Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zaterdag 30 maart 2013

PLACE DU TERTRE, HET SCHILDERSPLEINTJE

Vandaag een blog over de plek die ik het meeste haat, maar waarnaar ik steeds weer terug keer, omdat je, als fotograaf, je zo heerlijk kunt uitleven. Achter de Sacré Cœur vindt u La Place du Tertre. Wanneer u 's morgens om een uur of acht langs de steile grijze straatjes van Montmartre slentert, heerst er nog een dorpse sfeer. De huisjes lijken nog te slapen en hier en daar staan wat Montmartreanen, als rasechte dorpelingen, over alles en nog wat te kletsen.
 
Montmartre koestert zich in een schamel ochtendzonnetje 

La Place du Tertre, het stille dorpspleintje, waar de tuinders aan het begin van de 19e eeuw hun groenten kwamen verkopen. Zo 's morgensvroeg kun je nog wel een indruk krijgen van hoe de sfeer lang geleden moet zijn geweest. De nummers 1, 3 en 9 zijn de mooiste huizen, die nog stammen uit de 18e eeuw. Op nummer 5 was ooit het eerste dorpsraadhuisje van Montmartre gevestigd, het dateert uit 1790. Op nummer 21 is de zetel van de in 1920, door ene Jules Dépaquit, opgerichte Commune Libre, die op La Butte een traditie van creativiteit en het Bureau voor Toerisme in stand houdt.
La Commune Libre du vieux Montmartre et La République de Montmartre 
Het sterke karakter van Montmartre heeft de invasie van toeristen wonderwel overleefd. Al meer dan een eeuw een curiosum en een bron van Parijse mythes. De nostalgie leeft hier voort, nog altijd geassocieerd met kunstenaars die hier probeerden een inkomen bij elkaar te scharrelen. Toulouse de Lautrec heeft hier de danseressen van de Moulin Rouge geschilderd. Picasso, Braque, Van Dongen, Juan Gris en Maurice Utrillo vonden hier hun inspiratie voor hun mooiste kunstwerken. Picasso schilderde in 1907 een van zijn beroemdste schilderijen, 'Les Demoiselles d'Avignon', dat zich momenteel in het MoMa in New York bevindt. Van alle schilders die in Montmartre hebben gewerkt is Maurice Utrillo de enige die er ook daadwerkelijk is geboren. Tijdens zijn studentenjaren raakte Utrillo verslaafd aan de absint en overnachtte derhalve regelmatig op het politiebureau, waar men hem in ruil voor enkele schilderijen of tekeningen weer liet gaan. Overigens, de meeste kunstenaars betaalden hun schulden in de kroegen met eigen werken. Een anekdote doet nog steeds de ronde over de bazin van de kroeg 'La Belle Gabriëlle' in de rue Saint Vincent, die Utrillo verplichtte om alle landschappen die hij op de toiletmuren had geschilderd - hij was namelijk verliefd op de bazin - weer uit te vegen. Later kon ze wel al haar haren uit de kop trekken.
's Avonds laat, La Place du Tertre zonder toeristen 

Maar helaas het Montmartre van de vorige eeuw bestaat niet meer. Het is nu het domein van souvenirwinkeltjes, slechte restaurants, snelle portrettekenaars en drommen toeristen. De schilders die nu zo ijverig en bohémien hun best staan te doen zijn vooral erg commercieel ingesteld. Overigens, denk niet als kunstschilder, artiest, hoe goed of hoe slecht je ook bent, dat je zomaar een plaats kunt innemen tussen alle 'kunstenaars' op Place du Tertre. Dit plein is uitsluitend en alleen toegankelijk voor 'gediplomeerde' kunstschilders.
Coco; Jolie
Allereerst zijn er maar 298 plaatsen te verdelen. Ten tweede wordt je vooraf geselecteerd door een vakkundige jury, een soort ballotagecommissie. Dit, nadat je een officieel aanvraagformulier hebt ingediend bij het 'Bureau des Activités Commerciales sur la voie publique' van de stad Parijs. Bijgesloten: Je curriculum vitae, met diploma's van de opleidingen en of kunstacademie waar je bent afgestudeerd, een lijst van eventuele exposities en foto's van je werk. Vervolgens worden de originelen beoordeeld door een commissie van de Epsaa: 'l'École Professionnelle Supérieure d'Arts Graphiques et d'Architecture'. Hier krijg je als artiest ook de kans om een uiteenzetting te geven over je werk.
De tekenaars die nu zo ijverig en bohémien hun best staan te doen zijn vooral erg commercieel ingesteld
Een afvalrace, want er zijn elk jaar meer aanvragen dan dat er plaatsen beschikbaar zijn.  Daarna volgt een proeve van bekwaamheid; de verkozenen krijgen 15 dagen een plaats op Place du Tertre om zich te bewijzen. Na deze laatste test worden slechts vijf artiesten toegelaten om te komen werken op het plein. De namen worden dan officieel kenbaar gemaakt op de website van het stadhuis, van het 18e arrondissement.
 
