Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zondag 23 februari 2014

CIMETIÈRE DE MONTMARTRE; VERSTEEND VERDRIET

Elk boek dat ik in mijn bezit heb over Parijs begint met lyrische woorden, waarin de schoonheid van de stad wordt bezongen. De ene overtreffende trap na de andere; romantisch, legendarisch, groots, beroemd, overweldigend. Victor Hugo schreef in Les Miserables: "Alles wat ergens anders bestaat, bestaat ook in Parijs". Of Hemmingway: "Als je zo gelukkig bent om als jongeman in Parijs gewoond te hebben, dan blijft dat je voor altijd bij, waar je in je leven ook naar toegaat, want Parijs is een doorlopend feest". De stad waar het leven nooit stopt, dat is het Parijs van 'la vie continue'.

Maar er is ook nog een ander Parijs; verstild en tijdloos. Dat is het Parijs van de dodenakkers, waarbij schoonheid en verval, grafkunst en grafkitch hand in hand lijken te gaan. Parijs kent vele kerkhoven, oases van rust en schoonheid. Eindeloze rijen van grafkapellen met prachtige bronzen deuren en glas in lood. Bemoste granieten grafzerken, afgewisseld met glanzend marmeren grafstenen, waar het verdriet nog voelbaar is. Grafkelders, bewaakt door de mooiste beelden, vaak van wenende vrouwen, uitgevoerd in marmer of brons of gewoon uitgehouwen in steen. Boven aan de deur van deze 'minikerkjes' staat de naam van de familie gegraveerd. Soms staat de deur gewoon op een kier of kun je door de kleine raampjes naar binnen gluren. Een stoffig interieur met een klein altaar, altijd voorzien van een kruisbeeld, omgevallen kandelaars en twee vergane bidstoeltjes. In een vaas een verwelkt boeket of plastic rozen.

Oases van rust en schoonheid, eindeloze rijen van grafkapellen met prachtige bronzen deuren en glas in lood

Wat is het toch met die aantrekkingskracht die kerkhoven uitoefenen op mensen in het buitenland? Ik kan mij niet herinneren dat ik in mijn woonplaats ooit begraafplaatsen bezocht. Uitzondering is natuurlijk, als er dierbaren begraven liggen. Waarschijnlijk is het de unieke combinatie van bijzondere grafkunst, l'art funèbre, in combinatie met een romantische, eerbiedwaardige, groene omgeving. Maar zeker ook de aanwezigheid van de grafstenen van beroemde namen.

Ik neem u even terug in de tijd, toen onder het bewind van Filips II in het jaar 1183, de eerste markthallen van Parijs werden gebouwd, aan de rand van het Cimetière des Innocents. Tweeëntwintig parochies borgen er hun doden. Het had de bijnaam van 'mange-chair', vleeseter, omdat de lichamen, zo ging het verhaal, er in een mum van tijd tot ontbinding overgingen. In een gat van tientallen meters diep, ingesloten tussen hoge muren, werden de lijken op elkaar gestapeld met een dun laagje zand erover, gewoon in de open lucht. Vijf eeuwen lang hing hier een lijkenlucht, afgewisseld met de geuren van kruiden en verse groenten. Rond 1780, toen de lijken twee meter boven straatniveau lagen opgestapeld, werd besloten om de beenderen en overblijfselen te vervoeren naar de catacomben van Denfert-Rochereau. Voor het 'vervoer' van de bijna twintigduizend karretjes gevuld met beenderen had men drie jaar nodig. Dag en nacht trok een bonte stoet door de straten van Parijs over de Seine naar de steengroeven van Tombe Issoire, nu het 14e arrondissement. Op 21 februari 1801 besluit het Parijse stadsbestuur dat geen enkele stadsbegraafplaats meer mag worden gebruikt. De regenten laten drie nieuwe begraafplaatsen openen, allen buiten de stadsmuren. Een in het noorden op de Mont Martis, een in het zuiden op de Mont Parnasse en een in het oosten op het oude domein van Mont Louis.  Maar de stadsplanologen bleken niet gezegend te zijn met een vooruitziende blik. Parijs breidt zich uit en een eeuw later liggen de drie kerkhoven opnieuw in de stad om nooit meer weg te gaan; 'de levenden halen de doden weer in'.

