen echter failliet en lieten Balzac achter met schulden die hem, ondanks zijn grote literaire productiviteit, zijn hele leven zouden achtervolgen. Het wachtwoord luidde: "On y entre comme le vin dans les bouteilles" (Men gaat er binnen zoals wijn in flessen).  Als onwelkome bezoekers er toch in slaagden binnen te komen, ontsnapte Balzac via een achterdeur en ging hij via een netwerk van ondergrondse kelders naar de rivier. Zijn huis is nu een museum, eigendom van de stad Parijs en gratis te bezoeken. De helaas wat verwaarloosde tuin vol rozen biedt wel weer een verrassend uitzicht op de Eiffeltoren.

Een prachtig doorkijkje bij rue Raynouard nr. 19

Na de tuin, een nogal grimmig woonblok dat werd gebouwd door Auguste Perret, architect en stedebouwkundige en de uitvinder van gewapend beton dat door Le Corbusier werd aangehaald als een mijlpaal van de moderne tijd. We nemen links de trap omlaag (tegenover nr. 62) en gaan meteen weer links de rue Berton in. Op nummer 24 bevindt zich de vluchtuitgang van Balzac. De straat versmalt zich hier en vormt een van de meest verrassende hoekjes van Parijs. Let vooral op de oude straatlantaarns met zijarm die bijna nergens meer in Parijs zijn te vinden. Het zijn de straatlantaarns die we kennen uit de film 'Le Ballon Rouge'. De muren vol met klimop, de ruwe straatstenen en de oude gaslantaarns scheppen een sfeertje dat zo zou passen in de beelden van het Parijs van Eugène Atget. Jammer van de grote bewakingscamera's hoog op de muren. Deze zijn van de Turkse ambassade, gevestigd achter de muur in het voormalige herenhuis van Princesse de Lamballe en later het woonhuis van dokter Émile Blanche, een chique Franse psychiater met patiënten als Berlioz, Liszt, Gounod, Rossini en Delacroix.

Maison de Balzac

Tegenover de poort van de Turkse ambassade vervolgen we onze wandeling via de avenue Marcel Proust, langs het Parc de Passy naar de avenue René Boylesve. Bij de impasse Marie de Régnier begeven we ons op privébezit. Vergeet niet naar boven te kijken want daar bevinden zich de terrassen die we ontdekten, binnenkijkend op de rue Raynouard nr. 19. We komen uit op de rue Charles Dickens en de rue des Eaux. Deze straat werd genoemd naar een minerale bron die hier in 1650 werd ontdekt. Het water bevatte ijzer en zwavel en het verhaal deed in die tijd zelfs de ronde dat het onvruchtbaarheid bij vrouwen zou tegengaan. Dit was eens het grondgebied van de Abbaye de Passy waar de minderbroeders of de 'Bonshommes de Chaillot' leefden. Op de heuvel, nu volgebouwd met chique zes etages hoge huizenblokken, lagen de wijngaarden van Passy. Sommige straatnamen zoals de rue de Vineuse en rue des Vignes herinneren daar nog aan. De abdij werd tijdens de revolutie gesloten en in 1906 in zijn geheel afgebroken, maar in de catacomben die bewaard zijn gebleven bevindt zich nu het Musée duVin, Caveau des Échansons. De daar tentoongestelde wijnparafernalia zijn net zo opwindend als champagne van gister, maar de kelderbar is een sfeervolle plek voor een goed glas wijn of een lunch. Bij gebruik van de lunch is de entree voor het museum gratis. Uitgebreide gewelfde kelders en gangen leiden naar oude mijntunnels, helaas niet toegankelijk, waar de stenen voor de bouw van de Notre Dame vandaan werden gehaald.


Rue Berton dat zo zou passen in de beelden van het Parijs van Eugène Atget. 

We zijn nu aan het einde van onze wandeling. Volgt u de rue de Eaux dan komt u uit bij de Seine. U kunt ook de trappen nemen van de smalle passage des Eaux die uitkomen op de rue Rayouard. Het is dan ook gepast om te eindigen met een quote van Honoré de Balzac die met name van toepassing is op een stad als Parijs: "L'architecture est jusqu'à un certain point l'expression de la civilisation d'un peuple" - De bouwkunst is tot op zekere hoogte de uitdrukking van de beschaving van een volk.

Maison de Balzac, rue rayouard 47, 16e arrondissement, metro Passy, La Muette.
Geopend dinsdag t/m zondag 10.30 uur - 18.00 uur - toegang gratis.

Musée du Vin, square Charles Dickens 5, 16e arrondissement, metro Passy, La Muette.

Geopend dinsdag t/m zondag 10.00 uur - 18.00 uur, entree € 11,90 inclusief een glas wijn.