Maar goed, als ik weer door die kleine straatjes loop - bij voorkeur 's morgensvroeg of 's avonds laat - wordt ik altijd weer getroffen dor de charme van deze wijk, met zijn romantische trappen, pleintjes, tuinen en gevarieerde architectuur. "Was sich neckt liebt sich"!
 

zaterdag 23 maart 2013

LES EGOUTS: DE INGEWANDEN VAN PARIJS

Parijs staat bekend als 'De Lichtstad', maar weinigen weten dat Parijs ook allerlei attracties kent die diep onder de grond liggen. Iedereen kent natuurlijk de Metro, het Forum les Halles en de Catacombes (zie mijn blog van 26-10-2012). De riolen van Parijs, Les Egouts, vormen een minder bekende bezienswaardigheid.
 
De ingewanden van Parijs - Photo: comperes.org
 
De eerste open rioolnetwerken in Parijs stammen uit de Middeleeuwen. Het schoonmaken van de poelen en het afvoeren van het afval was een vieze en zware klus, die vooral door galeislaven werd uitgevoerd. Velen legden het loodje door de verstikkende gassen, opstijgend uit de 'rottende' meren in de stad. De stank was vaak ondragelijk. Het is aan Huges Aubriot, provoost onder Karel V (die regeerde van 1322-1328) te danken, dat Parijs zijn eerste gewelfde riool kreeg in de buurt van de Hallen, die vervolgens het afvalwater afvoerde naar de Seine.  In 1789, ruim vier eeuwen later, was er pas 26 kilometer riool terwijl de Parijse bevolking excessief groeide. Pas in 1855 kreeg Parijs een coherent systeem voor zowel de drinkwatervoorziening als de afvoer van afvalwater, naar een ontwerp van de Franse ingenieur Eugène Belgrand, die ook wel de grondlegger van het huidige rioleringssysteem wordt benoemd. Van hem kwam ook het idee om een grote buis vanuit de Rive Droite aan te leggen, naar het dorpje Asnières, om zo de als maar vervuilende Seine te ontzien. Het afvalwater werd weer hergebruikt als irrigatie van de landbouwgronden in de voorsteden. Al snel bleken de vloeivelden te klein om het totale aanbod van afvalwater aan te kunnen, vandaar dat men in 1910 in Yvelines een zuiveringsinstallatie bouwde, die tot op de dag van vandaag zorgdraagt voor de afvoer van de ingewanden van Parijs.
Een ongekend netwerk onder de grond met een lengte van 2400 kilometer
Momenteel strekt het netwerk van riolen zich uit over meer dan 2400 kilometer. Elke straat heeft zijn eigen riool. Straten breder dan twintig meter hebben er zelfs twee. Parijs kent ook nog ruim 63.000 'privé-riolen'. De hoogte van de rioolbuizen variëren van 5 meter (hoofdriool) tot  3,8 meter en 2,6 meter (basisriool). Fraaie porseleinen bordjes geven de naam van het riool aan, die overigens overeenkomt met de naam van de straat, boulevard, avenue of plein waaronder het riool loopt. Dagelijks stroomt er 1,8 miljoen kubieke meter aan afval- en regenwater door dit bijzondere buizensysteem. Het is een stad onder een stad met trottoirs, bruggen, kanalen en kades waarover de égoutiers zich verplaatsen. In Parijs werken zo'n 1000 égoutiers, het corps dat toezicht houdt op de riolen.  Zo'n 300 zijn er in dienst bij de gemeente Parijs, de overigen werken in de privé sector. Geen ongevaarlijk werk, vanwege infectierisico's van open wondjes of rattenbeten, gezien de grote kolonie ratten die in de riolen huist. Men schat dat er op elke Parijzenaar (rond de 2,2 miljoen) een tot drie ratten beneden wonen. Een rekensom is nu snel gemaakt. Gemiddeld brengt een égoutier 22 jaar van zijn werkzame leven door onder de grond. Ze gaan dan ook rond hun 52e met pensioen.
Men schat dat er op elke Parijzenaar (rond de 2,2 miljoen) een tot drie ratten beneden wonen
De ingewanden van Parijs kennen we natuurlijk uit het meesterwerk van Gaston Leroux, het Spook van de Opera (zie ook mijn blog van 01-08-2011) en van Victor Hugo's Les Misérables, dat zich afspeelt voor en tijdens de opstand van 1848 in Parijs. Op een gegeven moment komen de opstandelingen in het nauw en raakt een van hun leiders Marius Pontmercy gewond. De ex-gevangene Jean Valjean neemt hem over zijn schouder en vindt in het riool een veilige schuilplaats. De inspiratie van deze scene zal Victor Hugo gekregen hebben van zijn vriend Brusneseau, die in de 19e eeuw besloot het rioleringssysteem in kaart te brengen. Dat was vóór die tijd namelijk nog nooit gebeurd. De populariteit van de riolen inspireerde meerdere film- en musicalmakers. In 2012 werd Les Misérables opnieuw verfilmd met in de hoofdrollen Hugh Jackman, Russell Crowe, Anne Hathawayen, Amanda Seyfried.
Les Miserables: Filmposter ontworpen door Ignition Print - Courtesy Universal Pictures
Het is vandaag de dag nog steeds mogelijk om onder leiding van een gids een wandeling te maken door de riolen. Overigens werden de eerste rondleidingen georganiseerd tijdens de Wereldtentoonstelling van 1867. Toen vond de excursie plaats in een wagentje vanaf het verzamelpunt bij Sébastopol. Later werden de rondleidingen bij kaars- of gaslicht uitgevoerd per bootje. Tijdens de huidige rondleiding krijgt men het hart van het netwerk te zien. Een onopvallende trap op de hoek van de Quai d'Orsay en de pont de L'Alma, in de schaduw van de Eiffeltoren geeft toegang tot deze onderaardse attractie. Een blauw bord met 'Visite les Egouts de Paris' markeert de ingang naar de ingewanden van Parijs.
Natuurlijk kun je ook op eigen houtje proberen om een van de 28.000 roosters of putdeksels te lichten en naar beneden af te dalen. Vergeet dan niet om een stratenplan van Parijs mee te nemen. Want je zult weinig mensen tegenkomen om de weg te vragen. (Lees ook mijn blog over Les Cataphiles ook wel Urban Explorers genoemd van 06-06-2011)
Musée des Égouts de Paris. Quai d'Orsay tegenover nummer 93. Metro Alma-Marceau. Openingstijden van 1 oktober tot 30 april van 11.00 uur tot 16.00 uur en van 1 mei tot 30 september van 11.00 uur tot 17.00 uur. Let op de riolen zijn gesloten op donderdag en vrijdag. Entree € 4,30

