Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

vrijdag 29 augustus 2014

REVOLUTIE IN DE PARIJSE KEUKEN, VIVE LE BISTRONOMIE

Wat is er toch aan de hand met de Franse haute cuisine? Jarenlang stonden de Fransen bekend als de toonaangevende natie als het ging om internationale gastronomie. De eerste almanak voor fijnproevers dateert uit 1803 - 1812. Alexandre Grimod de la Reynière was de grondlegger van de gastronomische kritiek. Auguste Escoffier, ook weer een Fransman, bekend vanwege zijn culinaire genialiteit en zijn hervormingen van de Franse keuken, werd beroemd dankzij de 'Prins der gastronomen', Curnonsky, een pseudoniem voor Maurice Edmond Sailland. "Cur non" - waarom niet? Hij schreef de 28-delige 'La France gastronomique'. Tijdens zijn hoogtijdagen hielden 80 toprestaurants in de omgeving van Parijs altijd een tafel vrij; 'just in case', hij zou kunnen binnenlopen! De Michelingids, de meest gevreesde gids van alle gastronomische gidsen, ook al weer Frans. De eerste gids verscheen in 1900. Vanaf 1926 trof men er een selectie aan van de allerbeste restaurants in Frankrijk. De steraanduidingen volgden pas in 1931. Of de Guide Gault Milau, die samen met Paul Bocuse aan de wieg stond van de 'Nouvelle Cuisine'. allemaal hèt bewijs van een schijnbaar onaantastbare hegonomie van de Franse keuken.

Revolutie in de Franse keuken

Maar wie de trends volgt hoefde de laatste jaren niet meer in Frankrijk te zijn. Het waren de Spanjaarden die de wereld versteld lieten staan met hun moleculaire keuken. Voor echte hippe restaurants moest je in London zijn en de laatste jaren winnen ook de Scandinaviërs aanzien met hun rauwe back-to-basics-keuken. In de laatste lijst (2013) van 'The 50 Best Restaurants of the World' komt zelf geen Fransman voor in de top 10. In deze Top 10 staan drie Spanjaarden, een Deen, een Italiaan, een Amerikaan, een Oostenrijker en zelfs een Duitser. Men spreekt zelfs van de teloorgang van Frankrijk als culinair toonaangevende natie. De tijd lijkt te hebben stilgestaan in de chique sterrenrestaurants. "Passé"; zoals de Parijzenaars zelf zeggen. Een trend die zich doorzet onder verschillende drie-sterrenkoks die hun sterren letterlijk aan de wilgen hangen en weer gaan voor kookplezier. Een voorbeeld in eigen land is Sergio Herman die nu weer de sterren van de hemel kookt in zijn nieuwe restaurant The Jane in Antwerpen en Pure-C in Cadsand.

Chef-kok Inaki Azipitarte van Le Chateaubriand is de koning van de bistronomie 
(Bron Le Figaro)

De laatste druppel kwam van Xavier Denamur die de Franse politiek ervan wist te overtuigen, dat zeven van de tien chefs plastic zakjes stoppen in de magnetron; opwarmers. Denamur die zijn loopbaan op 13-jarige leeftijd begon als bordenwasser kocht van zijn zuurverdiende spaarcenten Les Philosophes in Parijs noemt zijn keuken 'Le vrai Fait Maison'. De kogel is nu eindelijk door de kerk. Sinds 15 juli 2014 trad de Franse wet, die restaurateurs en cateraars verplicht de “Fait maison” gerechten aan te duiden, in werking. Met het verplichte label willen de Fransen een duidelijk onderscheid maken tussen eettenten waar nauwelijks een ingerichte keuken aanwezig is en producten uit de diepvries worden opgewarmd en de restaurants waar ‘gerechten ter plaatse zijn klaargemaakt met onbewerkte ingrediënten’. Een gerecht mag “Fait maison” heten als het in het in huis zelf bereid is op basis van “produits bruts” die geen enkele voorbewerking hebben ondergaan.

Het eenvoudige interieur van Septime Paris, hier kookt voor u Bertrand Grébaut

En toch is het raar dat juist de Parijzenaars zich al die jaren in de luren hebben laten leggen. Voor Parijzenaars zijn cultuur en gastronomie als zon en maan. Nergens in de wereld was de kunst van de verfijnde maaltijd een integraal deel van het leven geworden dan in Parijs. De mens moet volgens visie van de Parijzenaar per slot van rekening niet alleen eten om te leven, maar zeker ook leven om te eten.

Simone Tondo de Italiaanse chef-kok van Roseval, een topbistro in oostelijk Parijs

Gelukkig is er een revolutie ontstaan in de Parijse keuken. Er is een tegenbeweging ontstaan van jonge Franse chef-koks die beseffen dat sterren en geld alleen niet gelukkig maken, maar dat er ook nog zoiets bestaat als plezier in koken. Volgens Le Fooding de nieuwe eetgids, heeft goed eten niets te maken met sterren, prachtig met linnen gedekte tafels en wijn in kristallen glazen. Het gaat heden ten dage om sfeer, passie en plezier in eten. Daarom bedacht Alexandre Cammas, de oprichter ven de hippe en trendy restaurantgids Le Fooding de term 'fooding', wat een samentrekking is van food (eten) en feeling (sfeer). Deze restaurantgids bestaat sinds 2008 en is het 'coole' broertje van de Michelingids. De tegenbeweging heeft ook een naam gekregen: Bistronomie, een samentrekking van bistro en gastronomie. Het antwoord op de desastreuze ontwikkelingen in de Franse gastronomie. De meest besproken koks van dit moment zijn niet meer Alain Ducasse,  Joël Robuchon, Pierre Gagnaire of Alain Passard, De Parijzenaars staan nu in de rij voor hippe Parijse restaurants zoals:  Septime, Roseval, Frenchie, Le Chateaubriand, La Gazetta, Café des Abattoirs, H-Kitchen. Het kookplezier spat ervan af en wat zij in gang gezet hebben wordt door de culischrijvers betiteld als een culinaire 'Nouvelle vague'. Veel van deze nieuwe chefs zijn leerlingen van grote namen en hebben zichzelf bevrijd van wat zij noemen het juk van Michelin. De chef van Septime leerde de finesses van het vak van Alain Passard, Caroline en Sophie Rostang van Café des Abattoirs zijn de dochters van sterrenchef Michel Rostang.