Op 1 januari 1825 opende het Cimetière de Montmartre officieel Cimetière du Nord

In 1804 worden de eerste doden begraven in het oosten van Parijs op Père Lachaise. Op 25 juli 1824 volgde de eerste teraardebestelling in het zuiden op het kerkhof van Montparnasse en 1 januari 1825 opende het Cimetière de Montmartre officieel Cimetière du Nord. Andere gebruikte namen voor dit kerkhof waren Cimetière des Grandes-Carrières en Cimetière de la Barrière-Blanche.

Deze begraafplaats ten westen van de Butte Montmartre, vond een natuurlijk onderkomen in een oude gipsgroeve, waardoor ze iets lager ligt dan het straatniveau. Het ontstaan gaat terug tot de executie van tientallen leden van de Zwitserse Garde die de wacht hielden bij het Koninklijk Paleis in de Tuileries, door de opstandelingen van de Franse revolutie op 10 augustus 1792. Hun lichamen werden daar in massagraven gedumpt. Maar het werd pas in 1825 officieel een begraafplaats. Het kerkhof is minder groot dan het bekendere kerkhof Père-Lachaise, maar ook hier liggen vele bekende kunstenaars begraven.

Versteend verdriet, 'À notre bonne mère'

Juist door haar ligging diende deze plek vooral om artiesten te begraven die actief waren op en rond de ‘butte’. Meest bekende graven zijn die van de componist en schrijver Berlioz (1803-1869), zangeres Dalida (1933-1987), kunstschilder Degas (1834-1917), wetenschapper Foucault (1819-1868), danser Vaslav Nijinsky (1889-1950) en schrijver Alexandre Dumas junior (1824-1895). Oorspronkelijk lag ook schrijver Emile Zola hier begraven, vóór dat zijn stoffelijke resten in 1908 werden verplaatst naar het Panthéon. Émile Zola stierf, onverwacht, in Parijs op 29 september 1902 in zijn woning aan de Rue de Bruxelles door koolmonoxidevergiftiging. Zijn lege graf is nog altijd te bezichtigen in divisie 19

De begraafplaats is 11 hectaren groot en onderverdeeld in 32 divisies. De hoofdingang bevindt zich aan de avenue Rachel. Een viaduct van de drukke rue de Caulaincourt, ooit aangelegd door Baron Haussmann, deelt de dodenakker van Montmartre in tweeën. Ondanks het kabaal van het langsrazend verkeer heerst hier dezelfde rustieke sfeer als op Père Lachaise. Dezelfde dichtheid aan vervallen grafhuisjes en verweerde zerken, omgeven door ruim 750 bomen; hoofdzakelijk esdoorns, evenals een klein aantal cipressen, kastanjebomen, en lindebomen.

Het viaduct van de drukke rue de Caulaincourt, deelt de dodenakker van Montmartre in tweeën

Een van de opvallendste en meest bezochte graven van Cimetière Montmartre is dat van de chansonnièrre Yolande Gigliotti beter bekend als Dalida. Een levensgroot (even)beeld van haar staat op haar graf, met op de achtergrond een grote goudkleurige zon. Ondanks haar successen, meer dan 50 miljoen langspeelplaten verkocht, blijft Dalida een tragisch persoon. Op 3 mei 1987 stond de volgende merkwaardige advertentie in een Franse krant: "Dalida laissera le souvenir d'une femme de cœur généreuse et malheureuse.... Le souvenirs d'une grande artiste qui a marqué la chanson Française". Vrij vertaald: "Dalida zal worden herinnerd als een vrouw met een hart van goud maar diep ongelukkig. Rest ons de herinnering aan een groot artieste die een belangrijke bijdrage leverde aan het Franse chanson". De advertentie was ondertekend door François Mitterrand, Président de la République. Die avond daarvoor werd Dalida, een van de grootste Franse zangeressen, dood gevonden in haar huis aan de Rue d'Orchampt 11bis op Montmartre. Naast haar een kort afscheidsbriefje met de woorden: "Pardonnez-moi, la vie m'est insupportable - Vergeef mij, het leven is voor mij ondraaglijk". Zij stierf als gevolg van een overdosis kalmeringsmiddelen. Het gerucht doet nog steeds de ronde, dat filmster en persoonlijke vriend Alain Delon, haar grafmonument betaald heeft.