woensdag 20 maart 2013

MUSÉE DE LA VIE ROMANTIQUE

Museum van het romantische leven
Het is geen verrassing dat kunstliefhebbers in Parijs hun hart op kunnen halen. Zoals iedere wereldstad, heeft ook Parijs altijd kunstenaars, artiesten en gelukzoekers uit alle uithoeken van de wereld aangetrokken. Ook uit Nederland. Een van die Nederlandse kunstenaars die naar Parijs trok was Ary Scheffer (1795-1858). De kunstschilder werd geboren op 10 februari 1795 in Dordrecht, als zoon van Johann Bernhard Scheffer en Cornelia Lamme, beide kunstschilder van beroep. Via Den Haag, Amsterdam en Brussel kwam hij uiteindelijk in Parijs terecht.
 
Het idyllische Hôtel Scheffer-Renan nu het Musée de la Vie Romantique
En hier in Parijs is hij nog steeds niet vergeten. Er is zelfs een straat naar hem vernoemd, (rue Scheffer in het 16de arrondissement) en hij heeft min of meer een eigen museum: het Musée de la Vie Romantique. Ary Scheffer stond volop in de romantiek, een stroming die zich aan het einde van de 18e en 19e eeuw, volop liet gelden in de kunst en het intellectuele leven. Parijs was de hoofdstad van de romantiek, waarin de overwaardering van de rationele zijde van de mens werd aangevallen. Het was een reactie op de toenemende rationalisering en wetenschap, een periode die wel ook wel kennen als de 'Verlichting'.

Het museum, gewijd aan de romantische stroming en haar culturele uitingen, ligt aan de Rue Chaptal 16, in het negende arrondissement. Niet toevallig, want de kunstschilder woonde hier zijn hele Parijse leven. Het hoofdgebouw stamt uit 1830. Een groot deel van het museum is dan ook weer in oude staat teruggebracht. De wat stoffige kamers, volop opgeluisterd met schilderijen, kandelaars, spiegels en meubels, ademen de sfeer van de 19e eeuw. Het is niet moeilijk om u voor te stellen hoe de schilder hier woonde, werkte en genoot van het Parijse leven.
 