Een van de laatste aanwinsten in Parijs; het Café des Abattoirs van de dochters van sterrenchef Michel Rostang.

Dankzij chef-koks als Gregory Marchand, Simone Tondo, Hidenori Kitaguchi, Petter Nilsson, Bertrand Grébaut en Inaki Aziparte heeft Frankrijk de liefde en de lol in eten herontdekt; aldus Cammas, de oprichter van Le Fooding. zij hebben de keuken terugveroverd op de elite!

In willekeurige volgorde en vooraf reserveren is een must.

Roseval, rue d'Eupatoria 1, 20e arrondissement, metro: Menilmontand
Viergangenmenu € 40

Septime (de top van de bistronomie), rue de Charonne 80, 11e arrondissement, metro: Ledru-Rollin, Charonne, Alexandre Dumas
Vijfgangenmenu € 55

Frenchie, Rue du Nil 5, 2e arrondissement, metro: Sentier
Driegangenmenu € 45

H Kitchen (bistronomie op z'n Japans), Rue Mayet 18, 6e arrondissement, metro: Duroc
Menu € 45

La Gazzetta, Rue de Cotte 29, 12 arrondissement, metro: Ledru-Rollin
diner vanaf € 39

Le Chateaubriand, Avenue Parmentier 129, 10e arrondissement, metro: Parmentier, Saint Maur
Menu € 60

Café des Abattoirs, Rue Gomboust 10, 1e arrondissement, metro Pyramides, Tuilleries
Menu €32, €38, €45


Dit restaurant bestaat al acht jaar, vlakbij de place d'Aligre


Photo's courtesy of website Le Chateaubriand, Septime Q8Concierge, Roseval - Adrian Moore food blogger, website Café des Abattoirs, website La Gazetta. special thanks to Mac van Dinther.

vrijdag 22 augustus 2014

PARIJS VOOR GEVORDERDEN

Het grensgebied van het 18e en het 19e arrondissement is al sinds 2008 onderhevig aan grootse veranderingen. Op de breuklijn die gevormd wordt door het gigantische spoorwegemplacement van het Gare de l'Est lijkt het of heel exotisch Parijs bij elkaar komt. Hier ligt la Goutte d'Or; de plek waar het Carraïbisch gebied en Afrika elkaar ontmoeten. De Goutte d'Or, gelegen in het 18e arrondissement, op de oostelijke helling van Montmartre, is een van de meest kosmopolitische wijken van Parijs. 50% van de bevolking is van vreemde oorsprong. 56 Nationaliteiten mengen allerlei kleuren, accenten en gebaren dooreen, een Afrikaanse, Aziatische en Europese smeltkroes. De wijk wordt afgebakend door de boulevard Barbès aan de westzijde, de boulevard de la Chapelle aan de zuidzijde, de rue Ordener aan de noordzijde, en de sporen van het Gare du Nord aan de oostzijde. Er wonen ongeveer 20.000 mensen in deze wijk. De naam, letterlijk de gouden druppel, is afkomstig van de kleur van de wijn van de wijngaarden die hier voorheen stonden.

La Goutte d'Or een van de meest kosmopolitische wijken van Parijs

Een stukje verder ligt Little Jafna, de wijk van La Chapelle met hoofdzakelijk Tamils. Er wonen naar schatting 70.000 Tamils in Frankrijk, waarvan de meesten zich in de 19de begin 20e eeuw gevestigd hebben in Parijs. De meesten, voornamelijk Hindoestanen, zijn gevlucht vanwege de burgeroorlog in Sri Lanka. Door de hoge huurprijzen in Parijs zijn ze geleidelijk verbannen naar de Parijse voorsteden, maar de winkels en restaurants zijn gebleven. Daarom is deze wijk vooral in het weekend een belangrijk trefpunt wanneer hele Tamil-gezinnen hier hun inkopen komen doen. Ze komen speciaal voor levensmiddelen en specerijen die ze nergens anders kunnen krijgen dan in winkels en op markten in deze kleurrijke buurt.

La Goutte d'Or, Little Jafna, 56 nationaliteiten; een Afrikaanse, Aziatische en Europese smeltkroes

Voor de gevorderde Parijsbezoeker heeft deze wijk heel veel te bieden. De eerste grote verandering in deze buurt was de bouw van 'Le Centquatre' ofwel 104. Een van de meest indrukwekkende en dure cultuurprojecten van de stad Parijs in de afgelopen jaren. Tot 2007 huisvestte dit indrukkwekkende gebouw, gebouwd in 1873, alleen doodskisten, lijkwagens en dragers. Het deed namelijk dienst als mortuarium van de stad Parijs. Veel Parijzenaars kennen het Centquatre ook alleen onder de naam Pompes Funèbres Municipales. Handig om te weten als je de weg vraagt naar dit centrum van kunst, cultuur en creativiteit.