Een doorkijkje naar het graf van Yolande Gigliotti, beter bekend als Dalida

Cimetière de Montmartre is heerlijk om de drukte van de grootste toeristenval van Parijs, het schilderspleintje (place du Tertre), te ontvluchten. Geniet hier in deze oase van rust en versteend verdriet, van eeuwenoud cultuurbezit. Dankzij de lage ligging en de hoge muren blijft het straatrumoer buiten. En slenterend langs graftempels en grafzerken, die op zonnige dagen schijnbaar fonkelen in de zon, schrik dan niet van plotseling wegrennende katten, want sinds eeuwen is dit ook hun domein. Zij nestelen zich in de verdorde kransen en vermolmde bidstoelen en worden dagelijks verzorgd door oude vrouwen, die ze voorzien van water en voer. Er bestaat zelfs een speciale website voor de katten van deze bijzondere Parijse dodenakker: Les chats du cimetière Montmartre.

Cat, Chat, Kat; katten al sinds eeuwen de 'bewakers' van de dodenakker

Deze blog dient er niet toe om u te leiden langs alle beroemdheden die hier begraven liggen, maar om u kennis te laten maken met de achttiende-eeuwse visie van de stadsarchitect  Alexande Brongiart. "Dodenakkers worden parkachtige begraafplaatsen met gastvrije natuur, waar men in alle rust lang en intens kan treuren om de overledene. Iedere dode krijgt zijn eigen huisje, steen of kruis waarop staat aangegeven waar en wanneer hij of zij geleefd heeft. De 'moderne' dode moet mooi worden opgeborgen in feeërieke landschapjes te midden van het prachtige groen". Brongiart zelf ligt begraven op Père Lachaise. Dankzij mijn zelf geprint kaartje (klik hier), wat ik vond op de website van het Parijse stadhuis, loop ik langs de statusmonumenten van de voor mij bekende maar ook onbekende 'beroemdheden'. Bij de 32e divisie hoor ik het geluid van spelende schoolkinderen: dood en leven blijken maar moeilijk van elkaar te scheiden.


Wo

Wo wird einst des Wandermüden
 Letzte Ruhestätte sein ?
 Unter Palmen in dem Süden ?
 Unter Linden an dem Rhein ?

 Werd ich wo in einer Wüste
 Eingescharrt von fremder Hand ?
 Oder ruh ich an der Küste
 Eines Meeres in dem Sand ?

 Immerhin ! Mich wird umgeben
 Gotteshimmel, dort wie hier,
 Und als Totenlampen schweben
 Nachts die Sterne über mir.


Where

Where at last will this wandering end
and a quiet place be marked as mine?
Under palms in the Southern sun?
Under lindens on the Rhine?

Will I be laid in a shallow grave
in a wilderness, by strangers’ hands?
Or find my rest near breaking waves
under a long expanse of sand?

It makes no difference. God will wind
his heaven round me there as here,
and like the lanterns of the dead,
at night the stars will hover near.

Heinrich Heine (Cimetière Montmartre divisie 27)


Cimetière Montmartre, avenue Rachel 20, 18e arrondissement, métro: Blanche or Place de Clichy.


Met dank aan Ralf Bodelier. Zijn (reis)gids 'Wandelen over Père Lachaise, Montmartre & Montparnasse' is een fascinerende biografische aanvulling op de geschiedenis van Parijs en Frankrijk vanaf de 18e eeuw tot nu. ISBN 90-389-0414-2

donderdag 13 februari 2014

L'EPI DÓR - DE GOUDEN AAR

De hoofdstad van Frankrijk is voor de rest van de wereld tevens de hoofdstad van de gastronomie, en je hoeft geen culinaire imperialist te zijn om te erkennen dat deze reputatie nog altijd wordt gerechtvaardigd door de aanwezigheid van maar liefst 73 Michelin sterrenrestaurants, waarvan 10 met drie Michelin sterren en  16 met twee Michelin sterren. Ook de Parijzenaar zelf hecht een groot belang aan een mooie maaltijd en blijft dus kritisch. Want eten in Parijs is een waar, en als het even meezit, een onvergetelijk genoegen. Dat de Franse eetgezelligheid op de lijst van immateriële erfgoederen van de Unesco prijkt is terecht.

Vaak wordt mij gevraagd waarom Franse koks zoveel beter zijn dan andere. Het antwoord is simpel. Je hoeft alleen maar te realiseren dat de Franse bodem het voorrecht heeft om van nature, van alles het beste, in overvloed voort te brengen. Verder bezit Frankrijk de beste wijn, het beste gevogelte en het meest gevarieerde wild. De ligging aan de zee levert nog eens de mooiste vissen, schaal-  en schelpdieren op.  Het is dus niet meer dan vanzelfsprekend dat de Fransman zowel een lekkerbek als een goede kok wordt.

