Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

zondag 21 augustus 2016

HET PARIJS VAN DE GROENE FEE

Metrolijn 1 brengt mij naar het Station Saint Paul in de Marais voor mijn afspraak met de 'Groene Fee', wonend aan de rue d'Ormesson 11. Ik steek de drukke rue Saint-Antoine over, die als het ware het vierde arrondissement dwars door midden deelt. Het was vroeger de hoofdstraat van de Marais en eeuwenlang de breedste straat van Parijs. Vervolgens de rue  de Sévigné. De eerste straat rechts is de rue d'Ormesson. Niet alleen bevindt zich hier een van de meest bijzondere lokaaltjes van Parijs, ook bevindt zich aan de overzijde een van de intiemste pleintjes van Parijs, de place du Marché-Sainte-Catherine. Hier stonden aan het einde van de 18e eeuw, de priorij en de kerk van Sainte-Catherine-du-Val-des-Écoliers, ooit gesticht door de sergeanten van de Koninklijke Garde (Les Sergents d'Armes de la Garde du Roi) ter herinnering aan de slag van Bouvines. Deze dependance verzorgde het kerkhof op de hoek van de rue Neuve-Saint-Pierre en de rue Saint Paul; het cimetière Saint-Éloi. Deze begraafplaats werd in 1791 gesloten, maar de graven zijn nooit overgebracht,  zodat de geesten van bekende personen er nu nog steeds ronddwalen. De man met het ijzeren masker, Jean Nicot aan wie wij het woord nicotine te danken hebben en Madeleine Béjart, de maîtresse van Molière.

Place du Marché-Sainte-Catherine verborgen in de Marais

Het pleintje, een van mijn lievelingspleintjes, is een paar jaar geleden geheel voorzien van een nieuwe bestrating en vrijwel afgesloten voor het autoverkeer. Hier is het heerlijk toeven op de bankjes onder de bomen of op de terrassen van de diverse restaurants die het plein omzomen. Ik ben te vroeg voor mijn afspraak dus ik neem plaats op een van de bankjes en geniet meteen van een man, rustig tekenend in zijn schetsboek. Heerlijk, ik zou willen dat ik zo goed kon tekenen. Ik probeer zijn zichtlijn te volgen, hou mijn vinger omhoog zoals hij zijn kroontjespen. In mijn ooghoek zie ik het rolluik bij de nering van mijn 'Groene Fee' omhoog gaan. Vert d'Absinthe staat er boven de deur en in de deuropening niet Kylie Minogue maar Monsieur Luc-Santiago Rodriguez.

Ik geniet meteen van een man, rustig tekenend in zijn schetsboek

Het laatste gebied enige uitleg. In mijn blog neem ik u mee naar de wereld van een verraderlijke verleidster. Kylie Minogue verbeelde de Groene Fee in de film Moulin Rouge van Baz Luhrman die zich afspeelt in de 'poel des verderfs', Montmartre, in het midden van de 19e eeuw, de komst van de absint. In 1830 was onder de in Algerije gelegerde Franse militairen, die door malaria en dysenterie werden gekweld, behoefte ontstaan aan zuiver drinkwater. De oplossing bestond uit de toevoeging van absint aan het verontreinigde water. Deze zuiveringsmethode werd door de soldaten dermate gewaardeerd dat ze na thuiskomst in hun café om absint vroegen. Met name in Parijs deden de boulevardcafés goede zaken met de verkoop van het aperitief aan militairen. Hun enthousiasme sloeg over op de burgerij, waarmee het 'Groene Uur' was geboren: van vijf tot zeven in de vooravond was de lucht op de boulevards doordrongen van de geur van de Groene Fee.

Monsieur Luc-Santiago Rodriguez eigenaar Vert d'Absinthe

Eeuwenlang kwam drinken in een openbare gelegenheid in Parijs neer op een bezoekje aan een 'marchand de vin', een wijnkoopman die doorgaans alleen witte en rode wijn verkocht en als je geluk had een 'marc', een distillaat uit de schillen en pitten van geperste druiven. Kroegen in de volksmond bekend met termen als bibine, boc, bouchon, bouf-fardière, bousin, cabermon, cabremont, cargot of een abreuvoir waren niet meer dan een drankhol waar men alle vormelijkheid kon laten varen. De assommoir, een zaak om buiten westen te raken of een estaminet  weer een treetje hoger. De kroegen rond de hallen hadden een speciale ontheffing van de normale sluitingstijd - twee uur 's nachts - die voor de gehele stad gold. Er waren twee ruimtes, waarvan de voorste was voorzien van twee zinken togen en een lange houten bank, terwijl het achterzaaltje alleen toegankelijk was voor stamgasten. Vaak kon je kiezen uit drie glasformaten; monsieur (groot), mademoiselle (klein) en misérable (een vingerhoedje). Sommige kroegen hadden een bordeel in het achterzaaltje, sommige verstrekten leningen tegen woekerrentes. Cafés bij de Hallen gaven marktvolk 's nachts krediet dat om tien uur 's morgens, wanneer de arbeiders hun loon kregen, weer moest worden terugbetaald.

Het 'Groene Uur'; van vijf tot zeven in de vooravond

Ondertussen werden de wijngaarden geteisterd door Phylloxera, de druifluis. Absint werd hierdoor mede populair als een betaalbaar alternatief voor schaarse en dure wijn. In de jaren die volgden werd in bijna iedere Franse provinciestad een absintstokerij opgericht. Maar de vaak overmatige alcoholconsumptie in de avonduren, op de drempel van de twintigste eeuw, bezorgde de Groene Fee een slecht aanzien. De groene kleur van absint was afkomstig van chlorofyl, uit een extract van bladeren van Artemisia Pontica, citroenmelisse, hyssop en soms veronica. Daar kwam bij dat onzorgvuldig gestookte absint methanol kon bevatten en vaak gekleurd werd met metaalverbindingen (het giftige koper en indigo), met blijvende schade aan het centrale zenuwstelsel als mogelijk gevolg. Absint zou waanzinnig maken en een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. De oorzaak daarvan zou voornamelijk in het terpeen thujon zijn gelegen.

De Fee een belangrijke bron van artistieke inspiratie (affiches uit de Belle Epoque)

De Fee zou een belangrijke bron van artistieke inspiratie zijn. Deze veronderstelling heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de mythe rond de hallucinerende effecten van absint. Vincent van Gogh zou er zijn gele periode aan te danken hebben. In de tweede helft van de negentiende eeuw waren de impressionisten, alsook de symbolistische schilders en dichters, de illustere minnaars van de Groene Fee in de Parijse café's. Ze putten inspiratie uit haar, hielden van haar gezelschap tijdens hun felle kroegdiscussies of hun momenten van reflectie, en maakten haar soms tot thema van hun werk. Beroemde absintdrinkers waren Paul Gauguin, Henri de Toulouse-Lautrec, Charles Baudelaire, Guy de Maupassant, Édouard Manet, Oscar Wilde, Paul Verlaine, Edgar Allan Poe. Diversen van hen, zoals Edgar Degas, Édouard Manet en ook Henri de Toulouse-Lautrec vereeuwigden de absintdrinkers op hun schilderijen.