George Sand

Daar had hij dan ook alle redenen toe, want hij was bekend en geliefd in de stad. Samen met zijn dochter organiseerde de kunstschilder 'salons' op de vrijdagavond, waar tal van beroemdheden aanschoven. Scheffer kon onder andere Markies de Lafayette, Franz List en Chopin op zijn vriendenlijstje bijschrijven. Deze laatste heeft hij drie keer geportretteerd. Ook Charles Dickens, zangeres Pauline Viardot en George Sand maakten regelmatig hun opwachting aan de Rue Chaptal. George Sand, pseudoniem van Amandine Lucile Aurore Dudevant, geboren Dupin, was een Frans schrijfster. Ze schreef romans, novelles, sprookjes, toneelstukken en politieke teksten.
 
Een deel van het museum is dan ook gewijd aan haar opmerkelijke leven en carrière. In drie kamers worden voorwerpen en schilderijen bewaard die iets van doen hebben met het leven van de schrijfster én feministe avant la lettré. Familieportretten, juwelen en unieke voorwerpen, die ze tijdens haar leven verzamelde, worden tentoongesteld op de begane grond van het museum. Een van deze objecten is een gipsafgietsel van de linkerhand van Chopin, een goede vriend van de schrijfster. Kortom: La Musée de la Vie Romantique is een hommage aan de romantiek als stroming. Een leuk museum voor kunstliefhebbers, maar ook voor mensen die houden van de rommelige sfeer van lichte vergane glorie.
 
Parijs is vanuit Nederland nooit ver weg, maar met de website Uitmetkorting.nl is de stad van de romantiek wel heel dichtbij. Boek een vliegreisje naar Parijs en reserveer sowieso een middag voor een bezoek aan de Rue Chaptal 16. Het museum is tot 2 juni slechts deels geopend vanwege renovatiewerkzaamheden. Vanaf 4 juni is het museum compleet vernieuwd en weer volledig toegankelijk.
Musée de la Vie Romantique, Hôtel Scheffer-Renan, rue Chaptal 16, 9e arrondissement, Metro Saint Georges, Pigalle, Blanche, Liège.


woensdag 13 maart 2013

INTOUCHABLES

De Franse film Intouchables behoeft geen introductie. Ik denk dat er weinigen onder u zijn die de film niet gezien hebben.  Het verhaal is geheel  in Frankrijk en met name in Parijs opgenomen en werd een ware hit.  Bijna twintig miljoen Fransen en even zoveel overige Europeanen gingen in 2011 en 2012 naar de bioscoop om de komedie Intouchables te zien. Het is een van de best bezochte Franse films ooit en trok meer bezoekers dan Titanic. In Duitsland alleen al gingen vijf miljoen mensen naar het theater.
 
 
Echter wat weinigen van u weten is dat de film voor het overgrote deel is opgenomen in de ambtswoning van de Nederlandse ambassadeur in Parijs; het voormalige hôtel d'Avayray. Met toestemming van de toenmalige Nederlandse Ambassadeur Siblez werd Intouchables opgenomen in het chique pand, daterend uit 1723, gelegen aan de smalle en levendige rue de Grenelle 85 in het zevende arrondissement.
Ambtswoning Nederlandse Ambassadeur in Parijs
Een rondleiding door de ambtswoning is een feest van herkenning.  Eenmaal door de grote poort zie je de rechthoekige binnenplaats waar 'Driss' ,gespeeld door Omar Sy, met piepende banden de nodige hoeveelheid grind verplaatst met de Maserati van 'Philippe Pozzo di Borgo' gespeeld door Francois Cluzet.  De begane grond beschikt over drie grote ontvangstzalen waaronder La Biblothèque, waar het sollicitatiegesprek plaatsvindt  met Driss, Philippe en de prachtige roodharige secretaresse Magalie (Audrey Fleurot), met wie Driss schaamteloos aan het flirten is. Ook het klassieke privéconcert ter ere van Philippe's verjaardag en de dansscène, waarin Philippe vanuit zijn rolstoel kennismaakt met de muziek (Earth, Wind & Fire) van Driss,  is opgenomen op de begane grond van de residentie.  De beelden van de slaapkamer en de badkamer van Driss zijn elders gedraaid. Zo ook de dakterrasscène met uitzicht op de  150 jaar oude Cathédrale d'Alexandre-Nevsky in het achtste arrondissement.
La Biblothèque, waar het sollicitatiegesprek plaatsvindt met Driss (Omar Sy)
De Nederlandse Ambassade kreeg enkele tienduizenden euro's voor het filmen op de locatie. Kort na de opnames van Intouchables diende de residentie nogmaals als decor voor twee Franse films: 'Le Capital' en 'Haute Cuisine'. In de laatstgenoemde film moest het statige pand doorgaan voor de ambtswoning van de Franse president; het Elysée.
Philippe's personal assistant Magalie (Audrey Fleurot)
De echte woning van de Aristocraat Philippe Pozzo di Borgo stond in de rue de l'Universite in Parijs. Hij is een telg van een beroemde adellijke familie en kleinzoon van een van de grondleggers van het Franse concern van luxeproducten LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy). In 1993 breekt hij zijn nek als hij neerstort tijdens het paragliden. Intouchables is de verfilming van zijn  autobiografie: 'Le Second Souffle' (De tweede adem) die hij acht jaar later schrijft. Hij beschrijft hoe zijn vrouw Beatrice drie jaar na zijn ongeval bezwijkt aan kanker en hij, directeur van het exclusieve champagnemerk Pommery, in een depressie belandt. Het is zijn thuishulp, Abdel Yasmin Sellou, die hem er weer bovenop helpt. Deze Algerijn komt uit een achterstandswijk van Parijs. Tussen de twee mannen ontstaat een hechte vriendschap.
Dansscene van Driss (Earth Wind & Fire)