Restaurant l'Epi d'Or rue Jean-Jacques Rousseau 25

Maar er dreigt gevaar. Topkok Alain Ducasse*** schatte onlangs dat er in driekwart van de 150.000 Franse restaurants niet meer met verse dagproducten wordt gewerkt. Elders is dat ook geen uitzondering, maar juist Frankrijk heeft, wat gastronomische tradities betreft, een reputatie hoog te houden. Het lijkt erop dat de Fransen zelf in de gaten krijgen dat er iets grondig mis is. Vijftien chefs, waaronder Alain Ducasse*** en Joël Robuchon***, lanceerden in april 2013 het idee om alle restaurants te voorzien van een label, waaruit blijkt, dat alle gerechten ter plekke zijn klaargemaakt met onbewerkte ingrediënten.  Zij pleiten voor een nieuwe aanduiding, te vergelijken met die van de Franse warme bakkers, de 'artisans boulanger'. Deze aan het logo herkenbare bakkers, doen alles nog zelf in de bakkerij en onderscheiden zich van de supermarkten, die het industrieel vervaardigde deeg groot inkopen en slechts afbakken. Het aantal traditionele restaurants daalt gestadig, vorig jaar gingen er 6000 failliet mede als gevolg van de economisch crisis en de concurrentie van de restaurantketens.

Het label 'fait maison' - huisgemaakt - hèt kwaliteitslabel voor restaurants

De Franse Tweede Kamer heeft onlangs een wet aangenomen, dat de restaurants zich alleen nog restaurant mogen noemen, als de maaltijden daadwerkelijk ter plaatse zijn bereid met verse producten. Zij mogen hun maaltijden dan voorzien van het label ‘fait maison’. Franse restaurants die hun gerechten zelf bereiden gaan vanaf deze zomer (2014) het label 'fait maison' - huisgemaakt, op hun ruit plakken. Wie magnetronvoedsel op deze manier etiketteert, loopt zware straffen op, zo is de bedoeling. De maatregel is bedoeld om de reputatie van de Franse keuken weer te herstellen. Sommige restaurants gaan nog een stapje verder en wensen, evenals de Franse Tweede Kamer, dat een restaurant zich alleen restaurant mag noemen als er nog ambachtelijk wordt gewerkt en de kok een officiële koksopleiding heeft genoten. Als je in een bar, brasserie of bistro een prakje uit de magnetron serveert ben je geen kok maar een maaltijdverkoper. Ook in Nederland barst het van de 'opwarmrestaurants'. De kwaliteit is soms zo goed, dat we het niet van 'echt' eten kunnen onderscheiden. Of is dat niet waar?

Het interieur van het restaurant, of de tijd stil is blijven staan

Een zoektocht op de late avond naar een restaurant bracht mij bij toeval bij een restaurant in de buurt van 'les halles', de vroegere voedselhallen van Parijs. Het deed mij sterk denken aan het boek van Emile Zola; 'Le Ventre de Paris'. "De wagens arriveerden aan één stuk door, de kreten van voermannen, de zweepslagen, de vergruizing van de straatstenen onder het ijzer van de wielen en de paardenhoeven werd erger, en de wagens kwamen alleen nog maar schoksgewijs vooruit. Ik bevond mij voor het kolossale bedrijf dat de zwelgpartij van die dag van eten zou voorzien. Ik kan in het vage licht de rode stapels vlees onderscheiden, manden met vis, glinsterend met een zilveren glans, bergen groenten die de schaduw doorspikkelen met witte en groene vlekken". Restaurant L'Epi d'Or - de gouden aar, of ik zo de negentiende eeuw binnenstapte. Het interieur onveranderd sinds de tijd dat de werknemers van de hallen hier op kracht kwamen, na het sjouwen van kisten vol met groenten en zware zakken gevuld met aardappels. In die tijd ging het restaurant pas open om 10.00 uur 's avonds en sloot om 2.00 uur in de nacht om vervolgens op 5.00 uur in de ochtend weer open te gaan, om de hongerigen van de nacht te voeden. Als de geschiedenis hier zijn verhaal kon vertellen.

Mijn speciale tafeltje; linksonder

Sinds de verplaatsing van de hallen in 1969, even buiten Parijs naar Rungis, opent het restaurant om 19.30 uur en sluit de keuken om 23.00 uur. De ontvangst door Madame Pascalline Pelletier is vriendelijk, warm en identiek aan de tijd van vroeger. Hier serveert men nog altijd vanuit de zuiverste Franse traditie. Goede gerechten zonder enige pretentie, en vers bereid vanuit de eigen keuken. Alles lokaal geproduceerd en ingekocht bij haar leveranciers die ze angstvallig geheim houdt. ‘fait maison’ is hier al jaren van toepassing. Mijn mond begint te watertanden bij het zien van de kaart. Mijn keuze die avond: Oeufs Cocotte à La Lyonnaise, Gigot à la Cuillère; lamsbout die zeven uur bereidingstijd nodig heeft en dan nog de huisgemaakte Tarte Tatin.