 Absint zou waanzinnig maken en een bedreiging vormen voor de volksgezondheid

Nadat de Fee schuldig was bevonden aan de moord van de Zwitser Jean Lanfray op zijn hele gezin, liet in diverse landen het verbod op absint, aan het begin van de twintigste eeuw, niet lang op zich wachten. Tot die landen behoorden Zwitserland, België en Nederland. Frankrijk volgde definitief in 1915, toen de minder goede prestaties van de frontsoldaten werden toegeschreven aan de schadelijke werking van de Groene Fee.

Zwitserland verbood het gebruik van absint in 1910, Frankrijk in 1915

Ruim een eeuw daarvoor, in 1798, stichtte likeurstoker Henri-Louis Pernod, samen met een vertegenwoordiger in kant Daniel-Henri Dubied, een absintdistilleerderij in het Zwitserse Couvet (Val-de-Travers). Het huis Dubied Père & Fils begon als eerste met het commercieel produceren van absint. Maar waar kwam het recept vandaan? Dubied zou het gekocht hebben van ene Henriette Henriod uit Couvet, die het voorschreef ter behandeling van vrouwenkwalen. Er werd ooit gedacht dat zij het had overgenomen van de Franse arts Pierre Ordinaire, die te paard door Zwitserland trok om zijn panacee te slijten, maar dat is niet aannemelijk omdat het recept al halverwege de achttiende eeuw in Zwitserland bekend was, terwijl Ordinaire er pas vanaf 1771 verbleef. Bovendien zou hij zijn drank niet uit de Grote Absint (Artemisia absinthium) hebben vervaardigd, maar uit cichorei. De oorsprong van het aperitief van Pernod & Dubied blijft daarmee onduidelijk; het is het begin van een mythe.

Het kleine winkeltje staat vol met gebruiksartikelen behorend bij een bijzonder ritueel

Omdat het grootste afzetgebied zich aan de andere kant van de grens bevond, en de invoerrechten aardig konden oplopen, vestigde Pernod zich in 1805 te Pontarlier. Het door hem gestichte huis 'Pernod Fils' zou uitgroeien tot de wereldmarktleider in absint, al zou het nog een kwart eeuw duren eer de absint meer werd dan de streekdrank van Franche-Comté en Frans-Zwitserland.

Absint heeft ook nog bijgedragen aan een bijzondere ontdekking. Op een stralende zomerdag in 1901 maakte André Berthelot - zoon van de beroemde chemicus Marcelin Berthelot - een wandeling naar de bron van de rivier de Loue. De Loue ontspringt in een donkere grot aan de voet van een duizelingwekkende, U-vormige rotswand, even ten noordwesten van Pontarlier. Tot zijn grote verbazing merkte hij op dat het water die dag de kleur en de geur van absint had. Hij proefde ervan, en inderdaad, uit de bron vloeide niets anders dan het populairste aperitief van zijn tijd. Wat bleek, twee dagen eerder was de Pernodfabriek in de garnizoensstad Pontarlier ten prooi gevallen aan een uitslaande brand, veroorzaakt door een blikseminslag. Om een ramp te voorkomen hadden de medewerkers alle opgeslagen absint in de rivier de Doubs laten stromen. Men spreekt van een miljoen liter. De soldaten schepten hun aperitief uit de rivier met hun helm. En Berthelot had met zijn ontdekking een oud raadsel opgelost: het water uit de karstbron* van de Loue (*een bron waar een rivier na een ondergrondse loop weer aan de oppervlakte komt) bleek afkomstig van de Doubs. Zij ontspringt bij het dorp Mouthe in de Franse Jura, dicht bij de grens met Zwitserland.

Het suikerklontje begiet je uiterst voorzichtig en tergend langzaam met een heel fijn straaltje ijswater uit een karaf

De stevige handdruk van Monsieur Rodriguez, de eigenaar van Vert d'Absinthe, doen het beeld van Kylie Minogue onmiddellijk verdwijnen. Het kleine winkeltje hangt vol met prachtige posters uit de Belle Epoque, flessen Absint met de mooiste etiketten, glazen, speciale lepeltjes en schitterende karaffen. Het drinken van Absint doe je niet door gewoon het glas te heffen en te slikken, er gaat een heel ceremonieel aan vooraf. Vóór dat het eerste slokje wordt genomen, bekijk je eerst aandachtig het etiket van de fles, om vervolgens je neus toestemming te geven aan de fles te ruiken. Als voorspel stroomt een sterke anijsgeur je hersenen binnen. Na het uitroepen van oh en ah, giet je de groene godendrank voorzichtig in het daarvoor bestemde glas. Naast mijn glas ligt een prachtig vormgegeven zilveren lepeltje dat ik vervolgens heel voorzichtig op mijn glas leg. Het zogenaamde absintlepeltje zit vol met gaatjes. Op het lepeltje komt een klontje suiker te liggen. Het klontje begiet je uiterst voorzichtig en tergend langzaam met een heel fijn straaltje ijswater uit een karaf. Wanneer het klontje verzadigd is, valt het uiteen om zich vervolgens te mengen met de groen godendrank in het glas. Door de ijle dans van suiker, water en absint verspreid zich een heerlijke kruidengeur van anijs en venkel. Bij de eerste slok die mijn gehemelte streelt denk ik aan 'mijn Groene Fee'. De 70% alcohol in mijn slokdarm brengen mij weer snel terug naar de werkelijkheid.

Bij de eerste slok die mijn gehemelte streelt denk ik aan 'mijn Groene Fee'

Ben je 's middags in de buurt van de rue Ormesson, tussen vijf en zeven uur, bedenk dan dat het l'heure verte is en breng een bezoek aan deze bijzondere winkel. Geopend van dinsdag t/m zaterdag van 12.00 uur tot 19.00 uur. Er is witte en groene absint en de prijzen zijn vanaf € 48 voor een 70 cl-fles.
A votre santé.

Bronnen:
WikipédiA, De Groene Fee, 
'Het andere Parijs,stad van het volk' Luc Sante, uitgeverij Polis, ISBN 978 94 6310 114 1
€ 24,95

