Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

dinsdag 27 mei 2014

SEDUCTION: PARIJSE VERLEIDINGEN VOLGENS J. KONRAD SCHMIDT

De Duitse fotograaf Konrad Schmidt heb ik voor het eerst ontmoet op de Photokina 2012, waar hij exposeerde voor en bij Leica. Mede dankzij mijn goede fotovriend, collodionfotograaf Alex Timmermans, heb ik daarna nog regelmatig contact kunnen houden met deze Duitse topfotograaf. Het idee voor onderstaande blog ontstond tijdens onze ontmoeting op 'Paris Photo' 2013 en leidde tot een spectaculaire fotosessie, maar daarover straks meer. Het interview volgde op het derde European Collodion Weekend in Eindhoven,  op zondag 4 mei 2014.

Uit de serie 'Alina in Paris'

Konrad Schmidt woont en werkt in Hamburg. Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen".  Zijn modellen zijn min of meer gekleed of naakt, prachtig gefotografeerd in kleur maar steeds vaker in zwart-wit. Serieus, ingetogen, in zichzelf gekeerd, sensueel, uitdagend, maar altijd met een groot gevoel voor stijl" aldus het BFF. Geen wonder dat hij geselecteerd werd als volwaardig lid van het gerenommeerde Duitse BFF: 'Der Berufsverband Freie Fotografen und Filmgestalter', gevestigd in Stuttgart. Konrad is met name gespecialiseerd in mode- reclame- en lingeriefotografie en won vele prestigieuze prijzen, waaronder het BFF 'Jahrbuch Award' 2011, de 'Hasselblad Masters' en de 'Rodenstock Photo Award'. Onder zijn clientèle bekende namen als Adobe Systems, Bacardi, Blonde Magazin, Cosmopolitan, ELLE, Leica, Mercedes, Philips, Samsung en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan.

Zijn fotowerk: "Verleiding die zich kenmerkt door modieuze elegantie, een ongekend gevoel voor erotiek, het spelen met licht en vormen".

Ik herinner mij nog die dag in november in Parijs, toen Konrad mij uitnodigde om bij een van zijn foto shoots aanwezig te zijn. Het hotel zelf valt onder de noemer 'vergane chique'. Het klassieke is hier gecombineerd in een smaakvolle mengeling van de meest uiteenlopende stijlen. Bij binnenkomst een balie met een niet al te vriendelijke portier. De koperen lamp met daarin een groene plaat met de tekst 'reception', schept duidelijkheid. Achter hem een houten bord bedekt met groen vilt waar de koperen sleutelhangers duidelijk aantonen hoeveel kamers er zijn verhuurd. Het model komt later want het staat zo raar als drie personen vragen om één kamersleutel. "Soixante-sept s'il vous plait". Een hotel in het eerste arrondissement, met zo'n prachtige smeedijzeren lift, knap gemoduleerd in het trapgat van meer dan zes etages. Twee geel koperen hekken die je moet openschuiven om de mahoniehouten cabine, met aan weerszijden verweerde spiegels, te betreden. Op de glimmend koperen plaat lichten 9 knoppen op, kelder, begane grond en etage 1 t/ m 7. Boven lange gangen met prachtige dubbele deuren, met links en rechts groene smeedijzeren radiatoren. Op enkele kamers wordt schijnbaar druk gewerkt door de kamermeisjes. Zo te zien heeft elke kamer zijn eigen thema en onthult de opbrengst van een naarstige jacht bij antiekzaakjes en rommelmarkten. Zesde etage, kamer 7, aan de voorzijde met een prachtig uitzicht op de zinken daken van Parijs.

Parijs doet iets met mensen..... Het is een stad die je vult met dankbaarheid om er te mogen zijn. Dè definitie van een droom en Parijs is het decor. 

Het bijwonen van deze prachtige zwart-wit fotosessie 'Alina in Paris' gaf mij genoeg aanleiding om u nader kennis te laten maken met deze briljante fotograaf. Om met de woorden van Konrad zelf te spreken over deze serie: "Wie immer schwarz/weiß, wie immer analog, wie immer nah" - zoals altijd zwart/wit, zoals altijd analoog, zoals altijd 'op de huid'.

Konrad kijkt met een humanistisch oog en fotografeert die dingen die hij nooit zelf heeft gehad. (Tenminste dat heeft men mij verteld, voegt hij er zelf aan toe)

De Duitse topfotograaf J. Konrad Schmidt (Photo courtesy of Oliver Rolf)

Waarom Parijs?
Parijs doet iets met mensen..... Het is een stad die je vult met dankbaarheid om er te mogen zijn. Dè definitie van een droom en Parijs is het decor. Een verhaal waar iedereen op zoek naar is. Het geeft mij steeds een bijzonder gevoel als ik hier ben. Zelf ben ik vaker in Parijs geweest maar voor ons model is het de eerste keer. Ik denk dat voor iedereen de eerste nacht in Parijs iets is wat je altijd bijblijft en nooit meer vergeet.

Waarom lingerie fotografie?
Lingerie heeft iets mystieks iets sensueels, een geheim verborgen achter zwarte zijde. Elke advertentie speelt met die gedachte. Ik hou er van om te verleiden met mijn foto's, om juist niet alles te laten zien, wat het menselijk brein zelf kan invullen.

"Wie immer schwarz/weiß, wie immer analog, wie immer nah"; Konrad Schmidt

Hoe kom je aan je modellen?
Observeren...... Ik zie zoveel mensen gedurende de dag. Als het gezicht iets met mij doet, het raakt me, dan groeit mijn interesse om een foto te maken. Maar het is niet alleen het gezicht, ik moet ook een idee hebben voor elke 'shoot'. Ik neem nooit foto's alleen om het fotograferen. Er is meer, uiteindelijk moet het een verhaal vertellen.

Wat is je favoriete Parijs foto?
Een foto ooit genomen door de Duitse fotograaf Peter Lindbergh in 1989: De foto van zijn model, gefotografeerd vrijstaand op een van de stalen balken van de Eiffeltoren. Dit is nou precies wat ik voel bij Parijs; vrij, elegant maar tegelijkertijd verstild en mysterieus.

Alina

Wat is jouw favoriete plek in Parijs en waarom?
Mijn favoriete plekken in Parijs zijn die plaatsen waar je nooit weet in welke eeuw je bent. Als je alle auto's, motorfietsen en verkeersborden zou weghalen ben je ineens terug in de tijd. Parijs is tijdloos en daarom hou ik zo  van die stad.

Ga je nog wel eens shoppen in Parijs, en waar dan?
Nooit! Er zijn belangrijkere dingen te doen in Parijs.

Wat wordt je volgende project?
In Parijs? Goeie vraag. In ieder geval een portretserie, in zwart-wit, van een beroemd Duits model en musicus. voor wat betreft Parijs..... Ik zou graag nachtopnamen willen maken in een aantal Parijse straten. Hoe; staat nog niet helder op mijn netvlies. Het verhaal dat er bij moet passen ook nog niet. Misschien zoiets als mijn serie 'Missing New York'.