Le Centquatre

Het project; de 'fabriek van de rouw' is het geesteskind van de twee directeuren, Robert Cantarella en Frederic Fisbach. Beide mannen zijn ervaren theaterregisseurs. In 104 verschillende ruimtes en studio's kunnen kunstenaars werken aan verschillende kunstprojecten. Het draait hier vooral om kruisbestuiving tussen creatieve disciplines. In de ruimtes, met een totaal oppervlak van 39.000 m², kunnen ruim tweehonderd internationale kunstenaars tegelijkertijd, gratis drie tot tien maanden verblijven, om aan een van de dertig artistieke projecten te werken die jaarlijks worden uitgevoerd. Tweehonderd kunstenaars die schilderen, tekenen, dansen, spelen, filmen, zingen en beeldhouwen met maar één missie; de vervaging van de grenzen tussen publiek en kunst. Le Centquatre nodigt iedereen uit om te integreren met hun kunstenaars. U kunt zelfs deelnemen aan gratis Qigong klassen, een meer dan vierduizend jaar oude meditatietechniek. Momenteel herbergt het bijzondere pand verschillende kunstevenementen, waaronder tentoonstellingen van jong talent, kunstforums, presentaties, modeshows, concerten, showrooms en werkplaatsen. Le Centquatre heeft ook een restaurant, een café, diverse boetieks en een enorme boekhandel.

Le Centquatre: U kunt zelfs deelnemen aan gratis Qigong klassen, een meer dan vierduizend jaar oude meditatietechniek

Le Centquatre gelegen aan de rue d'Aubervilliers 104 moet Parijs weer terugbrengen op de wereldkaart van de kunstscene. Ruim 100 miljoen euro koste de transformatie van gemeentelijk uitvaartcentrum naar een prachtig open gebouw van staal en glas. Een grote revisie onder leiding van de architect Jacques Pajot van Atelier Novembre. Een week voor de opening in oktober 2008, hield de Britse ontwerper Alexander McQueen in het hangarachtige gebouw zijn lente/zomer catwalk show. Op de openingsdag zelf trok le Centquatre meer dan zestigduizend nieuwsgierige Parijzenaars. Le Centquatre, is elke dag open van 11.00 uur tot 20.00 uur. Overigens is het wel grappig dat de Franse kunstscene moet herrijzen vanuit de gerenoveerde overblijfselen van een Parijs lijkenhuis.

We steken de rue d'Aubervilliers over. Aan de rue de Riquet vinden we de ingang naar de 'Cour du Maroc'. Dit park was de eerste aanzet, in 2006, tot verbetering van de wijk. Het park werd ontworpen door Michel en Claire Corajoud, twee Franse tuinarchitecten, in samenwerking met architecten, sociologen en ingenieurs. Het is een lange smalle tuin langs het spoorwegemplacement van de Gare de l'Est, ingedeeld in verschillende ruimtes om te wandelen, te recreëren, picknicken en verder met veel ruimtes voor sport en spel. Een grote wandelbrug vormt een open verbinding tussen de rue de Riquet en de 'stad'. Vanuit deze wandelpromenade heeft u zicht op de binnenkomende treinen met bestemming Gare de l'Est, een van de zeven grote kopstations in Parijs Het station verwerkt jaarlijks 34 miljoen reizigers komende vanuit Luxemburg, Saarland, Duitsland en Centraal-Europa. Op 4 oktober 1883 vertrok hier de eerste Oriënt-Express met bestemming Constantinopel.

Uitzicht vanuit Cour du Maroc op de Halle Pajol met op de achtergrond de Sacré Cœur

Verder biedt de brug een bijzonder uitzicht op de Sacré Cœur en de nieuwe Halle Pajol. Indrukwekkend zijn de diverse street-art kunstwerken die dienen als verfraaiing van het park. De muren bij de sportvelden in dit nieuwe park, zijn door diverse jonge kunstenaars voorzien van bijzondere straatkunst, geheel gericht op jongeren. Graffiti wordt in het algemeen gezien als belangrijk onderdeel van de hiphop-cultuur.

Wij verlaten de Cour de Maroc weer aan de zijde van de rue de Riquet, steken vervolgens het spoor over om links oog in oog te komen staan met de Jardin Rosa Luxembourg en de Halle Pajol. Een verlaten pakhuis van de Franse spoorwegen, SNCF, daterend uit 1920 met meer dan 20 magazijnen. Het heeft een van de meest spectaculaire houten gevels van Parijs. Na drie jaar van verbouwing is de Halle Pajol omgebouwd in een industrieel ecologisch juweeltje. Ontworpen door architect Françoise-Helène Jourda, een van de weinige specialisten in duurzaam bouwen in Europa. 

Halle Pajol met een 2500 m² grote binnentuin

Het project onderscheidt zich door het gebruik van uiterst duurzame materialen, waaronder heel veel hout en gerecyclede materialen afkomstig van het oude Forum des Halles. 10 van de 20 schuine daken, zo'n 3523 m², zijn voorzien van zonnepanelen goed voor een productie van 396 MWh per jaar. In het gebouw zelf, dat staat in een prachtig aangelegde tuin van 8000 m², zijn ondergebracht een overdekte tuin van 2500 m² met grote waterpartijen, de Vaclav Havel Bibliotheek met een videospeelzaal en een eco jeugdherberg; het Hostel Yves Robert. Het hostel Yves Robert is de grootste in Parijs: 103 kamers en 330 bedden. De kamers hebben door middel van een groot balkon uitzicht op de tuin. Verder zijn er kantoren, een auditorium, een theater, een bar-restaurant met een groot terras en diverse winkels in gevestigd. Aan de voorzijde een gezellige esplanade; het plein Nathalie Sarraute. Langs het spoor worden volkstuinen geïmplementeerd (2 percelen van 100m2), die ter beschikking worden gesteld aan buurtverenigingen. Omwonenden zullen zo in staat zijn om zelf bloemen of groenten te verbouwen om in eigen behoeften te kunnen voorzien. De tuinen worden geïrrigeerd door opgevangen regenwater afkomstig van de schuine daken. De Tuin is een eerbetoon aan Rosa Luxembourg (1871-1919), geboren in Polen, en een Duits marxistisch politica, filosofe en revolutionaire.