Kylie Minogue als de Groene Fee in de film Moulin Rouge 

zondag 14 augustus 2016

CIMETIÈRE DE PASSY; DE NECROPOOL VAN DE ARISTOCRATIE

Elk boek wat ik in mijn bezit heb over Parijs begint met lyrische woorden, waarin de schoonheid van de stad wordt bezongen. De ene overtreffende trap na de andere; romantisch, legendarisch, groots, beroemd, overweldigend. Victor Hugo schreef in Les Miserables: "Alles wat ergens anders bestaat, bestaat ook in Parijs". Of Hemmingway: "Als je zo gelukkig bent om als jongeman in Parijs gewoond te hebben, dan blijft dat je voor altijd bij, waar je in je leven ook naar toegaat, want Parijs is een doorlopend feest". De stad waar het leven nooit stopt, dat is het Parijs van 'la vie continue'.
In de schaduw van de Eiffeltoren; cimetière de Passy, de necropool van de aristocratie
Maar er is ook nog een ander Parijs; verstild en tijdloos. Dat is het Parijs van de dodenakkers, waarbij schoonheid en verval, grafkunst en grafkitch hand in hand lijken te gaan. Parijs kent vele kerkhoven, oases van rust en schoonheid. Eindeloze rijen van grafkapellen met prachtige bronzen deuren en glas in lood. Bemoste granieten grafzerken, afgewisseld met glanzend marmeren grafstenen, waar het verdriet nog voelbaar is. Grafkelders bewaakt door de mooiste beelden, vaak van wenende vrouwen, uitgevoerd in marmer of brons of gewoon uitgehouwen in steen. Boven aan de deur van deze 'minikerkjes' staat de naam van de familie gegraveerd. Soms staat de deur gewoon op een kier of kun je door de kleine raampjes naar binnen gluren. Een stoffig interieur met een klein altaar altijd voorzien van een kruisbeeld, omgevallen kandelaars en twee vergane bidstoeltjes. In een vaas een verwelkt boeket of plastic rozen.
De familiegrafkelder van de Comte en Comtesse Delaire Cambacérés
De bekendste kerkhoven van Parijs zijn natuurlijk Père Lachaise in het 20e arrondissement, cimetière Montmartre in het 18e en cimetière du Montparnasse in het 14e. Afgelopen weekend ontdekte ik in de schaduw van de Eifeltoren een voor mij onbekende dodenakker. Verscholen achter hoge muren, verheven boven place du Trocadéro ligt de kleine begraafplaats van Passy; de cimetière de Passy. Bekende personen die hier begraven liggen zijn o.a. Bảo Đại, laatste keizer van Vietnam, Claude Debussy, componist, Édouard Manet, kunstschilder, Fernandel, de Franse komiek en Leila Pahlavi, die in 2001 een einde maakte aan haar leven, in een Londense hotelkamer. Zij was de dochter van de Sjah van Iran en ligt begraven in de buurt van haar grootmoeder Farideh Diba. Dit kerkhof werd geopend in 1820 en werd al snel de necropool van de aristocratie.
Altijd bedekt met bloemen het graf van prinses Leila Pahlavi
Wandelen over deze Parijse dodenakker is meer dan een ontdekkingstocht van versteend verdriet. Alle graven hebben zo hun eigen verhaal. De een leeft voort door zijn schilderkunst, films, boeken en muziek. De ander blijft in herinnering, bekend of onbekend. De bloemen en kleine gedenksteentjes geven aan dat zij in ieder geval niet onopgemerkt zijn gebleven.
Wandelen langs versteend verdriet
De Nederlander Andy Arnts heeft een aantal series gemaakt over het 'onvergankelijk Parijs', waar hij op verschillende Parijse begraafplaatsen op zoek gaat naar verhalen over bekende en minder bekende personen uit de Franse geschiedenis. Klik hier voor zijn filmimpressie over de begraafplaats van Passy.
Grafkelders, kleine minikerkjes vaak bewaakt door de mooiste beelden

Cimetière de Passy, rue du Commandant Schlœsing 2, 16e arrondissement, metro Trocadero. Alle dagen geopend van 8.00 uur (zondag 08.30 uur) tot 18.00 uur. Klik hier voor een kaart met de namen van alle beroemde graven.

zondag 7 augustus 2016

COLLECTIF LES MORTS DE LA RUE

In de kolom kennismaking naast mijn wekelijkse blog komt de volgende zinsnede voor: 'Mijn blogs bevatten de observaties van een nieuwsgierige reiziger die het Parijs van de Parijzenaars wil leren kennen en steeds op zoek gaat naar de couleur locale'.
Die couleur locale heeft helaas ook een lelijke kant; de honderden sterfgevallen onder de daklozen van Parijs.

Een triest record: 2015 - 497 mannen en vrouwen stierven op straat

Jarenlang hoorden zij bij het geromantiseerde beeld van Parijs. Vastgelegd door bekende fotografen als Eugène Atget, Brassaï en Robert Doisneau. In de jaren dertig telde Parijs al zo'n twaalfduizend 'vagabonds', de eveneens geromantiseerde benaming voor clochards. Balzac noemde ze 'Peau de Chagrin', Atget sprak over Chiffonnier (lompenboeren), het Parijse stadsbestuur heeft een officiële benaming: S.D.F. 'Sans Domicile Fixe' of zoals wij zeggen; 'zonder woon- en verblijfplaats', de daklozen. Clochards zijn onlosmakelijk verbonden met het beeld van Parijs. Een roman of film over de stad is niet compleet als er niet ergens een clochard  in figureert. En in het straatbeeld zijn ze net zo talrijk als de monumenten. Parijs hoort bij de clochards net zoals de clochards horen bij het Parijse straatbeeld.

'Sans Domicile Fixe' of zoals wij zeggen; 'zonder woon- en verblijfplaats', 

De clochards zijn de bezitlozen, de armsten der armen. In de jaren dertig beschouwden de clochards het clochard zijn, als een beroep. Het verhaal doet nog steeds hardnekkig de ronde, dat vele clochards vrijwillig gekozen hebben voor dit bestaan. Weggevlucht uit de zware last van het dagelijkse bestaan. Een echte clochard is trots en staat op zijn vrijheid. Het hoort bij zijn levensopvatting dat hij niet gebonden wil zijn en geen verplichtingen erkent. De clochards hebben maar weinig nodig om van te leven. Ze struinen de markten af, waar ze genoegen nemen met het restafval. Van de weinige euro's die zij bij elkaar bedelen 'kopen' ze alcohol. Vaak rode wijn, want wijn voedt.  Om hun ellende te vergeten, drinken ze veel, heel veel, want alleen in beschonken toestand is het leven draagbaar.

Om hun ellende te vergeten, drinken ze veel, heel veel, want alleen in beschonken toestand is het leven draagbaar.

Toch, in de vele boeken over Parijs die ik in mijn bezit heb, wordt nauwelijks of geen aandacht besteed deze 'Sans Domicille Fixe'. Parijs kent ongeveer twintigduizend daklozen. Steeds meer mensen komen door schulden op straat te staan. En een welvarende stad als Parijs trekt ook veel professionele bedelaars aan uit het Oostblok. Je vindt de hele samenleving op straat: Zigeunerfamilies, losgeslagen jongeren, gescheiden mannen, alcoholisten, vluchtelingen, psychiatrische gevallen en ook steeds meer vrouwen.

Parijs kent ongeveer twintigduizend daklozen

Een keer per jaar worden in Parijs alle 'straatdoden' van Frankrijk plechtig herdacht door het 'Collectief Les Morts de la Rue' onder leiding van de Fransman Christophe Louis. Zijn collectief, opgericht in 2002, bestaande uit 150 vrijwilligers, voert actie voor daklozen, maar bekommert zich vooral om hen na hun dood. Dan wordt de begrafenis georganiseerd en nabestaanden worden opgezocht. "Toen we begonnen lag de gemiddelde leeftijd van een straatdode op 49 jaar", vertelt Christophe Louis in een interview aan Le Figaro. "Dat is nu 46 jaar. Drie jaar eraf, in tien jaar tijd. Dat gaat veel te snel".

Een keer per jaar worden in Parijs alle 'straatdoden' van Frankrijk plechtig herdacht

Zaterdag 18 juni 2016 was het weer zover. 497 daklozen waaronder 33 vrouwen, in 2015 op straat gestorven, werden herdacht bij de Fontaine des Innocents, hoe toepasselijk, aan de rue Saint-Denis. In 2014 stierven 513 daklozen op straat, in 2013 waren het er 453, in 2012 - 423, 2011 - 402 en in  2010 - 431. De stand tot en met eind mei 2016: 229 doden. Gelukkig ligt de gemiddelde leeftijd dit jaar weer iets hoger 48,7 jaar, maar met een gemiddelde leeftijd in Frankrijk van 80 jaar ruim 31 jaar te vroeg.