Met speciale dank aan J. Konrad Schmidt, Alina, het Parijse model en het mooie hotel waarvan we de naam geheim houden.
Alle zwart-wit foto's zijn, analoog geschoten op 6 x 7cm. film.
Copyright J. KonradSchmidt, Hamburg, Germany

En dit als laatste aanvulling van de schrijver zelf:

We zijn allemaal begonnen in de een of twee sterren hotels. Je bent jong en slapen doe je toch nauwelijks. Die hotels met de humeurige en slechte receptionisten, de te kleine ontbijtzalen met als ontbijt de croissant, mini kuipje boter en jam, de straffe koffie of de lauwe thee. Slaapkamers in schoenendoosformaat met de versleten theedoeken als handdoek. Altijd uitkijkend op een cour of op de zinken daken van Parijs. Ze zijn er nog en hebben nog steeds hun charme met houten trappen en een te kleine smeedijzeren lift. De binnenplaats, waar je langs de Gardien moet sluipen, met de lichtknoppen die je hooguit een minuut van licht voorzien. Tja, en als je ouder wordt ben je op zoek naar wat meer comfort, de luxe van wat extra sterren, maar toch ben ik nog steeds op zoek naar dat ene charme hotel. Want je krijgt nooit de kamer die afgebeeld staat op de foto. 

The End

donderdag 22 mei 2014

VERBORGEN MUSEA IN PARIJS

Maar weinig grote steden hebben zo'n nauwe band met de beeldende kunst als Parijs. In het tweede Keizerrijk (1852-1870) en de Derde Republiek (1870-1940/'46) werd Parijs gaandeweg een openluchtmuseum vol met beelden van onder andere Carpeaux (de prachtige Fontaine de l'Observatoire) Rude (de Marseillaise op de Arc de Triomphe). Rodin, Maillol, Zadkine en Bourdelle.
Montmartre en Montparnasse werden hèt bloeiend centrum voor kunst en literatuur. Schilders en beeldhouwers, schrijvers en dichters werden aangetrokken door deze buurten. De ateliers, de levendigheid en bohemienachtige manier van leven en werken, werkten als een magneet op vele getalenteerde kunstenaars. Kunstenaars als Moreau, Delacroix, Bourdelle, Maillol, Rodin, Zadkine en schrijvers waaronder Balzac en Hugo hebben een schat aan ateliers nagelaten aan de stad Parijs. Gelukkig zijn veel van deze ateliers musea in eigendom van de stad Parijs en daardoor (nog) gratis te bezichtigen.

Parijs bezit dan ook veel van dit soort onverwachte plekken, die minder mensen trekken. Vele artiesten, schilders, schrijvers, componisten en beeldhouwers gebruikten hun woning als middel om hun vakmanschap te tonen en zo de herinnering levend te houden. Gewone huizen, waar Parijs zo trots op is, getuigen van een rijk verleden. Menig kunstenaar heeft tijdens zijn leven zijn artistiek testament opgemaakt, opdat zijn oeuvre hem zou overleven, niet verspreid onder verzamelaars en verschillende musea, maar liefst in hun eigen atelier of huis, daar waar de kunstwerken tot stand kwamen. De huidige bezoeker waant zich terug in de tijd en krijgt een intieme inkijk in het leven van een boeiend persoon. In deze blog neem ik u mee langs een aantal van deze verborgen juweeltjes.

Het atelier van de Franse beeldhouwer en schilder, Emile-Antoine Bourdelle waar de tijd stil is blijven staan

Ten noorden van de grote boulevards liggen de kalme straten van 'la Nouvelle Athènes, het dorp van muzen en acteurs en daarna de courtisanes. In de rue Chaptal staat op nummer 16, aan het einde van een beukenlaantje met kasseien, een oud, okerkleurig herenhuis met vaal groene houten luiken: het idyllische Hôtel Scheffer-Renan nu het Musée de la Vie Romantique. Het werd gebouwd in 1830 voor schilder Ary Scheffer en zijn broer Henri. Zoals iedere wereldstad, heeft ook Parijs altijd kunstenaars, artiesten en gelukzoekers uit alle uithoeken van de wereld aangetrokken. Zo ook de Nederlandse kunstschilder Ary Scheffer (1795-1858).  Scheffer stond volop in de romantiek, een stroming die zich aan het einde van de 18e en 19e eeuw, volop liet gelden in de kunst en het intellectuele leven.

Aan het einde van een beukenlaantje met kasseien staat een oud, okerkleurig herenhuis met vaal groene houten luiken; het Musée de la Vie Romantique. 

Sober en met een tikje nostalgie is hier de wereld gecreëerd van George Sand, die er woonde met Liszt en Chopin. De wat stoffige kamers, volop opgeluisterd met schilderijen, kandelaars, spiegels en meubels, ademen de sfeer van de 19e eeuw. Het is niet moeilijk om u voor te stellen hoe de schilder hier woonde, werkte en genoot van het Parijse leven. Daar had hij dan ook alle redenen toe, want hij was bekend en geliefd in de stad. Samen met zijn dochter organiseerde de kunstschilder 'salons' op de vrijdagavond, waar tal van beroemdheden aanschoven. Scheffer kon onder andere Markies de Lafayette, Charles Dickens en de zangeres Pauline Viardot op zijn vriendenlijstje bijschrijven.

Zo ook George Sand. George Sand, pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin, was een Frans schrijfster. Ze schreef romans, novelles, sprookjes, toneelstukken en politieke teksten. Een deel van het museum is dan ook gewijd aan haar opmerkelijke leven en carrière. In drie kamers worden voorwerpen en schilderijen bewaard die iets van doen hebben met het leven van de schrijfster én feministe avant la lettré. Familieportretten, juwelen en unieke voorwerpen, die ze tijdens haar leven verzamelde, worden tentoongesteld op de begane grond van het museum. Een van deze objecten is een gipsafgietsel van de linkerhand van Chopin, een goede vriend van de schrijfster. Kortom: La Musée de la Vie Romantique is een hommage aan de romantiek als stroming. Een leuk museum voor kunstliefhebbers, maar ook voor mensen die houden van de rommelige sfeer van licht vergane glorie.

De Franse schrijfster George Sand, pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant

Schuin onder de rook van het treinstation Montparnasse, ligt een ideale bestemming voor een regenachtige dag in Parijs. Het huis en het atelier van de Franse beeldhouwer en schilder, Emile-Antoine Bourdelle (1861-1929). De productieve beeldhouwer woonde en werkte tot zijn dood in 1929 in dit huis aan de toenmalige impasse du Maine in de wijk Montparnasse. In 1949 werd het een museum en later, in 1992, grondig verbouwd door de in Casablanca geboren architect Christian de Portzamparc. Gelukkig is het oude atelier onaangeroerd gebleven na zijn dood. Bij het raam, dat hem voorziet van noorderlicht, staat nog steeds de gietijzeren potkachel. In de hoek een gipsen afgietsel van zijn mooie 'Centaure mourant', de stervende centaur uit 1914. Vanaf het verhoogde podium achter in het atelier, kon hij zijn beelden onder een hoek bekijken. Bij zijn overlijden wordt Bourdelle in zijn atelier opgebaard, naast zijn stervende centaur.