De prachtige Hindoetempel gewijd aan de Olifantengod Ganesha

Een stukje verder aan de rue de Pajol nummer 17 bevindt zich in een voormalig winkelpand een heel bijzondere Hindoetempel gewijd aan de god Ganesha. Ganesha of Ganesh is de god met het olifantenhoofd. Hij neemt hindernissen weg en is de beschermheilige van reizigers. Hindoes bidden tot Ganesha voor ze aan iets nieuws beginnen, zoals een nieuwe baan of wanneer ze verhuizen. Deze tempel is in 1985 gesticht door de uit Sri Lanka afkomstige Vaithilingan Sanderasekaram. U mag de tempel zelf ook bezoeken onder voorwaarde dat u uw schoenen achterlaat bij de ingang. In de tempel bevindt zich onder diverse heiligenbeelden ook de vijfkoppige Ganesha (Ganesh Panchamukha) De vijf hoofden herinneren aan de vijf Maha bhūta): water, aarde, vuur, lucht en ruimte. Drie keer per dag wordt in de tempel een dienst gehouden. De priesters, gehuld in lendendoeken, ontbloot bovenlichaam en hun lange geoliede haren in een knot, zingen luid en overgieten de Ganesha met water, melk en honing, met op de achtergrond het zachtjes luiden van een zilverkleurige klok. Er wordt fruit geofferd en de gelovigen laten zich zegenen met de vlam van een olielamp.

Bent u op 31 augustus 2014 in de buurt dan raad ik u aan om het 19e Ganesh Chaturthi festival mee te maken; het feest van de geboortedag van Ganesha. Duizenden Hindoes trekken dan door de wijk in een prachtig kleurrijke processie. Mannen getooid met bloemenkransen dansen op traditionele muziek en vrouwen gekleed in hun mooiste sari's dragen aarden potten met brandende kaarsen op hun hoofd met als middelpunt het enorme olifantenbeeld dat gedragen wordt door de straten. Onderweg worden talloze kokosnoten op de grond gegooid. Dit is een spectaculair feest dat u absoluut niet mag missen.

Een' must see' het Ganesh Charturthi festival

Als laatste nog een anekdote over de toenmalige burgemeester van Parijs Jacques Chirac. In het begin van de jaren negentig bracht hij een bezoek aan deze multiculturele wijk. Later op een vergadering met zijn partijleden vertelde hij over zijn bezoek aan gezinnen met twee of drie vrouwen en twintig snotneuzen die allemaal lawaai maken, meuren en leven van de sociale dienst. Een opmerking die hem niet in dank werd afgenomen.

Dit exotische deel van Parijs is een must voor de gevorderde Parijsganger.

vrijdag 15 augustus 2014

DE WIJK BEAUBOURG

In mijn vorige blog nam ik u mee naar het gebied rond de buik van Parijs; 'Les Halles'. In deel 2 bezoeken we het gebied omsloten door de boulevard de Sébastopol, rue de Rivoli, rue de Renard, rue beaubourg en de rue Rambuteau.

In dit deel van Parijs (Beaubourg en Les Halles) gingen in de middeleeuwen leven en dood vaak hand in hand, aangezien markten en kermissen dikwijls in de buurt van kerkhoven werden opgericht. Daar was tenminste voldoende ruimte. Hier mengden mimespelers, jongleurs, muzikanten, daklozen, dieven en hoeren zich onder de menigte, omgeven door de geuren van versgeslachte dieren en andere verse landbouwproducten. Victor Hugo deed een stukje verder, in de 'Cour des Miracles', zijn inspiratie op voor zijn boek, 'Notre-Dame de Paris': "Het is een riool van ontucht, bedelarij en landloperij, een riool dat overloopt in de straten van de hoofdstad....een immense kleedkamer van alle acteurs in de komedie van straatroof, prostitutie en moord die speelt op de kasseien van de straten van Parijs".

Beaubourg

Beaubourg werd in de 12e eeuw bij Parijs gevoegd en lag op het kruispunt van de markthallen en de Seine, daar waar de verscheepte koopwaar aan land kwam. Door de bevolkingstoename in de 19de eeuw wordt het verval van de wijk ingezet. Een oude krottenwijk, druk en armoedig. De straten modderig en slecht onderhouden, links en rechts geflankeerd door vochtige bouwvallen. Op het Plateau de Beaubourg waren de vishallen gevestigd. Een uitloper van de markthallen die voor de voedselvoorziening van Parijs zorgden. Hier bevonden zich de restaurants die op de smaak van de plaatselijke bevolking afgestemd waren en 's nachts openbleven, op de tijden dat de groothandels gewoonlijk open waren. Hier kruisten de vroege vogels, de werklui van de hallen, het pad met de nachtvlinders, kunstenaars en artiesten die zich graag rond de hallen ophielden en die voor het naar bed gaan wel een kop stevige uiensoep konden gebruiken. De rue de Montorgueil was de straat waarlangs de visaanvoer plaatsvond vanuit Normandië. Hier zaten de groothandels voor vis en oesters en deze handelaren zorgden dan weer voor verdere verdeling op de markt. 

Rue de Montorgueil 1907

Op nummer 38 vind je nog steeds l'Escargot Montorgueil. Een restaurant dat sinds 1832 niet meer is veranderd, ook de menukaart niet. Dit restaurant is een Parijs instituut. Niet alleen door haar interieur en exterieur maar ook door haar keuken. Zij serveren al sinds 1832  met veel trots een Franse specialiteit die zijn grenzen heeft overschreden in roem; de escargot of in het Nederlands de gekookte landslak. Een ander prachtig onveranderd monument uit die tijd is het restaurant 'Au Pied de Cochon'. Het restaurant heeft niet eens een sleutel want het is 24 uur per dag, 365 dagen per jaar geopend. De specialiteit is sinds het ontstaan van de hallen onveranderd: fruits de mer en varkenspootjes. Per dag worden hier een ton aan schaal en schelpdieren verorberd en per jaar 85.000 varkenspoten uitgeserveerd, een delicatesse volgens connaisseurs.