Madame Pascalline Pelletier - rechts - een gastvrouw' pur sang' 

Om mij heen wordt alleen Frans gesproken en er is geen toerist te zien. Ik betrap mij er op dat ik overpeins om dit juweeltje niet te delen op mijn weblog, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Bij het afscheid laat Madame Pascalline  mij nog een aandenken zien uit vroegere tijden. Een pilaar met daarop een koperen gasleiding met een soort aansteker. Hier gingen de mannen staan om hun sigaar eerst zorgvuldig voor te verwarmen door deze over de volle lengte boven een vlam heen en weer te bewegen. Volgens haar een heel belangrijk ritueel, waardoor de smaak van de sigaar zich volledig kon ontwikkelen. Wijzend naar het plafond nog een laatste detail; de sporen van de stoppen van Champagne die in 1902 werden opengetrokken. Á Bientôt et merci. Voldaan en volmaakt tevreden loop ik naar buiten. Buiten is het stil op straat en ik stop héél even om mij voor te stellen hoe het hier 100 jaar geleden moet zijn geweest.

 'Briquet au gaz' een aandenken uit de vorige eeuw


Restaurant L’Epi d’Or, rue Jean-Jacques Rousseau 25, 1e arrondissement, métro Louvre, Chatelet.

zaterdag 8 februari 2014

HÔTEL D’AVARAY PARIS: BINNENKIJKEN BIJ DE NEDERLANDSE AMBASSADEUR

Misschien was het wel een voorteken. Op 2 juni 2013 liep ik in de rue de Grenelle op weg naar Hôtel d'Estrées, de residentie van de Russische Ambassadeur, voor een tentoonstelling van de kunstenaar Paul Flickinger: 'Le Jardin des Reflets'. Ik passeerde de ambtswoning van onze ambassadeur in Frankrijk, Zijne Excellentie, Mr. Ed Kronenburg, die ik als fervent Parijs blogger moest vastleggen, omdat ik wist dat hier ook de Franse topfilm 'Intouchables' was opgenomen. Voor de juiste fotohoek stond ik midden op het wegdek van de rue de Grenelle toen ik links het vervaarlijke gegrom hoorde van een bolide, die halt moest houden voor de fotograaf.  Links kijkend sta ik oog in oog met een, jawel, Maserati, hetzelfde model en kleur als in de film. Exact 7 maanden later valt bij mij de uitnodiging in de bus voor de Nieuwjaarsborrel op donderdag 30 januari 2014 bij Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden; Z.E. Mr. Ed Kronenburg. Toeval, wie het weet mag het zeggen.
 
De sfeervolle binnenplaats van het voormalige Hôtel d'Avayray ambtswoning van onze Ambassadeur

De prachtige ambtswoning van onze Ambassadeur in Frankrijk is gevestigd aan de rue de Grenelle 85 in het voormalige Hôtel d'Avayray. In 1718 kreeg de architect Jean-Baptiste Le Roux van Claude Théophile de Bésiade, markies van Avaray, de opdracht een luxueuze residentie te bouwen, nabij het buurtschap 'près de la justice Saint-Germain'. De bouw nam ongeveer twee jaar in beslag. Directe nazaten van de familie Bésiade d’Avaray verkochten dit herenhuis in 1920 aan de Nederlandse regering en sinds die tijd is het Hôtel d’Avaray de officiële residentie van de ambassadeurs van het Koninkrijk der Nederlanden in Parijs.
 