De tuin, een oase van rust, met op de achtergrond het atelier van Bourdelle

Bourdelle leerde als dertienjarige hout bewerken in de meubelmakerij van zijn vader. Tekenen en beeldhouwen leerde hij aan de Académie des Beaux Arts in Toulouse. Toen hij vierentwintig was kreeg hij een beurs voor de École des Beaux Arts in Parijs. In de jaren 1887-1929 schept Bourdelle vijfenveertig beeldhouwwerken, waaronder diverse bustes en maskers van Beethoven, die ook in het museum zijn te bewonderen. De toen al beroemde Auguste Rodin (1840-1917) bewonderde het werk van Bourdelle en vanaf 1893 tot 1908 werkte Antoine als Rodins assistent en ontwikkelde zich daar tot een bekende leermeester. Van 1909 tot aan zijn dood in 1929 was hij docent aan de belangrijke Académie de la Grande Chaumière in Parijs. Vele later bekende kunstenaars kregen van hem les, waaronder Alberto Giacometti en Aristide Maillol.

Evenals Auguste Rodin, droomde Antoine Bourdelle, aan het eind van zijn leven, van een museum dat een overzicht zou geven van zijn oeuvre. Zijn vrouw Cléopâtra en dochter Rhodia vervulden uiteindelijk die wens. De realisering van het museum in 1949, werd mede mogelijk dankzij de financiële steun van Gabriel Cognacq, een groot kunstliefhebber, neef en erfgenaam van Ernest Cognacq, de oprichter van het Parijse warenhuis La Samaritaine.

Gevelversiering gemaakt voor het Parijse Théatre des Champs Élysées

De in 1992 nieuw gebouwde vleugel heeft een totaal expositieoppervlak van 1655m². Indrukwekkend is de 'Hall des Plâtres' met enorme gipsen beelden, waaronder het ruiterstandbeeld van Generaal Alvéar, waarvan het origineel te vinden is in Buenos Aires. Drie afdrukken van de prachtige gevelversiering die Bourdelle gemaakt heeft voor het Parijse Théatre des Champs Élysées, die Apollo en de muzen verbeelden. En vijf kleinere panelen die de tragedie, komedie, muziek, dans en het verbond tussen architectuur en de beeldhouwkunst voorstellen. Twee beroemde en  moderne dansers hebben model gestaan; Isadora Duncan en Vaslav Nijinski. De kolossale beelden in de voor- en achtertuin tonen de explosieve natuur van Bourdelle's kunstenaarsziel.

Op loopafstand van het Musée Bourdelle vlakbij de Jardin Luxembourg ligt, verborgen tussen de muren van de hoge aanpalende gebouwen, het woonhuis en atelier van de in Rusland geboren beeldhouwer Ossip Zadkine (1890-1967). In de rustige en besloten tuin, omgeven door met klimop begroeide ateliers, lijken zijn bronzen beelden slechts met moeite licht op te vangen. Het museum, in februari 2012 weer opengegaan voor het publiek na een grondige renovatie, toont een prachtig overzicht van zijn werken van kubisme tot abstracte kunst. Binnen vindt je een collectie van houten torso's en kleinere werken van brons en steen.

'Orpheus', met op de achtergrond het atelier van Ossip Zadkine

Buiten, fascinerende beelden waaronder Orphée, verschillende studies van 'La Ville détruite',  de verwoeste stad, zijn belangrijkste creatie. Een treinrit door het verwoeste Rotterdam inspireerde Zadkine tot dit beeld, waaruit het hart is weggerukt en waarbij de armen en handen de hemel als het ware om hulp roepen, terwijl een schreeuw uit de bronzen mond ontsnapt. Het beeld, dat te vinden is aan de Leuvehaven in Rotterdam, was een schenking van de directie van het warenhuis de Bijenkorf aan de stad. Vlakbij de uitgang van de tuin, verborgen in een kleine nis, staat het monument ter ere van de gebroeders van Gogh, gemaakt in 1964, een van zijn laatste werken.

'La Ville détruite'; de verwoeste stad

Zadkine kwam op twintigjarige leeftijd in Parijs terecht, gelokt door zijn mede landgenoot en kunstschilder Marc Chagall, Hij was aanvankelijk een leerling en vriend van Rodin. Tijdens de eerste wereldoorlog werkt hij als verpleger en tolk in het Franse leger, waar hij de Joodse schilderes Valentine Prax ontmoet, waarmee hij in 1918 trouwt. In 1928 vestigde hij zich in het huis, zijn 'folie d'Assas' aan de rue d'Assas 100 bis. In 1937 besluit hij, na een tentoonstelling in New York, om niet terug te gaan naar Parijs vanwege de toen al opkomende antisemitische sentimenten. Valentine blijft in Parijs en duikt onder. Pas na de tweede wereldoorlog vinden ze elkaar terug in de rue d'Assas. Hij bleef er tot aan zijn dood in 1967. Ossip Zadkine is begraven tussen zijn illustere tijdgenoten, waaronder Constantin Brancusi en Auguste Bartholdi, op het nabij gelegen cimetière Montparnasse. Valentine Prax schonk meer dan 400 beeldhouwwerken en 300 tekeningen aan de stad Parijs, samen met zijn persoonlijk archief en foto's. Het museum opende voor het eerst zijn deuren voor het publiek in 1982. Een echte aanrader.

Tête d'Homme (1922)

Nog tot halverwege de 19e eeuw was la butte een landelijke idylle, een dorpje gelegen voor de poorten van de stad. Het noordelijke stadsdeel werd pas in 1860 bij Parijs gevoegd en is gelukkig verschoond gebleven van de ingrijpende bouwkundige ingrepen van Haussmann. De oude dorpsstructuur is er tot op heden bewaard gebleven. De eenvoudige maar gunstige leefomstandigheden en het vrije klimaat op de heuvel. waar in het schimmige café- en cabaretcircuit eenvoudig modellen konden worden benaderd, trokken zo rond de eeuwwisseling talloze kunstenaars en galeriehouders aan. Degas, Renoir, Toulouse-Lautrec, Van Gogh, Picasso, Braque en Matisse, ze leefden, woonden en werkten allen enige tijd in Montmartre. De nostalgie leeft hier voort, nog altijd geassocieerd met bovengenoemde kunstenaars, die hier probeerden een inkomen bij elkaar te scharrelen. Toulouse de Lautrec heeft hier de danseressen van de Moulin Rouge geschilderd. Picasso schilderde in 1907 een van zijn beroemdste schilderijen, 'Les Demoiselles d'Avignon', dat zich momenteel in het MoMa in New York bevindt.