Zaterdag 18 juni 2016 was het weer zover. 497 daklozen waaronder 33 vrouwen, in 2015 op straat gestorven, werden herdacht bij de Fontaine des Innocents

Het hoofdkantoor van het Collectif Les Morts de la Rue bevindt zich in het 20e arrondissement aan de rue Orfila 72. Door hier te klikken komt u rechtstreeks op hun website als u een donatie zou willen doen.
Ook de Parijse RATP toont veel compassie voor “haar” clochards. Het Parijse vervoersbedrijf heeft speciale ordebewakers in dienst die ’s nachts de metrogangen afstruinen om de clochards, die zich hebben laten insluiten, na middernacht uit de metro te verwijderen. Deze nachtploegen, zogenaamde 'Outreach' teams, gaan met zaklantaarns de gangen in, nemen koffie, broodjes en sigaretten mee om het contact met de clochards te vergemakkelijken. Ze worden aangesproken met “mijnheer” en “u” en begeleid naar een gratis bus van de RATP, die ze vervolgens naar een opvanghuis brengt. Vorig jaar transporteerden de RATP medewerkers in totaal ruim 35.000 daklozen uit de metrogangen naar de opvangvoorzieningen.

Serge

Onwillekeurig moet ik terug denken aan mijn blog die ik 24 juli 2014 schreef over een van de clochards die ik vaak tegenkwam bij mijn bezoeken aan Parijs. Ik noemde hem Serge en dat kwam omdat hij zo leek op Serge Gainsbourg. Gekleed in een vale, versleten regenjas. De kraag hoog opgetrokken en in de ene hand altijd een peuk en in de andere hand steevast een blikje bier. Hooguit achter in de dertig, maar met zijn verlopen gezicht leek hij eerder de vijftig gepasseerd. Soms luid aan het zingen dan weer druk met zichzelf in gesprek. Toujour;  “bonjour” bij het passeren van voorbijgangers. Schijnbaar had hij niets meer nodig dan zijn kartonnen dozen, plastic boodschappentassen en een vriendelijk woord. Hij was er altijd, weer of geen weer, als ik mij weer eens nestelde voor de lunch op een van de terrassen, onder de arcades van de place des Vosges.

Was..., want Serge is niet meer. Eigenwijs als hij was weigerde hij afgelopen winter zijn vaste stek te verlaten om de nacht door te brengen in een opvangvoorziening. De oude slaapzak en de valse veiligheid van alcohol boden geen bescherming tegen de ijskoude nacht. Hij heeft daar zelfs twee dagen gelegen voordat iemand door had dat Serge toch echt niet sliep. De tol van eenzaamheid. Anoniem en waarschijnlijk zal niemand hem missen. Of toch wel, want bij het lopen langs zijn vaste stek mompel ik;  “au revoir mon amis”.

Op YouTube zoek ik nog even naar de woorden van Guus Meeuwis; 'Op straat':

Zie je daar die oude man
graaiend in een vuilnisbak
zoekend naar iets bruikbaars voor in zijn oude plasticzak
net iets te veel meegemaakt
waardoor die dakloos is geraakt
praat in zichzelf
over hoe het vroeger was

en dan zeg jij
dat je eenzaam bent
omdat het even tegen zit
loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat
dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat

De clochards zijn de bezitlozen, de armsten der armen

zie je daar dat meisje
ze is net zeventien
en heeft nu al zo'n 10 jaar haar ouders niet gezien
muurtje om zich heen gebouwd
omdat ze niemand meer vertrouwt
vraag je haar wat liefde is
dan noemt ze jou de prijs

en dan zeg jij,
dat je eenzaam bent .
omdat het even tegen zit,
loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat
dan zul je zien dat het met jouw zo slecht niet gaat

Het geromantiseerde beeld van de clochard is voor altijd verdwenen

zie je daar die oude vrouw
die rustig voor de regen schuilt
deze bui is minder
dan de tranen die ze heeft gehuild
die vroeger een gezin bezat
maar later klap op klap gehad
nu sjouwt ze haar verleden
in een zelf gemaakte tas

en dan zeg jij
dat je eenzaam bent
omdat het even tegen zit
loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat
dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat

Loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat

zie je daar die jonge man
hij is bijna al zijn tanden kwijt
hij beet zich stuk op het vergif van deze tijd
elk uur een marteling
altijd zoekend naar een ding
kruipt eens per dag door het oog van de naald

en dan zeg jij
dat je eenzaam bent
omdat het even tegen zit
loop even met me door de stad en kijk wat er gebeurt op straat
dan zul je zien dat het met jou zo slecht niet gaat

La rue n'ést pas une fatalité, leur vie devait-elle s'achever là

La rue n'ést pas une fatalité
Leur vie devait-elle s'achever là

De straat is geen noodlot
Hun leven moest daar ten einde lopen


Morts de la Rue kunt u telefonisch bereiken voor een donatie onder telefoonnummer 00 31 1 42 45 08 01 maar u kunt ook geld overmaken naar 'Collectif Les Morts de la Rue'.

De straat is geen noodlot - Hun leven moest daar ten einde lopen

zondag 31 juli 2016

BASTILLE, COLONNE DE JUILLET: "ALLONS ENFANTS DE LA PATRIE, LE JOUR DE GLOIRE EST ARRIVE!"

Deze blog was eigenlijk bedoeld voor le quatorze juillet, 14 juli, Frankrijks nationale feestdag. Op die bewuste donderdagavond, rond 22.30 uur, reed Mohamed Lahouaiej Bouhlel met een vrachtwagen, met een snelheid van 80 kilometer per uur opzettelijk in op een feestvierende mensenmassa op de boulevard des Anglais in Nice, met één doel; het doden van zoveel mogelijk mensen. De nationale feestdag werd een regelrecht drama voor 84 burgers. Deze feestdag verwijst naar de Franse revolutie, waarbij gevangenen uit de Bastille bevrijd werden, maar terwijl op deze dag de Fransen de bevrijding uit de gevangenis vieren, doodde een moslim, zelf een gevangene van de islam, tientallen onschuldige burgers. Wat een omgekeerde geschiedenis!

Een indrukwekkend plein met een ongekende historie: Place de la Bastille

De Bastille is een legendarische naam in de Franse geschiedenis. Fransen gebruiken nog wel het woord 'embastiller' voor gevangennemen, maar eigenlijk beseffen ze dan nauwelijks waar ze het over hebben. De exacte gebeurtenissen van de veertiende juli 1789, de dag waarop de Bastille werd ingenomen, gaan verscholen achter revolutionaire propaganda, volkslegenden, romantische verhalen en historische films. Toch kunnen die woorden quatorze juillet de Franse verbeelding nog in vuur en vlam zetten. Jaarlijks wordt die dag het 'Fête Nationale' uitbundig gevierd met optochten, orkesten, dansen op straat en vuurwerk. En dat alles omdat 633 mannen een nauwelijks meer gebruikt of verdedigd huis van bewaring innamen.