Au Pied de Cochon

Tussen 1924 en 1968 werden alle huizen geleidelijk aan gesloopt. De vishallen verdwenen en het terrein kwam braak te liggen om vervolgens dienst te doen als parkeerterrein voor vrachtwagens van de oude hallen.. De uiteindelijke sloop van deze hallen heeft het karakter van het oudste gedeelte van Parijs voorgoed doen veranderen. Wat er van het verleden nog over is wordt belichaamd door de Fontaine des Innocents die staat op de plek waar vroeger het kerkhof was.

Beaubourg, Hier kruisten de vroege vogels, de werklui van de hallen, het pad met de nachtvlinders die zich graag rond de hallen ophielden en die voor het naar bed gaan nog wel een kop stevige uiensoep konden gebruiken.


Centre Georges Pompidou
Al in 1927 droomde de Zwitsers-Franse architect en stedenbouwkundige Le Corbusier, (zijn echte naam was Charles-Édouard Jeanneret-Gris), van de bouw van een 'museum van onbeperkte ideeën', dat aan de 20e eeuw gewijd zou zijn. Pas in 1963 kon de toenmalige minister van Cultuur, André Malraux, de start van dit project officieel aankondigen. De plannen werden echter doorkruist door het overlijden van Le Corbusier in 1965. Maar zijn idee was inmiddels een eigen leven gaan leiden en Georges Pompidou wilde als 19e President van Frankrijk en als bewonderaar van literatuur en moderne kunst deze droom werkelijkheid laten worden.

Georges Jean Raymond Pompidou

Georges Jean Raymond Pompidou. Geboren op 5 juli 1911 en overleden in Parijs op 2 april 1974 als gevolg van longkanker. Hij ligt begraven in Orvilliers (Yvelines). Pompidou was President van Frankrijk van 15 juni 1969 tot aan zijn dood in 1974. Als groot liefhebber van moderne kunst was hij verantwoordelijk voor een groot aantal projecten in de 20e eeuw. In 1969 sprak hij zijn grote wens uit, om in Parijs, één centrum van creativiteit te vestigen, dat zowel een museum is voor beeldende kunst, met daarnaast een creatief centrum voor muziek, film en boeken en audiovisuele middelen. - "Je vouddrais passionnement que Paris possède un centre culturel. Qui soit à la fois un musée et un centre de création ou les arts plastiques voisinerait avec la musique, le cinéma, les livres..."

Ook al bent u een fervent tegenstander van moderne architectuur, dit gebouw doet uw adem in uw keel stokken, vooral 's nachts 

De plek was snel gevonden. Het oerlelijke parkeerterrein in de wijk Beaubourg. 681 architecten uit 49 landen streden om de eer dit prestigieuze museum te mogen ontwerpen. 186 architecten uit Frankrijk en 492 afkomstig uit de overige 48 landen. De Italiaan Renzo Piano en de Brit Richard Rogers kregen in 1971 uiteindelijk de opdracht voor dit prestigieuze project en in 1972 werd gestart met de bouw. Beiden architecten waren nog niet zo bekend toen zij in 1970 aangewezen werden als de winnaars, (in de jury zat toentertijd Willem Sandberg, oud directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam). Bouwtijd vijf jaar met een kostenplaatje van 364 miljoen dollar. Zoals te verwachten waren de meningen van de Parijzenaars verdeeld. Een olieraffinaderij, een gasfabriek, en gelijk moeten we ze geven, het ziet er een beetje uit als de DSM in Limburg. Het gebouw is als het ware binnenstebuiten gekeerd. Al het “binnenwerk” zit aan de buitenkant, voortgekomen uit de principes van flexibiliteit, duurzaamheid en onverzettelijkheid. Het 166 meter lange gebouw wordt gedragen door 84 balken van ieder 75 ton en beschikt op elke etage over een oppervlakte van 7500 m². De aan de buitenkant zo in het oogspringende kleuren vormen een duidelijke afbakening van de verschillende functies. Alles wat groen is, is voor water, blauw voor lucht, geel voor elektriciteit en rood voor vervoer zoals roltrappen en liften. Alle witte onderdelen hebben een bouwkundige functie. De bezoekers zweven als het ware op roltrappen door glazen reuzenrupsen aan de buitenkant van het gebouw  naar boven. Vanaf de opening, in afwezigheid van de naamgever in 1977, trekt deze cultuurtempel 25.000 bezoekers per dag. In 2000 na een drie jaar durende renovatie, werd er een zesde etage aan toegevoegd. Ook al bent u een fervent tegenstander van moderne architectuur, dit gebouw doet uw adem in uw keel stokken. Vooral 's nachts als u met dit schitterende, oplichtende gevaarte wordt geconfronteerd. Het lijkt of u op een filmset van een sciencefictionfilm bent beland.

Een olieraffinaderij, een gasfabriek, de meningen van de Parijzenaars zijn verdeeld

De bezoekersaantallen overtreffen nog steeds alle prognoses. Op de piazza voor het 'Pompidoleum' ontwikkelt zich een eigen cultuur van straatartiesten: muzikanten, portrettekenaars, acrobaten, fakirs, vuurvreters, boeienkoningen en toneelspelers. Het zijn de troubadours van de 21e eeuw die er voor zorgen dat dit een van de drukste pleinen van de stad is geworden.

In het gebouw bevindt zich op de 4de en 5de etage het Musée National d'Art Moderne (MNAM). Met zijn 60.000 werken is dit een van de grootste musea voor moderne kunst ter wereld. Op de 4de etage hedendaagse kunst vanaf 1960 tot nu en op de vijfde etage de moderne kunst van 1905 tot 1960, afgewisseld tussen zalen met slechts één enkele kunstenaar; Picasso, Roualt, Matisse en meer. Tevens zijn hier jaarlijks diverse wisselende tentoonstellingen en rouleren de werken regelmatig aangezien er slechts 1500 werken (0,025% van de totale collectie) tegelijk in de tentoonstellingsruimten kunnen worden gepresenteerd. De museumcollectie komt voor een groot deel uit schenkingen van verzamelaars, kunsthandelaren, kunstenaars en hun familie. sinds 1968 is er namelijk een wet van kracht die de erfgenamen van kunstenaars de mogelijkheid biedt om de erfbelasting te betalen in de vorm van kunstwerken.
Op de 1ste, 2de en 3de etage bevindt zich de Bibliothèque publique d'information (BPI) Deze verschaft toegang tot boeken, tijdschriften, platen, video's, databases en microfilm.