Hier aan de rue Cortot 12 woonden Susanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo, nu het Musée de Montmartre

In Montmartre staat op nummer 12 in de rue Cortot een huis met mansardedak, dat zijn schilderachtige verleden opmerkelijk trouw is gebleven: Het Musée de Montmartre, dat eens het oudste hotel was op de heuvel, weggedoken in een tuin vol met betoverende geuren- en kleurenpracht. Hier zien we dat stenen een ziel hebben, want hoe had deze plek anders zo'n groot aantal vooraanstaande gasten kunnen trekken. Eigendom van Claude de la Rose of Rosimond, een acteur bij het Théâtre de Molière waar ook Molière deel van uitmaakte. Renoir had hier in 1875 zijn eerste Parijse adres en schilderde hier tal van meesterwerken, waaronder de absolute uitschieter Le Bal du Moulin de la Galette. Het doek hangt nu in het Musée d'Orsay. Van Gogh en Gauguin waren hier regelmatig de gast van Émile Bernard. Vincent van Gogh woonde een stukje verderop in een uitspanning met de naam Aux Billards en Bois. Hier schilderde Van Gogh in 1886 "La Guinguette", eveneens te vinden in het Musée d'Orsay. Op de tweede verdieping woonden Susanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo.

De memorabilia van het museum herscheppen de unieke atmosfeer van Montmartres verleden, de Bohemiens. Foto's, prachtige affiches onder andere van Toulouse-Lautrec, van diverse cabarets, tekeningen, schilderijen, karikaturen en sculpturen. Je vindt hier ook een reproductie van een van de mooiste artiestengrappen uit Montmartres kunstverleden. De schrijver Roland Dorgelès - die moderne kunst verafschuwde - bond een penseel aan de staart van de ezel van de eigenaar van het Cabaret Au Lapin Agile. Het resulteerde in een schilderij alom bewonderd door de kunstpers. Het schilderij kreeg de titel mee; 'Zonsondergang boven de Adriatische Zee'. Bovendien staat hier de oude tapkast van het Café de l'Abreuvoir waar Utrillo regelmatig zijn geliefde absint nuttigde. Er is ook een groot schaalmodel van het oude Montmartre, die een goede indruk geeft hoe la butte er ooit heeft uitgezien. Aan de achterkant heb je een mooi uitzicht over de heuvelachtige noordrand van de stad en de wijngaard.


Veel van deze 'verborgen musea' maken onderdeel uit van les Musées de la Ville de Paris en zijn vaak gratis te bezoeken met uitzondering van bijzondere tentoonstellingen. Andere juweeltjes zijn: Maison de Balzac, Musée Cognacq-Jay, Maison de Victor Hugo, Musée Delacroix en het Musée Gustave Moreau. Je hoeft er maar even te zijn geweest om er weer naar terug te willen.


Musée de la Vie Romantique, Hôtel Scheffer-Renan, rue Chaptal 16, 9e arrondissement, Metro Saint Georges, Pigalle, Blanche, Liège. Geopend dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur, entree gratis

Musée Bourdelle, rue Antoine Bourdelle 18, 15e arrondissement, metro Montparnasse- Bienvenüe, Falguière. Geopend dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur, entree gratis.

Musée Zadkine, rue d'Assas 110 bis, 6e arrondissement, Metro Vavin, Notre Dame des Champs. Geopend dinsdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur. Entree € 8,00

Musée de Montmartre, rue Cortot 12, 18e arrondissement, metro Lamarck-Caulaincourt. Geopend alle dagen van 10.00 uur tot 18.00 uur, entree € 9,00


Paris FvdV passeerde op 19 mei 2014 de grens van 138.000 lezers. Om versneld naar de 150.000 lezers te groeien, krijgt iedere 1000e bezoeker van mijn weblog, het nieuwe boek van Andy Arnts; 'Parisiennes herken je aan hun benen', gratis thuisgestuurd. Maak een print screen van mijn weblogpagina met het bezoekersgetal afgerond op 000, stuur die via email naar fvdvliet@upcmail.nl met uw adres en binnen enkele dagen ontvangt u het boek gesigneerd door de schrijver zelf.

donderdag 15 mei 2014

DE ANDERE KANT VAN MONTMARTRE

Parijs is een filmstad, één groot indrukwekkend decor. Elke dag wordt er aan gemiddeld tien films gewerkt. Elke week zijn er vijfhonderd films te zien in 83 bioscopen die samen 376 schermen hebben en gemiddeld per jaar zo'n 27 miljoen bezoekers trekken. De meeste films worden opgenomen in Montmartre, waaronder 'La vie en rose' over het leven van Edith Piaf of 'Le fabuleux destin d'Amélie Poulain'. Dankzij Amélie schoot het buurtje rond de rue Lepic als een komeet omhoog. Café des Deux Moulins, rue lepic nummer 15, veranderde van een klein buurtcafé in een drukke en hippe uitgaansgelegenheid. Andere filmplekken uit de film zijn eveneens opgenomen met Montmartre als decor; zoals in de rue des Trois Frères, bij het metrostation Lamarck-Caulaincourt en op de vele trappen rondom de Sacré Coeur.

Wandeling
Onze filmset is gesitueerd aan de achterzijde van de Butte Montmarte; spannend en romantisch tegelijk. We stappen uit bij het metrostation Château Rouge. Lijn 4, aangelegd tussen 1908 en 1910. Een van de eerste noord- zuid lijnen en de eerste metrolijn die onder de Seine werd aangelegd. Een aardig huzarenstukje en dat in 1908. Chateau Rouge dankt zijn naam aan een klein kasteeltje, gebouwd tussen 1775 en 1795 voor Gabrielle d'Estrees; hertogin van Beaufort en Verneuil, markiezin van Monceaux, en een maîtresse van koning Hendrik IV van Frankrijk. Helaas is het kasteeltje niet meer te zien want dit werd in 1889 gesloopt.

De andere kant van Montmartre; een verstild parkje aan de rue du Chevalier de la Barre

Voor ons ligt de drukke boulevard Barbès op de grens van Montmartre en de de Goutte d'Or, een van de meest kosmopolitische wijken van Parijs. 50% van de bevolking is van vreemde oorsprong. 56 nationaliteiten mengen allerlei kleuren, accenten en gebaren dooreen, een Afrikaans, Aziatische en Europese smeltkroes. De wijk wordt afgebakend door de boulevard Barbès aan de westzijde, de boulevard de la Chapelle aan de zuidzijde, de rue Ordener aan de noordzijde, en de sporen van het Gare du Nord aan de oostzijde. Er wonen ongeveer 20.000 mensen in deze wijk. De naam, letterlijk de gouden druppel, is afkomstig van de kleur van de wijn, van de wijngaarden die hier voorheen stonden.

U bent vlakbij de meest exotische markt van Parijs, die van de de rue Dejean waar de Marché Dejean is (eerste straat rechts en dan weer de eerste straat rechts). De voedselstraat waar het Caribisch gebied en Afrika elkaar ontmoeten. Grote keuze van diverse vissoorten die je uitnodigen op een culinaire reis: barracuda, kapiteinsvis, meivis. Je kunt er geïmporteerd Afrikaans bier en andere drankjes krijgen maar ook bakbananen, yams en tarowortels. Langzaam kuieren over deze markt is een zegen voor de smaakpapillen. Het schouwspel is fascinerend en dit alles tegen onklopbare prijzen. (zie ook mijn blog over la Goutte d'Or van 10-01-2013) Let op! Fotograferen wordt hier niet altijd op prijs gesteld.