De Bastille voor de Franse revolutie

Chastel Saint-Antoine, eigenlijk gebouwd in 1370 als bastion om de porte Saint-Antoine te beschermen. Het was de oostelijke tegenhanger van het Louvre en diende tevens als een veilig verblijf voor Koning Karel V. De burcht met acht torens en hoge muren van bijna drie meter dik, werd door de Parijzenaars omgedoopt tot Bastille, naar de trieste moerassige buurt waar het stond. De bouw, onder leiding van provoost Hugues Aubriot, werd uitsluitend uitgevoerd met dwangarbeiders. Alle mannen die in de stad zomaar wat rondhingen werden vervoerd naar de bouwplaats. De bouw duurde 12 jaar en was vanaf het begin ook een gevangenis en een symbool van onrechtmatige Koninklijke willekeur, de provoost zelf was namelijk de eerste gevangene. Veel gevangenen konden er niet in, slechts vijftig.

De gevangenen hadden hun verblijf te danken aan de 'lettres de cachet'. Een geheim Koninklijk bevel tot inhechtenisneming of vrijlating in een verzegelde brief. De Koning drukte er zijn eigen zegel (cachet) op. Je lot was letterlijk en figuurlijk bezegeld. De Bastille kende bijzondere gasten, zoals de geheimzinnige man met het ijzeren masker. Voltaire, pseudoniem van François-Marie Arouet, werd er zelfs twee keer in opgesloten en verdreef zijn tijd met het schrijven van de tragedie; Oedipe. Ook de Markies de Sade en de jonge zedeloze Mirabeau. De zwendelaar Latude, deze laatste had het zo naar zijn zin dat hij er twaalf jaar verbleef, uitgezonderd twee keer verlof door gewoon te ontsnappen.`

Deze fontein op de place de la Bastille heeft echt bestaan. De olifant wordt ook beschreven in het beroemde boek van Victor Hugo; Les Miserables

In 1784 wilde Lodewijk XVI af van de Bastille gezien de hoge kosten. De gevangenis werd nog nauwelijks gebruikt en sluiting zou zo'n slordige honderdveertigduizend pond besparen voor de toch al niet zo goed gevulde Koninklijke schatkist. Lang hoefde de Koning niet te wachten. Juli 1789 was een tijd van grote onzekerheid. Brood was niet meer te betalen, de beurs verkeerde in crisis en arbeiders dreigden in opstand te komen. Op 13 juli breekt de opstand uit en de Parijse menigte onder wie veel gastarbeiders uit de Franse provincie beroven eerst de bakkerijen en plunderen vervolgens de graanzolders. De opstandelingen willen ook wapens en in de vroege ochtend van de veertiende juli volgt een aanval op de Invalides waar duizenden geweren worden buitgemaakt. Het gerucht gaat dat er in de Bastille kruit ligt opgeslagen. 'A la Bastille!' schreeuwt de menigte. "Aux armes, citoyens, Formez vos bataillons - Marchons! Marchons!" Op weg naar de Bastille, meer met het oog op wapens en munitie dan met de bedoeling gevangenen te bevrijden. De zeven gevangenen, onder wie een gek, worden in triomf rondgedragen. De Koning, die in Versailles verbleef, schreef in zijn dagboek: "Rien!" - voor hem viel er die dag niets te melden. Eind 1789 breken zo'n achthonderd arbeiders de Bastille steen voor steen af.  Van een deel van de stenen werden miniatuur-Bastilles gemaakt die als souvenirs werden verkocht (toen al). Een ander deel van de stenen is verwerkt in de Pont de la Concorde tegenover de Assemblée Nationale.

Le Génie de la Bastille boven op de Colonne de Juillet - Het origineel staat in het Louvre

Sporen van de Bastille
Volgens het boek Metronome van Lorànt Deutsch, zijn op het perron van lijn 5 nog gelige stenen te zien. Dit zijn de funderingen van een Bastillemuur. Ze zijn in 1905 blootgelegd toen een tunnel voor de metro werd gegraven. Ook de kelder van een Koreaans restaurant (vroeger het etablissement La Tour de la Bastille) aan de boulevard Henri IV nummer 47 bewaart nog een geheim. Hier is nog een oude gevangeniscel op wonderbaarlijke wijze gespaard gebleven voor de razernij van de revolutie.
Verder, daar waar de rue Saint-Antoine begint, bij Café Français op de grond, tekenen klinkers de omtrek van de vroegere vesting.

De catacomben onder de Colonne de Juillet; in werkelijkheid en op oude tekening

Na de sloop van de vesting bestaat de geschiedenis van de plek uit mislukte afspraken en gemiste kansen. Men besluit tot het aanleggen van een plein met in het midden een zuil met daarop een vrijheidsbeeld. Bij het leggen van de eerste steen werd de bouw al weer stil gelegd voor de aanleg van een fontein gegoten in brons, afkomstig van de kanonnen, buitgemaakt op de rebellerende Spanjaarden. Een immense olifant van vierentwintig meter hoog waarbij het water uit de slurf spuit. Het komt niet verder dan de sokkel. Daarna wordt er in 1813 een gips model op ware grootte gemaakt. De olifant wordt beschreven in het beroemde boek van Victor Hugo; Les Miserables. Le petit Gavroche, de kleine held van de barricaden, die onder de kogels zou sterven, gebruikte de buik van het beest als slaapplaats. Gelukkig wordt het gevaarte in 1846 afgebroken. Uit de ruines van de dikhuid ontsnappen zwermen ratten die de wijk Saint-Antoine nog wekenlang teisteren.

200 treden in de colonne brengen mij naar het mooiste uitzicht over Parijs

La Colonne de Juillet
In 1833 verordent Koning Lodewijk Filips I dat er midden op het plein een zuil zal worden opgericht, ter ere van de helden die zijn gevallen tijdens de julirevolutie van 1830. 'Les trois glorieuses': 27, 28 en 29 juli 1830. Het monument 'La Colonne Juillet' ofwel de juli-zuil, 50,5 meter hoog wordt op 28 april 1840 onthuld. Onder de marmeren sokkel, het fundament van de gipsen olifant, is een grafkelder waar 308 martelaren van de revolutie in 1830 en ook nog eens 196 van de revolutie in 1848 begraven liggen. Maar volgens het boek Metronome, en ik citeer, liggen er ook een paar Egyptische mummies, die ouder zijn dan twee of drieduizend jaar. Ze waren door Napoleon Bonaparte meegebracht van een veldtocht in Egypte. Ze werden in eerste instantie verstopt in een park vlakbij de Nationale Bibliotheek Richelieu, waar ook de lijken van de revolutionairen lagen begraven. Toen men de helden onder de juli-zuil wilde neerleggen dacht niemand er aan om ze uit te zoeken en dus namen ze alle lichamen maar mee. De basis is van rood en wit marmer versierd met 24 leeuwenkoppen die dienen voor de afvoer van het regenwater. Vervolgens een bronzen vierkante kolom met de tekst: " À la gloire des citoyens français qui s'armèrent et combattirent pour la défense des libertés publiques dans les mémorables journées des 27, 28, 29 juillet 1830" - ter  eer en glorie van de Franse burgers die gewapend vochten voor de verdediging van onze vrijheid op de gedenkwaardige dagen van 25, 28 en 29 juli 1830. Vervolgens een kolom met een hoogte van 23 meter met daarop alle namen van de 504 slachtoffers van de revolutie. Daar weer bovenop een balustrade.