Met zijn 60.000 werken is dit een van de grootste musea voor moderne kunst ter wereld.

Het voordeel van Centre Pompidou is dat, als je eenmaal de toegangsprijs van €13 per persoon hebt betaald, je meteen toegang hebt tot het Musée nationale d'Art moderne, alle tijdelijke tentoonstellingen en de prachtige terrassen die uitzicht bieden op Parijs. En eenmaal binnen, dan stel ik voor om ook even binnen te lopen bij een van de trendy hotspots van de gebroeders Costes op de zesde etage.

Daar bevindt zich het café-restaurant Georges. Dit restaurant wordt gerund door Thierry Costes, zoon van de gevierde restaurateur Gilbert Costes en dat doet hij op een bijzondere manier. Eenmaal binnen wordt je ontvangen door hippe kortgerokte dames met benen tot aan hun oksels.  Het restaurant is ontworpen door de Parijse architecten Dominique Jakob en Brendan MacFarlane. In het ultramodern ingerichte restaurant staan op de roestvrij stalen vloer 4 grote organische kunstwerken van aluminium die bij binnenkomst meteen de aandacht trekken  en dienst doen als discrete eethoekjes. Een bijna Zen-achtige interieur met als kleurelement een verse rode roos op elke tafel. Koud en glanzend van buiten, warm en uitnodigend van binnen. Onberispelijke obers in het zwart en een prijskaartje passend bij deze locatie. Hier geniet je van een ongeëvenaard uitzicht en een goed glas Sancerre.

Georges: Eenmaal binnen wordt je ontvangen door hippe kortgerokte dames met benen tot aan hun oksels. Photo courtesy of Marcel Tillema

Rechts van de hoofdingang, op de place Igor Stravinsky bevindt zich de grote bron van het kunstenaarsechtpaar Niki de Saint Phalle en Jean Tinguely. De eerste moderne fontein van Parijs, is een ode aan de Russische componist Igor Stravinsky. Een mechanisch waterballet van felgekleurde figuren, (Saint Phalle) en zwarte mobiles, (Tinguely) die voortdurend in beweging zijn. Dit prachtige kunstwerk werd gemaakt in 1982.

Dit 's zomers zonovergoten plein wordt omgeven door gezellige terrassen, zitbanken rondom de fontein (let wel goed op de windrichting), de laat middeleeuwse Église Saint Merri en het IRCAM. Het 'Institut de Recherche et Coordination Acoustique Musique', eveneens een initiatief van George Pompidou. Het Ircam biedt musici en componisten de gelegenheid te experimenteren met computer- en digitale productiemogelijkheden.

De place Igor Stravinsky met de fontein Niki de Saint Phalle en Jean Tinguely

Prachtig is het contrast tussen de middeleeuwse gargouilles (waterspuwers) van de Saint Merri, met de in 2011 vervaardigde wandschildering 'Shuuuttt!!!' van de graffiti-kunstenaar Jeff Aerosol. Nog een aardige wetenswaardigheid; in de noordwestelijke toren van de kerk bevindt zich de oudste klok van Parijs, gegoten in 1331.

"Shuuuttt!!!" wandschildering van Jeff Aerosol 2011 met op de achtergrond de Saint Merri

Aansluitend aan het museum kun je het gereconstrueerde atelier van Constantin Brancusi bewonderen. Deze van oorsprong Roemeense kunstenaar woonde en werkte vanaf 1904 in Parijs en maakte korte tijd deel uit van het atelier van Auguste Rodin. In het atelier dat Brancusi in 1916 huurde in de Impasse de Ronsin in het 15e arrondissement, vond men na zijn dood niet alleen zijn gereedschap, maar ook afgietsels van zijn belangrijkste werken. Toen de kunstenaar in 1957 overleed, liet hij zijn atelier na aan de Franse staat op voorwaarde dat het geheel in tact gelaten zou worden. Het atelier is met behulp van foto's helemaal authentiek ingericht en vormt een buitengewoon interessante kennismaking  met zijn werkproces en zijn abstracte vormen. Hij was altijd op zoek naar de zuivere vorm in zijn werk. Zijn sculpturen hebben een abstract karakter, zonder dat ze het contact met het figuratieve helemaal verliezen. Alles in dit atelier is op elkaar afgestemd, vorm, verlichting en achtergrond, zodat we de ruimtes als een kunstwerk op zich kunnen beschouwen.

Constantin Brancusi: Princesse X

Als afsluiting nog een laatste wetenswaardigheid over Georges Pompidou: In 1971 gaf Pompidou de Franse ontwerper Pierre Paulin de opdracht om een aantal kamers in het presidentieel paleis, het Elysée, totaal te restylen. Het resultaat leek zo te kunnen dienen als decor in Stanly Kubric's Space Odyssey 2001.

Musée National d'Art Moderne, rue Beaubourg, metro Châtelet-des-Halles, Rambuteau
Entree €3 alleen etages, € 13 museum. Voor openingstijden en tentoonstellingen zie website.