Passage Cottin

Dus steken wij de boulevard Barbés over en nemen de rue Poulet naar de rue de Clignancourt, de officiële grenslijn van Montmartre. Rechtsaf en bij het fraaie café 'Au Clair de Lune', zeker even binnenkijken, de rue Ramey in. We begeven ons naar een zeer bijzondere passage; de passage Cottin, die begint ter hoogte van de rue de Ramey nummer 17. Deze 130 meter lange passage, vernoemd naar de eigenaar van de grond, begint eerst vlak en daarna volgt een zeer steile trap naar boven. De enige kunstenaar die ooit geboren is op Montmartre, Maurice Utrillo, vereeuwigde zo rond 1910 - 1911 deze prachtige passage. Een olieverf op karton, 62 × 46 cm en in de collectie van het Centre Pompidou. 

Bijzondere vergezichten na het beklimmen van de steile trap

Bovenaan de trap heeft u een tweezijdig adembenemend uitzicht. Allereerst de trappen van de rue du Chevalier de la Barre aan de achterzijde van de Sacré Cœur met bovenaan een verstild parkje waar u zelden een toerist tegenkomt. Draait u zich weer om dan een fraai doorzicht op de oostkant van Parijs.

rue du Chevalier de la Barre

Keer terug naar de passage Cotin en vervolg de rue du Chevalier de la Barre naar beneden. Een verstild straatje dat zo zou passen als decor in een film als Woody Allen's Midnight in Paris. Onderaan rechtsaf de rue Ramey om daarna weer rechtsaf te slaan naar de rue Muller. Geen bijzondere straat maar wel een met een verrassing aan het einde. Een klein pleintje vol met terrasjes onderaan de trappen van rue Maurice Utrillo. Een heerlijke plek voor een espresso of een mooie lunch. We nemen niet de trappen naar boven maar vervolgen onze wandeling links door het park. Vanuit hier heeft u prachtige doorkijkjes en panorama's op de chique rue Ronsard en de halle Saint Pierre. Boven ons zwermen honderden toeristen op de trappen van de Sacré Cœur terwijl u nu heerlijk alleen aan het genieten bent van een gelijkwaardig uitzicht over de daken van Parijs. Helaas we moeten even door de onuitputtelijke toeristenstroom heen via de rue Saint-Eleuthere en de rue Mont-Cenis naar het kunstenaarspleintje van Parijs; place du Tertre om te komen bij place du Calvaire bekend uit de bevrijdingsscene in film 'Les Uns et les Autres'. Ook hier weer een bijzonder uitzicht over de stad.

Een ander panorama; een doorkijkje op de chique rue Ronsard

Een stukje verder brengen we een bezoek aan de Espace Dali, rue poulbot 11. Deze permanente expositie van de koning van het surrealisme, Salvador Dali, is een must-see. Het is een klein museum in de catacomben van een van de voormalige krijtrotsen te midden van Montmartre, met ongeveer 300 kunstwerken, waaronder sculpturen en schetsen. Montmartre is onlosmakelijk verbonden met de eerste Parijse tentoonstelling van de grootmeester, die in 1929 door de Franse schrijver André Breton werd georganiseerd. In 1956 zou Dali zijn beroemde kunstwerk Don Quijote zelfs geschilderd hebben onder de verbaasde blikken van de toeristen op place du Tertre. In de winkel kunt u na uw bezoek nog een gesigneerde en genummerde litho kopen. Dali, gek, genie... of beide? De man die eens zei: "Het enige waarvan de wereld nooit genoeg zal hebben, is de overdrijving". Ik laat het graag aan u over.

Salvatore Dali, gek, genie... of beide?

Bij de uitgang gaan we rechtsaf, vervolgen de rue Poulbot die uitkomt in de rue Norvins. Rechts ligt de rue des Saules en de rue Saint Rustique; het oudste straatje van Montmartre, zonder trottoirs, met grote kasseien en een greppel in het midden. Let vooral op het doorkijkje aan het einde van de straat, een absoluut fotomoment. Op de hoek "La Bonne Franquette". Dit huis is al meer dan vier eeuwen oud. In de vorige eeuw heette deze uitspanning nog herberg Aux Billards en Bois. Hier schilderde Vincent van Gogh in 1886 'La Guinguette. Nu te vinden in het Musée d'Orsay. Aan de overkant restaurant Le Consulat, tegenwoordig l'Ambassade de Savoie. Dit waren dè ontmoetingsplaatsen van de kunstschilders Pissaro, Monet, Sisley, Cézanne, Toulouse-Lautrec, Renoir, Gauguin, Picasso en van Gogh (tip: als restaurant zou ik beide links laten liggen). De rue des Saules brengt ons naar de kleine wijngaard van Montmartre en een van de schilderachtigste straatjes van la Butte, de rue Vincent met de pittoreske begraafplaats cimetière Saint- Vincent, waar onder andere de kunstschilder Maurice Utrillo is begraven.

Deze wandeling is doorspekt met een andere kijk op Parijs

Tijdens zijn studentenjaren raakte Utrillo verslaafd aan de absint en overnachtte derhalve regelmatig op het politiebureau, waar men hem in ruil voor enkele schilderijen of tekeningen weer liet gaan. Overigens, de meeste kunstenaars betaalden hun schulden in de kroegen van Montmartre met eigen werken. Een anekdote doet nog steeds de ronde over de bazin van de kroeg 'La Belle Gabriëlle' in de rue Saint Vincent, die Utrillo verplichtte om alle landschappen die hij op de toiletmuren had geschilderd - hij was namelijk verliefd op de bazin - weer uit te vegen. Later kon ze wel al haar haren uit de kop trekken. Utrillo ligt begraven op loopafstand van zijn geboortehuis, op de pittoreske begraafplaats Saint Vincent. (sectie 4 avenue St-Vincent) De rue Saint-Vincent brengt ons naar het eindpunt van de wandeling; het metrostation Lamarck-Caulaincourt. Een halte langs metrolijn 12. Het station ligt op een diepte van 25 meter. Om de perrons te bereiken maak je gebruik van een wenteltrap of de lift. Het station is vooral bekend van de film Amélie, met in de hoofdrol Audrey Tautou. Het was de plek waar zij haar avonturen in Montmartre steeds startte. Vandaag eindigt het hier voor ons. Bonne Journée.