Het uitzicht over Parijs 50 meter boven de grond

Afgelopen week begon ook mijn avontuur. Binnen in de 'collonne' loopt een stalen trap naar boven, normaal niet voor het publiek toegankelijk. Samen met mijn gids Bernard begin ik aan mijn klim naar de top. Daar staat het zinnebeeld van de vrijheid, een werk van Auguste Dumont: Le Génie de la Liberté, beter bekend als le Génie de la Bastille, die de vergulde fakkel van de vrijheid en de gebroken ketting van de tirannie vasthoudt.
Lichtelijk dol van de 200 treden van de draaitrap, kom ik hijgend boven waar, na het openen van een stalen deur ik oog in oog sta met een werkelijk fenomenaal uitzicht over Parijs. Ademloos kijk ik naar boven bijna oog in oog met le Génie de la Liberté, ware het niet dat het bladgoud mij verblindt door de schittering van de zon. Onmiddellijk moet ik denken aan een prachtige zwart-wit foto van Willy Ronis, 'Les amoureux de la Bastille' (1957), gemaakt op dezelfde balustrade waar ik nu sta.

Ademloos kijk ik naar boven bijna oog in oog met le Génie de la Liberté

Bernard vertelt mij dat het publiek sinds 1985, om veiligheidsredenen, geen toegang meer heeft tot de crypte en de zuil. Het goede nieuws is dat na een grondige restauratie de crypte opnieuw opengaat voor het publiek in 2018. Het slechte nieuws is dat het niet mogelijk zal zijn om de 200 treden naar boven te beklimmen. U zult het dus met mijn foto's moeten doen. Wat een gelukkig mens ben ik toch, de Marseillaise fluitend steek ik de place de la Bastille over.

Allons enfants de la Patrie,
le jour de gloire est arrivé!
Contre nous de la tyrannie
L'étendard sanglant est levé.
L'étendard sanglant est levé:
Entendez-vous dans les campagnes
Mugir ces féroces soldats?
Ils viennent jusque dans vos bras
Égorger vos fils, vos compagnes!
Komt, kinderen des vaderlands,
de dag der overwinning is aangebroken!
Tegen ons is
het bloedige vaandel van de tirannie gehesen
Het bloedige vaandel is gehesen.
Hoort ge in de velden
het loeien van die vreselijke soldaten?
Zij naderen tot in uw armen
om uw zonen en echtgenoten te kelen!
Aux armes, citoyens,
Formez vos bataillons.
Marchons! Marchons! (Refrein)
Qu'un sang impur
Abreuve nos sillons
Te wapen, burgers!
Vormt uw bataljonnen!
Laten we marcheren, marcheren,
Zodat het onreine bloed
onze voren doordrenkt

 Een prachtige zwart-wit foto van Willy Ronis, 'Les amoureux de la Bastille' (1957)

Un Grand Merci aan Bernard C. mijn gids.

GERELATEERD
Blog 'Bastille'
Blog 'Bofinger'
Blog 'Faubourg Saint-Antoine'; Ambachtelijke geheimen

zaterdag 23 juli 2016

LE TOUR DE FRANCE - CHAMPS ÉLYSÉES

Als ik deze blog plaats bent u nog volop bezig met de Tour de France. Ondergetekende met etappe 21. Etappe 21 is de laatste etappe en wordt verreden op zondag 24 juli 2016.
De 103e Tour de France zit er bijna op. De laatste etappe die eindigt in Parijs is traditioneel een prooi voor de sprinters. Met acht ziedend snelle ronden op de Champs-Élysées neemt het peloton afscheid. De slotetappe is maar 113 kilometer lang en de ervaring leert dat er tot aan het oprijden van de Champs-Élysées rustig gefietst en gekeuveld wordt. Dan gaat het los in acht ronden van een kleine 7 kilometer. Aan de meet zijn er 10, 6 en 4 seconden te verdienen voor de eerste drie renners.

De laatste etappe die eindigt in Parijs is traditioneel een prooi voor de sprinters
Photo Courtesy of Road Cycling UK

Dit keer vertrekt het peloton rond 14.35 uur vanuit Chantilly ongeveer 60 kilometer ten noorden van Parijs. Daar ligt ook het Château de Chantilly, Oorspronkelijk een middeleeuws fort. Van de 15e tot de 17e eeuw was het kasteel in het bezit van de puissant rijke en machtige familie de Montmorency die in die periode ingrijpende moderniseringen doorvoerden. Het huidige bouwwerk is een 19e-eeuwse reconstructie in opdracht van Hendrik van Orléans (1822-1897). Daarna wisselde het château enkele malen van eigenaar en kwam uiteindelijk in handen van de hertog van Aumale, die het in de huidige renaissancestijl liet verbouwen. Bij zijn dood in 1886 schonk de hertog zijn kasteel en zijn schitterende kunstcollectie aan het 'Institut de France'. Zo ontstond het Musée Condé, een van de rijkste musea van Frankrijk. Het stadje Chantilly is tijdens en na de Franse Revolutie ontstaan ten westen van het kasteel.

Onderweg, een prachtige tocht door het departement Val d'Oise, passeren wij nog de Abbaye de Royaumont, gesticht in 1228 door Koning Lodewijk IX. Het is de mooiste cisterciënzerabdij in Ile de France. Na diverse omwegen steken de renners de Seine over aan de westkant van Parijs bij Suresnes. Dwars door het Bois de Boulogne, wat weer fraaie beelden gaat opleveren van het in 2014 geopende Fondation Louis Vuitton, een schepping van de Amerikaanse architect Frank Gehry. Via de Avenue La Grande Armée met een grote bocht om de Arc de Triomph, komen de renners aan op de avenue de New York. Er volgt nog een klein deel langs de Seine, een oversteek bij de Pont Alexandre, weer langs de Seine via de quai d'Orsy, de quai Anatole France. Hier volgt de laatste oversteek van de Seine over de Pont Royal. De tunnel onder de Tuilleries door om vervolgens tegenover het beeld van Jeanne d'Arc te starten aan de laatste acht rondes.

Het wordt weer genieten van de prachtige helikopterbeelden - foto Fondation Louis Vuitton

Natuurlijk boeien mij de ongekende prestaties van deze renners, maar ik moet toch eerlijk bekennen dat ik meer ga genieten van de prachtige helikopterbeelden van deze laatste etappe. Het leek mij dan ook een leuk idee om de route voor u vast op papier te zetten met een tweeledig doel: Het Parijse deel nog eens na te lopen of met mijn blog gaan zitten voor de TV, als extra ondersteuning voor alle plekken die in beeld verschijnen. Natuurlijk volgt er uitgebreid commentaar over de onderlinge strijd van de wielrenners, maar het zal u opvallen hoe weinig de commentatoren weten te vertellen over de stad zelf en over wat u allemaal te zien krijgt vanuit de helikopter. In de volgende alinea's neem ik u mee langs de ronde van zeven kilometer die de renners acht keer gaan afleggen. Ik beschrijf het als een wandeling zodat u in Parijs deze route nog een keer zelf kunt afleggen.