In een interview met het NRC geeft Pozzo di Borgo het volgende antwoord op de vraag wat hem zo aantrok in Abdel, de onaangepaste Noord-Afrikaan: "Ik koos Abdel niet om hem als ex-gevangene een tweede kans te geven of iets dergelijks. Hij leek me gewoon de beste kandidaat. Hij kwam ook niet met een romantisch idee bij mij. Voor hem was ik de jackpot. Pas na de dood van mijn vrouw ontstond er vriendschap. Ik kwam erachter hoe wild hij was. Ik heb meerdere malen de politie op bezoek gehad. Kwamen ze bij mij thuis om te vragen of ik die Abdel kende. Moesten ze eerst zes chique salons door om uiteindelijk een invalide man in een bed te vinden. Tegen die tijd waren ze wel afgekoeld. Ik zei gewoon dat ik niet wist waar ze het over hadden. Ik ben dol op het verhaal van Abdel. Hij redeneerde zo: de wereld is keihard, waarom zou ik dan een heilige zijn?"
Philippe Pozzo di Borgo & Abdel Yasmin Sellou
Abdel nam zijn vriend Philippe verschillende malen mee op reis naar Marokko. De Algerijn is er getrouwd en kreeg drie kinderen. Ook Philippe werd verliefd op een Marokkaanse, Khadija en woont nu met haar in Marokko op platte land bij Essaouira. Haar familie verzorgt hem nu.
Philippe Pozzo di Borgo; "Ik heb eens op de Marokkaanse tv gezegd: als we de rijkdom van het westen konden combineren met de vriendelijkheid van de Oriënt, was er niemand meer gehandicapt".
Film Photo's: Courtesy of Gaumont - QUAD Production

zondag 10 maart 2013

ONBEKEND MARAIS

In de lente is de aantrekkingskracht van Parijs het grootst. Het is het seizoen van bloeiende bomen vol met fris lentegroen. tijd om je heerlijk te koesteren in de zon op de terrassen buiten op de trottoirs of gewoon heerlijk languit op de bankjes in het park.  Een groot deel van de twintig miljoen bezoekers van de stad komt in de lente. Zelf geniet ik van mijn zojuist gekochte verse croissants op een bankje op het square Jean XXIII achter de Notre Dame. Voor mij, de bijna duizendjarige Notre Dame met haar indrukwekkende zuilen en steunberen. Al jaren de inspiratiebron voor romans en legenden, toen Parijs nog als een groot dorp aan haar voeten lag. Hier begint vandaag mijn wandeling op wat vroeger nog een weiland was vol met populieren, waar de 'Ludoviciens' hun vee liet grazen; het Île Saint Louis een samenvoeging van het vroegere Île aux Vaches en het Île Notre-Dame.
 