Het graf van Maurice Utrillo op de begraafplaats Saint Vincent, in de schaduw van de Sacré Cœur 

Paris FvdV passeerde op 14 mei 2014 de grens van 137.000 lezers. Om versneld naar de 150.000 lezers te groeien, krijgt iedere 1000e bezoeker van mijn weblog, het nieuwe boek van Andy Arnts; 'Parisiennes herken je aan hun benen', gratis thuisgestuurd. Maak een print screen van mijn weblogpagina met het bezoekersgetal afgerond op 000, stuur die via email naar fvdvliet@upcmail.nl met uw adres en binnen enkele dagen ontvangt u het boek gesigneerd door de schrijver zelf.

donderdag 8 mei 2014

HET MYSTIEKE PARIJS: BIJGELOOF EN VREEMDE RITUELEN

Bijgeloof en rituelen, je kunt er in geloven of niet. Het houdt meestal in dat er iets veroorzaakt zou kunnen worden door bovennatuurlijke krachten of machten. Door bepaalde handelingen uit te voeren zou men deze krachten kunnen neutraliseren, oproepen of bijsturen. Meestal heeft het betrekking op het verwerven van geluk en het afweren van ongeluk. Wie heeft er nooit een muntstuk in een fontein gegooid, gevolgd door het maken van een wens. Even iets afkloppen, toch maar niet onder die ladder doorlopen. Hotels die geen kamernummer 13 hebben of een dertiende etage. Niemand zit graag in het vliegtuig op rij dertien en ook vrijdag de dertiende zien we niet zitten. We doen er vaak wat lacherig over, maar bijgeloof speelt in het dagelijks leven een belangrijke rol. De psychologen Frenk van Harreveld, Bastiaan Rutjens en Joop van der Pligt schreven er een heel boek over: ‘Dat kan geen toeval zijn’.

Zie ik nou echt spoken? - Cimetière Montmartre - Photo courtesy of Alex Timmermans

Tijdens mijn velen bezoeken aan Parijs ben ik toch een aantal vreemde rituelen tegengekomen die aanschuren tegen hysterie, verafgoding, bewondering en voor buitenstaanders heidense taferelen. Met name begraafplaatsen van beroemde of bijzondere personen lenen zich voor bijzondere taferelen of zijn het onderwerp van vurige bedevaarten.

Een kus voor Oscar
Mythes horen bij de folklore van de begraafplaats Père Lachaise. Neem nou het graf van de schrijver Oscar Wilde (ligplaats: 89e divisie), die in steen is/was weergegeven in de vorm van een 'zwaar geschapen' gevleugelde sfinx. Wilde was oorspronkelijk begraven op het kerkhof van Bagneux, een buitenwijk van Parijs, maar zijn stoffelijke resten zijn een paar jaar na zijn overlijden overgebracht naar Père Lachaise. Het grafmonument, ontworpen door Jacob Epstein, was een schenking van een anonieme vrouwelijke bewonderaar. Het gezicht van de sfinx is het gezicht van Wilde en wie weet, ook het evenbeeld van zijn geslachtsorgaan. Echter het geslachtsorgaan is al sinds mensenheugenis verdwenen. Twee Engelse dames, die over de begraafplaats wandelden, konden hun verontwaardiging niet onderdrukken toen ze oog in oog kwamen te staan met Wilde's mannelijk attribuut. Met twee stenen en twee forse slagen werd het edele deel verwijderd. De opzichter die het kostbare stuk later terugvond, nam het mee naar zijn kantoor, waar het twee jaar heeft gediend als presse-papier. Waar het daarna is gebleven is onbekend (uit 'Au Père Lachaise van Michel Dansel). Sinds jaar en dag, vooral de laatste tien jaar, drukten vele vrouwen hun vuurrode lippen op zijn grafsteen en dreigde het graf ten onder te gaan aan een overdosis rode lippenstift. Op 30 november 2011, ter ere van de 111-jarige sterfdag van Wilde, is tot grote teleurstelling van alle fans, het hele graf schoongemaakt en voorzien van een dikke glasplaat, zodat liefhebsters er geen kussen meer op kunnen geven, maar zoals rituelen moeilijk zijn uit te bannen, moet nu het glas er aan geloven.

Het bijzondere ritueel bij het graf van Oscar Wilde op de begraafplaats Père Lachaise

Wrijven helpt wel!
Een ander bijzonder ritueel vindt plaats bij het graf van de journalist Victor Noir (1848-1870) (ligplaats: 92e divisie) Deze redacteur van de krant La Marseillaise stond bekend als een berucht vrouwenversierder. Helaas heeft Noir maar kort kunnen genieten van zijn reputatie als rokkenjager. Op 22 jarige leeftijd wordt hij doodgeschoten door de neef van keizer Napoleon III, prins Pierre Bonaparte, die genoegdoening eist voor een negatief krantenartikel, geschreven door collega journalist; Pascal Grousset. Deze wordt door Bonaparte uitgedaagd voor een duel met Noir als secondant. Als Noir zich meldt bij het huis van Bonaparte om plaats en tijd af te spreken voor het duel, wordt hij ter plekke door de prins doodgeschoten. De neef van de Keizer beweert in het daarop volgende proces, dat Noir hem heeft beledigd en hem een handschoen in het gezicht heeft geworpen. De rechters spreken Bonaparte vrij. Mede dankzij zijn reputatie is het graf van Victor Noir een vruchtbaarheidssymbool geworden. Het bronzen evenbeeld van Noir, met opengeslagen jas, toont onvermijdelijk de bobbel in zijn broek. Het verhaal wil dat het aanraken van zijn geslachtsdeel de vruchtbaarheid van de vrouwelijke bezoekster vergroot. De bobbel in de broek van het beeld is dan ook danig opgepoetst. Om het beeld te beschermen tegen verdere beschadiging werd er een hek rond geplaatst, dat echter in 2005 werd gesloopt na fel protest van Parijse vrouwen. Nu staat er een bord met het opschrift dat elke schade veroorzaakt door graffiti of onfatsoenlijk wrijven zal worden vervolgd. Het geslachtsdeel blinkt er niet minder door.

Het graf van Victor Noir een vruchtbaarheidssymbool geworden - Photo courtesy of Dalou, Wikimedia

Jim, mon amour
De grootste "attractie" van Père Lachaise is het graf van de man die provoceerde met extravagant, immoreel en choquerend  gedrag tijdens al zijn optredens.  Zwaar onder invloed van drank en drugs zijn leven invulling gaf en misschien daardoor een levende legende werd. Nou ja levend? Zijn sober graf, ontdaan van zijn stenen buste, staat inmiddels geïsoleerd door dranghekken, maar is altijd voorzien van verse rozen. De stenen afbeelding is in 1987 al stiekem meegenomen door een wat al te enthousiaste fan. De dranghekken zijn geplaatst omdat de buurgraven wat al te veel te leiden hadden onder de belangstelling van alle fans. Grafzerken werden beschadigd of voorzien van graffiti met teksten zoals "Jim, ti amiamo, ti adoriamo". U zult zich inmiddels afvragen over wie heeft hij het nou? Jim Morrisson, die zijn debuut maakt met The Doors in 1967. Een muzikale genius met bijnamen als the Lizard King of mr. Mojo Risin, die uiteindelijk ten onder ging aan zijn exorbitante levensstijl. Op 3 juli 1971 vindt zijn vrouw Pamela hem dood in bad in zijn huis in Parijs. Overleden aan een hartaanval op 27 jarige leeftijd. Op een bronzen plaat op zijn graf staat de bijzondere tekst: "kata ton daimona eaytoy" Een Griekse tekst waarvoor meerdere vertalingen mogelijk zijn. In het Oudgrieks is de strekking iets in de trant van trouw aan zijn ziel. In het Nieuwgrieks is de vertaling; hij schiep zijn eigen demonen. Misschien is het laatste meer op hem van toepassing; James Douglas Morrisson 1943 - 1971.