We beginnen onze wandeling bij de start/finish aan de kant van de Avenue des Champs Élysées met de even nummers. Geniet eerst maar even van het zicht op de Arc de Triomph. De bouw begon in 1806, ter ere van een van Napoleons overwinningen bij Austerlitz. Pas rond 1836, onder koning Lodewijk Filips, werd de bouw voltooid. De Champs Élysées is een van 's werelds duurste winkelstraten. Op nummer 76 (niet ver van nummer 100 waar het startpunt is) opende de Amerikaanse cosmeticareus Estée Lauder najaar 2012 een flagshipstore Dat is op zich geen nieuws, ware het niet dat het huurbedrag meteen een absoluut wereldrecord blijkt te zijn  in de retailwereld, met 18.000 euro per m² per jaar en dat  met 176 m² op de begane grond en 183 m² op de eerste verdieping. Maar vergis u niet, op deze handelsader worden de hoogste omzetten per vierkante meter gegenereerd: er is sprake van een rendement van € 10.000 tot € 50.000 per m². per jaar.

Op uw pad naar boven passeert u een aantal prachtige winkelgaleries: Galerie des Champs Elysées op 26, Galerie du Claridge op 74, de Lido Passage waar eens het oude Lido was gevestigd op 76 en op 82 tot 88, de tweede Galeries des Champs Elysées.

Op 42 vindt u de showroom van Citroën (Foto). Dit pand is al sinds 1927 in het bezit van de automobielfabrikant en in 2006 en 2007 geheel verbouwd door de architecte Manuelle Gautrand. In het interieur herkent men Citroën's voorliefde voor design. Mooi is te zien hoe het Citroënlogo in de 30 meter hoge glazen gevel is geïntegreerd. Van buiten is de bijzondere draaiende kolom van platforms, waar op elk platform een model Citroën  tentoongesteld wordt, goed zichtbaar. U gaat met een lift naar de bovenste etage, waarna je via de trap kunt afdalen naar de verschillende thematische tentoonstellingen. TIP: Op de bovenste etage kunt u in de Citroënlounge gratis genieten van een fabuleus uitzicht over de stad.

Op 44 de Disney store waar u alle gadgets van Disney kunt kopen zonder het Disney Parijs te bezoeken. De Virgin megastore zat op de nummers 52 tot en met 60. Helaas is deze superstore vanaf 14 juni 2013 gesloten. Hier opent Galeries Lafayette in 2018 haar tweede winkel. Voor de vrouwen zit de echte MUST SEE een stukje verderop op de nummers 68, 70 en 72, het super chique Guerlain en Sephora, meteen de grootste parfumzaak van Parijs. Op 102 de bekende nachtclub Queen voor de nachtelijke dansuitspattingen en de 'mademoiselles' in overtreffende trap.

Champs Élysées 68; Guerlain

In 1946, twee jaar na het einde van de tweede wereldoorlog, bouwden de gebroeders Clerico een theater aan de Champs Élysées voor revue en cabaret. In 1977 verhuisde men naar het Normandy gebouw, aan dezelfde avenue op nummer 116, dat nu plaats biedt aan 1150 gasten. Het Lido de Paris is het grootste panoramische privétheater van de wereld, waar elke twee minuten het decor verandert. Een technisch spektakel, gestuurd door 12 computers. Met meer dan 110 dansers en danseressen in 600 verschillende kostuums. Fonteinen en watervallen die meer dan 23.000 liter water per minuut wegpompen, lasereffecten, 700 speakers met surround sound, aangestuurd door 25 versterkers met een totaal vermogen van 20.000 watt, 600 meter neon en meer dan 100.000 lampen, aangestuurd via 32 kilometer glasvezelkabel. Aan het begin van de show zakt de voorzijde van de zaal automatisch de grond in. Zo ontstaat het toneel. De prachtige kristallen kroonluchters verdwijnen in het plafond en alle andere lampen die het zicht op het toneel wegnemen zakken in de vloer.  Een show in het Lido is een absolute must en moet u minstens een keer in uw leven gezien hebben.

De nieuwe ingang van het Lido de Paris

We vervolgen onze weg richting de Arc de Triomphe waar de mannen nog een bezoek kunnen brengen aan de showroom van Mercedes op 118 en die van Peugeot op 136. Als goedmakertje neemt u dan uw partner mee naar de etalage van het juweliershuis Cartier op 154.
We zijn nu aangekomen op het keerpunt, ter hoogte van de place Charles de Gaulle, ook wel de place de l'Étoile. Oversteken op de place Charles de Gaulle is levensgevaarlijk. Voetgangers die naar de Arc de Triomphe gaan, moeten door de voetgangerstunnel van het metrostation onder het plein. De verkeerscirculatie op dit plein, waar 12 avenues op uitkomen is zo druk, dat tussen de verschillende verzekeraars een knock-for-knock agreement is afgesproken. Dat komt erop neer, dat iedere verzekeraar alleen de schade van eigen klanten betaalt. Toch kan het verkeer er goed doorrijden. Fietsers doen er verstandig aan het plein te mijden. Net zoals veel andere boulevards in Parijs is de Place Charles de Gaulle bestraat met klinkers, wat het voor de renners extra moeilijk maakt zeker bij nat weer.

We steken de Champs Élysées over en vervolgen onze wandelroute in tegenovergestelde richting. Rechts van u, op 133, de bijzondere glazen gevel van de Publicis Drugstore, waarin onder andere een trendy lounge-bar en een van de restaurants van topkok Joël Robuchon.
Op 119 de grootste bar Nespresso boutique in de wereld verdeeld in drie zones: Een barista bar, waar u koffie kunt bestellen en kunt kennismaken met de verschillende smaken. Een lounge waar u kunt genieten van een heerlijke kop koffie en een design ruimte waar u uw espressomachine Essenza kunt aanpassen in 16 verschillende kleuren.
In 1854 opende Louis Vuitton zijn eerste, in luxe koffers gespecialiseerde winkel in Parijs. Pas in 1896 signeerde hij alle koffers met het inmiddels wereldwijd gepatenteerde monogram in bruin beige met de letters LV. In 1914 werd de eerste Louis Vuitton winkel geopend op de Champs Élysées. Toen de grootste winkel ter wereld gespecialiseerd in reisbagage. In 2005 heropende Louis Vuitton op de Champs Élysées 101 een nieuwe flagstore, de grootste Louis Vuitton winkel van de wereld.

Interieur van de flagstore van Louis Vuitton

Op 99 het gerenommeerde restaurant Fouquet's. Fouquet's bestaat al sinds 1899 en is sinds 1930 dè hot spot voor sterren van de Franse filmindustrie. Gabin, Michèle Morgan, Truffaut, Godard en Chabrol behoorden tot de vaste clientèle. In 1990 krijgt het gebouw de status van historisch monument en tot op de dag van vandaag is het de 'place to be' voor de Parijse society, de showbusiness en de  Franse politiek.
Toyota, het eerste Japanse automerk op de Champs Élysées, presenteert zijn collectie op nummer 79. In deze showroom heeft u ook gratis toegang tot het internet.
Na een verbouwing van zes maanden is in juli 2011, op nummer 53, het nieuwe 'l'Atelier Renault' geopend. Deze nieuwe hotspot in het hart van Parijs bestaat uit een bar, restaurant en een luxe showroom in de vorm van een experience center. De trendy bar en restaurant zijn verspreid over een ruim en licht mezzanine-niveau, compleet met vijf hoge loopbruggen, uitgevoerd in een super modern jasje van hout, glas en aluminium. De cocktails zijn overheerlijk, het voedsel vers en smakelijk en het entertainment; alles wat op de Champs-Élysées aan de andere kant van de glazen muur gebeurt, eindigt nooit. L'Atelier Renault is dagelijks geopend tot 23.30 uur en op vrijdag en zaterdag zelfs tot 01.30 uur.