Square Jean XXIII met de bijna duizendjarige Notre Dame met haar indrukwekkende zuilen en steunberen

Aan het eind van de 17de eeuw begon men hier weelderige hôtels (herenhuizen) neer te zetten, die allen een onderaardse trap hadden naar een deurtje aan het water. Bij de pont Saint Louis daal ik af naar de Seine naar de punt van de quai de la Bourbon. Daar heb je een prachtig uitzicht over de Seine en een fraai doorzicht onder drie bruggen: de pont d'Arcole, pont de Notre Dame en de pont au Change. Nog altijd is het Île Saint Louis een dorp midden in de stad. Hier heerst een haast provinciaalse rust. Het lijkt zelfs of de bewoners en de middenstanders anders zijn dan elders in de stad, hartelijker, vriendelijker.
Île Saint Louis gezien vanaf de Seine met op de voorgrond Pont de Sully

Voor ik de oversteek maak naar de Marais loop ik langs de Seine over de quai de Bourbon. De lentezon streelt de goudbruine gevels van een rij prachtige hôtels die ooit toe hebben behoort aan grote Franse geslachten. Op nummer 19 het hôtel de Jassaud (het mooiste pand van de kade) waar Camile Claudel, een Frans beeldhouwster, (zij speelde een belangrijke rol in het leven van de beeldhouwer Auguste Rodin) haar atelier had. Iets verderop, aan de quai d'Anjou op nummer 17, het hôtel Lanzun, ooit eigendom van de graaf van Lanzun. De dichters Charles Baudelaire en Théophile Gautier huurde hier hun kamers. Het pand was ook beroemd door de Club des 'Hachichins' of te wel de club van hasjrokers en dat in de 17de eeuw. Iets verder stroomopwaarts, in de knik die de kade op de kop van het eiland maakt, een van de mooiste herenhuizen van Parijs: het hôtel Lambert, gebouwd in 1640.

Quai d'Anjou - hôtel Lambert

Beroemdheden waaronder Chopin en Voltaire maar ook de Franse filmactrice Michèle Morgan hadden hier hun residentie. Het fraaie herenhuis is nu in het bezit van Prins Abdullah bin Khalifa al-Thani, de broer van de emir van Qatar. In 2007 hebben ze hier maar liefst 80 miljoen euro voor betaald aan de familie van Guy en Marie-Hélène de Rothschild. Geniet wederom van een prachtig uitzicht over de Seine vanaf de square Barye, het enige overblijfsel van een voormalige terrasvormige tuin aan de oostpunt van het eiland. Naar het schijnt kwam de kroonprins, de toekomstige Lodewijk XIII hier graag naakt zwemmen. En ook heden ten dage tref je hier veel zonaanbidders aan, die het heerlijk vinden om naakt te zonnen. We blijven de Seine volgen via de quai de Béthune vol met elegante herenhuizen. Op nummer 24 stierf President Georges Pompidou. We vervolgen onze weg via de quai d'Orleans met op nummer 18 het zeer fraaie hôtel Rolland.

Square Barye; naar het schijnt kwam de kroonprins, de toekomstige Lodewijk XIII hier graag naakt zwemmen. En ook heden ten dage tref je hier veel zonaanbidders aan
 