De niet te stoppen grafity op de omliggende graven van Jim Morrisson

Je t'aime, moi non plus
Het graf van Serge Gainsbourg op cimetière Montparnasse (divisie 1) ademt dezelfde sfeer als dat van Jim Morrison op Père Lachaise. Vol afdrukken van rode lippen, tekeningen en liefdesverklaringen; "Je t'aime moi non plus". 140 Gitanes sigaretten per dag en grote hoeveelheden whisky leiden uiteindelijk tot zijn dood in maart 1991. De arts constateert een 'natuurlijke' dood. Dit jaar is het drieëntwintig jaar geleden, en de Fransen hebben nog steeds een permanente haat-liefde-verhouding met deze man. Zijn graf en zijn woning aan de rue Verneuil 5bis zijn tot de dag van vandaag bedevaartplaatsen voor zijn vele fans. Het huis kunt u niet missen, het is bedekt met graffiti als een permanent eerbetoon aan deze veelzijdige man.

De woning van Gainsbourg aan de rue Verneuil 5bis, is tot de dag van vandaag een bedevaartplaats voor zijn vele fans

Tijdens zijn carrière schreef Serge Gainsbourg soundtracks voor meer dan 40 films en regisseerde er vier. Zijn grootste hit, Je t'aime moi non plus (1969), was zeer erotisch getint. Hoewel bedoeld voor zijn muze Brigitte Bardot, werd het niet met haar stem uitgebracht, maar met die van zijn toekomstige vriendin Jane Birkin. Van de hitsingel worden meer dan zes miljoen exemplaren verkocht. Gainsbourg hield er van om te choqueren, zoals met zijn Album Histoire de Melody Nelson, gebaseerd op de roman Lolita of met een rock album volledig gewijd aan het Nazisme. In 1978 nam hij in Jamaica een reggaeversie op van het Franse volkslied, de 'Marseillaise', 'Aux Armes et cetera' , samen met de band van Bob Marley, the Wailers. Op het einde van zijn leven werd Gainsbourg steeds controversiëler. Zijn meest bekende provocatie toen hij "I want to fuck you" zei tegen Whitney Houston tijdens een tv- programma of toen hij live op TV, een briefje van 500 Franse Francs verbrandde als protest tegen de hoge belastingen. Zijn liedjes werden steeds excentrieker zoals het super-dubbelzinnige 'Lemon Incest' opgenomen samen met zijn dochter Charlotte, toen 12 jaar.

Je t'aime, Serge, moi non plus

Gainsbourg was ook niet vies van vrouwen. Na zijn scheiding van Françoise Pancrazzi, van wie hij twee kinderen had, had hij een kortstondige en heftige verhouding met Brigitte Bardot. Tot 1980 leefde hij samen met de veel jongere Jane Birkin. Van haar kreeg hij zijn dochter Charlotte. Daarop volgde de 21 jaar jongere mannequin Bambou bij wie hij een zoon heeft; Lucien. Na zijn dood werd ook bekend dat hij tegelijk een discrete verhouding onderhield met een zestienjarige fan en een 'vriendschappelijke' relatie met een twaalfjarige.

Voor altijd verbonden
Over het ontstaan van het volgende ritueel bestaan twee versies. Tijdens een rondvaart over de Seine passeer ik de Pont de l'Archevêché. Als ik naar boven kijk, naar de brug gebouwd in 1828, lijkt die bijna te bezwijken onder de inmiddels tienduizenden hangsloten, vastgeketend aan de hekken. Bij elk hangslot hoort een prachtig liefdesverhaal.
In Frederico Moccia’s boek 'Ho Voglia De Te' (Ik wil jou), 1,1 miljoen verkochte exemplaren, wordt beschreven hoe de hoofdpersonages – volgens een oud gebruik – elkaar eeuwige liefde zweren door aan de Milvio burg in Rome een hangslot vast te maken en de sleutels in de Tiber te werpen. Zo zouden zij zijn gezegend met de eeuwige liefde. En dat wilden sindsdien wel meer stellen. Sinds het eerste hangslot in Rome in 2007 – de desbetreffende brug heeft het inmiddels bijna begeven – is deze romantische rage over de hele wereld getrokken. Ook in Verona, Budapest, Keulen, Venetië, en Sevilla hangen bruggen vol met grote en kleine sloten.


De Pont des Arts die dreigt te bezwijken onder het gewicht van de 'Love Locks'

Op loopafstand van de Pont de l'Archevêché ligt over de Seine de prachtige loopbrug pont des Arts die het Louvre verbindt met de Bibliothèque Mazarine. Niet alleen heb je hier een prachtig uitzicht over de Seine, maar ook hier worden vele liefdesrelaties nog eens symbolisch verzegeld met een hangslot met daarop een liefdesverklaring. Dit is het andere verhaal: Een traditie uit de jaren zestig in Hongarije. Een verliefd stel maakte toen een slot aan een hek vast om hun eeuwige liefde te bezegelen. Hun voorbeeld werd gevolgd door Moskou, Nigata-Japan en vanzelfsprekend; Parijs. Afgelopen maand (april 2014), na diverse artikelen in Le Figaro, Le Monde over de ontstane grafity en milieuvervuiling door de sleuteltjes die na elk ritueel in de Seine werden geworpen, is de gemeente begonnen met het verwijderen van alle sloten aan de historische pont des Arts, die letterlijk scheen te bezwijken onder het tonnen gewicht van alle hangsloten. Vergeefse moeite want, het kan ook niet anders in de stad van de liefde, de eerste honderden hangsloten zijn al weer bevestigd aan de vernieuwde hekken.

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat 's werelds grootste koffermaker Louis Vuitton een juwelenlijn heeft gemaakt geïnspireerd door de duizenden hangsloten aan de pont de l'Archevêché en de pont des Arts.Deze 15-delige sieradenlijn van  Louis Vuitton Joaillerie, heeft de mooie naam van 'Lock-it' meegekregen. Kettingen, ringen en armbanden, versierd met… een hangslot. Tja,, dat lijkt op het eerste gezicht wellicht een stuk minder romantisch dan een mooi hartje, wat verliefde duiven of een kleine cupido hanger. Maar niets is minder waar. De hangslotjes met Louis Vuitton’s logo er op zijn al wel langer bekend door de verschillende tassen en koffers waar er eentje aanhangt. Maar in de 'Lock-it Collection' wordt dit slotje samengevoegd met wit, rosé of geelgouden kettingen, ringen en armbanden. Sommige zelfs volledig omhuld met diamanten. De collectie is al vanaf het voorjaar van 2013 te koop in alle Louis Vuitton winkels.