De monumentale hal met de trap die we herkennen uit een scene van de film Intouchables

Om een bijdrage te leveren aan de restauratie van het ‘Collège Néerlandais’, dat werd gebouwd door de Nederlandse architect Willem Dudok in de Cité internationale universitaire de Paris, heeft de residentie van de ambassadeur gediend als set voor een aantal films.  Met toestemming van de toenmalige Nederlandse Ambassadeur Siblez werden hier drie films opgenomen waaronder; 'Les Saveurs du Palais' met Catherine Frot en Jean d’Ormesson en 'Le Capital' met Gad Elmaleh en Gabriel Byrne en de onvergetelijke fim 'Intouchables' met in de hoofdrol Omar Sy en François Cluzet

 La Biblothèque, waar het sollicitatiegesprek plaatsvindt met Driss (Omar Sy)

Bij binnenkomst is het een groot feest van herkenning.  Eenmaal door de grote poort zie je de rechthoekige binnenplaats waar 'Driss' ,gespeeld door Omar Sy, met piepende banden de nodige hoeveelheid grind verplaatst met de Maserati van 'Philippe Pozzo di Borgo' gespeeld door Francois Cluzet.  De begane grond beschikt over drie grote ontvangstzalen waaronder La Biblothèque, waar het sollicitatiegesprek plaatsvond  met Driss, Philippe en de prachtige roodharige secretaresse Magalie (Audrey Fleurot), met wie Driss schaamteloos aan het flirten is. Ook het klassieke privéconcert ter ere van Philippe's verjaardag en de dansscène, waarin Philippe vanuit zijn rolstoel kennismaakt met de muziek (Earth, Wind & Fire) van Driss,  is opgenomen op de begane grond van de residentie.  De beelden van de slaapkamer en de badkamer van Driss zijn elders gedraaid. Zo ook de dakterrasscène met uitzicht op de  150 jaar oude Cathédrale d'Alexandre-Nevsky in het achtste arrondissement.
 
La Biblothèque in originele staat

De echte woning van de Aristocraat Philippe Pozzo di Borgo stond overigens in de rue de l'Universite in Parijs. Hij is een telg van een beroemde adellijke familie en kleinzoon van een van de grondleggers van het Franse concern van luxeproducten LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy). In 1993 breekt hij zijn nek als hij neerstort tijdens het paragliden. Intouchables is de verfilming van zijn  autobiografie: 'Le Second Souffle' (De tweede adem) die hij acht jaar later schrijft. Hij beschrijft hoe zijn vrouw Beatrice drie jaar na zijn ongeval bezwijkt aan kanker en hij, directeur van het exclusieve champagnemerk Pommery, in een depressie belandt. Het is zijn thuishulp, Abdel Yasmin Sellou, die hem er weer bovenop helpt. Deze Algerijn komt uit een achterstandswijk van Parijs. Tussen de twee mannen ontstaat een hechte vriendschap. De film werd in 2012 bekroond met een César, de nationale filmprijs van Frankrijk en is te vergelijken met de Amerikaanse Oscar. De film was in Frankrijk in 2011 de meest bekeken film, en staat in de top 3 van meest bezochte films in 2012 met 19 miljoen bezoekers en een opbrengst van bijna 400 miljoen dollar wereldwijd.
 
De dansscène van Driss (Earth Wind & Fire) opgenomen in een van de salons op de begane grond

Bij binnenkomst worden we hartelijk ontvangen door Z.E. Mr. Ed Kronenburg, sinds juni 2012 Ambassadeur in Frankrijk, Monaco en Andorra. Geboren op 13 september 1951 en een lange zeer indrukwekkende carrière sinds juni 1976. Onder andere Secretaris-generaal op het ministerie van Buitenlandse Zaken en Grootmeester van het Huis van Hare Majesteit de Koningin, beiden in Den Haag.  Daarvoor Ambassadeur, Directeur Kabinet van de Secretaris-generaal van de NAVO te Brussel en Plv. Directeur-generaal Europese Samenwerking, tevens Directeur West- en Midden-Europa voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarvoor diverse functies bij de Europese Unie en de OESO.
 
Een warm woord van welkom door Z.E. Mr. Ed Kronenburg aan leden van het CAPA & NZGF

De Nieuwjaarsborrel was mede op uitnodiging van het CAPA en het NZGF.  'De Club Affaires Paris Amsterdam' (CAPA) is een particulier initiatief van Franse en Nederlandse bedrijven. In deze zakenclub verenigen zich Franse handelspartners die gevestigd zijn in Nederland en Nederlanders die in Frankrijk werken, met als doel hun kennis en ervaring te delen om zo de handelsrelaties tussen Frankrijk en Nederland te ontwikkelen, te bevorderen en te versterken. 'De Nederlandse Zakengemeenschap in Frankrijk' (NZGF) is een vereniging voor Nederlanders die zakelijk actief zijn in Frankrijk. Ook Nederlanders die actief zijn binnen het Franse bedrijfsleven zijn hier van harte welkom.
 
Achterzijde Hôtel d'Avayray
 
Film Photo's: Courtesy of Gaumont - QUAD Production