Restaurant Georges, Centre Pompidou,  6e etage, place George Pompidou, 4e arrondissement, metro Rambuteau. Voor reserveringen +33 (0)1 44 78 47 99

woensdag 6 augustus 2014

LES HALLES; HET NIEUWE HART VAN PARIJS

Les Halles; het gebied omsloten door de rue du Louvre, rue Étienne Marcel, boulevard de Sébastopol en de rue de Rivoli, in het eerste arrondissement is al meer dan 800 jaar oud. Rijk aan geschiedenis maar ook rijk aan contrasten. De wijk waar arm en rijk naast elkaar woonden, waar handel werd gedreven en ambachten werden bedreven. Met in het kielzog nog een bonte stoet van hoeren, koppelaarsters, clochards, dieven, vervalsers en andere vagebonden, onlosmakelijk verbonden met de folklore van deze wijk.  Parijs telde in die tijd inmiddels 300.000 monden om te voeden. Prachtig beschreven door Emile Zola in 'Le Ventre de Paris'; De Buik van Parijs.

Handel in de 'buik van Parijs" - Photo Mairie de Paris

Al rond 1135 hielden koop- en ambachtslieden tweemaal per week markt in de straten van Les Halles, waar iedere straat zijn eigen specialiteit had. De eerste markthallen van Parijs werden in 1183 onder het bewind van Filips II gebouwd. Aan de rand van het Cimetière des Innocents. Tweeëntwintig parochies borgen hier hun doden. Het had de bijnaam van 'mange-chair', vleeseter, omdat de lichamen, zo ging het verhaal, er in een mum van tijd tot ontbinding overgingen. In een gat van tientallen meters diep, ingesloten tussen hoge muren, werden de lijken op elkaar gestapeld met een dun laagje zand erover, gewoon in de open lucht. Vijf eeuwen lang hing hier een lijkenlucht afgewisseld met de geuren van kruiden en verse groenten. Rond 1780, toen de lijken twee meter boven straatniveau lagen opgestapeld, werd besloten om de beenderen en overblijfselen te vervoeren naar de catacomben van Denfert-Rochereau. Voor het 'vervoer' van de bijna twintigduizend karretjes gevuld met beenderen had men drie jaar nodig. Dag en nacht trok een bonte stoet door de straten van Parijs over de Seine naar de steengroeven van Tombe Issoire, nu het 14e arrondissement.

Les Halles, prachtig gefotografeerd door Franse fotografen als Doisneau en Brassaï, 

Door een bevel van Lodewijk XVI werd het vrijgekomen terrein geschikt gemaakt voor uitbreiding van de voedselmarkt. In de 19e eeuw was de markt opnieuw dringend aan vernieuwing toe. Daarom gaf Napoleon III de opdracht aan Victor Baltard om in de schaduw van de Saint Eustache, de kerk van Les Halles, nieuwe markthallen van ijzer te bouwen. Rondom de kerk, in de rue Montorgueil, afgeleid van de mont Orgeuil, krijg je nog een vaag idee van de drukte van het vroegere Les Halles quartier. Eeuwenlang was dit de straat waarlangs de visaanvoer plaatsvond vanuit Normandië. Hier zaten de groothandels voor vis en oesters en deze handelaren zorgden dan weer voor verdere verdeling op de markt. Nu is deze straat een gezellig voetgangersgebied met groentestalletjes, slagerijen en boetieks. Maar ook met diverse bistro's en restaurants.

De beroemde markthallen van Parijs - Photo Mairie de Paris

Tussen 1854 en 1874 worden tien paviljoens gebouwd. De architecten Baltard en Callet ontwikkelden glazen paviljoens met steunberen en een dakconstructie van ijzer, die een van de meest unieke ingenieursprestaties van die tijd zouden blijken. Jalouzievormige traliehekken zorgden voor een optimale luchtcirculatie, en een verhoogd middenschip zorgde voor een goede lichtinval .Grote stalen constructies met glazen daken, volgens een ontwerp van de architecten Baltard en Callet. De hallen werden door overdekte straten met elkaar verbonden zodat de verschillende paviljoens bereikt konden worden zonder natte voeten te krijgen. Tot 1969 was dit het gebied van marktkooplui en van de 'stoere mannen'; 'Les Forts des Halles'. De sjouwers hadden hun eigen gilde, waarin ze pas werden toegelaten als ze zestig meter konden lopen met een last van tweehonderd kilo op hun nek.

René Fallet omschreef het als volgt: "Door de Hallen af te breken, heeft men in de doodskist van Parijs gespuwd" - Photo Mairie de Paris

Les Halles, aan de voet van de Église Saint Eustache, vormde een uitzonderlijke wijk met een geheel eigen leven. Prachtig gefotografeerd door Franse fotografen als Doisneau en Brassaï, maar ook fascinerend vastgelegd in een film door de Nederlander Paul Schuitema in 1939 getiteld; "De Hallen van Parijs". Een film over de dynamiek van de Parijse markthallen; het loven en bieden, het lopen en draven, het laden en lossen.

De laatste marktnacht van Parijs was op donderdag 27 februari 1969. De Franse schrijver René Fallet omschreef het als volgt: "Door de Hallen af te breken, heeft men in de doodskist van Parijs gespuwd". De Buik van Parijs maakte plaats voor het Forum des Halles en verhuisde naar Rungis aan de rand van Parijs.

1971 de trieste restanten - Photo Mairie de Paris

Bijna 10 jaar lang was er een gapend gat op de plek waar ooit de zo geliefde markthallen stonden. In 1975 contracteerde de toenmalige Franse President Valéry Giscard d'Estaing, de Catalaanse architect Ricardo Bofill voor nieuwbouwplannen op deze plek. Daar kwam echter verandering in toen in maart 1977 Jacques Chirac de eerste gekozen burgemeester van Parijs werd. Hij en niemand anders, mocht beslissen hoe het nieuwe hart van Parijs vormgegeven zou worden. Bofill werd ter zijde geschoven en mocht als troost zijn ontwerp van de place de Catalogne in het 14e arrondissement laten uitvoeren. Chirac huurde de architecten Claude Vasconi en Georges Pencreach in voor de bouw van een groots opgezet commercieel en cultureel complex; het Forum des Halles.