De pont de l'Archevêché

Een munt voor een wens
Waarom gooien wij muntjes in de diverse (Parijse) fonteinen?
Het schijnt een ritueel te zijn dat extra populair werd door de speelfilm 'Three Coins in the Fountain uit 1954. Sinds die tijd hebben toeristen de gewoonte om, met de rug naar de fontein gekeerd, munten over de schouder in het water te gooien. Dat zou ervoor zorgen dat de geldsmijter ooit terug zal keren naar deze eeuwige stad. Sinds die gewoonte bestaat, hebben er in overal in de wereld altijd mensen rondgelopen die best een nat pak wilden halen om zich te verrijken. Tien jaar geleden liet de gemeente Rome uitzoeken hoeveel geld er eigenlijk voor het grijpen ligt. Uitkomst: zo'n 125.000 euro per jaar.
Overigens; dat gooien van een muntje mag je niet zomaar doen. Het correcte ritueel is als volgt: Sta met je rug naar de fontein toe. Neem de munt in je rechter hand. Gooi de munt over je linker schouder. Één muntje gooien betekent dat je zeker nog een keer terugkeert in de stad, je mag dan bovendien een wens doen. Twee muntjes gooien betekent een nieuwe liefde in je leven en drie muntjes gooien betekent dat je gaat trouwen of als je al getrouwd bent dat je gaat scheiden. 't Is maar een weet.

De slof van Montaigne
Michel Eyquem de Montaigne was een Franse filosoof, schrijver en politicus uit de periode van de Franse renaissance. In zijn belangrijkste werk, Essais, bestudeert hij de mensheid en met name zichzelf. Een bronzen beeld voorstellende een zittende Montaigne is te vinden aan de place Paul-Painlevé, voor de rechtenfaculteit van de universiteit de Sorbonne, in het 5e arrondissement. Al sinds het begin van de 20e eeuw hebben de studenten de gewoonte om de rechtervoet aan te raken vóór het maken van een examen. Zij groeten het beeld dan met steeds dezelfde woorden; "Salut Montaigne". Dit gebaar zou de kansen op een succesvol afgelegd examen aanzienlijk verhogen. Het oorspronkelijke beeld, gemaakt door Paul Landowski, was gemaakt van wit marmer. Aangezien het beeld door het bijzondere studentenritueel steeds beschadigde besloot de gemeente parijs, vermoeid door de kosten van de opeenvolgende restauraties in 1989 het marmeren beeld te vervangen door een sterker bronzen beeld. Het ritueel is gebleven, gezien de blinkende rechter slof van de Franse filosoof. We zullen maar denken, de studenten slagen met glans door een hardnekkige traditie die niet snel zijn glans verliest.


Al sinds het begin van de 20e eeuw hebben de studenten de gewoonte om de rechtervoet aan te raken vóór het maken van een examen

Het getal 13
Op 1 Januari 1860, voegde Napoleon III officieel de voorsteden van Parijs toe, aan de ring van vestingwerken rond de stad. De annexatie omvatte elf dorpen waaronder: Auteuil, Bagignolles-Monceau, Montmartre, La Chapelle, Passy, La Vilette, Belleville, Charrone, Bercy, Grenelle en Vaugirard. De ingezetenen van deze voorsteden waren nou niet bepaald gelukkig met deze gedwongen samenvoeging, te meer omdat ze nu ineens veel meer belasting moesten gaan betalen. Door de annexatie verdubbelde het grondgebied van de stad van 3.300 hectaren naar 7.100 hectaren en kreeg Parijs in een keer 20 arrondissementen in plaats van de voorgaande 12. Voor de uitbreiding werden de arrondissementen in volgorde genummerd van links naar rechts en van boven naar beneden. Door de groei van 12 naar 20 arrondissementen dreigde Passy en Auteuil het 13e arrondissement te worden. Onbespreekbaar voor de inwoners van Passy en Auteuil, want niemand wil trouwen op het stadhuis in het 13e, want dat zou alleen maar ongeluk betekenen.


Het getal 13 of de zwarte kat; ongeluk of gewoon bijgeloof?

Het was de burgemeester van Passy, ene Jean-Frédéric Possoz, die met een briljante oplossing Baron Haussmann wist te overtuigen. Hij stelde voor om de arrondissementen te nummeren door een spiraal te volgen, vanaf het hart van de stad tot aan de buitenwijken. Zo werd het centrum van Parijs, daar waar Parijs is ontstaan, het 1e arrondissement en vervolgens vond de opbouw plaats als een spiraal die met de klok mee van het centrum naar buiten draait. Toen men aan Possoz vroeg hoe hij op dat idee gekomen was vertelde hij, dat hij de ingeving kreeg bij het eten van een bord met escargots (slakken). Passy en Auteuil gaan sinds die tijd door het leven als het 16e arrondissement. Of de inwoners van Gobelins, het huidige 13e arrondissement ooit hebben geprotesteerd is onbekend. Aan zijn ingenieuze idee heeft Jean-Frédéric Possoz in het 16e arrondissement zijn eigen plein te danken; de place Possoz.


De borsten van Dalida
Op 3 mei 1987 stond de volgende merkwaardige advertentie in een Franse krant: " Dalida laissera le souvenir d'une femme de cœur généreuse et malheureuse.... Le souvenirs d'une grande artiste qui a marqué la chanson Française". Vrij vertaald: "Dalida zal worden herinnerd als een vrouw met een hart van goud maar diep ongelukkig. Rest ons de herinnering aan een groot artieste die een belangrijke bijdrage leverde aan het Franse chanson". De advertentie was ondertekend door François Mitterrand, Président de la République.

Die avond daarvoor werd Dalida, een van de grootste Franse zangeressen, dood gevonden in haar huis aan de Rue d'Orchampt 11bis op Montmartre. Naast haar een kort afscheidsbriefje met de woorden: "Pardonnez-moi, la vie m'est insupportable" - Vergeef mij, het leven is voor mij ondraaglijk. Zij stierf als gevolg van een overdosis kalmeringsmiddelen. Frankrijk was in shock en in diepe rouw. Op donderdag 7 mei 1987 volgde een groots eerbetoon in de Madeleine kerk te Parijs,tombe victor noir waarna zij werd begraven, enkele honderden meters van haar woonhuis, op de Cimetière Montmartre. Tot op de dag van vandaag, is het dè reden, dat vele fans een bezoek brengen aan een van de mooiste graven op de begraafplaats van Montmartre (divisie 18).  Een prachtig levensgroot stenen beeld van Dalida, van de Franse beeldhouwer Alain Aslan, staat voor een zwart marmeren ark voorzien van een stralende gouden zon en haar naam eveneens in gouden letters.


Het ritueel waar ik nog geen verklaring voor heb kunnen vinden

Maar voor een typisch ritueel heb ik nog geen verklaring kunnen vinden. bij een wandeling op Montmartre neem ik pp de hoek bij het restaurant Moulin de la Galette, de rue Girardon en geniet ik van de gratis muziek op de place Dalida en bekijk vol  verbazing naar de toch wat vreemde aantrekkingskracht die de beide borsten van haar bronzen evenbeeld uitoefenen op de passanten. mocht iemand hiervoor een verklaring hebben dan hoor ik het graag.