l'Atelier Renault

In de brasserie l'Alsace op nummer 39 kunt u 24 uur per dag, zeven dagen in de week terecht voor de onvermijdelijke zuurkool uit de Elzasser keuken, maar ook voor een voortreffelijk zeebanket. De diverse bioscopen van Gaumont en UGC, die u onderweg bent tegengekomen, vertonen bijna altijd de films in originele versie (VO version originale) dus zonder de vaak onvermijdelijke Franse nasynchronisatie.
We laten de winkels achter ons en steken de Rond-Point des Champs Elysées - Marcel Dassault over, richting de Place de la Concorde. We krijgen nu het groene gedeelte van de Avenue des Champs Élysées. U passeert zo dadelijk het Grand Palais met zijn prachtige art-nouveau constructie uit staal en glas. Het gebouw heeft zelfs de grootste dakconstructie in smeedijzer, staal en glas ter wereld. Er kwam maar liefst 9.400 ton staal, 15.000 m² glas en zo’n 5.000 m² zink aan te pas. Nadat in 1993 een van de glazen platen naar beneden viel werd het gebouw meer dan een decennium gesloten in verband met renovatie. Het eerste deel van het Grand Palais heropende in 2004 en in 2007 was de renovatie compleet. Tijdens de renovatie werd de metalen structuur van de 240 meter lange hal hersteld, het glas vervangen en het dak volledig gerepareerd. Sinds de heropening doet het gebouw dienst als tentoonstellingsruimte, waar allerlei evenementen plaatsvinden. Een deel is in gebruik als museum.

Het standbeeld van Charles de Gaulle met op de achtergrond het Grand Palais

Direct tegenover het Grand Palais staat het kleinere broertje; PetitPalais. Gebouwd door Charles Girault, die overigens tekende voor het ontwerp van beide paleizen. Geheel gerenoveerd in 2005. Een groot bordes leidt naar een indrukwekkend portaal met glazen koepels, erkers een immense zuilengang en een café-restaurant. Deze grenst weer aan een halfronde weelderige binnentuin met een prachtige collonade met rondlopende fresco's en een grote vijver. TIP: U kunt hier terecht voor koffie of een lunch, ook zonder museumbezoek. Lunchen midden in de stad maar toch in een oase van rust, ver weg van de Parijse kabaal! Een absolute aanrader.
Even verderop in de Jardins des Champs-Élysées, het 3-Michelin-sterren-restaurant Ledoyen. Het gebouw met de elegante neo-klassieke gevel is een ontwerp uit 1842 van de Keulse architect Jacques Ignace Hittorff, die ook voor het ontwerp tekende van de Place de la Concorde. Dit uiterst chique en prijzige restaurant heeft een prachtige binnentuin. Prijzen voor eten à la carte liggen tussen de 160€ en 280€.

Place de la Concorde met op de achtergrond de Madeleine kerk

U bent nog enkele stappen verwijderd van het grootste koningsplein van Parijs (84.000 m²); de Place de la Concorde, daar waar de renners naar rechts afbuigen om vervolgens parallel aan de Seine te koersen. In 1748 besloot de stad Parijs om dit plein aan te leggen ter ere van Koning Lodewijk XV. Pas in 1830 kreeg het plein zijn huidige gestalte. Geniet van het prachtige lijnenspel, het snijpunt van de twee stadsassen. In de noord- zuidrichting, het Palais de Bourbon en de Madeleinekerk en in de oost- westrichting de twee triomfbogen; de Arc de Triomphe du Carousel en de Arc de Triomphe op Place Charles de Gaulle. In het midden de 23 meter hoge en 220 ton wegende obelisk van Luxor, een geschenk van de sultan van Egypte, geflankeerd door de prachtige fonteinen van Hittorf. De ene fontein symboliseert de binnenvaart, de andere de zeevaart.

Arc de Triomphe du Carousel opgericht in 1806 - 1808 

We volgen de koers richting de Seine en vervolgen onze route parallel aan de tuinen van de Tuilerieën via de Quai des Tuileries. Aan de straatkant passeert u het Musée de l'Orangerie waar u de waterlelies kunt bewonderen van Claude Monet op acht monumentale doeken. De kunstenaar heeft tot aan zijn dood in 1926 aan deze doeken gewerkt. Ter hoogte van de Pont Royal nemen we de trappen naar boven naar de tuinen van de Tuilerieën in plaats van de tunnel die door de renners negen keer is doorkruist. U passeert de voorzijde van de Flore vleugel, ook wel Porte de Lions genoemd. Hier zit de restauratieafdeling van het Louvre en de kunst uit Afrika, Azië, Oceanië en Amerika. Bij het doorlopen van de Jardins du Carrousel komt u oog in oog te staan met de Arc de Triomphe du Carrousel, opgericht in 1806 -1808 in opdracht van Napoleon. Vervolgens passeert u de voorzijde van het Musée des Arts Décoratifs. Tot 1883 waren beiden vleugels nog met elkaar verbonden door het Tuilerieënkasteel dat in het zelfde jaar is gesloopt. We nemen de trappen naar beneden.

Het beeld van Jeanne d'Arc is het eerste wat de renners zien bij het uitkomen van de tunnel

Voor u, naast het Hotel Regina, staat het indrukwekkende 'gouden' beeld van Jeanne d'Arc, de Maagd van Orleans, in 1431 als heks verbrand. Het beeld is gemaakt door de Franse beeldhouwer Emmanuel Frémiet in 1874. Wij houden links aan en volgen de prachtige zuilengalerijen van de rue Rivoli tot aan de Place de la Concorde. Een wereld van vijf sterren luxe gaat voorbij; Hotel Brighton, Hotel le Meurice en The Westin Hotel. TIP: Sta even stil, of nog beter ga naar binnen op nummer 226, bij Angélina. Het interieur is onveranderd sinds 1903, toen haar voorvader Antoine Rumpelmeyer hier zijn eerste banketbakkerij annex theesalon opende. Zien en gezien worden, want hier kun je de verleiding niet weerstaan voor wat heet, de beste warme chocola ter wereld.

De rue Rivoli

We zijn nu bijna bij de finish en naderen weer de Place de la Concorde. De prachtige gevels aan dit plein sluiten qua architectuur aan op het Louvre.  Rechts het Hôtel de la Marine, de zetel van de admiraliteit. Na de rue Royale, met op het einde de Madeleinekerk, volgt het nouveau riche Hôtel de Crillon. Op dit moment gesloten vanwege een broodnodige renovatie. In 2012 raakte het hotel zijn 'paleisstatus' kwijt. Het zwaar bewaakte gebouw ernaast is de Amerikaanse Ambassade. We zijn toe aan de laatste meters, die we volgen langs de groene zijde van de Champs Élysées.

Nog even flaneren over de allée Marcel Proust langs het café Lenôtre en het Théâtre Marigny, in 1883 gebouwd door Charles Garnier, die ook tekende voor de Opera Garnier aan de place de l'Opera. Nog een laatste demarage en uw Tour de France eindigt hier en de tourwinnaar........die krijgt € 500.000 op zijn rekening bijgeschreven.