We hebben nu een rondje gemaakt rondom het Île Saint Louis om vervolgens de oversteek te maken via de pont Louis Phillippe naar de rue des Barres (baliestraat). Volgens mij een van de mooiste straatjes van Parijs. Halverwege de straat waar het niveau het hoogst is, staat een somber portaal met verweerde zuilen en een deur, die toegang geeft tot de Saint Gervais-saint-Protais. Een sobere, maar dankzij het gefilterde zonlicht door de gebrandschilderde ramen, een charmante en intieme kerk.
Een van de mooiste straatjes van Parijs: de rue des Barres
Rechts de rue Grenier-sur-l'Eau naar de rue Geoffroy l’Asnier. Hier brandt sinds 1956 in een crypte een eeuwige vlam ter herdenking van de slachtoffers van de Holocaust. Het Mémorial de la Shoah in de Marais. Bij de ingang een stenen muur met daarop 76.000 namen. De namen van alle Franse joden die in de Tweede Wereldoorlog naar Duitse vernietigingskampen zijn gedeporteerd. Slechts een fractie van dit aantal keerde levend terug. Onder de 76.000 waren ongeveer 11.000 kinderen.
Mémorial de la Shoah: 76.000 namen
We keren terug naar de Seine via de quai des Célestines naar een onbekend stukje Marais. Een stedelijke entiteit, gelegen tussen de rue Saint Antoine en de Seine. In de schaduw van de Jezuïetenkerk Église de Saint-Paul-Saint-Louis, gebouwd in 1627. We starten onze wandeling via de hoofdingang van de kerk met een aantal zeldzame schilderijen van de Franse schilder Delacroix. We nemen vervolgens de zijuitgang (links, als je met je gezicht naar het altaar staat) die uitkomt in de pittoreske passage Saint Paul. Sinds de 18e eeuw is dit straatje nauwelijks veranderd. Links en rechts nog de stenen paaltjes die de voetgangers moesten beschermen tegen de koetsen. De uitgang is ter hoogte van de rue Saint Paul nummer 45 waar we rechtsaf gaan.
De pittoreske passage Saint Paul met achterin de ingang naar de kerk
Achter de huizen van deze straat, die in 1350 al een begrip was, ligt het best bewaarde geheim van de Marais: Le Village Saint Paul. Een netwerk van gangen en prachtige binnenpleintjes die met elkaar zijn verbonden. In deze oase van rust vind je een keur van antiquairs, brocanteries, galeries, design- en rariteitenwinkeltjes, zo'n 80 in getal. Van 1361 tot 1559 was dit de woonplaats met tuinen van Karel V. Je komt binnen via de cour Rosé en je loopt via allerlei kleine doorgangetjes tussen de huizen door naar de cour Violette, cour Orange, cour Verte en de cour Bleue. Ook 's avonds is het hier zeer aangenaam en romantisch. Village Saint Paul wordt ingesloten door de rue Saint Paul, rue de l'Avé Maria, rue des Jardins Saint Paul en de rue Charlemagne. Het is aan de Franse minister van Cultuur, André Malraux te danken, dat we nog steeds kunnen genieten van dit stukje cultureel erfgoed. In 1962 werd de Marais in zijn geheel beschermd gebied: ISMH, wat staat voor 'Inventaire Supplémentaire des Monuments Historiques'. 
Op weg naar Village Saint Paul
In de rue des Jardins Saint Paul zijn nog duidelijk restanten te zien van de stadsomwalling van Filips Augustus uit 1190. Een 70 meter lange muur onderbroken door twee torens. Loop langs de mooie fontein in de rue Charlemagne aan de achterkant van de kerk Saint Paul-Saint Louis en ga de smalle rue Eginard in. Een Joodse enclave uit de 17e eeuw. In de tuin, heerlijk voor een lunch met baguette en rode wijn, staat een ontroerend beeld van een Joodse vader met zijn drie zonen, omgekomen in Auschwitz. Onder het dorp Saint Paul, in de keldergewelven uit de 16e eeuw, ligt de verwarrende wereld van illusies en de magie op je te wachten in het verrassende Musée de la Curiosité et de la Magie. Ingang rue Saint Paul nummer 11. Want ook in de lente is er wel eens een regenachtige dag.
 
Top 10 uit eten in de Marais (bron Eye Witness Travel)

1: L'Ambroisie - Frans (€€€€€) Place des Vosges 9
2: Gli Angeli - Italiaans (€€) rue Saint Gilles 5
3: Patisserie Carette - salades & sandwiches (€) Place des Vosges 25
4: Au Vieux Chêne - bistro, Franse keuken (€€€) rue Dahomey 7
5: La Gazetta - fusion (€€€) rue de Cotte 29
6: Breish Café - crêperie (€€) rue du Vieille du Temple 109
7: Le Baron Rouge - salades en kaasplanken (€) rue Théophile Roussel 1
8: Chez Paul - bistro klassiek (€€) rue de Charonne 13
9: Unico - Argentijns (€€€€) rue Paul Bert 15
10: L'As du Fallafel - Joods (€) rue des Rosiers 34
 
€ indicatie voor een driegangen menu, inclusief huiswijn, per persoon
€ = <<€ 30
€€ = € 30 - € 40
€€€ = € 40 - € 50
€€€€ = € 50 - € 60
€€€€€ = >€ 60


dinsdag 5 maart 2013

LOUIS VUITTON - LOCK-IT

Nog altijd komen bij de eerste zonnestralen van het jaar, allen die niet hoeven te werken voor de kost, naar de Seine toe. Zelf word Ik altijd heel gelukkig van het, in de eerste lentezon, lopen langs de Seinekades onder aan de Quai de la Tournelle en de Quai de Montebello. In Parijs verglijdt de tijd zoals het water van de Seine voortkabbelt tussen de met geschiedenis en emoties beladen oevers. Ik stop even onder de Pont de l'Archevêché (de Aartsbisdomsbrug) De brug verbindt het 4e arrondissement, bij het Île de la Cité, met het 5e arrondissement. Als je maar lang genoeg wacht hoor je links en rechts het plonzen van sleutels die vanaf de brug in de Seine gegooid worden. Verliefde stelletjes bezegelen zo hun 'eeuwige' liefde voor elkaar. Heerlijk... het wordt weer lente.
 