De bouw, in aflopende lagen, leiden muren van glas en aluminium de blik omlaag naar een verzonken binnenplaats. Het is een soort trechter van vier etages die in de duizendjarige bodem gedreven werd.  Het verhaal gaat dat de architecten bij het ontwerp de kerk Saint Eustache voor ogen hadden. Die bewering was tamelijk gedurfd. Het Forum met zijn gebogen, deels organisch ogende stalen bogen, deden meer denken aan de 'regenschermen' van de oude hallen. Onder de grond bevonden zich meer dan 200 winkels, 10 bioscopen, een toneelzaal, muziekcentrum, museum, zwembad, 12 restaurants, snelwegen, een metro-  en RER-station. Dit gigantische project werd in 1979 voltooid.

Het Forum des Halles 1979 - 2010

Het Forum is door de jaren heen echter snel verpauperd en voldeed ook niet meer aan de huidige veiligheidseisen. Per dag passeren hier ruim 1 miljoen mensen. 750.000 passagiers alleen al maken per dag gebruik van het onderliggende metrostation Châtelet les Halles. Nu 35 jaar later krijgt het 1e arrondissement weer een nieuw hart, met nieuwe plannen onder leiding van de architect David Mangin. Al sinds 2010 is het hele gebied opnieuw onder constructie en moet klaar zijn in 2016. Het hele project is gecalculeerd op de lieve som van 802 miljoen euro en wordt in fasen opgeleverd.

 Le Jardin Nelson Mandela met de Saint Eustache

Allereerst is het groene hart tussen de Bourse du Commerce, de Saint Eustache en de toekomstige 'Canopée' opgeleverd. De nieuwe tuin vernoemd naar Nelson Mandela is maar liefst 4 hectaren groot. De oude tuin bleek veel te fragmentarisch terwijl de nieuwe tuin uitzicht biedt op alle omringende gebouwen en toegankelijk is voor het publiek en tevens toegang biedt tot het vernieuwde ondergrondse Forum des Halles. Eind 2013 is de zeer avontuurlijke omheinde speeltuin voor kinderen geopend.  Ik moet eerlijk bekennen dat bij mijn eerste wandeling door de tuin, juni 2014, mijn hart nog niet echt sneller ging kloppen. Natuurlijk het jonge groen moet tijd krijgen om zich te zetten. Het thema van een 'wilde' tuin doet nogal rommelig aan, en met name de hekjes rondom de plantsoenen blijken niet echt hufterproef. Ze staan inmiddels schots en scheef en dat doet dit nieuwe landschap ook geen recht. De fontein is verdwenen en de zielig betonnen bankjes zijn te warm in de zon en te nat na de regen. Enfin de tijd zal het leren. Wel mooi zijn de zichtlijnen en gelukkig staat of liever gezegd ligt 'La Tête' van Henri Miller inmiddels op zijn nieuwe plaats. Het was nog een hele operatie om het zandstenen beeld, uit 1986, 15 meter verder naar het westen te verplaatsen. Het beeld dat eigenlijk 'Écoute' heet weegt namelijk ruim 50 ton.

Het beeld 'Écoute' van Henri Miller weegt ruim 50 ton

Maar één ding moet ik toegeven. Je mond zakt open van verbazing als je de trap beklommen hebt naar het observatiepunt en goed zicht hebt op het huzarenstuk van deze immense metamorfose. La Canopée, het baldakijn, de luifel; bedoeld wordt de amber kleurige glazen overkapping naar een ontwerp van de architecten Patrick Berger en Jacques Anziutti. 15 lamellen, complete brugdelen, vormen een overkapping van 100 meter breed en worden 25 meter boven de grond, waar dagelijks zo'n 750.000 mensen passeren, met uiterste precisie in vier delen gemonteerd. De regie hiervan is in handen van het Franse bedrijf Castel & Fromaget die eerder vier complete hangars bouwde voor de montage van de A350 van Airbus. De luifel krijgt een oppervlakte van 2,3 hectare (23.000 m²), dat is groter dan de oppervlakte van de place des Vosges. 6500 ton staal (de complete Eiffeltoren weegt 7300 ton) wordt vervolgens bedekt met 18.000 amberkleurige glazen panelen gemaakt door Groupe AGC te Boussois. Deze overkapping overdekt de volledige vroegere open ruimte van het oude Forum des Halles. Overigens, tijdens de verbouwing bleven alle winkels onder in het forum gewoon open. Hier passeren per dag 155.000 winkelende klanten.
De Canopée moet er voor zorg dragen dat overal het daglicht binnendringt. Eerder schreef ik al dat de totale kosten worden geraamd op 802 miljoen euro, De kosten van de Canopée zijn inmiddels opgelopen naar 238 miljoen euro, inclusief de nieuwbouw van de twee paviljoens waar het baldakijn op rust. Een aardige hap uit het totale budget.

'Artist impression' van het nieuwe forum des Halles

Ook gaat de infrastructuur onder de grond volledig op de schop. Nieuwe doorgangen, nieuwe trappen en metershoge roltrappen. Totaal krijgt het vernieuwde Forum 8 niveaus waarvan 5 niveaus onder de grond. 170 winkels worden er gevestigd en het metrostation Châtelet Les Halles wordt aangepast aan de alsmaar groeiende stroom van reizigers. Verder komt er een bibliotheek, Hip-Hop centrum, ruimtes toegespitst op theater, zang, muziek en dans en diverse andere openbare ruimtes gericht op cultuur, stedelijke recreatie en welzijn.

 La Canopée, het baldakijn, de luifel, in aanbouw (juni 2014)


Ik adviseer u dan ook om het, via de hyperlink ingesloten filmpje, te bekijken. "Les Halles; voyage au coeur du Paris de demain". De Hallen; een reis door het Parijs van morgen. Een maquette van het project is te zien in het informatiecentrum op de hoek van de rue Berger en de rue Lescot. Dagelijks geopend van 10.00 uur tot 20.00 uur.