'Ho Voglia De Te' (Ik wil jou) - Photo courtesy of Roland van den Broek

Als ik naar boven kijk, naar de brug gebouwd in 1828, lijkt die bijna te bezwijken onder de inmiddels duizenden hangsloten, vastgeketend aan de hekken. Bij het hangslot hoort een prachtig liefdesverhaal. In Frederico Moccia’s boek 'Ho Voglia De Te' (Ik wil jou), 1,1 miljoen verkochte exemplaren, wordt beschreven hoe de hoofdpersonages – volgens een oud gebruik – elkaar eeuwige liefde zweren  door aan de Milvio burg in Rome een hangslot vast te maken en de sleutels in de Tiber te werpen. Zo zouden zij zijn gezegend met de eeuwige liefde. En dat, wilden sindsdien wel meer stellen. Sinds het eerste hangslot in Rome in 2007 – de desbetreffende brug heeft het inmiddels bijna begeven – is deze romantische rage over de hele wereld getrokken. Ook in Verona, Budapest, Keulen, Venetië, en Sevilla hangen bruggen vol met grote en kleine sloten.
Pont de l'Archevêché
Het kon natuurlijk niet uitblijven dat 's werelds grootste koffermaker Louis Vuitton een juwelenlijn heeft gemaakt geïnspireerd door de duizenden hangsloten aan de Pont de l'Archevêché en de Pont des Arts in Parijs. Deze 15-delige sieradenlijn van  Louis Vuitton Joaillerie, heeft de mooie naam van Lock-it meegekregen. Kettingen, ringen en armbanden, versierd met… een hangslot. Tja,, dat lijkt op het eerste gezicht wellicht een stuk minder romantisch dan een mooi hartje, wat verliefde duiven of een kleine cupido hanger. Maar niets is minder waar. De hangslotjes met Louis Vuitton’s logo er op zijn al wel langer bekend door de verschillende tassen en koffers waar er eentje aanhangt. Maar in de 'Lock-it Collection' wordt dit slotje samengevoegd met wit, rosé of geelgouden kettingen, ringen en armbanden. Sommige zelfs volledig omhuld met diamanten. De collectie zal vanaf het voorjaar van 2013 te koop zijn in alle Louis Vuitton winkels.
Louis Vuitton Lock-it - Photo courtesy of Skylar Williams
Geschiedenis:
In 1837 begon Louis Vuitton als leerling bij een een ambachtelijke bagage- en koffermaker voor de Franse elite. In 1852 kreeg hij bekendheid door de koffers die hij maakte voor Keizerin Eugénie de Montijo, de vrouw van Napoleon III en verwierf zo de middelen om in 1854 zijn eigen boutique te openen aan de rue Neuve-des-Capucines 4, in de buurt van Place Vendôme. De industriële revolutie aan het einde van de 19e eeuw en de uitvinding van de stoommachine zorgden er voor dat mensen meer gingen reizen. Dit versterkte de ontwikkeling van de bagagelijn van Louis Vuitton. Koffers van leer en waterdicht doek die gestapeld konden worden, speciaal ontworpen om het reizen zo aangenaam mogelijk te maken.  
De 'Lock-it Collection' : Sommige zelfs volledig omhuld met diamanten. Photo courtesy of Louis Vuitton
Toen Louis Vuitton in 1892 overleed, volgde zijn zoon Georges hem op als hoofd van het bedrijf. In 1900, ontstond het idee om alle koffers te voorzien van een monogram bestaande uit de initialen L & V gestyled met bloemen en sterren. Tot op de dag van vandaag is dit het logo van het bedrijf. Aan de vooravond van de eerste Wereldoorlog opende Georges Vuitton de grootste winkel in reisbenodigdheden ter wereld aan de Champs Élysées in Parijs. Een van de afstammelingen van de stichter, Odilye Vuitton, en haar echtgenoot Henri Racamier, zorgden in 1977 voor multinationale expansie van het merk. De jaren tachtig werden gekenmerkt door de oprichting van LVHM; een partnership tussen Louis Vuitton, Moët en Hennessy, 's werelds eerste luxe goederen groep. Aan het eind van de jaren negentig werd het label uitgebreid met kleding. Sindsdien heeft Louis Vuitton confectiekleding, schoeisel, luxe accessoires en een juwelenlijn.
Photo courtesy of Skylar Williams
Dit alles is te danken aan de creatieve geest van Marc Jacobs, creatief directeur van Louis Vuitton sinds 1997. Hij is gezichtsbepalend voor de avant-gardistische visie en de hedendaagse stijl van een van de grootste bedrijven in fashion van de 21e eeuw. Niets mooier dan deze blog te eindigen met zijn visie:  
What is a journey?
A journey is not a trip
It's not a vacation
It's a process, a discovery
It's a process of self- discovery
A journey brings us face to face with ourselves
A journey shows us not only the world
but how we fit in it
Does the person create the journey
or does the journey create the person?
The journey is life itself
Where will life take you?